Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432813 nr. 70

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020

Nr. 70 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 oktober 2013

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister en staatssecretaris van Economische Zaken, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Ministers van Buitenlandse Zaken, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Wonen en Rijksdienst en Infrastructuur en Milieu, de Klimaatagenda aan1.

De Klimaatagenda

Klimaatverandering raakt ons allen. Een krachtige klimaataanpak met een lange adem is nodig om te komen tot een duurzaam welvarende economie en tot een samenleving die voldoende is toegerust op klimaatveranderingen.

De Klimaatagenda die u hierbij ontvangt, biedt een stabiel beleidskader tot 2030. Dit is de basis voor het kabinet om in een brede coalitie, met partners in binnen- en buitenland, te werken aan een effectief energie- en klimaatbeleid. De eerste versterkingsslag zit in het recente SER-«Energieakkoord voor duurzame groei». De Klimaatagenda biedt met name maatregelen voor sectoren die buiten het energieakkoord vallen. De Klimaatagenda zet een nieuwe stip op de horizon voor 2030 en gaat aan de slag met het ontwikkelen van een nieuwe gereedschapskist van instrumenten voor de periode na 2020.

Het kabinet richt zich de komende tijd nationaal op het uitvoeren van het SER-akkoord en de maatregelen in deze Klimaatagenda. Ook willen we de tijd gebruiken om samen met de belangrijkste partners instrumenten en maatregelen te ontwikkelen waarmee op termijn substantiële emissiereducties kunnen worden bereikt.

Ook richten we ons op maatregelen die we nu al in gang kunnen zetten, zoals de inzet in de EU op strengere normering van producten op het terrein van energiegebruik en duurzaamheid, het nationaal ruimtelijk faciliteren van hernieuwbare energie op land en op zee en om de broeikasgasemissies voor transport verder te reduceren met schonere voertuigen en uitrol van de publieke laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Denk daarbij ook aan samenwerking in de ketens, waarbij zowel grondstoffen en energie worden bespaard en broeikasgassen gereduceerd worden of het verminderen van de verspilling van voedsel. Iedereen kan daar een bijdrage aan leveren en de overheid wil dat stimuleren.

Om de samenleving voor te bereiden op en aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering is naast het lopende Deltaprogramma ook actie op andere terreinen nodig, zoals rond energie, gezondheid en voedsel. Het kabinet kondigt in deze agenda risico- en gevoeligheidsanalyses aan die de opmaat zullen vormen voor een nationale adaptatiestrategie.

19e Bijeenkomst van Partijen van het Klimaatverdrag, Warschau

Internationaal is de eerstvolgende stap de VN-klimaatbijeenkomst in Warschau in november. De Klimaatagenda biedt inzicht in de inzet richting een effectief nieuw mondiaal akkoord voor na 2020. Op Europees niveau is dit voorjaar een Groenboek over klimaatdoelen verschenen. Het kabinet heeft aangegeven in te zetten op een broeikasgasreductie van tenminste 40% in 2030 ten opzichte van 1990. De uiteindelijke hoogte zal worden bepaald rekening houdend met het Impact Assessment van de Europese Commissie en ontwikkelingen rond de mondiale klimaatafspraken. Dan zal Nederland ook een standpunt innemen over wenselijkheid en hoogte van aparte doelstellingen voor energie-efficiency en duurzame energie voor na 2020.

Versterking van het Emissiehandelssysteem (ETS) in de EU

In mijn brief van 23 april 2013 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 459) heb ik aangegeven u te informeren over de structurele versterking van het ETS als onderdeel van het SER-«Energieakkoord voor duurzame groei». Het is positief dat het in dat kader is gelukt een breed gedragen Nederlandse inzet te formuleren en verwijs daarom naar dat akkoord. De inzet is er op gericht om per 1 januari 2020 het verbeterpakket in het EU ETS te implementeren. De Europese Commissie zal naar verwachting nog voor het einde van dit jaar met voorstellen komen voor structurele versterking van het EU ETS. Vooruitlopend hierop blijf ik me inzetten om tijdelijk minder emissierechten, aangeduid met de term «backloaden», te veilen. De stemming van het Europees Parlement op 3 juli jongstleden waarbij het backloading voorstel werd aangenomen is een bemoedigende stap. Ik zal me blijven inzetten om zo spoedig mogelijk tot een positieve afronding van de besluitvorming rond backloading te komen.

Lokale Klimaatagenda

Met mijn brief van 18 maart 2013 (Kamerstuk 32 813, nr. 45) heb ik u de speerpuntenbrief van de klimaatambassadeurs – de bestuurlijke boegbeelden van de Lokale Klimaatagenda – toegezonden. Het overgrote deel van de speerpunten is in het Energieakkoord geadresseerd. Ik verwijs u naar de resultaten in dat akkoord.

Tot slot

De overheid geeft met deze Klimaatagenda duidelijke doelen en kaders, maar we moeten het samen doen met het (internationale) bedrijfsleven, (internationale) koepels van steden, lokale overheden, niet-gouvernementele organisaties, wetenschap- en kennisinstellingen en burgers.

Dit kabinet vertrouwt op de kracht van onze samenleving om te komen met technologische oplossingen en maatschappelijke arrangementen die hiervoor nodig zijn en biedt een uitgestoken hand. De agenda geeft een eerste overzicht van acties. Het kabinet heeft de stellige overtuiging dat Nederland met een ambitieuze inzet alleen maar sterker, energieker, innovatiever wordt en de 21e eeuw met vertrouwen voor onze welvaart en welzijn en die van onze (klein)kinderen tegemoet kan worden gezien.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer