31 936 Luchtvaartbeleid

BF VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 31 oktober 2024

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp1 en voor Infrastructuur en Waterstaat/ Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening2 hebben kennisgenomen van de brief3 van de Staatssecretaris van Defensie van 26 juni 2024, in reactie op de brief van de commissies van 27 mei 2024 over de locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen.

Naar aanleiding hiervan is op 9 oktober 2024 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Defensie.

De Staatssecretaris heeft op 28 oktober 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSHULP EN VOOR INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT/ VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Staatssecretaris van Defensie

Den Haag, 9 oktober 2024

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) en voor Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief4 van 26 juni 2024, in reactie op de brief van de commissies van 27 mei 2024 over de locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen. De leden van de fractie van de SP hebben nog een aantal nadere vragen over de eerder ontvangen antwoorden en de actuele ontwikkelingen op het gebied van Defensie die raken aan de voorgenomen plaatsing van een militaire radar in Herwijnen. De leden van de fracties van het CDA en de FVD sluiten zich bij deze vragen aan.

De leden van de SP-fractie willen beginnen met de vraag aan u waarom belanghebbenden bij de voorgenomen plaatsing van de militaire radar in Herwijnen nog steeds, inmiddels meer dan een jaar, moeten wachten op informatie die verzocht is via een beroep op de Wet Open Overheid. Gebleken is dat er onvoldoende tot geen contact is met de betrokken aanvragers, contactpersonen bij Defensie en andere betrokken ministeries en organisaties zonder kennisgeving van functie gewisseld zijn, of dat er automatische beantwoording van mails plaatsvindt dat contactpersonen langere tijd afwezig zijn zonder dat gemeld wordt of, en zo ja door wie, de functie van contactpersoon is overgenomen. Deze leden wijzen u er nogmaals op dat op de overheid de wettelijke plicht rust de informatiehuishouding dusdanig op orde te hebben dat informatieverzoeken in het kader van de Wet Open Overheid tijdig en volledig dienen te worden uitgevoerd. De leden van de SP-fractie vragen u wanneer de nog openstaande door belanghebbenden gedane informatieverzoeken zullen zijn beantwoord. Welke maatregelen gaat u concreet nemen om te zorgen dat Defensie verzoeken door belanghebbenden in het kader van de Wet Open Overheid in de toekomst wel op een adequate wijze zal afdoen?

In reactie op de beantwoording van de nadere vragen van 27 mei 2024 hebben de leden van de SP-fractie nog de volgende vragen. U antwoordt dat op publiek toegankelijk gebied te allen tijde bij gebruik van de radar zal worden voldaan aan de ICNIRP-norm. Deze leden vragen nogmaals nadrukkelijk of dit ook zal zijn in situaties van oorlog, nood en andere calamiteiten en dat dit geldt voor gebruik van de radar op volledig EIRP-vermogen (maximaal vermogen en maximaal aantal dipolen)?

Betekent «te allen tijde» ook daadwerkelijk te allen tijde, of zijn er volgens u nog uitzonderingen denkbaar? Zo ja, welke uitzonderingen zijn dit? Kunt u nogmaals bevestigen dat Defensie geen gebruik zal maken van uitzonderingsgronden om stralingsnormen te overschrijden, ook niet op basis van een AMvB tot wijziging van het Frequentiebesluit die door het (voormalige) Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt (dan wel inmiddels is) opgesteld. Zal dit «te allen tijde voldoen aan de ICNIRP-norm» ook voor de toekomst gelden, indien mogelijk nieuwe functionaliteit aan de radar zal worden toegevoegd?

Wanneer kunnen de leden van de SP-fractie de resultaten verwachten van de stralingsmetingen die in februari 2024 in Wier zijn uitgevoerd na plaatsing van de koepel om te bepalen wat de invloed van de koepel is en die op 17 april 2024 door de Staatssecretaris van Defensie zijn toegezegd? Wanneer is het betreffende rapport definitief geworden en waarom heeft dit zo lang geduurd?

Bij omwonenden in Herwijnen is onrust ontstaan over de berekeningen die Defensie gebruikt. De leden van de SP-fractie vragen u of bij de modelberekeningen van het gebruik na de softwareaanpassingen ter vervanging van de override-knop, die Defensie niet openbaar wil maken, de operationele eisen die Defensie stelt aan de radar als uitgangspunt hebben gediend? Is het juist dat de operationele laagte-hoogte dekkingseisen die Defensie stelt aan de radar, betekenen dat vanuit Herwijnen de gehele randstad afgedekt moet kunnen worden op een hoogte van 1.000 voet (305 meter) op een afstand van maximaal 75 kilometer? Klopt het dat de veilige ICNIRP-contour is gebaseerd op een elevatiegraad van de radar die groter of gelijk zijn aan 2,5 graad in verband met aanwezige bebouwing in Herwijnen (en Wier)? Hoe verhoudt zich dit tot de operationele eisen die Defensie aan de radar stelt die ook lagere elevaties mogelijk maken om lager te kunnen kijken? Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat, indien bij gebruik van de radar voor laag kijken, aan de ICNIRP-norm niet wordt voldaan in Herwijnen en Wier omdat een lagere elevatiegraad dan 2,5 graad wordt gebruikt door de radar? Hoe kunt u in dat geval garanderen en zijn toezegging gestand doen dat «te allen tijde» de veiligheid en gezondheid van omwonenden gegarandeerd is en de ICNIRP-norm wordt gerespecteerd?

Klopt het dat door diverse aankopen van nieuw radarmaterieel er, in vergelijking met het moment van het voornemen om in Herwijnen een radar te plaatsen, een nieuwe militair operationele situatie is ontstaan met betrekking tot radar bewaking in Nederland? Is het juist dat door diverse aankopen van radarmaterieel er een nieuwe militair operationele situatie is ontstaan, onder andere door de opkomst van het gebruik van drones en de daarmee gepaard gaande dreiging, met betrekking tot radar bewaking in Nederland die niet was voorzien ten tijde van het besluit om tot mogelijke plaatsing van een radar in Herwijnen over te gaan?

Naar aanleiding van een persbericht van Defensie5 van 15 februari 2024 hebben de leden van de SP-fractie nog enkele vragen. Op welke wijze is de aanschaf van GM 200 MM/c Multi Missie Radars van invloed op de radardekking voor «laag kijken» in Nederland, nu deze radars in staat zijn om verschillende doelen gelijktijdig te detecteren, te volgen en te classificeren? Defensie geeft aan dat daarbij gedacht moet worden aan vijandelijk vuur van mortieren en raketten, maar ook aan vliegtuigen, drones en helikopters, en dat de radar daarmee uitzonderlijk geschikt is om het luchtruim te bewaken en lanceerlocaties te traceren. Volgens Defensie kan de radar binnen een minuut operationeel zijn en doelen opsporen tot circa 300 kilometer, en kan de GM 200 MM/c Multi Missie Radar op een vaste locatie geplaatst worden of op een truck zoals de Scania Gryphus. Wanneer is besloten tot de aanschaf van deze radars, zo vragen de leden van de SP-fractie, en wat betekent deze aanschaf bezien in relatie tot de vaste SMART-L-radars?

De leden van de SP-fractie hebben grote zorgen over de veiligheid en bewaking van een vaste radar indien deze geplaatst zou worden in Herwijnen. De Algemene Rekenkamer wees eerder ook al op de veiligheidsproblemen rond defensielocaties. Deze leden vragen of u plaatsing van een vaste radar in Herwijnen op een klein terrein, dat qua omvang niet voldoet aan de in het programma van eisen genoemde afmeting, en daarnaast direct gelegen is aan openbare wegen en daarmee ook direct benaderbaar is, een vanuit veiligheid en bewaking verstandige keuze vindt? Waarom kiest u niet voor plaatsing op een bestaand militair complex met volwaardige beveiliging?

Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat de veiligheid gediend zou zijn bij het plaatsen van de voorgenomen SMART-L-radar op de bestaande huidige radarlocatie in Nieuw Milligen? Hoe snel zou een vervanging van de huidige radar door een SMART-L-radar in Nieuw Milligen plaats kunnen vinden? Kunnen de door Defensie aangeschafte GM 200 MM/c Multi Missie Radars in combinatie met een SMART-L-radar in Wier en een SMART-L-radar in Nieuw Milligen zorgen voor afdoende landelijke dekking, zowel laag als hoog?

Deze leden wijzen er daarbij op dat de gemeente West Betuwe al lang geleden heeft aangekondigd en ook nu nog steeds vasthoudt aan het tot aan de Raad van State voeren van een procedure tegen de voorgenomen plaatsing van de radar in Herwijnen en dat daarmee de onzekere uitkomst van de procedure over enkele jaren een plaatsing mogelijk in de weg staat.

De leden van de SP-fractie hebben nog een aantal vragen over de relatie van de voorgenomen plaatsing van de radar tot de energietransitie. Ten tijde van het Kabinet-Rutte III werden in de Tweede Kamer moties aangenomen om te stoppen met de Rijkscoördinatieregeling in Herwijnen en om alternatieve militair operationeel geschikte locaties te zoeken. Die locaties werden ook gevonden en bleken militair operationeel gelijk of beter geschikt dan de locatie Herwijnen. Vervolgens zijn ten tijde van het Kabinet-Rutte IV de aangenomen moties om af te zien van Herwijnen als locatie ter zijde geschoven en genegeerd, zo constateren deze leden. Militair operationeel geschikte alternatieve locaties werden door Defensie afgewezen met een beroep op een door het kabinet-Rutte IV nieuw geïntroduceerd beleidscriterium, de radar mocht niet ten koste gaan van de energietransitie (windmolens op land). Windmolens of plannen voor windmolens op land gingen op alternatieve locaties voor op het plaatsen van een radar. Nu Defensie inmiddels breed bezig is om in de ruimtelijke ordening van Nederland ruimte te claimen voor militair operationele doelen, hebben de leden van de SP-fractie de volgende vragen.

Heeft u het uitgangspunt van het kabinet-Rutte IV losgelaten dat militair operationele opgaven niet ten koste mogen gaan van de energietransitie (windmolens op land)? Bent u bereid in dat licht de voorgenomen plaatsing van een radar in Herwijnen opnieuw te bezien en te heroverwegen nu Defensie een nieuwe ruimtelijke ordening indeling voor alle militair operationele opgaven aan het maken is?

Klopt het dat militair operationele opgaven ook voorrang op energietransitie-projecten (windmolens op land) kunnen krijgen? Zo ja, bent u bereid de alternatieve locaties voor de radar in Herwijnen in dit licht opnieuw te bezien?

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) en Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, K. Petersen

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO), E. Kemperman

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2024

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de nadere vragen inzake locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen, die ik op 9 oktober jl. van uw Kamer heb ontvangen (kenmerk 165192.69U).

De Staatssecretaris van Defensie, G.P. Tuinman

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) en voor Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief1 van 26 juni 2024, in reactie op de brief van de commissies van 27 mei 2024 over de locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen. De leden van de fractie van de SP hebben nog een aantal nadere vragen over de eerder ontvangen antwoorden en de actuele ontwikkelingen op het gebied van Defensie die raken aan de voorgenomen plaatsing van een militaire radar in Herwijnen.

De leden van de SP-fractie willen beginnen met de vraag aan u waarom belanghebbenden bij de voorgenomen plaatsing van de militaire radar in Herwijnen nog steeds inmiddels meer dan een jaar moeten wachten op informatie die verzocht is via een beroep op de Wet Open Overheid. Gebleken is dat er onvoldoende tot geen contact is met de betrokken aanvragers, contactpersonen bij Defensie en andere betrokken ministeries en organisaties zonder kennisgeving van functie gewisseld zijn of dat er automatische beantwoording van mails plaatsvindt dat contactpersonen langere tijd afwezig zijn zonder dat gemeld wordt of en zo ja door wie de functie van contactpersoon is overgenomen.

1.

Ten tijde van het ontvangen van uw nadere vragen (9 oktober) behandelt het Ministerie van Defensie vier Woo-verzoeken over het radarstation in Herwijnen. De Woo-functionaris heeft contact met de verzoekers. Ik herken mij niet in het beeld dat niet met de indieners van Woo-verzoeken over het radarstation wordt gecommuniceerd.

Deze leden wijzen u er nogmaals op dat op de overheid de wettelijke plicht rust de informatiehuishouding dusdanig op orde te hebben dat informatieverzoeken in het kader van de Wet Open Overheid tijdig en volledig dienen te worden uitgevoerd. De leden van de SP-fractie vragen u wanneer de nog openstaande door belanghebbenden gedane informatieverzoeken zullen zijn beantwoord.

2.

Defensie maakt in veel gevallen documenten openbaar binnen de termijn die daarvoor staat. Soms blijkt helaas dat het niet mogelijk is om voor alle Woo-verzoeken te voldoen aan de daarvoor geldende wettelijke beslistermijn. De Woo-verzoeken over het nieuwe radarstation zijn omvangrijk en complex en vragen daardoor veel tijd en capaciteit. In het afgelopen jaar zijn vier Woo-besluiten over dit onderwerp genomen. Ik kan geen toezegging doen over de termijn waarbinnen de huidige vier Woo-verzoeken zullen zijn afgehandeld. De Woo-functionarissen spannen zich ervoor in om dat zo snel als mogelijk te doen en hebben daarover contact met de indieners.

Welke maatregelen gaat u concreet nemen om te zorgen dat Defensie verzoeken door belanghebbenden in het kader van de Wet Open Overheid in de toekomst wel op een adequate wijze zal afdoen?

3.

Om in meer gevallen tijdig een besluit op een Woo-verzoek te nemen, wordt binnen Defensie gewerkt aan verbetering van de informatiehuishouding, de aanschaf van digitale hulpmiddelen voor de behandeling van Woo-verzoeken en is onlangs personeel geworven.

In reactie op de beantwoording van de nadere vragen van 27 mei 2024 hebben de leden van de SP-fractie nog de volgende vragen. U antwoordt dat op publiek toegankelijk gebied te allen tijden bij gebruik van de radar zal worden voldaan aan de ICNIRP-norm. Deze leden vragen nogmaals nadrukkelijk of dit ook zal zijn in situaties van oorlog, nood en andere calamiteiten en dat dit geldt voor gebruik van de radar op volledig EIRP-vermogen (maximaal vermogen en maximaal aantal dipolen)?

4.

Defensie heeft zich, tijdens het uitvoeren van haar publieke taken, te houden aan de geldende blootstellingslimieten. Zoals aangegeven in het ambtelijk memo6, daarna bevestigd in de brief van 17 april7 en daarna nogmaals bevestigd in de brief van 25 juni8 is er een oplossing gevonden om te allen tijde te voldoen aan de ICNIRP-norm.

Betekent «te allen tijden» ook daadwerkelijk te allen tijden, of zijn er volgens u nog uitzonderingen denkbaar? Zo ja, welke uitzonderingen zijn dit?

5.

Zie antwoord bij vraag 4.

Kunt u nogmaals bevestigen dat Defensie geen gebruik zal maken van uitzonderingsgronden om stralingsnormen te overschrijden, ook niet op basis van een AMvB tot wijziging van het Frequentiebesluit die door het (voormalige) Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt (dan wel inmiddels is) opgesteld. Zal dit «te allen tijden voldoen aan de ICNIRP-norm» ook voor de toekomst gelden indien mogelijk nieuwe functionaliteit aan de radar zal worden toegevoegd?

6.

Zoals aangegeven in de brief van 25 juni9 voldoen de radarinstallaties in Wier en Herwijnen, door het toepassen van de softwarematige oplossing, bij ieder gebruik aan de huidige stralingsnormen. Defensie gaat geen gebruik maken van uitzonderingsgronden om stralingsnormen te overschrijden.

Wanneer kunnen de leden van de SP-fractie de resultaten verwachten van de stralingsmetingen die in februari 2024 in Wier zijn uitgevoerd na plaatsing van de koepel om te bepalen wat de invloed van de koepel is en die op 17 april 2024 door de Staatssecretaris zijn toegezegd? Wanneer is het betreffende rapport definitief geworden en waarom heeft dit zolang geduurd?

7.

De stralingsmetingen zijn eind februari 2024 uitgevoerd. De definitieve rapportage is op 18 september 2024 opgemaakt en op 23 september 2024 aan Defensie gezonden. De metingen bevestigen dat de stralingsnormen niet worden overschreden. Op 21 oktober is het rapport10 met uw Kamer gedeeld. Dat hier enige tijd tussen zit heeft een aantal oorzaken. Op de eerste plaats ontbrak het bij Dekra, het bedrijf dat de metingen heeft uitgevoerd, aan capaciteit om direct na de metingen een rapportage op te stellen. In het vervolg zal Defensie hier nadere afspraken over maken. Op de tweede plaats zijn bij de Raad van Accreditatie klachten over de stralingsmetingen uit 2021 ingediend. Dit heeft tot vragen richting Dekra geleid, de beantwoording hiervan heeft ook capaciteit gevraagd. En op de derde plaats heeft Dekra veel aandacht besteed aan het opstellen van een zorgvuldige rapportage, duiding van de opzet van de metingen en duiding van de resultaten. Defensie is zeer tevreden over deze zorgvuldigheid en uiteraard ook met het resultaat.

Bij omwonenden in Herwijnen is onrust ontstaan over de berekeningen die Defensie gebruikt. De leden vragen u of bij de modelberekeningen van het gebruik na de softwareaanpassingen ter vervanging van de override knop, die Defensie niet openbaar wil maken, de operationele eisen die defensie stelt aan de radar als uitgangspunt hebben gediend?

8.

Dat is het geval.

Is het juist dat de operationele laagte – hoogte dekkingseisen die Defensie stelt aan de radar, betekenen dat vanuit Herwijnen de gehele randstad afgedekt moet kunnen worden op een hoogte van 1000 voet (305 meter) op een afstand van maximaal 75 kilometer?

9.

Eén van de eisen aan de radarlocatie was een goede radardekking. Herwijnen voldoet aan zowel de nationale als NAVO-dekkingseis. Deze eisen zijn geclassificeerd, maar bestaan onder andere uit het bieden van radardekking van 1.000ft boven de Randstad.

Klopt het dat de veilige ICNIRP-contour is gebaseerd op een elevatiegraad van de radar die groter of gelijk zijn aan 2,5 graad in verband met aanwezige bebouwing in Herwijnen (en Wier)?

10.

Nee, dat klopt niet. De onderkant van de ICNIRP contour is gebaseerd op (1) het operationele belang waardoor zo laag mogelijk over de horizon gekeken kan worden, (2) het ontzien van bestaande bebouwing op basis van Algemene Hoogtebestand Nederland 4 (AHN4), en (3) op de toekomstbestendigheid door het volgen van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (RARRO) voor eventuele toekomstige bebouwing. Thales bepaalt vervolgens op basis van de ICNIRP contour wat de laagste mogelijke elevatiegraad is.

Hoe verhoudt zich dit tot de operationele eisen die Defensie aan de radar stelt die ook lagere elevaties mogelijk maken om lager te kunnen kijken?

11.

De dekkingseisen zijn voor Defensie randvoorwaardelijk. Daar moet de radar te allen tijde aan voldoen. Dit is ook het geval met de beoogde opstelling in Herwijnen.

Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat, indien bij gebruik van de radar voor laag kijken, aan de ICNIRP-norm niet wordt voldaan in Herwijnen en Wier omdat een lagere elevatiegraad dan 2,5 graad wordt gebruikt door de radar?

12.

Nee, zie antwoord bij vraag 4.

Hoe kunt u in dat geval garanderen en zijn toezegging gestand doen dat «te allen tijden» de veiligheid en gezondheid van omwonenden gegarandeerd is en de ICNIRP-norm wordt gerespecteerd?

13.

De radarinstallatie moet voldoen aan de in de vergunning opgenomen voorwaarden. Dat is onafhankelijk van de elevatiegraad. Zie antwoord bij vraag 4.

Klopt het dat door diverse aankopen van nieuw radarmaterieel er, in vergelijking met het moment van het voornemen om in Herwijnen een radar te plaatsen, een nieuwe militair operationele situatie is ontstaan met betrekking tot radar bewaking in Nederland?

14.

Defensie blijft continu anticiperen op nieuwe en veranderende dreigingen. De aanschaf van nieuw materieel is hier onderdeel van. De aanschaf van nieuwe radarsystemen is gedaan aanvullend op de vaste radarinstallaties in Wier en Herwijnen. Deze systemen hebben een ander doel en zijn primair aangeschaft ter ondersteuning van de vuursteun- en luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke Landmacht. De capaciteiten van deze systemen zijn niet gelijk aan het SMART-L radarsysteem en zijn ook niet in staat de rol van de SMART-L radarinstallaties op permanente basis in te vullen.

De unieke capaciteiten van de SMART-L radarsystemen maken dat de vaste radarinstallaties in Wier en toekomstig in Herwijnen een essentiële vereiste blijven voor de veiligheid van het Nederlands grondgebied en dat van onze bondgenoten.

Is het juist dat door diverse aankopen van radarmaterieel er een nieuwe militair operationele situatie is ontstaan, onder andere door de opkomst van het gebruik van drones en de daarmee gepaard gaande dreiging, met betrekking tot radar bewaking in Nederland die niet was voorzien ten tijde van het besluit om tot mogelijke plaatsing van een radar in Herwijnen over te gaan?

15.

Zie antwoord op vraag 14.

Naar aanleiding van een persbericht van Defensie van 15 februari 2024 hebben de leden van de SP-fractie nog enkele vragen. Op welke wijze is de aanschaf van GM 200 MM/c Multi Missie Radars van invloed op de radardekking voor «laag kijken» in Nederland, nu deze radars in staat zijn om verschillende doelen gelijktijdig te detecteren, te volgen en te classificeren?

16.

Zie antwoord op vraag 14.

Defensie geeft aan dat daarbij gedacht moet worden aan vijandelijk vuur van mortieren en raketten, maar ook aan vliegtuigen, drones en helikopters, en dat de radar daarmee uitzonderlijk geschikt is om het luchtruim te bewaken en lanceerlocaties te traceren. Volgens Defensie kan de radar binnen een minuut operationeel zijn en doelen opsporen tot circa 300 kilometer, en kan de GM 200 MM/c Multi Missie Radar op een vaste locatie geplaatst worden of op een truck zoals de Scania Gryphus. Wanneer is besloten tot de aanschaf van deze radars vragen de leden van de SP fractie, en wat betekent deze aanschaf bezien in relatie tot de vaste SMART-L-radars?

17.

Het besluit om MMR-radars te verwerven is in 2015 genomen (referte behoeftestelling C-RAM en Class 1 UAV-detectiecapaciteit (A-brief) d.d. 21-10-201511). Over de voortgang en wijzigingen in het project Multi-Missie Radar wordt de Kamer geïnformeerd via het Defensie Projecten Overzicht (DPO). Deze radars worden ingezet in combinatie met vuursteun- en luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke Landmacht, in binnen- en buitenland. Wanneer deze eenheden worden ingezet binnen Nederland kunnen deze radars ook bijdragen aan de luchtbeeldopbouw en zijn dan complementair aan de luchtbeeldopbouw van de SMART-L. Ze zijn geen vervanging voor de vaste SMART-L-radarinstallaties.

De leden van de SP-fractie hebben grote zorgen over de veiligheid en bewaking van een vaste radar indien deze geplaatst zou worden in Herwijnen. De Algemene Rekenkamer wees eerder ook al op de veiligheidsproblemen rond defensielocaties. Deze leden vragen of u plaatsing van een vaste radar in Herwijnen op een klein terrein, dat qua omvang niet voldoet aan de in het programma van eisen genoemde afmeting, en daarnaast direct gelegen is aan openbare wegen en daarmee ook direct benaderbaar is, een vanuit veiligheid en bewaking verstandige keuze vindt? Waarom kiest u niet voor plaatsing op een bestaand militair complex met volwaardige beveiliging?

18.

Bij het locatieonderzoek is dit aspect meegenomen. Er worden maatregelen getroffen om de veiligheid van het Defensieterrein en de gebouwen en installaties daarop te garanderen.

Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat de veiligheid gediend zou zijn bij het plaatsen van de voorgenomen SMART-L-radar op de bestaande huidige radarlocatie in Nieuw Milligen?

19.

Met het plaatsen van een SMART-L radarinstallatie in Nieuw Milligen kan niet worden voldaan aan de nationale en NAVO dekkingseisen boven de Randstad en zuidelijk Nederland. Plaatsing van de SMART-L radarinstallatie in Nieuw Milligen en eventueel andere aspecten zijn daarom niet verder onderzocht.

Hoe snel zou een vervanging van de huidige radar door een Smart-L radar in Nieuw Milligen plaats kunnen vinden?

20.

Zie antwoord op vraag 19.

Kunnen de door Defensie aangeschafte GM 200 MM/c Multi Missie Radars in combinatie met een SMART-L-radar in Wier en een SMART-L-radar in Nieuw Milligen zorgen voor afdoende landelijke dekking, zowel laag als hoog?

21.

Om permanent te voldoen aan de dekkingseisen is gekozen voor twee vaste SMART-L radarinstallaties in Herwijnen en Wier. Door de inzet van mobiele systemen is het mogelijk deze systemen aan te vullen of in geval van onderhoud of storing tijdelijk over te nemen. Hiervoor kan Defensie gebruik maken van diverse systemen.

Deze leden wijzen er daarbij op dat de gemeente West Betuwe al lang geleden heeft aangekondigd en ook nu nog steeds vasthoudt aan het tot aan de Raad van State voeren van een procedure tegen de voorgenomen plaatsing van de radar in Herwijnen en dat daarmee de onzekere uitkomst van de procedure over enkele jaren een plaatsing mogelijk in de weg staat.

De leden van de SP-fractie hebben nog een aantal vragen over de relatie van de voorgenomen plaatsing van de radar tot de energietransitie. Ten tijde van het Kabinet Rutte III werden in de Tweede Kamer moties aangenomen om te stoppen met de Rijkscoördinatieregeling in Herwijnen en om alternatieve militair operationeel geschikte locaties te zoeken. Die locaties werden ook gevonden en bleken militair operationeel gelijk of beter geschikt dan de locatie Herwijnen. Vervolgens zijn ten tijde van het Kabinet Rutte IV de aangenomen moties om af te zien van Herwijnen als locatie ter zijde geschoven en genegeerd, zo constateren deze leden. Militair operationeel geschikte alternatieve locaties werden door Defensie afgewezen met een beroep op een door het Kabinet Rutte IV nieuw geïntroduceerd beleidscriterium, de radar mocht niet ten koste gaan van de energietransitie (windmolens op land). Windmolens of plannen voor windmolens op land gingen op alternatieve locaties voor op het plaatsen van een radar.

Nu Defensie inmiddels breed bezig is om in de ruimtelijke ordening van Nederland ruimte te claimen voor militair operationele doelen hebben de leden van de SP-fractie de volgende vragen.

Heeft u het uitgangspunt van het kabinet Rutte IV losgelaten dat militair operationele opgaven niet ten koste mogen gaan van de energietransitie (windmolens op land)?

22.

Dat uitgangspunt is niet losgelaten. Ook bij de locatiekeuzes die gemaakt gaan worden binnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) is de aanwezigheid van windturbines opgenomen als uitsluitingscriterium.

Bent u bereid in dat licht de voorgenomen plaatsing van een radar in Herwijnen opnieuw te bezien en te heroverwegen nu Defensie een nieuwe ruimtelijke ordening indeling voor alle militair operationele opgaven aan het maken is?

23.

Nee, de locatiekeuze voor het plaatsen van de radarinstallatie in Herwijnen is reeds uitvoerig onderbouwd. Dit onderzoek is toegelicht in de Kamerbrief van 3 juni 202212. Er is op dit moment geen andere locatie die voldoet aan de gestelde eisen. Op basis van deze onderzoeken is door het kabinet besloten om de RCR-procedure voort te zetten voor de locatie Herwijnen. De inzet van Defensie is er op gericht deze procedure op een zorgvuldige wijze af te ronden om de continuïteit van radardekking zo goed mogelijk te borgen.

Klopt het dat militair operationele opgaven ook voorrang op energietransitie-projecten (windmolens op land) kunnen krijgen?

24.

Dit is het geval bij de bouw van nieuwe windturbines. Voor (bijna) elk windturbineproject in Nederland is een toetsingsplicht opgenomen in de Omgevingswet. De Minister van Defensie is adviseur voor de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in een radarverstoringsgebied. Het gaat hierbij om het bouwen van bouwwerken of windturbines die hoger zijn dan de maximaal toegestane bouwhoogte in het omgevingsplan (artikel 4.28, lid 1, onder b, Omgevingsbesluit). De Minister van Defensie is daarmee wettelijk bevoegd om negatief of positief te adviseren op energietransitieprojecten (windturbines op land).

Zo ja, bent u bereid de alternatieve locaties voor de radar in Herwijnen in dit licht opnieuw te bezien?

25.

De locatie Herwijnen staat voor Defensie niet ter discussie.


X Noot
1

Samenstelling:

Oplaat (BBB), Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Goossen (BBB), Van Gasteren (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Petersen (VVD) (voorzitter), Vogels (VVD), Van Ballekom (VVD), Van Toorenburg (CDA), Prins (CDA), Belhirch (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Koffeman (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Huizinga-Heringa (CU) (1e ondervoorzitter), Dessing (FVD) (2e ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Kemperman (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Klip-Martin (VVD), Meijer (VVD), Kaljouw (VVD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Van Meenen (D66), Aerdts (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
3

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AZ.

X Noot
4

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AZ.

X Noot
5

Defensie, «Nieuwe radar voor artillerie en luchtverdediging»,15 februari 2024, https://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2024/02/15/nieuwe-radar-voor-artillerie-en-luchtverdediging

X Noot
6

Memo nadere toelichting naar aanleiding van de technische briefing over het militair radarstation Herwijnen op 30 januari 2024 (6 maart 2024, 2p.), Bijlage bij Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX

X Noot
7

Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX

X Noot
8

Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AY

X Noot
9

Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AY

X Noot
10

Kamerstuk nr. 27 830-454

X Noot
11

Kamerstuk 27 830, nr. 161

X Noot
12

Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AH

Naar boven