Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632793 nr. 210

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 210 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2016

1. Het Nationaal Programma Preventie

Het Nationaal Programma Preventie (NPP) loopt nu twee jaar. Hierbij ontvangt u, zoals toegezegd, het verslag over de voortgang van het programma in 2015.

We concluderen dat het NPP veel heeft losgemaakt in de samenleving. Veel initiatieven voor een gezonder en vitaler Nederland zijn naar bovengehaald en zichtbaar gemaakt en nog meer initiatieven zijn gestart. Activiteiten van partners, waaronder ook onderdelen van de rijksoverheid, worden bij elkaar gebracht. Dit is precies de integrale aanpak waar het programma voor staat. Door de betrokkenheid van zo vele partners – private, publieke en maatschappelijke organisaties – en soms onverwachte combinaties van partijen die elkaar hebben gevonden in de gemeenschappelijke doelstellingen, wordt het programma breed gedragen. Het programma maakt veel positieve energie los. Het is nu de kunst deze energie vast te houden en de activiteiten te borgen. De beweging die in gang is gezet moet worden verankerd en de impact op de gezondheid worden gemaximaliseerd.

Doel van het programma

In 2013 hebben we twee langjarige doelstellingen geformuleerd (Kamerstuk 32 793, nr. 102):

  • Het afremmen van de sterke toename van het aantal mensen met één of meerdere chronische ziekten.

  • Het stabiliseren of terugbrengen van gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden.

Het programma richt zich op de speerpunten die hieraan voor een groot deel ten grondslag liggen: roken, overgewicht, overmatig alcoholgebruik, te weinig bewegen, diabetes en depressie. Voor elk van deze speerpunten willen we in 2030 een substantiële verbetering bereiken ten opzichte van de trends zoals die in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2014 van het RIVM zijn gerapporteerd (Kamerstuk 32 793, nr. 150).

Strategie: meer sporen, meer partijen met focus en samenhang

We leven in een land met een hoge welvaart en stijgende levensverwachting, maar ook met een toenemend aantal chronisch zieken en een hardnekkige achterstand in levensverwachting bij mensen met een laag inkomen en lagere opleiding. Wij zetten daarom in op een preventiestrategie waarbij mensen er aan werken om langer gezond te blijven. Dat is een taak van veel partijen: in de eerste plaats uiteraard van mensen zelf, maar om hen te faciliteren ligt er ook een taak voor het bedrijfsleven, zorgaanbieders en -verzekeraars, werkgevers, sportverenigingen, scholen en alle overheden.

Vanuit de rijksoverheid nemen we beleidsmaatregelen (wet- en regelgeving) en voeren we een aantal grote preventieprogramma’s uit dat is gericht op minder roken, meer bewegen, gezonder eten, tegengaan van overgewicht en minder alcoholgebruik. Die programma’s zijn onderdeel van het NPP maar rapporteren zelfstandig. De Landelijke nota gezondheidsbeleid 2016–2019 (Kamerstuk 32 793, nr. 204) geeft het kader voor het landelijk preventiebeleid. Preventie neemt ook een prominente plaats in ons gezondheidszorgstelsel. Dat kan en moet echter nog beter. De focus in de curatieve en de langdurige zorg moet meer omgebogen worden naar preventie. Wij zien kansen voor een grotere oriëntatie op preventie in de zorg door de curatieve en langdurige zorg beter te verbinden met de publieke gezondheid, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Hoe we die kansen gaan benutten beschrijven we in onze brief over preventie in het zorgstelsel die uw Kamer recentelijk heeft ontvangen.

Een tweede spoor in de preventiestrategie is het benutten van de lokale aangrijpingspunten. Gemeenten vertalen de landelijke nota naar hun eigen lokaal gezondheidsbeleid. Interventies zijn het meest effectief op plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar mensen leven, werken, leren en elkaar spreken over andere zaken dan gezondheid. Interventies om tot een gezonde leefstijl te komen kunnen daar effectief worden ingehaakt. Denk daarbij aan gezonder eten op school, minder alcohol in sportkantines maar ook aan bedrijfsfitness en aan bewegen na schooltijd onder leiding van een buurtsportcoach. Ruimtelijke ordening, zoals meer speelruimte en brede, veilige fietspaden, speelt hierin ook een belangrijke rol.

Een derde spoor in de preventiestrategie is het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven (privaat en publiek) die aan de NPP-doelen bijdragen. Het programmabureau Alles is gezondheid... zet daar voornamelijk op in.

Monitoren van voortgang en resultaten

De voortgang op de langjarige doelstellingen en speerpunten wordt iedere vier jaar zichtbaar via de VTV van het RIVM. In 2018 komt de volgende VTV uit. Het RIVM heeft daarnaast de NPP-monitor ontwikkeld om de voortgang in kaart te brengen op de maatschappelijke beweging die het programma wil realiseren (zie www.allesisgezondheid.nl/monitoring). Deze monitor bestaat uit een set output indicatoren die regelmatig wordt geactualiseerd. In maart 2016 worden de actuele gegevens gepubliceerd. Binnen het Preventieprogramma 5 van ZonMw wordt onderzoek gedaan naar de werking van het programma als beleidsinstrument.

2. Stand van zaken na het eerste programmajaar (2014)

Vorig jaar constateerden we dat het programma in de steigers stond (Kamerstuk 32 793, nr. 164). De meeste acties die de rijksoverheid in de brief over het programma van oktober 2013 heeft toegezegd, waren in 2014 gerealiseerd of in gang gezet. Het eerste jaar is gebouwd aan een breed netwerk van maatschappelijke organisaties die vanuit hun eigen missie, taken en verantwoordelijkheden een bijdrage leveren aan een gezonder en vitaler Nederland. De peiling van december 2014 laat zien dat zich toen bijna 600 maatschappelijke partners via 165 pledges aan het programma hadden verbonden.

Het RIVM concludeerde op basis van de monitor echter dat het bereik en schaalgrootte nog te beperkt waren om substantiële volksgezondheidseffecten te kunnen verwachten. Er moest een tandje bij: meer vernieuwende verbindingen tussen domeinen en meer mensen bereiken.

Om de impact van de activiteiten op de programmadoelen te vergroten, hebben we het tweede jaar ingezet op de verbinding tussen partners, het opschalen van kansrijke initiatieven en structurele borging van de opbrengsten.

3. Resultaten van het tweede programmajaar (2015)

NPP-monitor

In juli 2015 heeft het RIVM de gegevens van de NPP-monitor geactualiseerd (zie www.allesisgezondheid.nl/monitoring). Over het algemeen zagen we dat de lijn die is ingezet in 2014 zich, voor de indicatoren waar nieuwe cijfers voor beschikbaar zijn, voortzet in de eerste helft van 2015. Bijna alle indicatoren lieten een positieve trend zien, waarbij er wel verschillen zijn tussen de indicatoren. Het aantal nieuwe pledges bleef gestaag toenemen.

De stijgende lijn bij de meeste indicatoren zegt overigens nog niet dat de outputdoelen die zijn gesteld voor 2016, ook daadwerkelijk worden gehaald. De volgende update van de monitor is in het voorjaar van 2016. De resultaten worden, zoals gebruikelijk, op de jaarlijkse conferentie Alles is gezondheid... (9 maart 2016) gepresenteerd en daarna aan uw Kamer aangeboden.

Spoor 1: Programma’s, acties en activiteiten van de rijksoverheid

In het afgelopen jaar heeft de rijksoverheid in samenwerking met gemeenten en andere organisaties talrijke acties en activiteiten ondernomen. De acties en activiteiten betreffen verschillende domeinen en verschillende doelgroepen. Zo zijn er initiatieven om de jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en het onderwijs beter met elkaar te verbinden zoals de activiteiten in het kader van Gezonde School en de Vernieuwingsagenda Jeugd (Kamerstuk 31 839, nr. 465). Met de decentralisatie-uitkering Gezond in de stad (GIDS) ontwikkelen 164 gemeenten hun eigen lokale integrale aanpak van gezondheidsachterstanden, inhoudelijk ondersteund door Pharos en Plaform31 (www.gezondin.nu). In de veenkoloniën is daaraan, op verzoek van uw Kamer, een regionaal programma toegevoegd (Kans voor de Veenkoloniën).

Ook veranderingen in wetgeving bieden perspectieven voor gezondheid. De Participatiewet biedt extra instrumenten om meer mensen, ook diegenen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. Op 1 januari 2016 is ook de Wet flexibel werken in werking getreden. Op grond van deze wet kan de werknemer aan de werkgever verzoeken om zijn werktijd aan te passen. Naast wetgeving is er ook veel aandacht besteed aan de decentralisaties. Zo hebben de deelnemers van de Toekomstagenda Informele Zorg en Ondersteuning het vijfde thema van de agenda uitgewerkt: «Preventiekracht van vrijwilligerswerk en andere vormen van levensbrede inzet (burgerparticipatie, zelfredzaamheid)». De voortgangsbrief informele zorg zal begin 2016 verschijnen en op de resultaten ingaan. Op het gebied van onderzoek zijn er het afgelopen jaar veel initiatieven geweest. Er zijn in de afgelopen periode ondermeer (inter)nationale onderzoeken gehonoreerd naar vroegopsporing en preventie van dementie en is er onderzoek uitgevoerd naar de relatie tussen natuur en gezondheid. Veel initiatieven richten zich op de speerpunten: roken, overgewicht, overmatig alcoholgebruik, te weinig bewegen, diabetes en depressie (zie Landelijke nota gezondheidsbeleid, Kamerstuk 32 793, nr. 204). In 2015 is de e-learning Signaleren depressie geschikt gemaakt voor zorgverleners in de pre- en postnatale setting (bijvoorbeeld verloskundigen en kraamverzorgenden) en in maart 2016 komt depressiepreventie prominent aan de orde op de conferentie Alles is gezondheid.... Ook is er in het kader van de GGZ-onderzoeksagenda 3,3 miljoen euro vrijgemaakt om specifiek onderzoek te doen naar depressie bij jonge vrouwen. De NIX18 niet roken – niet drinken voor je 18de – campagne heeft in 2015 een zilveren Effie gewonnen, een prijs voor effectieve en bewezen marketingcommunicatie.

In 2016 worden veel van deze activiteiten voortgezet en worden ook nieuwe activiteiten gestart (zie bijlage 1 voor een uitgebreide beschrijving van de stand van zaken van de beleidsmaatregelen en overheidsprogramma’s)1.

Spoor 2: benutten lokale kracht: gezondheid dichtbij

Het programmabureau Alles is gezondheid... heeft een aantal nieuwe, domeinoverstijgende coalities en allianties tot stand helpen brengen en gezondheidsthema’s breder geagendeerd (zie www.allesisgezondheid.nl).

Zo vormen meer dan 20 organisaties de groep Voedselvaardigheden. Deze groep heeft gezamenlijk aangedrongen op opname van voedselvaardigheden in het onderwijscurriculum. In juni 2015 hebben zij een manifest aangeboden aan het Onderwijsplatform 2032.

GezondNL, waarin een aantal huisartsen en gezondheidsorganisaties zijn verenigd, is bezig de Infrastructuur Gezonde Wijk te ontwikkelen waarmee wordt ingezet op wijkgericht werken aan meer gezondheid en de benodigde infrastructuur die daarvoor in de wijk nodig is (sociale kaart, ICT, financieringsarrangementen, samenwerking medisch en sociaal domein, verantwoordelijkheidsverdeling). Dit raamwerk kunnen lokale partijen gebruiken om hun «gezonde wijk» nader in te vullen.

Een ander belangrijk initiatief gaat vooral om te weten hoe de populatie in een buurt is opgebouwd, waar de problemen zitten en hoe die problemen effectief te lijf te gaan. De partijen van de Agenda voor de zorg2 hebben met VNG en RIVM afspraken gemaakt over de ontwikkeling van uniforme gezondheidsprofielen van de buurt. Door deze profielen te koppelen aan kennis over effectieve interventies (onder andere uit de database van het Centrum Gezond Leven van het RIVM), krijgen bijvoorbeeld gemeenten praktische instrumenten in handen die zij kunnen inzetten in het kader van hun aanpak van gezondheidsproblemen. Daarmee is maatwerk mogelijk.

Op uitdrukkelijk verzoek van uw Kamer zijn we in gesprek met ouderen(bonden) om preventie voor ouderen beter vorm te geven. In het najaar 2015 is in het kader van Alles is gezondheid... een debat georganiseerd met diverse maatschappelijke organisaties. De uitkomsten worden gebruikt om een actieagenda te ontwikkelen op basis van wat ouderen zelf belangrijk vinden en wat maatschappelijke organisaties daaraan gezamenlijk kunnen bijdragen.

In de werkgroep Positieve gezondheid bespreken partners hoe zij samen de omslag van «ziekte, zorg en afhankelijkheid» naar «gezondheid, preventie en eigen regie» concreet vorm kunnen geven. Het aantal partners van de alliantie gezondheid en geletterdheid is fors uitgebreid. Zij dragen bij aan het verminderen van gezondheidsverschillen door mensen met een lage opleiding taal- en gezondheidsvaardiger te maken. In 2016 wordt een ronde tafel Gezonde leefomgeving georganiseerd met architecten, stedelijk ontwerpers, ondernemers in het groen, sport- en gezondheidsprofessionals om de toepassing te stimuleren van ontwerpprincipes die bijdragen aan meer gezondheid in de gebouwde omgeving. In samenwerking met MVO Nederland zijn voorbeelden van geslaagde gezondheidsbevordering in het bedrijfsleven opgehaald en verspreid. De voorbereidingen voor de commissie werk en gezondheid zijn afgerond. De commissie presenteert zijn voornemens tijdens de conferentie Alles is gezondheid... (9 maart 2016). De commissie bestaat uit wetenschappers, arbodiensten, zorgverzekeraars en werkgevers. Zij gaan een extra impuls geven aan het ondersteunen van werkgevers om mensen met een chronische ziekte zo gezond mogelijk aan het werk te houden. Diverse kennisorganisaties in de gezondheidszorg en de sociale sector, waaronder Movisie, MO-groep, Platform31, RIVM, ZonMw en Pharos hebben samenwerkingsafspraken gemaakt om hun kennis te delen en beschikbaar te stellen.

Spoor 3: Inbreng van maatschappelijke partijen: pledges, samenwerking en concrete activiteiten

Eind 2015 hebben 1265 organisaties zich direct of indirect via 264 pledges aan de doelstellingen van het programma verbonden en concreet gemaakt wat ze daaraan gaan bijdragen. De meeste pledges waren ongeveer gelijk verdeeld over de zorg (147) en wijk (142). 106 pledges hadden betrekking op het onderwijs, 92 pledges op werk en 49 op gezondheidsbescherming. In 2015 is het aantal domeinoverstijgende pledges sterk toegenomen: van 115 naar 175.

Als we kijken naar de speerpunten valt op dat er veel pledges zijn ondertekend die een gezonde leefstijl in het algemeen willen bevorderen (113). Ook is er relatief veel aandacht voor sport en bewegen (101) en gezonde voeding (69). Pledges die gericht zijn op het tegengaan van roken (16), alcohol (24), overgewicht (31), diabetes (15) en depressie (10) komen minder voor. Dit zegt echter niet zoveel over het bereik en de effectiviteit van de activiteiten die in de pledges worden benoemd.

Om zicht te krijgen op de betekenis en uitwerking van pledges in de dagelijkse praktijk heeft het RIVM in het najaar van 2015, via een online vragenlijst, een uitvraag gedaan bij de pledgehouders (zie bijlage 23). De antwoorden laten een positief beeld van de voortgang van de pledges zien. Het merendeel van de pledgehouders geeft aan op koers te liggen met de uitvoering van de activiteiten in hun pledge. Veel pledges kennen naar eigen zeggen een hoog bereik. Ook ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden binnen en buiten het eigen domein. Positief zijn het enthousiasme en de motivatie die zijn ontstaan door deelname aan Alles is gezondheid.... Kritiekpunten zijn ondermeer het gebrek aan financiële middelen en de vrijblijvendheid van de pledges. Twee op de vijf pledgehouders hebben plannen voor nieuwe activiteiten in het kader van Alles is gezondheid....

Samengevat kunnen we concluderen dat de meeste overheidsprogramma’s en beleidsvoornemens binnen het NPP op schema liggen, dat het aantal betrokken maatschappelijke partners bij het NPP ook in 2015 is uitgebreid, dat er meer samenwerking tot stand komt tussen de verschillende domeinen en dat er een start is gemaakt met het opschalen van de activiteiten. Wat dit heeft betekend voor de maatschappelijke ontwikkeling die we tot stand willen brengen, zal in maart zichtbaar worden in de NPP-monitor van het RIVM. Het is voor ons echter nu al duidelijk dat we in 2016 fors moeten inzetten op opschalen en borgen. Tijdens de derde conferentie Alles is gezondheid... op 9 maart aanstaande, bespreken we met onze partners wat zij daaraan kunnen bijdragen. Het is van groot belang dat de basis van het programma, dat van onderop is georganiseerd, niet teniet wordt gedaan door van bovenaf de initiatieven door de standaard overheidstrechter te duwen, waarmee het programma energie, draagvlak en vaart verliest. Cruciaal is om, met behoud van het goede, op te schalen en te borgen voor de toekomst.

4. Plannen voor het derde programmajaar (2016): «oogsten en zaaien»

Gemeenten/wethouders

In een bijeenkomst laten we betrokken wethouders (en dat zijn niet alleen de wethouders volksgezondheid) zien welke mogelijkheden zij hebben om een bijdrage te leveren aan de gezondheidsdoelen, en hoe het programma hen hierbij kan helpen. Uitgangspunt is de Landelijke nota gezondheidsbeleid die we in december hebben gepubliceerd. We laten ze de kansrijke interventies, maatregelen, ervaringen en instrumenten zien die voortkomen uit de pledges, diverse preventieprogramma’s en beleidsmaatregelen zoals Gezond in... en GIDS (lokale aanpak gezondheidsachterstanden), kans voor de veenkoloniën, JOGG, sport en bewegen in de buurt, stimuleringsprogramma publieke gezondheid, Healthy Pregnancy 4 All, de participatiewet, de omgevingswet en aanpak Gezonde school.

Schoolbestuurders

In 2016 worden een landelijk congres en enkele regionale bijeenkomsten georganiseerd over de Gezonde School. Om de verantwoordelijkheid bij het onderwijs te laten, wordt dit gecoördineerd door de onderwijsraden (koepels van schoolbesturen) in nauwe samenwerking met onder andere het programmabureau Alles is gezondheid.... Dit is een prima gelegenheid om de opbrengsten van het NPP die relevant zijn voor scholen te etaleren en onder de aandacht te brengen van de direct betrokkenen waaronder schoolbestuurders. Daarbij zal ook aandacht zijn voor wat andere sectoren voor de gezondheid op scholen kunnen betekenen, bijvoorbeeld de inzet van jeugdgezondheidszorg bij schoolverzuim en de samenwerking met het bedrijfsleven ter voorbereiding op een gezonde uitoefening van beroepen in het kader van duurzame inzetbaarheid.

Werkgevers

We willen samen met het Ministerie van SZW een bijeenkomst organiseren waarin werkgevers elkaar, met goede praktijkvoorbeelden, inspireren om op een praktische en laagdrempelige manier aan de slag te gaan met gezondheid en vitaliteit op de werkvloer. Er zijn in het Programma Duurzame inzetbaarheid en in het NPP Alles is gezondheid... mooie voorbeelden opgehaald die navolging verdienen. Daarnaast organiseert de stichting JOGG, in opdracht van het Ministerie van SZW, inspiratiebijeenkomsten voor bedrijven in gemeenten.

Zorgverzekeraars/zorgaanbieders

We vragen de partijen van de Agenda voor de Zorg om samen met ons een bijeenkomst te organiseren om zorgverzekeraars en zorgaanbieders te wijzen op mogelijkheden die zij hebben om meer in de zorg aan preventie te doen. Samenwerking met partners buiten het zorgdomein is daarbij relevant. Ervaringen en instrumenten die zijn ontwikkeld in het traject Preventie in de Buurt (RIVM, NHG, LHV), proeftuinen populatiemanagement, infrastructuur gezonde wijk, Healthy Pregnancy 4 All en preventie in het zorgstelsel, kunnen daarbij aan de orde komen.

Naar een regionale netwerk aanpak

De netwerkbenadering van Alles is gezondheid... wordt op alle niveaus geactiveerd: landelijk, regionaal en lokaal. In 2016 gaan we dan ook verder met de vorming van regionale netwerken rond het thema preventie en gezondheid. Het programmabureau heeft daarmee in 2015 een begin gemaakt door het aanhaken van twee bestaande regionetwerken die domeinoverstijgend werken aan gezondheid: CIC West-Brabant en HANNN in Noord Nederland. In 2016 worden ook andere regio’s aangesloten. Daarmee wordt de stap naar de borging van gezondheid en preventie in de directe omgeving van mensen gemaakt.

Opmaat naar het vervolg na 2017

Op 9 maart zijn alle partijen bijeen en de centrale vraag is hoe we meer kunnen werken aan opschaling en borging. Ook na 9 maart kunnen partijen hiervoor ideeën aandragen. Parallel daaraan en in aanvulling van de hierboven genoemde activiteiten, organiseren wij denktanks waarbij verschillende partijen (jongeren, innovators, gemeenten, ouderen) wordt gevraagd mee te denken. Wij zullen na de zomer 2016 uw Kamer informeren over de concrete vervolgstappen om te komen tot opschaling en borging van de activiteiten.

Meer nadruk op innovatie

Technologische ontwikkelingen (eHealth) veranderen het denken en doen met betrekking tot preventie. In het programma Alles is gezondheid... willen we daarop de komende tijd sterker op aansluiten en deze ontwikkelingen bijvoorbeeld verbinden met de pledges. Innovaties bieden nieuwe handvaten om gezondheid een vanzelfsprekend onderdeel te maken van het alledaagse leven en daarmee duurzaam te borgen. Ondersteunende tools en informatie (websites, apps wearables) zijn voor iedereen beschikbaar en kunnen 24/7 – op begrijpelijke wijze – feedback geven over de eigen gezondheid of bewust maken van gezondheidsrisico’s. Hierdoor is preventie niet meer een onderwerp dat af en toe terugkomt in de spreekkamer, maar iets waar je zelf mee aan de slag kunt in je buurt, op je school, op je werk en in je (sport)vereniging.

Als we willen dat we gezond blijven in de toekomst, moeten we open staan voor deze nieuwe ontwikkelingen. Als we kansen benutten zal vernieuwing leiden tot betere en betaalbare zorg en vooral: een vitaal leven voor alle mensen. In de voortgangsrapportage eHealth en zorgvernieuwing (d.d. 8 oktober 2015) is een scala aan acties beschreven waaraan wij werken, en waarover wij uw Kamer de komende zomer over de voortgang zullen informeren.

5. Vervolg

Eind maart ontvangt uw Kamer van ons, zoals gebruikelijk, de uitkomsten van de NPP-monitor (peildatum 1 januari 2016) en het verslag van de jaarlijkse conferentie Alles is gezondheid... (9 maart 2016). Na de zomer 2016 zullen wij uw Kamer infomeren over onze ideeën voor de volgende fase van het programma (2017–2019).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

ActiZ, CSO, GGD GHOR Nederland, GGZ Nederland, KNMG, LHV, Ineen, NFU, NPCF, NVZ, OMS, VGN, V&VN, ZN.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl