Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202132793 nr. 552

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 552 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG, STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, MINISTERS VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA EN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN DE MINISTERS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2021

Bewegen geeft energie, maakt ons vitaler en weerbaarder én het brengt ons in contact met anderen. Een groot deel van de Nederlanders beweegt te weinig en zit te veel. Het vele thuiswerken vanwege COVID-19 en de beperkte toegang tot sportfaciliteiten hebben een deel van de Nederlanders zelfs een nog grotere beweegarmoede opgeleverd. Diezelfde pandemie heeft ons ook laten zien hoe belangrijk voldoende bewegen, als onderdeel van een gezonde leefstijl, is voor zowel ons fysieke als ons mentale welzijn. De huidige COVID-19 maatregelen vragen om creativiteit en flexibiliteit om voldoende in beweging te blijven en zo onze weerstand op peil te houden. Dat werd ook benadrukt in de oproep van artsen, wetenschappers en bestuurders1 in november 2020. Omdat het kabinet het belangrijk vindt dat juist in deze tijd mensen zoveel mogelijk actief blijven, staan sport en bewegen genoemd in stap 2 van het openingsplan dat het kabinet gebruikt in het afschalen van de COVID-19 maatregelen. De maatschappelijke en politieke aandacht voor een gezonde leefstijl is mede daardoor erg hoog.

De tijd waarin we deze brief sturen is een bijzondere. Het huidige kabinet is demissionair, er is een nieuwe Tweede Kamer en de voorbereiding van de formatie van een nieuw kabinet is gestart. Daarom voelen wij de noodzaak extra helder te zijn over de bedoeling van deze brief. Wij sturen deze brief nu aan uw Kamer om te benadrukken dat er al beleidsinitiatieven lopen op bewegen, het belang breed gedeeld wordt om integraal beleid op «bewegen» te voeren en dat het belangrijk is om dit beleid met het oog op de toekomst verder te blijven ontwikkelen. Dat doen we vanuit de kennis en de overtuiging dat het voortzetten van de huidige, gefragmenteerde wijze waarop bewegen in de samenleving door de (Rijks)overheid wordt bevorderd, niet voldoende zal blijken om de ambitieuze doelstelling uit het Preventieakkoord van 2018, dat minimaal 75 procent van de Nederlanders in 2040 voldoet aan de beweegrichtlijnen, te halen. Met deze brief voldoen we aan de toezegging in de brief aan uw Kamer van 30 oktober 20202 om de Kamer in april 2021 nader te informeren over een «routekaart bewegen» die kan helpen bij het formuleren van beleid van het volgende kabinet. Deze brief was de eerste reactie aan uw Kamer op de op 22 mei 2020 ontvangen brief van prominenten uit de sport- en beweegsector met de oproep sporten en bewegen meer te integreren in ons dagelijks leven en de daaruit volgende motie van het lid Marijnissen c.s.3.

Achtergrond

In het Nationaal Preventieakkoord van 2018 is het doel opgenomen dat 75 procent van de Nederlanders in 2040 aan de beweegrichtlijnen voldoet, dat was 53 procent in 20204. In de grafiek hieronder, gebaseerd op de kernindicatoren sport en bewegen3, is te zien welke verschuiving nog nodig is om van de huidige curve van bewegen (blauwe lijn) te komen naar een situatie waarin 75 procent van de bevolking in 2040 aan de beweegrichtlijnen voldoet (oranje lijn).

In de afgelopen twintig jaar is, ook met inzet vanuit de overheden op bewegen, slechts tien procent meer Nederlanders aan de beweegrichtlijnen gaan voldoen. Er is dus een aanzienlijke extra inzet nodig om ruim het dubbele te kunnen bereiken in de komende twintig jaar. Wat we al deden en doen is niet genoeg. Beleid en interventies op bewegen zijn te versnipperd om een substantiële verandering teweeg te brengen.

Gedragsverandering is een kwestie van een lange adem en voldoen aan de beweegrichtlijnen vraagt om het integreren van voldoende beweging in het leven van alledag. Dit betekent dat beleid zich ook op een integrale manier zou moeten richten op de verschillende momenten van de dag én de verschillende omgevingen waarin kan worden bewogen. In de laatste bijstelling van de beweegrichtlijnen door de WHO is de slogan dan ook niet voor niets: Every Move Counts. De Nederlander die fietst naar het werk, lopend zijn of haar kind naar school brengt, in werkpauzes een ommetje maakt, speelt of sport in een stadspark, op school veel beweegt, in het ziekenhuis kan sporten en in het bushokje wordt geïnspireerd om bewegend te wachten. Daarom zijn er ook vijf ministeries betrokken bij het voorliggende beleidsadvies. Elke beweging telt en telt op.

In Nederland zorgt weinig bewegen naar schatting voor 2,3 procent van de ziektelast. Ook leidt het tot 5.800 doden per jaar en € 2,7 miljard aan zorguitgaven5. Investeren in voldoende beweging gaat de maatschappij in meerdere opzichten dus veel opleveren. De maatschappelijke baten van meer bewegen en sport kunnen op basis van de huidige cijfers oplopen tot € 25.000 – € 100.000 per persoon die over de rest van zijn/haar leven aan de beweegrichtlijnen gaat voldoen6. Deze opbrengsten zijn onder andere besparing op zorgkosten, een toename in arbeidsproductiviteit en een afname in ziekteverzuim. De sociale waarde van sporten en bewegen, zoals plezier, de sociale banden en een positieve invloed op cognitieve prestaties zijn hierin nog niet eens meegenomen. Om de doelstelling uit het Preventieakkoord te halen, zullen in de aankomende twintig jaar bijna vier miljoen mensen extra in beweging gebracht moeten worden, naast het in beweging blijven van de mensen die nu genoeg bewegen. Elke tien procent van de bevolking die meer gaat bewegen en die gedurende hun levensloop aan de beweegrichtlijnen blijft voldoen levert daarmee over die levensloop berekend potentieel een maatschappelijke opbrengst van twee miljard euro op.

Beleidsadvies7

In bijgaand beleidsadvies staan de eerste kansrijke en vernieuwende ideeën uiteengezet om echt een verschil te kunnen maken in én met de samenleving. Deze ideeën komen voort uit de werkgroep «Bewegen het Nieuwe Normaal» waarover u met de Kamerbrief van 30 oktober 20208 bent geïnformeerd. Wat voorligt is een inventarisatie van een beleidsaanpak die het startpunt kan zijn voor het creëren van een trendbreuk in de beweegcurve, om de komende twintig jaar meer te kunnen bereiken dan de afgelopen twintig jaar. De ideeën zijn nieuw en de voorgestelde schaalsprong is groot. Hoe groot de sprong in de nabije toekomst kan worden zal afhangen van de keuzes die een nieuw kabinet maakt en de nadere uitwerking die daarbij passend is. Met bijgaand advies willen we laten zien dat het anders kan en dat het onderwerp «bewegen» een frisse, integrale start verdient. Op 6 april jl. is het RIVM-rapport over aanvullende maatregelen om de ambities van het Nationaal Preventieakkoord te behalen aan uw Kamer gestuurd (Bijlage bij Kamerstuk 27 565, nr. 179). Daarin staan ook aanbevelingen voor meer bewegen die aansluiten op wat er in dit beleidsadvies wordt voorgesteld.

Drie Beweeggolven

In het beleidsadvies staan drie routes beschreven in de vorm van «Beweeggolven» die, bij een toenemende investering, samen een golfbeweging creëren die steeds groter wordt en meer bereik krijgt. De eerste beweeggolf is al in gang gezet met onder andere de communicatiecampagnes «Fit op jouw manier» en «Zet ook de stap» die zijn ontstaan vanuit de huidige pandemie. We zijn ons ervan bewust dat er over de inzet van de rijksoverheid op het terrein van vitaliteit en bewegen keuzes gemaakt zullen moeten worden. De geschetste beweeggolven helpen hierbij.

Die keuzes zijn onderwerp voor de formatietafel en aan het volgend kabinet. Wel roepen we op om bij die keuzes steeds een integrale benadering in gedachten te houden. Want alleen samen kunnen we zorgen dat Nederland écht meer in beweging komt.

De Minister voor Medische zorg, T. van Ark

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

De Minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
2

Kamerstuk 32 793, nr. 504

X Noot
3

Kamerstuk 25 295, nr. 437

X Noot
5

Hilderink H, Verschuuren M. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018. Een gezond vooruitzicht. Bilthoven: RIVM; 2018

X Noot
6

Rapport: De sociaaleconomische waarde van sporten en bewegen, Ecorys, 2017.

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
8

Kamerstuk 32 793, nr. 504