32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 584 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2022

Als je een Nederlander vraagt wat hij nodig heeft voor een gelukkig leven, is de kans groot dat hij zegt: mijn gezondheid. Voor veel Nederlanders is gezondheid een bepalende factor voor hun levensvreugde. En toch lukt het velen nog niet om gezond te leven. De Corona-pandemie heeft ons nog eens extra met de neus op de feiten gedrukt. Van de mensen die ernstig ziek worden van het virus heeft een significante meerderheid een slechte gezondheid. Zo lijkt er een verband te zijn tussen overgewicht en ziekenhuisopname na een coronabesmetting. De pandemie heeft haarscherp laten zien dat ongezond leven gevolgen kan hebben.

Ik zal me volop inzetten voor een gezond, fit en veerkrachtig Nederland. Dat is de opgave waar we als samenleving voor staan. Een opgave die moet uitmonden in een veerkrachtige jeugd, een gezonde beroepsbevolking en vitale ouderen, en in minder gezondheidsachterstanden. Dat vraagt om een sterk en kabinetsbreed preventiebeleid en een brede aanpak, met stimulering van een gezonde leefstijl. Waarbij preventie veel meer is dan het voorkomen van ziektelast. Gezondheid is ons kapitaal, als mens en als samenleving. Investeren in gezondheid is een investering in de generatie van vandaag en in het gezondheidskapitaal voor de toekomst. Daarom is meer aandacht voor preventie nodig, van jongs af aan, met als doel een gezonde generatie in 2040.

Gezonde leefstijl urgent

Met het Preventieakkoord gericht op stoppen met roken, terugdringen van problematisch alcoholgebruik en tegengaan van overgewicht zijn belangrijke ambities gesteld en afspraken gemaakt. In het Regeerakkoord (Kamerstuk 35 788, nr. 77 is afgesproken dat we de doelen van het Preventieakkoord doorzetten, met als doel een gezonde generatie in 2040 met een focus op de jeugd door sport, voeding en bewegen. Het RIVM heeft aangegeven dat de afgesproken inzet nog onvoldoende is om de gestelde ambities te realiseren1 en hiervoor voorstellen gedaan2. En uit onlangs verschenen cijfers van het CBS blijkt het aandeel volwassenen dat in 2021 aangaf weleens te roken, het aandeel overmatige en zware drinkers, en het aandeel mensen met overgewicht en obesitas in 2021 nog ver boven de doelen te liggen die in het Nationaal Preventieakkoord voor 2040 zijn gesteld3.

We zetten ons daarom onverminderd in om de ambities en afspraken uit het Preventieakkoord te halen. In deze brief schets ik de hoofdlijnen waarlangs het kabinet deze aanpak voor ogen heeft en waarvoor extra middelen vrij zijn gemaakt. De invulling is onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming. Concrete uitwerking van voornemens volgt daarom later dit jaar.

Tabaksontmoediging – een rookvrije generatie

In het Preventieakkoord is afgesproken toe te werken naar een rookvrije generatie in 2040. Dit is een samenleving waarin kinderen rookvrij kunnen opgroeien. Zij zien daarin bijna niemand roken en worden ook niet worden blootgesteld aan tabaksrook. Concreet betekent dit dat in 2040 geen kinderen of zwangere vrouwen meer roken en maximaal 5% van de volwassenen. We zijn erin geslaagd het percentage rokers te laten dalen tot 21%, de daling is in 2021 gestagneerd. De doelstelling voor kinderen en zwangere vrouwen wordt volgens het RIVM met de huidige maatregelen niet gehaald. Ik vind het zeer belangrijk dat kinderen in een rookvrije en nicotinevrije omgeving kunnen opgroeien. Hiervoor is een breed pakket van tabaksontmoedigingsmaatregelen nodig, waaronder de accijnsverhoging op rookwaren die in het Regeerakkoord is afgesproken, maar ook door het aantal verkooppunten van rookwaren verder te verminderen, het stoppen met roken makkelijker te maken en bijvoorbeeld nog eens kritisch naar de huidige leeftijdsgrens te kijken. Een nadere uitwerking van het beoogde maatregelenpakket zal ik voor het zomerreces aan u toesturen.

Voeding/overgewicht – een gezonde voedselomgeving

In het Preventieakkoord is afgesproken toe te werken naar vermindering van het aantal Nederlanders met overgewicht (naar 38% in 2040 ten opzicht van verwachte groei naar 62% in 2040). Nu heeft ongeveer 50% van de Nederlanders overgewicht, dit is de afgelopen 3 jaren stabiel gebleven.

Voedselconsumptie, wat we eten, wordt onder meer sterk beïnvloed door onze voedselomgeving4. De verleiding tot (ongezond) voedsel is in de fysieke en online omgeving overvloedig aanwezig. Dit wordt ook wel een «obesogene leefomgeving» genoemd. De dagelijkse voedselomgeving moet gezonder. In het Regeerakkoord is afgesproken dat de belasting wordt verhoogd op niet-alcoholische (fris)dranken (en bier, zodat we niet minder accijns betalen over bier dan over fris) en verkennen we hoe we op termijn een suikerbelasting kunnen invoeren en de btw op groente en fruit naar 0% kunnen verlagen. Ook maken we bindende afspraken met de industrie over gezondere voedingsmiddelen. Om de dagelijkse voedselomgeving gezonder te maken, verken ik de wettelijke mogelijkheden om een gezonde voedselomgeving te bevorderen. Hiermee zouden we gemeenten instrumenten kunnen geven om de toename van aanbieders van ongezond voedsel tegen te gaan, maar ook eventuele regels kunnen stellen met betrekking tot ongezonde drank-, snoep- en snackautomaten in bijvoorbeeld de schoolomgeving of het beperken van marketing van ongezonde producten gericht op kinderen.

Ik ga in gesprek met partijen en zal u komende maanden informeren over de maatregelen die ik voor ogen heb en de uitwerking van de maatregelen uit het Regeerakkoord.

Schadelijk alcoholgebruik – naar een andere sociale norm voor alcoholgebruik

Op weg naar de gezonde generatie is in het Preventieakkoord afgesproken om er naar toe te werken dat in 2040 het overmatig alcoholgebruik van Nederlanders is verminderd tot 5% (nu 8,9%), dat maximaal 25% van de jongeren onder 18 jaar ooit alcohol heeft gedronken (nu 45%), en dat het alcoholgebruik van zwangeren is teruggebracht naar 4% (nu 8,9%) Er is nog het nodige te doen om deze doelstellingen te halen. Ik signaleer dat er voor alcohol sprake is van een breed probleem: het drinken van alcohol is normaal en breed geaccepteerd in onze samenleving en we onderschatten de gevolgen en risico’s van alcoholgebruik voor onszelf én voor onze kinderen. Dat moet veranderen. De komende periode verken ik hoe we de ongezonde keuze voor alcohol moeilijker kunnen maken. Ik wil komen tot bewezen effectieve maatregelen en verwacht op die manier ook de sociale norm ten aanzien van alcohol te veranderen. Ik zal u hierover na de zomer informeren.

Jong geleerd is oud gedaan. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met bewustwording over gezondheid. Succesvolle programma’s zoals Gezonde School, Gezonde Kinderopvang, Gezonde Buurten, JOGG, de aanpak geïnspireerd op het IJslands preventiemodel «Opgroeien in een Kansrijke Omgeving» en de aanpak »Vroegsignalering Alcoholproblematiek» dragen hieraan bij, evenals het structureel verankeren in de lokale aanpak van gemeenten en de bijzondere gemeenten van Caribisch Nederland. Waar dat nodig is en slagkracht ontbreekt worden nieuwe initiatieven ontplooid.

Extra impuls aan sport en bewegen

Voldoende bewegen is een essentieel ingrediënt voor een goede mentale en fysieke gezondheid en geeft mensen van alle leeftijden heel veel plezier. Voldoende bewegen helpt om het risico op bepaalde ziekten flink te verkleinen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en bepaalde vormen van kanker. Het is belangrijk om bewegen extra te stimuleren, want lang niet iedereen beweegt genoeg. Slechts 53% van de Nederlanders voldoet aan de beweegnorm van minimaal 150 minuten actieve beweging per week terwijl de doelstelling is dat 75% van de Nederlanders in 2040 aan de beweegnorm voldoet5. In de afgelopen periode hebben mensen vanwege Corona nog weer minder gesport. Daar moet meer beweging in komen en daar ga ik samen met de Minister van LZS mee aan de slag.

Daarnaast bestaat de wens om de inzet in het kader van sportstimulering complementair te laten zijn aan de impuls die we aan bewegen willen geven. Ook zou op lokaal niveau bewegen meer een plek moeten krijgen in de lokale coalities die vanuit het Sportakkoord (Kamerstuk 30 234, nr. 185) en het Preventieakkoord zijn ontstaan om zo schotten weg te nemen en meer synergie op lokaal niveau te realiseren. Door op lokaal niveau zaken met elkaar te verbinden, kunnen we op wijkniveau meer mensen aan het bewegen krijgen. Daarbij is aandacht voor een groene en beweegvriendelijke leefomgeving.

Om recht te doen aan de zelfstandige en positieve impact van bewegen, sta ik positief tegenover het neerzetten van een brede beweegaanpak. Daarbij wil ik samen met andere departementen en maatschappelijke organisaties kennis over effectieve interventies bij elkaar brengen, draagvlak creëren en afspraken maken over interventies en maatregelen die gaan bijdragen aan de doelstelling dat 75% van de Nederlanders in 2040 aan de beweegrichtlijnen voldoet. De Minister voor LZS en ik willen u rond de zomer informeren over maatregelen die we voor ogen hebben.

Verbreding van de preventieaanpak met mentale gezondheid

Het gaat niet goed met de mentale gezondheid van de inwoners in ons land. De coronacrisis heeft een vergrootglas gelegd op de bestaande problematiek en heeft extra schade aangericht. Eenzaamheid, burn-out(-klachten), gevoelens van depressiviteit en somberheid, angst- en slaapproblemen. De cijfers zijn zorgwekkend. Met name jongeren en jongvolwassenen hebben het zwaar. 1 op de 7 jongeren heeft depressieve klachten. 75% van de psychische problemen ontstaat vóór het 25e levensjaar. Ook het aantal burn-outklachten stijgt: ruim 1,3 miljoen werknemers. Vaak bij jonge werkenden en starters op de arbeidsmarkt. Alleen al werkstress kost € 3,1 miljard verzuimkosten voor de werkgever. Depressie en angststoornissen treffen jaarlijks zo’n 1,8 miljoen Nederlanders in de leeftijdsgroep van 18–65 jaar. Los van de kosten voor de maatschappij en de ziektelast hebben mentale problemen een grote impact op je ontwikkeling en je leven, voor je rol als ouder of mantelzorger, en impact op je omgeving.

Samen met anderen wil ik mij daarom gaan inzetten voor een mentaal gezond Nederland, met nadrukkelijke aandacht voor de veerkracht en het perspectief voor jongeren en jongvolwassenen (in het bijzonder de kwetsbare jeugd), werkenden en personen in kwetsbare situaties (lage SES). Ik spreek allereerst met de doelgroep zelf over wat nodig is, en samen met partijen en collega ministeries, waaronder de Ministeries van OCW en SZW, werk ik de aanpak de komende tijd verder uit. Over de aanpak voor een mentaal gezond Nederland informeer ik uw Kamer zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor de zomer.

En verder

Terugdringen van gezondheidsachterstanden

Hoewel Nederlanders langer dan ooit in goede gezondheid leven, zijn de kansen hierop niet gelijk verdeeld. Wie rijker is en hoger opgeleid, ofwel een hogere sociaaleconomische status geniet, leeft gemiddeld gezien langer en in betere gezondheid. Concreet betekent dit dat mensen met een lager opleidingsniveau gemiddeld ruim 4 jaar korter leven en bovendien ruim 14 jaar eerder te maken krijgen met een slechter ervaren gezondheid dan hoogopgeleiden.6

De aanpak van gezondheidsachterstanden vergt meer dan de algemene inzet op gezondheid. Er is sprake van achterliggende problematiek zoals bestaansonzekerheid, armoede en kansenongelijkheid. Mensen met schulden, zonder baan of zorgen over hun woning kunnen het zich niet veroorloven om gezond te leven of hebben hier geen ruimte voor. Een bredere blik op gezondheid en een integrale aanpak gericht op de kwetsbare groepen is nodig (health in all policies). Samen met andere bewindspersonen werk ik aan een interdepartementale aanpak en zet ik ook lokaal in op de gemeenten en wijken waar dat het hardste nodig is, zoals bij het programma’s Kansrijke Start (Kamerstuk 32 279, nr. 124).

Preventie in het zorgstelsel

De uitgaven voor gezondheidsbevordering per inwoner in Nederland steken schril af tegen die voor geneeskundige en langdurige zorg.7 Terwijl de zorgkosten en het beroep op de zorg blijven stijgen. Samen met de Minister van VWS zet ik in op het maken van de beweging van zorg naar gezondheid.

Concrete afspraken tussen gemeenten en zorgverzekeraars zijn hiervoor nodig. Hier ligt een regionale schaal voor de hand, waarin gemeenten samenwerken en de GGD wordt ingeschakeld. Afspraken komen tot dusverre onvoldoende tot stand, onder meer vanwege het gebrek aan een initiatiefnemer en aan mensen en middelen. Om deze impasse vlot te trekken heeft het Verwey Jonker instituut geadviseerd om gemeenten te stimuleren het initiatief te pakken op de preventieaanpak door voor verschillende doelen geoormerkt budget te geven gekoppeld aan duidelijke resultaatafspraken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het maken van samenwerkingsafspraken met zorgverzekeraars over de aanpak kinderen op gezond gewicht, valpreventie bij ouderen en de gecombineerde leefstijlinterventie. Waarbij gemeenten bovendien de mogelijkheid hebben om met maatwerk verschillende componenten bij elkaar te brengen. Zoals de lokale inzet op bewegen en sport en het inschakelen van een buurtsportcoach. Meer bewegen is zowel een doel op zichzelf voor gezondheid, maar ook een onderdeel in de aanpak van gezond gewicht of valpreventie.

Bij het maken van de beweging van zorg naar gezondheid is ook het van belang dat een gezonde leefstijl integraal onderdeel uitmaakt van de curatieve behandeling van mensen met een gezondheidsklacht, aandoening of ziekte. Hierbij heeft lokaal onder andere de huisarts een cruciale rol. Er zijn goede voorbeelden van huisartsen die, werkend vanuit de insteek op positieve gezondheid, het beroep op de zorg doen afnemen. Deze best practices dienen als inspiratie om hierin stappen te zetten. In het Regeerakkoord is extra geld vrij gemaakt voor «meer tijd voor de patiënt», onder andere door extra huisartsen op te leiden. Ik zal u rond de zomer nader informeren over de activiteiten die ik wil ondernemen als het gaat om preventie in het zorgstelsel, en hoe hierbij de lokale en regionale aanpak te versterken.

Gezonde en Groene leefomgeving

De fysieke leefomgeving is enorm belangrijk voor de gezondheid. Mensen vinden het fijn om in de buurt ruimte te hebben om te ontspannen en te bewegen. Dat geldt des te meer voor mensen die bij hun huis geen buitenruimte en een (relatief) klein woonoppervlakte hebben. In de directe omgeving kunnen rustige, groene zones de mogelijkheid bieden om te wandelen, te fietsen of dichtbij te kunnen recreëren en voor kinderen om te spelen. In het kader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (Kamerstuk 34 682, nr. 3) werken het Ministerie van VWS en LNV aan het Programma Gezonde Leefomgeving. Hierbij is bijvoorbeeld aandacht voor gezonde en data gedreven ontwerpprincipes voor de fysieke leefomgeving.

Aanpak volksziektes

Bovenop de jaarlijkse € 60 miljoen die in het Regeerakkoord voor de komende vier jaar gereserveerd is voor preventie, is in totaal € 300 miljoen in de jaren 2023 – 2025 beschikbaar voor onderzoek naar en aanpak van alzheimer, obesitas en kanker. In samenhang met de inzet op preventie uit deze brief wordt uw Kamer na de zomer geïnformeerd over de preventieve aanpak van deze volksziektes.

Meer transparantie in het proces

We hebben belangrijke lessen geleerd over het proces en de rol van de rijksoverheid en deelnemende partijen bij het opzetten van het Nationaal Preventieakkoord in 2018. De Raad van State heeft in het jaarverslag over 2018 zijn bezorgdheid geuit over het sluiten van akkoorden zoals het Nationaal Preventie Akkoord waarmee gedetailleerde afspraken één-op-één worden neergelegd in wetgeving8. Ook is er als gevolg van de toeslagenaffaire kritiek gekomen op de werkwijze van de rijksoverheid. Uw Kamer heeft bij motie van het lid Van Esch (Kamerstuk 35 925 XVI, nr. 64) er voorts op gewezen dat er een tegengesteld financieel belang is van de voedingsindustrie en verzocht om volledige transparantie.

Gelet hierop wil ik meer transparantie inbouwen in het proces. Door een onderscheid te maken tussen maatregelen die via wetgeving aan de Tweede Kamer worden voorgelegd ter besluitvorming en afspraken die het kabinet maakt in overleg met partijen aan de preventietafels. Ook zal ik bij Kamerbrieven over deze afspraken de onderliggende departementale besluitvormende nota openbaar maken.

Tot slot

De recente cijfers over roken, overgewicht en alcohol, bewegen en mentale gezondheid laten zien dat de urgentie om vol door te gaan met preventie hoog is. Er is nog veel te doen om een gezonde generatie in 2040 waar te maken. Waar mogelijk moeten we extra stappen zetten voor de gezondheid van iedereen in Nederland. Daarover ga ik graag in gesprek met uw Kamer. Ik wil het draagvlak verkennen en alle inbreng van de thematafels benutten om de ambities daadwerkelijk te halen. De benodigde middelen voor de uitvoering van de plannen worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming. Ik zal mijn verdere inzet daarom later dit jaar themagewijs met uw Kamer delen.

Mijn ambitie is om gezond leven en bewegen makkelijker te maken, zodat iedereen lekker in zijn vel en in zijn hoofd zit. Voor een gezonder Nederland is iedereen nodig en ik nodig daarom iedereen uit om bij te dragen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen


X Noot
1

Quickscan mogelijke impact Nationaal Preventieakkoord, RIVM 2018 Kamerstuk 32 793, nr. 339

X Noot
2

Aanvullende maatregelen Nationaal Preventieakkoord, RIVM 2021, Kamerstuk 27 565, nr. 179

X Noot
4

Krom, de M., Vonk, M., Muilwijk, H. (2020) Voedselconsumptie veranderen: bouwstenen voor beleid om verduurzaming van eetpatronen te stimuleren. Beschikbaar via: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020-voedselconsumptie-veranderen-4044.pdf

X Noot
5

Nederland vitaal en in beweging, Kamerstuk 32 793, nr. 552

X Noot
7

RIVM Landelijke en lokale uitgaven aan gezondheidsbevordering: een nulmeting. 7 juli 2021

Naar boven