32 317 JBZ-Raad

33 943 EU-voorstellen: Visapakket COM (2014) 163, 164 en 165

Nr. 249 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 13 augustus 2014

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 4 juni 2014 overleg gevoerd met Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie over:

  • de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 28 mei 2014 met de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 5 en 6 juni 2014 en een monitoringsoverzicht van JBZ-dossiers (2e kwartaal 2014) (Kamerstuk 32 317, nr. 235);

  • de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 18 maart 2014 met het verslag van de JBZ-raad van 3 en 4 maart 2014 te Brussel (Kamerstuk 32 317, nr. 222);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 3 maart 2014 ter aanbieding van het EASO-rapport over de asielsituatie in Bulgarije (Kamerstuk 32 317, nr. 218);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 4 april 2014 over de uitkomsten van de quickscan Slimme Grenzenpakket (Kamerstuk 33 614, nr. 4);

  • het EU-voorstel d.d. 14 april 2014 over Visapakket COM (2014) 163, 164 en 165;

  • de brief d.d. 15 mei 2014 van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ter aanbieding van het UNHCR-rapport over de asielsituatie in Bulgarije (Kamerstuk 32 317, nr. 234);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 mei 2014 over het fiche Verordening rondreisvisum (Kamerstuk 33 943, nr. 2);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 mei 2014 over het fiche Herschikking en wijziging Verordening Visumcode (Kamerstuk 33 943, nr. 3);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 2 juni 2014 over Europese ontwikkelingen landeninformatie (Kamerstuk 19 637, nr. 1830).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Jadnanansing

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Knops

De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Hessing-Puts

Voorzitter: Jadnanansing

Griffier: Tielens-Tripels

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Azmani, Fritsma, Gesthuizen, Van Hijum, Jadnanansing en Maij,

en Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

Aanvang 12:00 uur.

De voorzitter: Het onderwerp van dit Algemeen Overleg is de JBZ-Raad van 5 en 6 juni 2014. Ik wijs erop dat we tijdens dit reguliere AO in het kader van het behandelvoorbehoud op het Visapakket ook afspraken moeten maken met het kabinet over een drietal onderwerpen: de wijze van informatieverstrekking door het kabinet over het Visapakket, het verloop van de onderhandelingen en van de wetgevingsprocedure van het pakket, en eventueel een vervolgoverleg.

Ik heet de Staatssecretaris en zijn ambtenaren, het publiek en mijn collega's van harte welkom. De spreektijd is vier minuten en men heeft twee interrupties.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. We praten regelmatig over asiel- en immigratievraagstukken in relatie tot de Europese Unie, maar de praktijk heeft allang bewezen dat zaken als een gemeenschappelijk Europees asielbeleid of de bewaking van de EU-buitengrenzen een lachertje zijn. Migranten worden door de EU niet tegengehouden, maar massaal naar Europese havens geleid. Mensensmokkel kan niet beter gefaciliteerd worden. Sterker nog, volgens Italiaanse veiligheidsdiensten dalen de tarieven van mensensmokkelaars, omdat migranten niet meer helemaal naar de Europese kust gebracht hoeven te worden. De pendeldienst van de EU neemt het vervoer halverwege de overtocht immers gewoon over. De Staatssecretaris heeft eerder gezegd dat dit niet de bedoeling is. Het zou wel degelijk de bedoeling zijn om boten met migranten tegen te houden. Erkent de Staatssecretaris dat dit in de realiteit gewoon niet gebeurt? Maakt hij wel duidelijk kenbaar dat dit onacceptabel is?

Als de migranten vervolgens in Italië zijn, gaat het ook daar mis. Dit land laat ze gewoon lopen naar de rest van Europa of dreigt daar in ieder geval mee. Het is duidelijk dat veel mensen die nu in Nederland aankomen, niet in Italië geregistreerd zijn. Hoe is de Staatssecretaris daarmee omgegaan? Vervolgens gaat het ook buiten Italië mis.

Door het verbod op grenscontroles komen migranten ongecontroleerd ons land binnen. Het maakt niet uit dat ze helemaal geen papieren hebben. Op last van de EU zijn we een zoete inval geworden voor iedereen die binnen wil komen. Het is al met al geen beste stand van zaken. Daarom roep ik het kabinet nogmaals op om het falen van de EU te erkennen en ervoor te zorgen dat Nederland niet langer gebonden is aan alle Europese regels en richtlijnen voor immigratie en asiel. De ontwikkelingen van de laatste tijd hebben gewoon bewezen dat deze regels en richtlijnen desastreus uitpakken.

Hoewel dit mijn hoofdboodschap is, wil ik ook nog stilstaan bij enkele andere specifieke punten, waaronder het Visapakket. De PVV-fractie hecht er waarde aan hierover maximaal geïnformeerd te worden omdat zij zich er zorgen over maakt. Het Visapakket moet het reizen naar en binnen de EU makkelijker maken, maar met het nieuwe rondreisvisum dat nu geïntroduceerd dreigt te worden, kun je gedurende een heel jaar in het Schengengebied reizen. Een jaar! Dit doet afbreuk aan het gangbare karakter van een visum, namelijk dat het bedoeld is voor kort verblijf. Ik hoor graag een reactie hierop van de Staatssecretaris. Normaal gesproken moet iemand een verblijfsvergunning aanvragen als hij verblijf voor een heel jaar wil hebben, en daarbij zijn de toelatingscriteria uiteraard zwaarder. Hoe groot acht de staatsecretaris de kans dat illegaal verblijf toeneemt onder mensen die op een visum binnenkomen maar niet meer weggaan? De PVV heeft ook geen vertrouwen in de visumverlening door bijvoorbeeld Italië. Nederland maakt zich daar nu toch weer van afhankelijk. Hoe ziet de Staatssecretaris dit?

Een ander punt betreft de contacten met België. We hebben het er eerder over gehad dat België veel vaker het verblijfsrecht intrekt van EU-onderdanen die niet aan het inkomensvereiste of het openbare-ordevereiste voldoen. Kennelijk draait dat in België veel beter dan in Nederland. Wat is er uit de contacten met België voortgekomen, hoe leert het kabinet daarvan en is dit inmiddels al vertaald in meer intrekkingen van het verblijfsrecht van EU-onderdanen in Nederland?

De heer Azmani (VVD): Voorzitter. Over illegale immigratie in de EU spreken we straks in het volgende AO, dus dat onderwerp zal ik daar bespreken. Ik ga snel door naar het Visapakket en de twee nieuwe voorstellen. Van de aanpassing van de Visumcode en de introductie van een rondreisvisum kan ik de economische voordelen wel inzien, maar het is de vraag of deze voordelen opwegen tegen andere zaken. De aanleiding voor het opstellen van het nieuwe pakket is eigenlijk een eenzijdige benadering, namelijk het toerisme en het bevorderen daarvan. Zo heb ik het in ieder geval opgevat. Maar de andere zijde van de medaille, dus het voorkomen van malafide reizigers en het veiligheidsvraagstuk, komt nauwelijks naar voren. Ik mis daar echt de balans in. Ook bekruipt me het gevoel dat de nieuwe voorstellen vooral prematuur zijn. Ze lopen vooruit op het Slimme Grenzenpakket, waarbij we het hebben over een Registered Traveller Programme (RTP) en een Entry/Exit System (EES), waarmee je kunt vaststellen of iemand malafide of bonafide is. Zo zie ik dat eigenlijk. Is de Staatssecretaris met mij van mening dat de voorstellen mogelijk te prematuur zijn omdat dit nu lastig is vast te stellen? Dan zit je bijvoorbeeld met een meervoudig reisvisum dat je voor drie jaar wilt afgeven, terwijl in het Visa Information System (VIS) geregistreerd is dat de twee visa rechtmatig zijn gebruikt. Hoe kun je dan nog vaststellen of er overstay heeft plaatsgevonden?

Ook sta ik zeer sceptisch tegenover het afschaffen van de verplichte reisverzekering. Ik zag daarover ook al iets terugkomen in het fiche. Mijn vraag is dan wie de zorgkosten in Nederland gaat betalen, mocht iemand zonder reisverzekering hier moeten worden behandeld. Ook bij de vrijstelling van visumleges en de versoepeling van de regels voor het gebruikmaken van externe dienstverleners moet ik me toch eerst achter de oren krabben met de vraag of dat nou nodig is. Bij de handhaafbaarheid van het rondreisvisum heb ik grote vraagtekens. Kortom, is de Staatssecretaris bereid een wat kritischer houding aan te nemen? Is hij tevens bereid de Kamer nadrukkelijk te blijven informeren over de behandeling van de voorstellen in de diverse gremia en over het verloop van het proces, zodat de Kamer voldoende wordt meegenomen?

Ik kom op het Slimme Grenzenpakket. Ik dank de Staatssecretaris voor het doen toekomen van de uitkomsten van de quickscan. Er zijn voldoende «go/no go»-momenten. Nogmaals vraag ik of de Staatssecretaris bereid is om de Kamer vroegtijdig te informeren over de inzet van Nederland op de verschillende beslismomenten.

Op de agenda staat ook het laatste verslag van de Schengengovernance. Het aantal onrechtmatige grensoverschrijdingen is fors toegenomen, met 100%. Dat vind ik eigenlijk wel erg schokkend. Uit het onderzoek blijkt ook dat van sommige migranten geen vingerafdrukken worden genomen. We hebben daarover ook gesproken in het vorige AO. Ik heb daar onder meer iets gezegd over Italië. Het nemen van vingerafdrukken is volgens de Eurodac-verordening wel verplicht. Ik zou toch wel willen dat de Staatssecretaris er een punt van maakt in de JBZ-Raad, want het is het faillissement van het Europese asielbeleid als lidstaten hun verplichtingen niet nakomen. De Staatssecretaris heeft dit zelf ook zo aangegeven. Ik vraag me dan ook af wat de mogelijkheden in dat kader zijn. Is er een interventieladder om lidstaten te dwingen? Wat mij betreft moet er daarbij ook een ultieme sanctie zijn, namelijk die landen uit Schengen plaatsen.

Ik kom op de asielsituatie in Bulgarije. Ik stel vast dat de Staatssecretaris het coulancebeleid in ieder geval heeft laten varen op basis van de nieuwe rapporten. Dat lijkt mij een goede insteek. Ik zie dat er toch nog wel bijzondere aandacht is voor kwetsbare asielzoekers. Verschilt Bulgarije in dat kader nog van andere lidstaten?

In het verslag van de bijeenkomst van 3 en 4 maart wordt gerept over een visumvrijstelling. Zestien landen, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten, maar ook landen als Peru en Colombia, worden op een positieve lijst geplaatst. Ik wil de Staatssecretaris meegeven dat hierbij sprake moet zijn van een bepaalde mate van terughoudendheid, te meer daar ik uit de analyses van Frontex moet lezen, en ook terugzie in de quickscan van de Slimme Grenzen, dat steeds meer illegale vreemdelingen afkomstig zijn uit visumvrije landen. Heeft dat dan te maken met het systeem van visumvrije landen of zijn er specifiek landen aanwijsbaar waar illegale migratie voorkomt? Als die landen aanwijsbaar zijn, zou je je moeten afvragen of de visumvrijstelling van die landen daadwerkelijk gehandhaafd moet worden. Dat weet ik dus niet, maar ik haal het ook niet uit het verslag. Ik merk het gewoon op.

Tot slot kom ik op een belangrijk punt, waarover ik ook vragen heb omdat het niet duidelijk uit het verslag blijkt. Er wordt in het verslag in ieder geval gememoreerd dat de Commissie met enkele lidstaten in gesprek is over het activeren van de artikel 33-procedure van de Dublinverordening. Volgens mij is dat eigenlijk een soort noodremprocedure. Welke gevolgen heeft dat voor Nederland, vraag ik vrij neutraal.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Ik begin met Bulgarije, waar we het de laatste tijd vaak over hebben gehad. Er worden lichte verbeteringen geconstateerd door het European Asylum Support Office (EASO) en Dublinoverdrachten vinden dan ook weer volop plaats. Toch zit dat mij nog helemaal niet lekker, ondanks dat de Staatssecretaris en Bulgarije zelf aangeven dat het eigenlijk allemaal best goed loopt en daarbij ook stellen dat de bevindingen van Human Rights Watch niet waar zijn. Ik vraag me af wie er dan gelijk heeft, want ook VluchtelingenWerk, Amnesty en de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) onderschrijven de zorgen die mijn fractie en Human Rights Watch hebben. Bovendien wordt door de UNHCR aangegeven dat er nog steeds een heleboel te verbeteren valt. Of moet ik de geruststellende woorden van de Staatssecretaris zo opvatten dat hij eigenlijk zegt: nu ja, asielzoekers lopen in Bulgarije in ieder geval geen structureel gevaar?

Grenswachters zouden geen geweld hebben gebruikt, maar toch lees ik in het verslag van de laatste JBZ-Raad dat Frontex een stijging ziet van het aantal beschuldigingen van schendingen van fundamentele mensenrechten door diezelfde grenswachters. Dat was dus niet in Bulgarije? Moet ik dat zo opvatten? Waar was dat dan wel, vraag ik de Staatssecretaris. Ik dacht dat Frontex allang werk had gemaakt van de aanpak van mensenrechtenschendingen. Ik kon zelf helaas niet mee op werkreis naar Bulgarije, maar van diverse commissieleden die wel zijn mee geweest heb ik andere signalen opgevangen, namelijk dat er wel degelijk sprake is van het gebruik van geweld.

Als klap op de vuurpijl berichtte ECRE op 4 april 2014 dat de Europese Commissie op 1 april aan de JBZ-Raad heeft laten weten een inbreukprocedure te starten tegen Bulgarije en Italië wegens mogelijke schending van artikel 3 EVRM tegenover Syrische vluchtelingen. Kan ik hier meer over horen van de Staatssecretaris? Ik neem aan dat het in ieder geval uitgebreid besproken gaat worden. Ik hoop dat de Staatssecretaris begrijpt dat er door de tegenstrijdige berichten bij mij zeer grote twijfels bestaan over de humane uitvoering van het asielbeleid door Bulgarije.

De heer Azmani (VVD): Ik merk op dat mevrouw Gesthuizen dit heeft gehoord van andere leden die wel mee op werkbezoek zijn gegaan naar Bulgarije. Ik ben ook meegegaan, maar ik heb niet kunnen vaststellen dat er geweld zou worden gebruikt. Het is lastig zo te moeten debatteren. Ik vind dat de mensen die zijn meegegaan en dit hebben geconstateerd het zelf maar moeten uitspreken. Overigens is er volgens mij ook een conceptverslag van het werkbezoek en ik heb het daar ook niet in terug kunnen vinden.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik hoor echt geen vraag. Ik zie dit als extra spreektijd voor de heer Azmani.

De heer Azmani (VVD): Het heeft niets met spreektijd te maken. Vindt mevrouw Gesthuizen het dan niet lastig voor de Staatssecretaris om te moeten reageren op feiten die mogelijk niet eens kloppen?

Mevrouw Gesthuizen (SP): Nee, dat vind ik niet lastig. Ik heb heel duidelijk gezegd dat ik zelf niet ben mee geweest op werkbezoek, maar dat ik van diverse commissieleden wel heb begrepen dat zij deze zorgen hebben omdat zij daar hebben gehoord dat er wel degelijk geweld is gebruikt. Zij hebben dat zelfs van Frontex-leden zelf gehoord. Ik zeg niet dat het in een officieel verslag komt te staan, maar dit is wat ik heb gehoord. Als de Staatssecretaris daar het fijne van weet en er zelf uitgebreid op werkbezoek is geweest, mij daar alles over kan vertellen en die zorg kan wegnemen, dan sta ik daar uiteraard altijd voor open.

Voorzitter. In het verlengde hiervan wil ik ook graag een update van de hervestiging van Syriërs en de opvang in de regio. Hoe staat het daar nu mee? Wat is de situatie? Ik ben erg benieuwd naar de uitwerking van het voornemen van de Commissie over de relocatie van erkende vluchtelingen. Wat is de stand van zaken van de gezamenlijke behandeling van asielverzoeken en het delen van opvangplaatsen? Welke consequenties heeft dit voor de Syrische vluchtelingen en, weer iets anders, welke consequenties heeft dit voornemen van de Commissie voor de Dublinverordening?

Ik kom op de uitkomsten van de quickscan Slimme Grenzen. Ruim een jaar geleden hebben we gesproken over het Slimme Grenzenpakket en ik vroeg mij toen sterk af hoe slim dat pakket nu eigenlijk was. Immers, verkort het de wachtrijen wel, zal het wel zorgen voor het terugdringen van onrechtmatig verblijf en zal het wel zorgen voor meer terugkeer? Is het bovendien niet onnodig privacyschendend? Hebben de huidige databases hun nut wel voldoende aangetoond? Er zijn nog veel te veel onzekerheden voor nieuwe systemen, waarvan bovendien de kosten onduidelijk zijn en blijven, volgens de quickscan. Overigens werd uit de quickscan alleen duidelijk dat de impact van de voorstellen niet goed in kaart zijn te brengen. Daar wordt gelukkig wel mee aan de slag gegaan. Als de resultaten duidelijk zijn, ga ik ervan uit dat de Kamer er met de Staatssecretaris nog eens grondig over kan spreken.

Tot slot kom ik op het Visapakket. Volgens mij is de voornaamste ondertoon van het hele pakket dat het gericht is op economische groei. Hoe logisch dat ook is, er zal geen enkele partij tegen zijn, het verhoudt zich toch een beetje vreemd tot bepaalde andere maatregelen, waarvoor door de Europese Unie, althans door een heel aantal politieke partijen in de Unie, wordt gepleit, namelijk maatregelen gericht op het terugdringen van illegale migratie. Ik heb een aantal zorgpunten en ik sluit me in ieder geval aan bij de vraag die de heer Azmani heeft gesteld over het opheffen van de verplichting om een reisverzekering te hebben. Kan de Staatssecretaris ingaan op de vraag hoe hij daar zelf tegenaan kijkt en wat de mogelijke risico's zouden kunnen zijn?

Verder vraag ik me af of de Kamer de reacties van de consuls, die allemaal geconsulteerd zijn over dit plan, mag ontvangen. Kan de Staatssecretaris daarvoor zorgen? Anders ga ik zelf speuren, maar wellicht is de Staatssecretaris er zelf ook over geïnformeerd. Hoe zit het verder met de fraudegevoeligheid van derden die de diensten voor het consulaat uitvoeren? Het is nu al praktijk dat derden deze diensten doen, maar we gaan dat formaliseren met dit plan. Is er onderzoek gedaan naar de fraudegevoeligheid van dat systeem? Want als het normaler gaat worden om dat te doen en we legitimeren dat, dan is het natuurlijk wel nodig om dat heel scherp voor ogen te hebben. Ik kan me voorstellen dat daarin toch wel wat misstanden te ontdekken zijn. De Commissie zou het voorstel doen omdat de tenuitvoerlegging op lokaal niveau beter kan. Dan vraag ik me af waaruit volgens de Staatssecretaris, waaruit volgens het kabinet, zou moeten blijken dat met dit voorstel de tenuitvoerlegging op lokaal niveau ook daadwerkelijk beter wordt. Ik heb het er nog niet in kunnen ontdekken.

Ik vraag me ook af wat de relatie is van deze plannen van de Commissie met de plannen van individuele landen om verblijfsvergunningen en paspoorten te gaan verkopen. Ik weet dat dit mijn terminologie is, maar ik noem dat het verkopen van verblijfsvergunningen en paspoorten. Hoe moet ik dit nou zien in relatie tot deze plannen en, een obligate vraag, hoe gaat de Staatssecretaris de Kamer informeren? Gaan wij voortaan voorafgaand aan iedere JBZ-Raad horen wat de inzet van dit kabinet zal zijn?

Mevrouw Maij (PvdA): Voorzitter. Ik zou willen beginnen met een brief die ons vorige week bereikte, waarvan de inhoud een belangrijke stap is in het echt gezamenlijk maken van het Europese asielbeleid, namelijk de aanzet tot een algemeen ambtsbericht op Europees niveau. Ik lees in de brief over een gezamenlijke analyse met betrekking tot Somalië en een daadwerkelijk Europees ambtsbericht over Libië. We lezen dat Nederland in deze processen een belangrijke rol speelt en we willen daarmee zowel het Ministerie van Veiligheid en Justitie als dat van Buitenlandse Zaken complimenteren. De Staatssecretaris geeft aan welke landen meedoen, maar kan hij ook aangeven wat de rol is van landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk? Die landen komen nog niet op het lijstje voor, maar kennen toch ook een grote instroom? En hoe staat het bijvoorbeeld met de samenwerking met Italië, het land dat het laatste jaar zeker een hoge instroom heeft?

Het volgende punt dat belangrijk is voor een gezamenlijk Europees asielbeleid is de taskforce Middellandse Zee. De PvdA zou graag willen weten wat de stand van zaken is van de taskforce. Heeft de Staatssecretaris al concrete indicaties hoe het met de uitwerking gaat? Welke onderdelen zijn er nu precies operationeel? De PvdA deelt ook wel een beetje de frustratie, zoals die door Commissaris Malmström naar voren wordt gebracht, namelijk dat zich na het voorstel van de taskforce toch nog heel veel tragedies hebben voorgedaan. De PvdA zou dan ook graag zien dat er sneller en acuter actie wordt ondernomen om te voorkomen dat zich toch weer tragedies voordoen in de Middellandse Zee. Dit is een situatie die Europa echt zou moeten tegengaan. We willen er dan ook bij de Staatssecretaris op aandringen dat dit in de eerstvolgende JBZ-Raad weer een punt van aandacht wordt. We moeten niet alleen maar naar elkaar wijzen, maar nu ook echt aanpakken.

Een ander punt van aandacht bij het Europees asielbeleid is de situatie van asielzoekers in Bulgarije. Gelukkig signaleert de UNHCR een verbetering in de opvang en in de asielprocedure in Bulgarije. Dat hebben we zelf ook kunnen constateren tijdens ons werkbezoek. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de laatste stand van zaken is? Want naast die constatering dat het verbeterd is, signaleren ook de hulporganisaties dat er nog zorgen zijn. Er zou sprake zijn van pushbacks en van onheuse bejegening door grenswachten. Welke signalen heeft de Staatssecretaris hierover? Kan hij ons aangeven welke acties er nu plaatsvinden om Bulgarije verder te ondersteunen bij het op orde krijgen van de asielvoorziening, de opvang en het proces? Deelt hij de mening dat er nog terughoudend gekeken moet worden naar een Dublinoverdracht, zeker met betrekking tot extra kwetsbare asielzoekers, zoals zieke asielzoekers, gezinnen met kinderen en ouden van dagen? En hierop aansluitend: hoe is het met Italië gesteld? Wordt er ook gesproken over ondersteuning van Italië, aangezien Italië inmiddels een aantal malen de noodklok heeft geluid. Wordt er ook met Italië op eenzelfde manier samengewerkt om de procedure en de opvang daar te verbeteren?

Net als de collega's heb ik een aantal opmerkingen over het Visapakket dat de Europese Commissie gepresenteerd heeft. Een belangrijk onderdeel is de wijziging van de Visumcode. De PvdA is positief over het voorstel. Er zijn meerdere wijzigingen die de visumprocedures zullen bekorten en vereenvoudigen. Het is belangrijk dat de toegang vergemakkelijkt wordt voor de bonafide reizigers, mensen die hier bijvoorbeeld komen in het kader van toerisme, economie of werkgelegenheid. De PvdA vindt dat lidstaten er zo veel mogelijk aan moeten doen om het visumproces eenvoudig in te richten, maar ook om het serviceverlenend te laten zijn en het in alle Europese landen hetzelfde te laten zijn. Want dat moet de kern van het Europese visumbeleid zijn. Verdere harmonisatie is dan ook iets waar wij instemmend naar kijken.

De PvdA leest dat het kabinet een zogenaamde verplichte vertegenwoordiging te ver vindt gaan. Kan het kabinet dit standpunt iets nader onderbouwen en de risico's noemen die worden gezien? De PvdA constateert dat er nu ook al regelmatig sprake is van vertegenwoordiging door of voor andere lidstaten. Hoe wordt gewaarborgd dat er dan voldoende rechtsbescherming is, ook in de juridische procedure? Nu moeten mensen in een ander land naar ander recht procederen als een visum wordt afgewezen. Dit kan behoorlijke praktische complicaties hebben. In welke mate zorgen deze voorstellen er nu voor dat de procedures echt beter geharmoniseerd worden?

De PvdA leest ook dat het kabinet wil dat de voorstellen niet ten koste gaan van het bestrijden van illegale migratie. Mijn collega's hebben er ook al op gewezen. Heeft het kabinet de indruk dat dit wel gebeurt met het huidige voorstel en, zo ja, kan het dan toelichten wat er concreet wordt gedaan om illegale migratie tegen te gaan?

Tot slot sluit ik me aan bij de vragen die zijn gesteld over het rondreisvisum. De PvdA deelt de opvatting van het kabinet dat het nuttig kan zijn, maar dat handhaving hierbij een belangrijk punt is. Welke risico's ziet het kabinet hierbij?

De vergadering wordt van 12.27 uur tot 12.45 uur geschorst.

Staatssecretaris Teeven: Voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn.

Het overleg van donderdagmorgen 5 juni zal met name over de asielportefeuille gaan. Op 6 juni wordt over de andere onderwerpen gesproken. Een belangrijk onderwerp is natuurlijk de Taskforce voor het Middellandse Zeegebied, waar de heer Fritsma over sprak en mevrouw Maij vragen over stelde. Ook Bulgarije zal onderwerp van bespreking zijn op deze JBZ-Raad.

De heer Fritsma heeft gevraagd of ik in de JBZ-Raad namens Nederland steeds de problematiek kenbaar maak. Ja, dat doe ik. Er zijn natuurlijk, mede naar aanleiding van het drama met 247 doden bij Lampedusa, afspraken gemaakt door de lidstaten over de vraag hoe om te gaan met noodsituaties in de Middellandse Zee. Het uitgangspunt is ook dat migranten, die geen bescherming behoeven, in beginsel worden teruggebracht naar het land van vertrek.

Het is op dit moment feitelijk heel ingewikkeld om mensen terug te zetten op de kust van Libië. De heer Fritsma constateert dat juist en we kunnen het allemaal constateren. Het terugbrengen zou een uitgangspunt kunnen zijn, maar we doen het op dit moment niet. We zullen dit ook in de JBZ-Raad gaan bespreken. We zullen ook bekijken wat we kunnen doen rondom de instabiele landen in Noord-Afrika om, ik heb het al eerder gezegd, ervoor te zorgen dat er niet een vorm van pendeldienst ontstaat, waarbij de Italiaanse kustwacht mensen op bootjes aantreft en die naar de Siciliaanse kust brengt. Maar we bekijken ook wat we nog meer kunnen doen dan alleen dat, want het is een vrij onbevredigende uitkomst als al die mensen op de kust van Sicilië worden gezet en zich dan vervolgens over de rest van Europa verspreiden. Laat dat helder zijn. Dat is ook iets waar ik aandacht voor vraag, maar het is wel iets wat we met heel veel mensen tegelijk moeten oplossen. Daarbij helpt het ons niet als Nederland een geïsoleerde positie inneemt. We gaan in het volgende AO tussen 14.00 uur en 15.00 uur in de tweede termijn nog spreken over de aanwas van Eritreeërs en dan zullen we er ongetwijfeld op terugkomen.

Ik meld de heer Fritsma dat in de onlangs aangenomen Frontex-verordening op zich wel voldoende waarborgen zijn opgenomen dat lidstaten rekening moeten houden met situaties in derde landen en dat ze de te nemen stappen ook duidelijk met migranten communiceren. Deze waarborgen zijn opgenomen in de Frontex-verordening en vloeien ook voort uit het Hirsi-arrest, dat is gewezen door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Je kunt geen mensen terugsturen van wie je niet weet of ze nou wel of niet bescherming nodig hebben. In feite is dat het basale probleem dat ook uit het Hirsi-arrest naar voren komt. Dat maakt het ook buitengewoon ingewikkeld om mensen per kerende post terug te zetten op de kusten van Noord-Afrika.

Voorzitter, ik zie de heer Van Hijum binnenkomen. Is het wellicht een goed idee dat de heer Van Hijum nog de kans krijgt zijn betoog in eerste termijn te houden?

De voorzitter: Dat kan procedureel niet, helaas. De heer Van Hijum krijgt in de tweede termijn iets meer spreektijd.

Staatssecretaris Teeven: De heer Fritsma heeft ook gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot België. Dit is een heel ander onderwerp en niet echt een onderwerp van de JBZ-Raad, maar uiteraard wel een onderwerp dat mij bezighoudt. We zijn ook op bezoek geweest in België naar aanleiding van de discussie. Ik heb contact gehad met collega De Block en medewerkers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van mijn departement zijn op bezoek geweest in België. Het Belgische systeem verschilt fundamenteel van het Nederlandse systeem, zeker als het gaat om het praktische punt van de koppeling tussen de sociale verzekeringssystemen en de immigratiesystemen. De Wet bescherming persoonsgegevens laat op dit moment de koppeling niet toe tussen systemen van de sociale zekerheid en de immigratiesystemen in verband met het doelbindingsprincipe. Het systeem is dus ook niet een-op-een te kopiëren. Dat was wellicht zinvol geweest, maar dat kunnen we niet doen. Als het om dit onderwerp gaat, zit ik op de tweede rij, maar de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bezig met een wettelijke omkeerregeling. Deze wet moet ervoor gaan zorgen dat het verblijfsrecht wordt getoetst voordat de bijstand wordt uitgekeerd. Dat helpt niet alles, maar het helpt wel wat. We hebben wel kennisgenomen van de ervaringen. Het leek een goed verhaal, maar het is wel ingewikkeld. Als je het echt zou willen doen, moet je het doelbindingsprincipe loslaten die nu in de Wet bescherming persoonsgegevens staat.

Velen hebben vragen gesteld over het Visapakket. Ik hecht eraan te zeggen dat dit een eerste lezing is. Het is een eerste presentatie en het is buitengewoon prematuur allemaal. Wij hebben ook gezegd dat we de voordelige kanten zien, waar mevrouw Maij ook aandacht voor vraagt. Wij zien zeker voordelen voor toerisme en economische ontwikkeling, maar wij zeggen dat we alleen maar bereid zijn in te stemmen met de introductie van het rondreisvisum als we ook de handhaving en de controle kunnen waarborgen. Het rondreisvisum voorziet nu wel voor een bepaalde categorie reizigers in een behoefte, waarbij er extra kansen zijn, precies zoals de heer Azmani dat zegt, maar er zijn ook wel grote risico's aan verbonden. De heer Azmani en ook anderen vroegen of dit leidt tot meer misbruik en meer illegaliteit. Dat zijn serieuze vragen. We zullen er dus ook scherp op zijn als de inhoudelijke behandeling plaatsvindt in de Europese Commissie. Op zich steunt Nederland de gedachte dat niet elke aanvraag onder een vergrootglas gaat. Het is een goede zaak als wij visa soepel kunnen verlenen aan mensen van wie van tevoren vaststaat dat ze bonafide zijn, en het biedt ook de mogelijkheid om onbekende eerste reizigers zorgvuldiger te beoordelen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik wil graag dat de Staatssecretaris uitlegt op welke punten de eerste aanvragen zorgvuldiger zouden kunnen worden beoordeeld.

Staatssecretaris Teeven: Mevrouw Gesthuizen heeft dat in haar inbreng ook in verband gebracht met de andere al bestaande regeling. Je zou het natuurlijk kunnen toetsen. Van mensen die veelvuldig een visum aanvragen en die altijd bonafide blijken te zijn, kun je je afvragen of je die iedere keer op dezelfde wijze moet behandelen. Dat doet de IND natuurlijk nu al in het reguliere migratiebeleid, dus dat zou je ook op die wijze kunnen uitbreiden.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik wil echt even op dit punt doorvragen. Ik heb namelijk de stukken goed bestudeerd en nergens blijkt uit dat de eerste aanvraag zorgvuldiger zou kunnen worden getoetst. Tenzij je zegt dat de consulaten het mogelijk wat minder druk krijgen en meer tijd kunnen besteden aan de eerste aanvragen. Moet ik het dan daarin zoeken?

Staatssecretaris Teeven: Ik ben net met mijn beantwoording begonnen. Als mevrouw Gesthuizen me even de kans geeft om uit te spreken? Ik was gekomen bij de handhaving.

Om de vraag van de heer Azmani precies te beantwoorden: de voorstellen zullen geen gevolgen hebben voor situaties zoals die zich recentelijk voordoen met de instroom van asielzoekers uit Eritrea. Deze asielzoekers lijken veelal op illegale wijze en dus niet met een visum het Schengengebied binnen te zijn gekomen. De invoering van het EU-VIS dat nu gaande is, moet in de loop van 2015 zijn afgerond. Dat is een gedeeltelijk antwoord op de vraag van mevrouw Gesthuizen. Ook het VIS zal bijdragen aan het voorkomen en tegengaan van illegaal verblijf.

De heer Fritsma vroeg aandacht voor de vereisten die voor een rondreisvisum strenger dienen te zijn dan voor een gewoon visum. Er zullen bijvoorbeeld hogere eisen worden gesteld aan het middelenvereiste en we zullen nadrukkelijker kijken naar het bewijs dat een rondreisvisum daadwerkelijk noodzakelijk is voor de aanvrager. Wij zijn van oordeel dat de Commissie ook verder aannemelijk moet maken dat dit niet zal leiden tot een verhoogd risico op illegaal verblijf.

Voor het afschaffen van de reisverzekering geldt ook dat het allemaal nog een eerste lezing is. We praten dus over dingen waar nog over nagedacht moet worden en waar we nog veelvuldig over zullen discussiëren. De commissie wil het naadje van de kous weten en dat is haar goed recht. Ik word terecht in een vroeg stadium op scherp gezet. Dat is prima, dan is iedereen scherp, niet alleen ik maar ook degenen die naast mij zitten en die in Brussel de onderhandelingen zullen voeren. Wij zijn geen voorstander van het afschaffen van de reisverzekering. De problematiek rondom onverzekerde EU-burgers is op dit moment al een punt van zorg en wij denken dat afschaffing van de medische reisverzekering voor visumplichtigen de problematiek alleen maar groter zal kunnen maken en niet kleiner. Maar nogmaals, het betreft een eerste lezing, het eerste uitgangspunt. We zitten nu nog helemaal aan de voorkant en het is goed dat we er vandaag over spreken. Ik zie zelf ook veel risico's van misbruik en handhavingsproblemen, dus het is ook niet een onderwerp waarvan ik meteen op voorhand zeg dat we er heel makkelijk in moeten stappen. Aan beide kanten zijn er heel veel vraagtekens te plaatsen.

De heer Azmani heeft gevraagd of de behandeling van het Visapakket niet kan wachten totdat het EES in werking is getreden. Ik ben het met hem eens dat de verbinding met het Slimme Grenzenpakket heel belangrijk is. Het voorstel in de Visumcode om aan regelmatige reizigers eerder meervoudige visa af te geven, is bijvoorbeeld ook relevant voor het voorstel van een RTP, want daar speelt dat ook. We zullen in Brussel vragen om een goede verbinding tussen deze voorstellen. Dat loopt nog wel eens mank, omdat je in verschillende raden soms over verschillende onderwerpen praat. Wachten met het aanpassen van de Visumcode tot de invoering van het EES is echter niet zo wenselijk want een groot deel van de voorstellen is zonder invoering van het Slimme Grenzenpakket ook wenselijk. Ik noem het mogelijk maken van elektronische aanvragen of de harmonisatie van bewijsstukken, ook een belangrijk onderwerp in de EU. De inwerkingtreding is niet voor 2018 voorzien en dit stemt wel tot enige geruststelling, denk ik. Voordat de onderhandelingen worden afgerond is er in ieder geval afgesproken dat er eerst een technische studie en een proefproject zullen plaatsvinden. Ik denk dat ik alle vragen over het visumsysteem heb besproken.

De heer Azmani (VVD): Het heeft natuurlijk allemaal te maken met het feit dat het prematuur is. Bij het afgeven van een meervoudig reisvisum, zoals de Europese Commissie voorstelt, kijk je naar de bonafiditeit. Het probleem is dat we op dit moment nog niet voldoende kunnen vaststellen of een reiziger bonafide is. Van een overstay-vaststelling is immers alleen sprake als geconstateerd wordt dat iemand hier langer verblijft dan op grond van de geldigheidsduur van het visum is toegestaan. Je hebt dus iets nodig om dat te kunnen vaststellen. Daar heb je de RTP- en EES-systemen voor nodig, volgens mij. Dan kan ik er wel wat in zien. Het gaat me echter een beetje te ver om, zoals in het voorstel staat, op basis van het feit dat in het VIS geregistreerd staat dat in de twaalf voorafgaande maanden rechtmatig twee visa zijn gebruikt, gewoon maar een meervoudig visum te verstrekken, zonder enige tussenkomst van een consul.

Staatssecretaris Teeven: Dat zijn ook precies de twijfels die ik er zelf bij heb en precies de redenen waarom ik met mijn ambtsgenoten nog nadrukkelijk in gesprek zal gaan over dit hele onderwerp. Want ik zie ook grote problemen op het terrein van controle en handhaving. Ik kan me nog letterlijk herinneren wat ik op de ambtelijke notitie zette toen ik dit onder ogen kreeg: hier moeten we niet te snel aan beginnen, want hier zitten grote risico's aan voor controle en handhaving. Dat was dus precies het uitgangspunt waar we het net over hadden.

Ik kom op Bulgarije, een onderwerp dat al veelvuldig in onze gesprekken aan de orde is geweest. Voordat ik de actuele stand van zaken weergeef, kijk ik eerst nog even terug. Sinds de zomer hadden we, zoals bekend, een toename van de asielinstroom in Bulgarije, waardoor Bulgarije en de EU flinke uitdagingen hadden. De opvangvoorzieningen in Bulgarije stonden vorig jaar ook onder druk. We hebben daar ook veelvuldig met elkaar over gesproken. Sinds oktober 2013 is het Bulgaarse kabinet met een aantal ngo's en de Europese Commissie bezig met verbeteringen van het stelsel. Kamerleden zijn er zelf ook wezen kijken. Ik ben zelf overigens niet in Bulgarije geweest, zeg ik tegen mevrouw Gesthuizen. Ik ben wel aan de Grieks-Bulgaarse grens geweest om van die kant in het gebied in Oost-Thracië te zien wat er gebeurt. Ook daar waren er signalen van pushbacks van Griekse grenswachten. Maar in Bulgarije zelf ben ik niet geweest. Ik heb uiteraard wel de rapportages van de afgelopen periode ontvangen. Tot september 2014 zijn asielteams aanwezig van verschillende lidstaten en experts van het EASO en uit verschillende lidstaten. Nederland geeft ook operationele ondersteuning. Die samenwerking heeft in korte tijd, voor zover wij dit teruggerapporteerd krijgen en ook uit eigen bevinding kunnen vaststellen, wel tot een duidelijke verbetering van het asiel en het opvangstelsel in Bulgarije geleid. Dit blijkt ook uit het EASO-rapport van februari 2014 en uit het meest recente rapport van de UNHCR over de huidige asielsituatie in Bulgarije, waaruit mevrouw Gesthuizen citeerde. Nu de situatie is verbeterd, want daar gaat de discussie natuurlijk om, kan naar het oordeel van het Nederlandse kabinet een asielzoeker in beginsel weer worden overgedragen aan Bulgarije. Dat is echt een ander standpunt dan het standpunt dat ik een aantal maanden geleden innam. Dit is overigens ook het standpunt van de UNHCR, maar dat laat onverlet, en dat heb ik ook bericht aan de Kamer, dat er nog wel verdere verbeteringen nodig zijn. In die zin ben ik het ook eens met de sprekers die in hun eerste termijn onder andere spraken over het identificeren van asielzoekers die tot een kwetsbare groep behoren. Daarom zal ik terughoudend zijn met het overdragen van kwetsbare personen aan Bulgarije. Dat is ook in lijn met het standpunt van de UNHCR.

Mevrouw Gesthuizen vraagt wat mijn reactie is op het rapport van Human Rights Watch. Ik ben op 20 mei jongstleden ingegaan op schriftelijke vragen van mevrouw Gesthuizen over dit rapport en in de antwoorden heb ik ook gemeld dat zowel de Minister van Binnenlandse Zaken als het Rode Kruis afstand heeft genomen van het in het rapport gepresenteerde beeld van geweldpleging door de Bulgaarse overheid tegen asielzoekers. Ik kan daarmee niet zeggen dat de geweldpleging waaraan mevrouw Gesthuizen refereert niet heeft plaatsgevonden. Als zij concrete informatie heeft dat het wel gebeurd is, dan zou ik haar willen vragen om die aan mij te geven. Ik heb morgen een bilateraal overleg met mijn Bulgaarse collega en als er daadwerkelijk heel concrete zaken zijn, wil ik dat uiteraard onder de aandacht brengen van de Bulgaarse collega. Ik heb er geen enkel probleem mee om dat te doen.

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd wat de relatie is tussen het visumbeleid en de verkoop van verblijfsvergunningen. Uiteraard haar woordgebruik, ik gebruik meestal andere termen, maar dat was haar vraag. Ik vond het wel een bijzondere vraag, want ik zag die koppeling niet meteen. Naar mijn idee is er geen enkele relatie. Het visumbeleid in de EU gaat over de toelating van buitenlandse investeerders en vermogende vreemdelingen. Dat is een bevoegdheid van de lidstaten en die geven daar op verschillende manieren invulling aan. Of ze hebben helemaal geen toelatingsregeling of ze hebben een andere vorm van een regeling, dat kan ook. Maar lidstaten zijn er vrij in om dat op een bepaalde manier te doen. Mevrouw Gesthuizen en ik verschillen erover van mening, maar het kabinet heeft er invulling aan gegeven en wij denken dat er voldoende waarborgen in die regeling zitten om toch te komen tot afgifte van een verblijfsvergunning voor bijvoorbeeld de vermogende vreemdeling.

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd of ik bereid ben de Tweede Kamer over de uitkomsten van het onderzoek naar het Slimme Grenzenpakket te informeren. Op dit moment wordt door de Commissie een technische studie verricht naar het Slimme Grenzenpakket. In die studie zitten verschillende elementen, zoals een nadere kosten-batenanalyse, een privacyanalyse en een toetsing van de doorlooptijden. De uitkomsten van die studie worden in het najaar verwacht. Ik zal de Kamer in het najaar dus informeren over de uitkomsten van deze studie en het standpunt van Nederland over die Slimme Grenzen.

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd welke maatregelen Frontex neemt tegen de schending van de fundamentele rechten van migranten. Ik had het al even over de pushbacks die ooit zijn gemeld door marechaussees aan de Grieks-Turkse grens. Aan de Bulgaars-Turkse grens zijn die meldingen natuurlijk ook wel geweest. Ook door grensbewakingspersoneel van andere lidstaten dat daar patrouilleerde, is het gemeld. Ik denk dat Frontex veel maatregelen heeft genomen om die schendingen tegen te gaan, maar lidstaten zijn natuurlijk uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor hun grensbewaking en hun grenswachten. Het is wel zo dat we elkaar er ook op aanspreken. Zweden en Nederland hebben Bulgarije en in het verleden ook Griekenland wel aangesproken op de pushbacks die hebben plaatsgevonden. Uiteraard kan Frontex wel onderzoeken of bepaalde lidstaten zich concreet niet aan de regels houden. Sinds vorig jaar heeft Frontex een fundamental rights officer, die schendingen tijdens Frontex-operaties monitort en daarbij ook aanbevelingen doet. Ook worden alle grenswachters die in Frontex participeren getraind in onder meer fundamentele rechten. Het interne mechanisme van Frontex leidt er ook toe dat incidenten eerder worden gemeld en ook eerder worden opgeschaald. Er zit dus ook een systeem in: als een lidstaat niks doet, bekijken we hoe we dat kunnen escaleren tot een niveau waarop er wel actie wordt ondernomen. Ik heb dat een aantal keren zelf meegemaakt en een aantal keren is het ook in de Europese Raad gedaan.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Zolang Frontex in de buurt is, zal het voor iedereen vast een stukje beter gaan dan wanneer Frontex er niet is. Tijdens het werkbezoek met de commissie Immigratie, Integratie en Asiel, een aantal jaren geleden in Griekenland, werd ons in een asielzoekerscentrum letterlijk gezegd: net voordat jullie commissie kwam, was het hier een ongelooflijke puinhoop. In de slaapzaal sliep alles en iedereen gewoon door elkaar heen. Toen wij kwamen, werden er een soort compartimentjes gebouwd met zeil, hadden de mensen enige privacy en zag het er ordentelijk uit. Dit geeft natuurlijk wel heel duidelijk aan dat dit soort landen aan de buitengrenzen grote problemen heeft. En ja, ze zullen best wel wat beter hun best doen als er een oogje in het zeil wordt gehouden, maar ik geloof niet dat het zonder mensenrechtenschendingen gebeurt als we geen oogje in het zeil houden.

De Staatssecretaris heeft een paar weken geleden in de Kamer gezegd dat we met een probleem zitten omdat de smokkelroutes voor Eritreeërs naar Nederland zijn verlegd. Hoe kan diezelfde Staatssecretaris hier zeggen dat landen wel zelf verantwoordelijk zijn? Wij zien zelf toch ook dat wij Europees gezien veel meer en beter moeten samenwerken en dat we toe moeten naar nieuwe procedures, bijvoorbeeld ten aanzien van de Dublinverordening? Anders blijven we toch met de ellende zitten dat de landen aan de buitengrenzen alle klappen voor ons moeten opvangen? En dan kunnen we er wel met een opgeheven vingertje naartoe gaan, maar dat is uiteindelijk natuurlijk niet de oplossing van het probleem.

Staatssecretaris Teeven: Ik voel er niets voor om een dubbele boodschap uit te zenden. Mevrouw Gesthuizen zendt uiteraard geen dubbele boodschap uit, maar koppelt wel twee dingen aan elkaar. Ik denk dat je één ding moet vaststellen: zijn er mensenrechtenschendingen aan de buitengrenzen van de Europese Unie en wat kunnen we daartegen doen? We doen er wat aan door assistentie te verlenen, door personeel te trainen, door de collega's erop aan te spreken en door dat via de Commissie te doen. Dat is bij Bulgarije gebeurd en eerder ook met Griekenland. Ik ben het overigens ook eens met mevrouw Gesthuizen dat het probleem wel minder wordt als je er zelf heen gaat en gaat kijken. Ik heb dat zelf in Griekenland gezien toen ik zei dat ik nog een ander centrum wilde zien dat niet op het programma stond. Nou, dat kon toen wel, maar het was toch even allemaal wat minder. Het andere centrum was niet slecht, maar het was wel even minder. Het wordt dus wel voorbereid, laten we daar ook niet al te moeilijk over doen.

Maar er zijn wel degelijk verbeteringen. In Griekenland zijn er verbeteringen en in Bulgarije ook. Dat is iets anders dan het probleem dat de landen aan de buitengrens hebben en dat Italië ook heeft, vervolgens allemaal tot ons aller probleem te maken. Dat is weer een heel andere discussie. Met de Dublinverordening hebben we een bepaald systeem. Het standpunt van het Nederlandse kabinet is dat dit nu het uitgangspunt moet zijn. Eerst moet de controle aan de buitengrens goed zijn, daarover hebben we een aantal weken geleden gediscussieerd, en er moet identificatie, registratie en identificatie plaatsvinden. Vervolgens kun je naar andere zaken kijken. Dit is eigenlijk al sinds jaar en dag het standpunt, ook van voorgaande Nederlandse kabinetten. We zijn het volgens mij niet oneens, maar we zijn het wel een beetje oneens over het tempo en de volgorde. Wat mij betreft begint het met het versterken van de buitengrenzen. Daarna kun je weer praten over een volgende fase, maar daar zijn we op dit moment nog niet aan toe.

Mevrouw Gesthuizen sprak verder over de hervestiging, een onderwerp dat even minder aandacht had tijdens de enorme asielinstroom vanuit Syrië. Het is belangrijk te constateren dat we de missie hebben gehad in Jordanië in januari, dat er een missie komt naar Libanon in juli en dat we bezig zijn met de invulling van het aantal van 500 vluchtelingen dat daarvoor stond. Ik ben me er uiteraard zeer van bewust dat er ook nog een aangenomen motie-Voordewind is (19 637, nr. 1715), waarin sprake is van nog eens 250 Syriërs. Ik ben daar nog niet aan toe aangezien het aantal van 500 mensen voor hervestiging nog niet volledig is opgebruikt. Overigens neemt Nederland daar ook geen ander standpunt over in.

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd de Kamer te informeren over de voortgang. Dat zal op de gebruikelijke wijze gebeuren: iedere keer zo snel als mogelijk en zeker voor belangrijke besluiten ook tussentijds. Ik zal de Kamer ook de verslagen van de JBZ-Raad blijven sturen.

Mevrouw Maij vroeg hoe het verder gaat in Bulgarije. In ieder geval is het EASO, zoals ik al zei, tot september 2014 sowieso actief. In de periode tot september zal telkens worden bezien op welke onderdelen welke vorm van ondersteuning nodig is. In september 2014 zal het EASO in samenspraak met het Bulgaarse kabinet bezien of verdere ondersteuning na september van dit jaar nog gewenst is.

Met betrekking tot de ondersteuning van Italië, waarover mevrouw Maij vragen stelde, kan ik zeggen dat het EASO op dit moment ook actief is in Italië. Dit duurt sowieso tot het einde van dit jaar. Het EASO is actief op vele terreinen, zoals het opbouwen van een «country of origin»-systeem en het ondersteunen van de Dublinunit. Ook wordt door de lidstaten geadviseerd over de opbouw van een flexibel opvangstelsel voor asielzoekers. Naast de zaken waarin Nederland al participeert, zijn we bezig om ook een Dublincontactofficier van de IND te plaatsen op de ambassade in Rome. Ik heb daarover al gesproken met de Italiaanse collega tijdens de vorige JBZ-Raad en hoop er uitsluitsel over te krijgen. We hebben er ook op ambtelijk niveau contact over gehad. Een tweede verbindingsofficier van het Openbaar Ministerie wordt deze of volgende week in Rome geplaatst in het kader van de instroom van asielzoekers en het al dan niet identificeren en registreren bij binnenkomst aan de zuidgrens van Italië. Over dit onderwerp spreken we met elkaar in het AO tussen 14.00 uur en 15.00 uur.

Mevrouw Maij vroeg naar de stand van zaken van de taskforce in de Middellandse Zee. Ik heb er al heel veel over gezegd. Wat wel nog vermeldenswaard is, is dat op 28 februari jongstleden ook het mobiliteitspartnerschap met Tunesië is getekend. De invulling van die mobiliteitspartnerschappen maakt het makkelijker om invulling te geven aan het beleid dat de Kamer voorstaat. Het regionale beschermingsprogramma is in Noord-Afrika uitgebreid en verlengd tegen een financiering van 1,9 miljoen euro. Ook de EUBAM-missie voor het ondersteunen van een capaciteitsopbouw en het verbeteren van de grensbewaking in Libië is verlengd.

Mevrouw Maij (PvdA): Kunnen wij inzage krijgen in het mobiliteitspartnerschap met Tunesië?

Staatssecretaris Teeven: Ik zal dat nagaan. Als het niet restrained is, heb ik er geen bezwaar tegen om het aan de Kamer ter inzage te geven.

In de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel is begin dit jaar ook een aantal operationele plannen van start gegaan. Naast Nederland zijn ook andere lidstaten en agentschappen nauw betrokken bij de uitwerking daarvan. Binnen het European Multidisciplinary Platform against Criminal Threat (EMPACT) ziet een aantal maatregelen toe op de samenwerking met derde landen, zoals het uitvoeren van gemeenschappelijke actie op het gebied van migratie en criminaliteit in Noord-Afrikaanse landen door EuropOL. Dus dat speelt op dit moment ook. Voor grensbewaking heeft Frontex voor 2013 7,9 miljoen euro extra gekregen om operaties te versterken en te verlengen. Het is bekend dat Nederland ook een kustwachtvliegtuig heeft ingezet in het kader van de Frontex-operaties. Datzelfde vliegtuig is aangeboden voor september 2014.

Een andere ontwikkeling is dat op 2 december 2013 Eurosur in werking is getreden. Hiermee hebben we voor lidstaten ook een juridische basis gecreëerd om met dat systeem te werken. Het systeem zal lidstaten dus ook beter in staat stellen om kleine scheepjes te traceren en te volgen, een onderwerp dat de heer Fritsma onder de aandacht bracht. Het systeem zal er ook toe bijdragen dat levens op zee sneller gered worden. Van het gebeuren rond Lampedusa kun je vinden wat je ervan vindt, maar het was wel een humanitaire ramp. We hebben met deze acties dus wel een begin gemaakt, al is het nog lang niet voldoende. Ik maak me grote zorgen over de registratie- en herkenningscapaciteit in de zuidelijke lidstaten en zeker over het opnemen van vingerafdrukken in Eurodac. Ik heb bilateraal mijn Italiaanse ambtsgenoot daarvoor ook hulp toegezegd. We gaan morgen ook met een aantal noordwestelijke en noordelijke lidstaten met de Italiaanse en de Bulgaarse collega bespreken of er meer assistentie nodig is bij de registratie en identificatie aan de buitengrens.

Onder anderen de heer Azmani heeft vragen gesteld over de procedure van artikel 33. Dit is een nieuwe bepaling in de Dublinverordening, die per 1 januari 2014 van toepassing is. Het doel van het artikel is het voorkomen dat het asielstelsel vastloopt in een lidstaat, om het zo maar te zeggen. Op een gegeven moment is ook door Zweden gevraagd om de procedure in werking te laten treden tegen Bulgarije. Daar was ik geen voorstander van, want ik zag andere mogelijkheden om dat te doen. De Commissie zelf was er ook geen voorstander van. De ontwikkelingen binnen de onderscheiden asielstelsels in de lidstaten worden op dit moment gevolgd, niet alleen door ons, maar ook door de Commissie en door het EASO. Als er een risico of een gebrek wordt gesignaleerd in een stelsel, dan wordt de lidstaat gevraagd een plan met beheersmaatregelen op te stellen. In het geval van Bulgarije heeft dat op enigerlei wijze gewerkt. Je moet in ieder geval vaststellen dat het wel is gelukt. Of dit nu ook met Italië moet gebeuren of niet, is een vraag die op deze JBZ-raad ook aan de orde is. Wij zullen eerst een verklaring van Italië moeten hebben over hetgeen er de afgelopen periode gebeurd is. Ik weet dat de heer Azmani mij nog niet zo lang geleden heeft gevraagd of Nederland Italië gaat aanspreken via de Commissielijn met artikel 33. Ik denk dat het Bulgaarse voorbeeld in ieder geval heeft uitgewezen dat er meerdere wegen naar Rome leiden, om deze zegswijze in dit verband dan maar te gebruiken, en dat je niet ogenblikkelijk de bijl in het interstatelijk verkeer hoeft te zetten.

De heer Azmani (VVD): Door die laatste woorden ben ik wat meer gerustgesteld, want het kan toch niet zo zijn dat een aantal lidstaten aan de grens een, in mijn optiek, iets te grote broek aantrekken. Als ik kijk naar de cijfers van de instroom, bijvoorbeeld over het afgelopen jaar 2013, dan moet ik constateren dat Nederland 0,72 asielaanvragen per 1.000 inwoners heeft gehad, Italië 0,31, een land als Spanje 0,08 en Roemenië 0,06. Ik noem deze cijfers voor de beeldvorming. Het betekent dat Nederland nog steeds een groot deel van de aanvragen voor zijn rekening neemt. Ik vind dat de landen aan de grens hun eigen zaken op orde moeten brengen. Mogelijk was de instroom in het verleden een stuk lager en worden deze landen nu geconfronteerd met een iets hogere instroom, maar als je het relateert aan het aantal inwoners dan is het nog peanuts. Ik was er al een beetje bang voor en daarom zei ik ook dat ik de vraag vrij neutraal stelde, maar ik zou de Staatssecretaris echt willen oproepen om geen artikel 33-procedure uit te voeren ten aanzien van een aantal landen dat nu aan het huilen is.

Staatssecretaris Teeven: Ik denk dat dit niet de weg is die we moeten gaan. Ik ben het met de heer Azmani eens dat Nederland per 100.000 inwoners volwaardig in de middenmoot staat en Italië onderin. Italië heeft dus wel problemen met de binnenkomst, de identificatie en de registratie, maar eigenlijk geen problemen met de asielopvang. Qua asielopvangdruk per 100.000 inwoners staat Italië toch behoorlijk ver onder een klein land als Nederland. Dat is dus een verschil.

Mevrouw Maij heeft een vraag gesteld over de Europese ambtsberichten: waarom kiezen we voor Zweden, Noorwegen en België en waarom wordt de combinatie Duitsland, Frankrijk en bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk niet gemaakt? Zweden, Noorwegen en België zijn landen die net als Nederland op dit punt voordelen zien in een nauwe samenwerking. Hun kennisniveau, de modus operandi, de informatiebehoefte en de wijze waarop ze met informatiesystemen omgaan, sluiten goed aan op de Nederlandse praktijk. Duitsland gaat echt anders te werk, daar wordt informatie ook anders gedeeld. Het is niet centraal geregeld. Zweden, Noorwegen en België bieden in ieder geval een mogelijkheid om een landenrapport op te stellen dat voldoet aan de Nederlandse kwaliteitseisen. Dat is bij de andere landen die ik noemde ingewikkelder omdat die met andere criteria werken. Maar ook die gaan we niet uit de weg, dus dit is een eerste stap. We moeten bekijken hoe we dat gaandeweg kunnen uitbreiden en of we mensen kunnen overtuigen van het feit dat ze soms anders moeten registreren en soms iets wel of niet moeten meetellen.

Een punt van discussie zijn bijvoorbeeld de inwilligingspercentages, om maar eens iets te noemen nu we het over ambtsberichten en facts and figures hebben. De heer Fritsma heeft nog niet zo lang geleden opgemerkt dat Nederland een torenhoog inwilligingspercentage had als je dat afzette tegen andere landen, zeker als het ging om Syriërs. Dan moet je vaststellen dat bijvoorbeeld een land als Frankrijk de nareis niet meetelt en dat wij dat wel doen. Frankrijk heeft die nareis bij «regulier» ondergebracht, dus die zie je niet terug bij «asiel». In die staatjes van het EASO krijg je dan relatief lage inwilligingspercentages. In Frankrijk ligt het percentage ook wel laag, maar niet zo extreem laag als het staatje op het eerste gezicht doet vermoeden. Na een beetje doorvragen moet je constateren dat we in Nederland onder het gemiddelde zitten als we de nareis eruit halen. Dus het is maar net wat je wel en niet in de asielcijfers stopt. De nareis is een onderwerp dat ook kan terugkomen bij «regulier», maar ik ga er eigenlijk een beetje van uit dat ik de heer Fritsma allemaal dingen vertel die hij uit eigen ervaring nog veel beter weet dan ik. Dus in die zin is het allemaal bekende kost.

Ik denk dat ik de vragen heb beantwoord.

De voorzitter: Ik kijk even rond om te zien of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Een heel korte tweede termijn met een spreektijd van één minuut en één interruptie.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de gegeven antwoorden. De zorgen van de PVV zijn niet weggenomen. Ik wijs daarbij ten eerste op de buitengrenzen van de EU. De Staatssecretaris heeft het over het versterken van de buitengrenzen, maar de praktijk wijst uit dat die buitengrenzen gewoon niet meer bestaan. De EU is een pendeldienst, de Staatssecretaris geeft toe dat het niet lukt om boten terug te krijgen in de havens van herkomst. Als het zo'n zoete inval is, dan moet je gewoon eens bekijken hoe het beter kan. De Staatssecretaris houdt ervan om naar het buitenland te kijken. Kijk eens naar Australië. Het lukt Australië wel om op zee migratie tegen te gaan. Het bewaken van de buitengrenzen moet een verantwoordelijkheid zijn van EU-lidstaten. Misschien moet het gewoon mogelijk gemaakt worden dat de EU-lidstaten de Australische werkwijze toepassen.

Mijn tweede punt betreft het Visapakket, waarover de zorgen van de PVV ook niet zijn weggenomen. Inderdaad, het laten vervallen van de plicht om een medische verzekering te hebben is natuurlijk gekkenwerk, want als mensen hier ziek worden zijn de kosten voor rekening van de Nederlandse belastingbetaler. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Ook hebben we vraagtekens bij het rondreisvisum dat een jaar geldig is. We hebben eigenlijk vraagtekens bij het hele Visapakket. We zijn er niet blij mee.

Het behandelvoorbehoud is terecht, en daar sluit ik mee af. Op aangeven van de griffie specificeer ik dit even. De PVV-fractie wenst niet alleen op procedureel maar ook op inhoudelijk gebied op de hoogte te worden gebracht, in ieder geval over zaken als handhaving, de verzekering en de tijdsduur waarvoor de visa verleend worden en over illegaal verblijf dat mogelijk hierdoor verergert.

De heer Azmani (VVD): Voorzitter. Kortheidshalve kan ik me aansluiten bij de woorden van de heer Fritsma ten aanzien van de informatievoorziening aan de Kamer. Ik wil ook graag nauwlettend het Visapakket monitoren vanuit de Kamer.

Ik ben in ieder geval blij met de antwoorden van de Staatssecretaris en ook met hetgeen hij zelf op de nota had geschreven.

In het najaar volgt een update over Slimme Grenzen, de inzet en het technische onderzoek.

We hebben kort gesproken over de artikel 33-procedure van de Dublinverordening, naast het Visapakket een belangrijk onderwerp. Ik zie het als een soort achterdeurtje, maar ik merk dat de Staatssecretaris daar al heel alert op is. Ik ga dat ook nauwlettend volgen.

Tot slot ben ik toch benieuwd naar die analyses van Frontex. In de quickscan staat dat steeds meer illegale vreemdelingen afkomstig zijn uit visumvrije landen. Dat zijn weliswaar niet de Eritreeërs – ik kan me er nog iets bij voorstellen dat zij hier niet via een visum komen – maar het staat er niet voor niks. Ik zou toch wel willen weten om welke visumvrije landen het gaat. Het antwoord hoeft niet nu te worden gegeven. Ik ben zelf gewoon benieuwd naar die analyses. Mogelijk kunnen zij prijs worden gegeven.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Ik heb nog een paar punten. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn beantwoording. Laat ik me heel positief opstellen. Ik ben in ieder geval dankbaar voor de toezegging van de Staatssecretaris dat hij terughoudend zal zijn met de overdracht van kwetsbare personen aan Bulgarije. Daar ben ik erg blij mee. Ik wil daar wel de kritische kanttekening bij maken dat het wat mij betreft, gezien de serieuze signalen dat er nog heel veel mis is, überhaupt te vroeg is voor overdracht. Ik zeg dat omdat ik me voor kan stellen dat we, als er nu weer massaal geclaimd gaat worden op Bulgarije, straks weer terug bij af zijn.

Ik kom nog heel kort terug op het rondreisvisum en het Visapakket. Ik wil toch meer weten over die fraude. Hoe serieus is gekeken naar situaties waarin derden in andere landen formeel meer taken overnemen? Mede daarom lijken me de reacties van de consuls van belang.

Tot slot merk ik op het jammer te vinden dat de Staatssecretaris zegt dat wij de problemen van de landen aan de buitengrens van de EU niet tot ons probleem gaan maken. Dat vind ik eigenlijk onbegrijpelijk. Ik denk dat de Staatssecretaris zich vergiste toen hij het had over 500 Syriërs, want volgens mij ging het om 250 Syriërs die zouden worden uitgenodigd buiten het quotum van 500. Volgens mij konden er daarom misschien nog maximaal 500 mensen bij.

Mevrouw Maij (PvdA): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor het beantwoorden van de vragen die we hem hebben gesteld en ook voor zijn toezegging dat hij in beginsel terughoudend zal zijn met een claim op Bulgarije als het gaat om kwetsbare groepen. Ik vind dat een goed signaal.

Daarnaast sluit ik me aan bij de collega's die hebben aangegeven dat ze het Visapakket goed willen blijven volgen, met goede voorlichting en voldoende behandeling hier, zodat we eventueel, als het noodzakelijk is, kunnen bijsturen. Ik begrijp dat 2018 het moment is van inwerkingtreding. Tot die tijd zullen we het dus kunnen blijven volgen. Ik denk dat we het ook graag willen blijven volgen, gezien de vragen die we hier hebben gesteld.

We hebben net wel veel over Italië gezegd, maar we hebben het er niet over gehad dat Italië op 1 juli het stokje overneemt. Heeft de Staatssecretaris al enig idee wat de prioriteiten van Italië zullen zijn bij het voorzitterschap vanaf 1 juli?

De heer Van Hijum (CDA): Voorzitter. Mijn excuses voor de late binnenkomst. De portefeuille Financiën is niet altijd makkelijk te combineren met Asiel. Ik begrijp dat er wat misverstand was over onze aankondiging van een VAO. Het klopt dat ik heb aangekondigd dat ik, mede naar aanleiding van het AO Asiel, dat we zo meteen gaan voeren over illegale immigratie, graag voorafgaand aan de JBZ-Raad het debat wil afronden omdat er over de inzet van Italië, waarover de heer Azmani net ook al iets opmerkte, nog wel iets te zeggen valt. Ik zou er eigenlijk voor willen kiezen om dat in de afronding van het AO zo dadelijk aan te kaarten, als dat agendatechnisch ook akkoord is, wat u betreft.

De voorzitter: Prima.

De heer Van Hijum (CDA): Voor het overige luister ik vandaag met belangstelling naar de inbreng van mijn collega's.

De voorzitter: Dank u wel voor het hiernaartoe komen om dit te verduidelijken.

Staatssecretaris Teeven: Voorzitter. Dank voor de opmerkingen in tweede termijn. Allereerst de opmerking van de heer Fritsma dat de Unie wat kan leren van Australië. Er zit een groot verschil tussen de lidstaten van de Europese Unie en Australië, want Australië heeft geen EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een soortgelijk verdrag rondom mensenrechten heeft Australië nooit getekend. Dit betekent dat er een wezenlijk verschil is tussen wat lidstaten van de Europese Unie kunnen doen binnen de grenzen van het EVRM en wat Australië kan doen. Dat maakt wel wat uit bij het terugsturen van boten op zee. Dit is mijn antwoord op de vraag van de heer Fritsma.

De heer Fritsma (PVV): Als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ervoor zorgt dat de EU een zoete inval is voor iedereen die hier maar naartoe wil komen, dan versterkt dat de PVV-fractie natuurlijk in haar mening dat dit verdrag echt opgezegd moet worden, want het werkt niet, of in ieder geval averechts. Daartoe roept zij het kabinet ook op.

Staatssecretaris Teeven: Dat is geen vraag, dus ik hoor het de heer Fritsma zeggen.

De heer Fritsma (PVV): Dan vraag ik de Staatssecretaris te bekijken hoe dat verdrag op te zeggen is.

Staatssecretaris Teeven: Dat gaat het kabinet niet doen, dus dat zit er niet in.

Ik kom op de opmerkingen die door de heer Fritsma, de heer Azmani en anderen zijn gemaakt over het Visapakket en het rondreisvisum, met name over tijdsduur en overstay. Ik zeg normaals dat het een eerste lezing is en dat er door mijn departement kritisch naar gekeken wordt. Ik kijk er zelf ook buitengewoon kritisch tegenaan. Het is niet zo dat we dat eventjes gaan doen. Ik zie allerlei problemen op het terrein van controle en handhaving voor het rondreisvisum. Dat betekent dus dat ik ook de bezwaren deel die door de heer Fritsma en de heer Azmani zijn geuit en ook door anderen zijn geopperd. Ik deel ook de bezwaren over de verzekering. Ik zie er op dit moment nog niet meteen een oplossing voor. Voordat we hier verder over kunnen spreken, moeten we eerst die oplossing vinden.

De heer Azmani heeft mij nog gevraagd hoe het zit met derde landen die visumvrij zijn. We kennen natuurlijk de problematiek uit bijvoorbeeld de Dominicaanse Republiek, waarbij Turkije geen visumvereiste kent voor de Dominicaanse Republiek en mensen vanuit de Dominicaanse Republiek naar Turkije kunnen reizen. Dat leidt ook tot illegale grensoverschrijding. Je ziet dus ook een illegale instroom van mensen uit de Dominicaanse Republiek via Turkije naar de Unie. Dat is een voorbeeld, zeg ik tegen de heer Azmani, waarmee je te maken kunt krijgen bij visumvrije landen. Je krijgt dan een hele rare omlegging van routes, die je op het eerste gezicht niet zou verwachten.

De heer Azmani (VVD): Zijn er voorbeelden bekend waarin Europa heeft gekozen voor visumvrijstelling ten aanzien van landen waaruit illegale uitstroom plaatsvindt?

Staatssecretaris Teeven: Ja, die voorbeelden zijn er ook. Frontex is nu gevraagd om deze stromen te monitoren en hiervan verslag te doen. Op basis van de rapportage van Frontex kunnen lidstaten maatregelen nemen. Daar is overigens wel een initiatief van de Commissie voor nodig, maar wij denken wel dat sommige gaten gedicht zullen moeten worden.

Ik neem er kennis van dat mevrouw Gesthuizen het nog te vroeg vindt om te claimen op Bulgarije, maar over de groep van kwetsbare personen zijn we het wel eens.

De vraag over de fraudegevoeligheid van externe dienstverleners is blijven liggen. Externe dienstverleners worden uiteraard gecheckt voordat er een contract mee wordt aangegaan. Zij nemen alleen visumaanvragen in ontvangst en de beslissing wordt natuurlijk nooit door de externe dienstverlener genomen, maar uiteindelijk door de consul.

Mevrouw Gesthuizen refereerde nog aan de reacties van de consuls. Die zijn ons niet bekend, dus ik zou graag weten waar ik deze reacties kan vinden.

Mevrouw Gesthuizen (SP): We hebben de informatie gekregen dat er wel degelijk, voordat het Visapakket is opgesteld, ter consultatie is gesproken met de consuls, volgens mij met alle consuls. Dat moet dus ergens bij de Commissie bekend zijn. Wellicht is dit iets wat de Staatssecretaris kan meenemen naar Brussel. Zelf vind ik het, maar dat is even een persoonlijke kreet, altijd erg lastig om informatie te krijgen van de Commissie, maar misschien is het anders voor een bewindspersoon.

Staatssecretaris Teeven: Ik ga het in ieder geval proberen. Het zegt mij helemaal niks, maar we nemen het mee en gaan even uitzoeken hoe het precies zit. Ik zal de Kamer vervolgens even informeren, hetzij bij het verslag van de JBZ-Raad, hetzij langs een andere weg.

Ik dank voor de opmerkingen die mevrouw Maij heeft gemaakt. Ik heb op dit moment geen inzage in de prioriteiten van Italië. Ik weet nog niet wat er op de informele JBZ-Raad van 8 en 9 juli aanstaande zal worden besproken, maar ik ga er eigenlijk van uit dat we tijdens de komende JBZ-Raad daarin een inkijkje krijgen omdat die het einde van het Griekse voorzitterschap markeert. Ik ga ervan uit dat de Italiaanse collega aan het slot van de bijeenkomst op vrijdag, en misschien ook wel op donderdag bij het bespreken van de verschillen op het terrein van asiel, even een overview geeft. Meestal geeft de nieuwe voorzitter in de laatste vergadering even een overzicht van de zaken waar hij zich hard voor gaat maken. U leest dat dan terug in het verslag dat we van deze JBZ-Raad zullen maken.

De voorzitter: Dank voor het beantwoorden van de vragen. Ik stel vast dat tijdens dit AO JBZ-Raad de volgende afspraken zijn gemaakt met het kabinet inzake het behandelvoorbehoud Visapakket: de Kamer wil maximaal geïnformeerd worden over de inhoud en het verloop van de onderhandelingen en in elk geval voorafgaand aan elke JBZ-raad; de aspecten zijn handhaving en controle, reisverzekering, illegaal verblijf, geldigheid van het rondreisvisum en fraude visumversnelling door derden.

De volgende toezegging is gedaan: de Staatssecretaris van V en J zal in het najaar de Kamer informeren over de uitkomsten van de studie naar de Slimme Grenzen.

Ik dank de Staatssecretaris en zijn ambtenaren, mijn collega's en het publiek voor hun aanwezigheid.

Sluiting 13.34 uur.

Naar boven