Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-08 nr. 459

21 501-08 Milieuraad

Nr. 459 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2013

Naar aanleiding van de stemming in het Europese Parlement (EP) over de verduidelijking van de bevoegdheid van de Europese Commissie om het later veilen van emissierechten mogelijk te maken (backloading), wil ik u mede namens de minister van Economische Zaken informeren over de inzet van de Nederlandse overheid om het ETS overeind te houden als belangrijk instrument voor groene groei en het bereiken van een koolstofarme economie in 2050.

De stemming in het Europese Parlement betrof uitsluitend het verwerpen van het Commissievoorstel en was derhalve geen stemming tegen het ETS als zodanig, maar geeft wel aan dat er ongerustheid is over de gevolgen van het Commissievoorstel om een deel van de emissierechten later te veilen, waardoor de CO2 prijs kunstmatig wordt verhoogd. De redenen voor parlementsleden om tegen te stemmen waren onder andere ongerustheid over de gevolgen voor de internationale concurrentiepositie van bedrijven en het CO2-weglekeffect (Carbon Leakage).

Nederland was het eerste land dat zich positief heeft uitgesproken over backloading en ik heb de Raad en de Nederlandse EP leden gewezen op het belang hiervan. Backloading had de gelegenheid kunnen bieden om de CO2-prijs te stabiliseren en in de tussentijd aan structurele versterking van het ETS te werken. Het voorstel is formeel niet van tafel. Het is teruggestuurd naar het milieucomité dat twee maanden heeft om een compromis te bereiken. Als gevolg van de stemming in het Europese Parlement is de mogelijkheid voor backloading in ieder geval tijdelijk niet aan de orde. Ik betreur deze gang van zaken.

De uitkomst van de stemming in het EP betekent dat het implementeren van structurele maatregelen om de lange termijn klimaatdoelstellingen te kunnen realiseren nog meer van belang wordt. Daarnaast is ook het gelijke speelveld van het internationaal concurrerende bedrijfsleven van belang. Ik zal hier de komende tijd ook bij mijn collega’s in de Milieuraad aandacht voor vragen.

Voor structurele versterking van het ETS wil het kabinet dat het emissieplafond na 2020 wordt aangescherpt. Daartoe dient vanaf 2020 het jaarlijkse reductiepercentage van het ETS plafond te worden afgestemd op de Europese reductiedoelstellingen voor 2030 en 2050.

Daarnaast zijn verdere maatregelen wenselijk. Ik heb u reeds eerder bericht1 dat de Europese Commissie zes opties voor versterking van het ETS heeft beschreven in het Carbon Market Report2. Ik heb het PBL gevraagd om deze opties door te rekenen. Het PBL zal op 25 april aanstaande zijn onderzoek naar deze, en andere versterkingsopties, naar buiten brengen.

Ook het bedrijfsleven hecht aan versterking van het ETS. Daarom ben ik blij dat dit ook op de agenda staat van het SER-traject voor een Energieakkoord voor duurzame groei. Dit traject zal voor de zomer van dit jaar worden afgerond.

Het kabinet is wel van mening dat het zeer wenselijk is dat voor de verdere maatregelen afstemming plaatsvindt in Europees verband. Daarbij dient aandacht te worden besteed aan het versterken van de concurrentiepositie van Europa. Dit geldt evenzeer voor het op Europees niveau compenseren van grootverbruikers van elektriciteit voor de toenemende indirecte kosten waarmee zij te maken krijgen als de CO2-prijs stijgt.

Ik zal uw Kamer zo snel mogelijk informeren over de wijze waarop ik de Nederlandse inzet voor structurele versterking van het ETS zal invullen.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Reactie van het kabinet op het verslag over de koolstofmarkt en het gedeeltelijk uitstellen van de veiling van emissierechten, d.d. 27 november 2012. Kamerstuk 21 501-08 nr. 447.

X Noot
2

De Europese Commissie noemt in haar rapport zes mogelijke opties voor structurele maatregelen in het ETS:

  • Verhogen van het Europese reductiedoel voor broeikasgassen naar 30% in 2020;

  • Emissierechten definitief niet op de markt brengen;

  • Scherpere jaarlijkse verlaging van het plafond voor emissies;

  • Uitbreiden van het ETS met nieuwe sectoren;

  • Beperken van het gebruik van internationale credits;

  • Invoeren van discretionaire prijsmanagement-mechanismen.