32 317 JBZ-Raad

Nr. 218 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2014

Van 17 tot 21 februari 2014 heeft een inventarisatie missie plaatsgevonden van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) in Bulgarije. Doel van de missie was de huidige asielsituatie in Bulgarije te beschrijven en met aanbevelingen te komen ter (verdere) verbetering hiervan. Bij deze doe ik uw Kamer het door de missie opgestelde rapport toekomen1. Uit het rapport blijkt dat Bulgarije in de afgelopen maanden aanzienlijke verbeteringen heeft aangebracht in zijn asielstelsel en opvangvoorzieningen. Tegelijkertijd meldt het rapport dat er nog verdere verbeteringen nodig en mogelijk zijn.

Vanaf de zomer van 2013 is de asielinstroom in Bulgarije substantieel toegenomen. Deze toegenomen asielinstroom heeft als gevolg gehad dat de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Bulgarije onder druk zijn komen te staan. Dit stelt de Bulgaarse regering voor stevige uitdagingen. Sinds oktober 2013 werkt de Bulgaarse regering samen met onder andere de Europese Commissie, EASO en UNHCR aan verbeteringen van het stelsel. In Bulgarije zijn tot september 2014 asielondersteuningsteams aanwezig, die zijn samengesteld uit asielexperts van EASO en de lidstaten. Deze teams bieden ter plekke zowel operationele als institutionele ondersteuning. Deze samenwerking heeft, zo blijkt uit het rapport, in korte tijd tot een duidelijke verbetering van het Bulgaarse asiel- en opvangstelsel geleid. Als positieve voorbeelden meldt het rapport onder andere de toegang tot de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. De opvangfaciliteiten verkeren over het algemeen in een redelijke staat van onderhoud. Deze verbeteringen laten onverlet dat nog verdere verbeteringen nodig zijn, zowel op het gebied van de efficiëntie van de asielprocedure als op het gebied van de opvang van alleenstaande minderjarigen en kwetsbare groepen. In het rapport staan de aanbevelingen van de missie omtrent de wijze waarop de Bulgaarse regering deze verbeteringen zowel op de korte als lange termijn kan realiseren.

De bevindingen in het rapport bevestigen mij in mijn voornemen om mijn beleidslijn rondom de toepassing van de EU-Dublinverordening, nr. 604/2013, ten opzichte van Bulgarije vast te houden. Zoals ik uw Kamer reeds meerdere keren heb gemeld zie ik geen aanleiding voor een algehele Dublinstop ten opzichte van Bulgarije. De situatie in Bulgarije is voor mij wel reden om in Bulgaarse Dublinzaken ruimhartig invulling te geven aan de soevereiniteitsclausule uit de Dublinverordening, indien de individuele omstandigheden van de vreemdeling daar aanleiding toe geven.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven