31 936 Luchtvaartbeleid

AZ VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 27 juni 2024

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving2 hebben kennisgenomen van de brief3 van de Staatssecretaris van Defensie van 17 april 2024, in reactie op de brief van de commissie van 20 maart 2024 met nadere vragen aangaande locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen.

Naar aanleiding hiervan is op 27 mei 2024 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Defensie.

De Staatssecretaris heeft op 26 juni 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Staatssecretaris van Defensie

Den Haag, 27 mei 2024

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving IWO) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief4 van 17 april 2024, in reactie op de brief van de commissie van 20 maart 2024 met nadere vragen aangaande locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen.

De leden van de fractie van de SP hebben daarbij kennisgenomen van het ambtelijk memo5 dat is nagezonden na de technische briefing van uw ministerie over de voorgenomen plaatsing van een militaire radar in Herwijnen, dat plaatsvond op 30 januari 2024. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog een aantal vragen en opmerkingen.

In het voornoemde memo wordt het volgende gesteld: «In de schriftelijke beantwoording van vragen (8 december jl.) en tijdens de technische briefing van 30 januari jl. is aangegeven dat in een extreme (oorlogs-)situatie waarin een aanval met een raket plaatsvindt de ICNIRP-contour mogelijk kan worden overschreden. Hiertoe zou in een dergelijke situatie een «override» moeten worden gebruikt. Tijdens de technische briefing is de vraag gesteld of deze functionaliteit moet worden meegenomen in de vergunningaanvraag. Samen met Thales Nederland is opnieuw door het ministerie gekeken welke mogelijkheden bestaan om altijd, dus ook in de genoemde situatie, aan de gestelde vergunningsvoorwaarden te voldoen. Daarop is een softwarematige aanpassing voorgesteld die ervoor zorgt dat het gebruik van de radar, in alle omstandigheden, oorlogs- en vredestijd, de ICNIRP-norm niet overschrijdt. Door deze aanpassing is er geen noodzaak voor het inbouwen van een «override». De override zit nu niet in de software en zal dus ook niet worden ingebouwd. De vergunningaanvraag zal conform deze lijn worden aangevraagd voor een systeem dat altijd voldoet aan de vergunning gestelde normen, zonder toevoeging van een «override».»

De leden van de SP-fractie hebben hierover de volgende vragen.

Moet de ambtelijke nadere duiding in het memo zo worden uitgelegd dat er een softwarematige oplossing is gevonden voor de overschrijding van de ICNIRP-contour, terwijl de functie blijft behouden? Als dat het geval is, dan vragen de leden van de SP-fractie of deze softwarematige oplossing ook gestaafd is door metingen, en zo ja, wanneer die hebben plaatsgevonden. Deze leden vragen u of de Kamer kennis kan nemen van de gedane metingen bij het gebruik van deze functie. Indien er geen metingen hebben plaatsgevonden dan vragen zij u of de Kamer kennis kan nemen van de berekeningen die hebben plaatsgevonden tijdens het gebruik van de functie bij een radar uitgerust met een koepel. Zal dezelfde softwarematige aanpassing ook op de radar in Wier worden toegepast met de bijbehorende functie?

De leden van de SP-fractie hebben ook kennisgenomen van een via de Wet Open Overheid verkregen document6 waarin door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur het volgende wordt gesteld: «Het punt over noodsituaties komt terug in een nieuwe (ministeriële) regeling die in de maak is over blootstellingslimieten. Daarin wordt aangegeven dat ook het Ministerie van Defensie zich aan de blootstellingslimieten moet houden, maar dat er dus uitzonderingen mogelijk zijn. Die uitzonderingen benoemt u ook in de Kamerbrief van 20 april jl. Verder spreekt het natuurlijk voor zich dat ook de overheid zich aan de wet moet houden zoals 5.1.2.e vraagt. Ons voorstel zou dan ook zijn om te benadrukken dat de radar moet voldoen aan de ICNIRP-limieten. Daarbij geldt echter wel dat er uitzonderingen mogelijk zijn. Dat stond al duidelijk in het conceptantwoord, maar we hebben nog een paar tekstvoorstellen toegevoegd om dat extra te benadrukken.»

De leden van de SP-fractie hebben over dit document een aantal vragen. Door welk ministerie werd of wordt deze ministeriële regeling voorbereid en op wiens initiatief is dit gebeurd? Is deze ministeriële regeling inmiddels afgerond, of is de voorbereiding gestaakt? Hoe verhoudt de nadrukkelijke verwijzing naar de door u in eerdere beantwoording van vragen gewenste uitzonderingen op het voldoen aan de ICNIRP-limieten, zich tot de in het ambtelijke memo aangekondigde aanpassing aan de radar waarmee er, zoals het memo aangeeft, een systeem zal zijn dat altijd voldoet aan de vergunning gestelde normen, in oorlogs- en vredestijd? Kunt u deze leden toezeggen dat Defensie geen gebruik zal maken van een in een mogelijke ministeriële regeling geboden uitzonderingsgronden om stralingsnormen te overschrijden, omdat u er voor instaat dat de radar in Wier en de voorgenomen radar in Herwijnen te allen tijde, in oorlog en vrede, bij ieder gebruik zullen voldoen aan de ICNIRP-norm, dan wel aan iedere ander van toepassing zijnde stralingsnorm?

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Koen Petersen

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Eric Kemperman

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2024

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de nadere vragen inzake locatiekeuze nieuw radarstation Herwijnen, die ik op 27 mei jl. van uw Kamer heb ontvangen (kenmerk 165192.66U).

De Staatssecretaris van Defensie, C.A. van der Maat

1.

Moet de ambtelijke nadere duiding in het memo zo worden uitgelegd dat er een softwarematige oplossing is gevonden voor de overschrijding van de ICNIRP-contour, terwijl de functie blijft behouden?

Er is inderdaad een softwarematige oplossing gevonden waarbij de functionaliteit van de radar behouden blijft en er buiten de ICNIRP-contour, geen overschrijding is van de ICNIRP-norm. Op publiek toegankelijk gebied zal te allen tijden worden voldaan aan de ICNIRP-norm.

2.

Als dat het geval is, dan vragen de leden van de SP-fractie of deze softwarematige oplossing ook gestaafd is door metingen, en zo ja, wanneer die hebben plaatsgevonden. Deze leden vragen u of de Kamer kennis kan nemen van de gedane metingen bij het gebruik van deze functie.

De voorgestelde softwarematige oplossing is nog niet geïmplementeerd in Wier en daarmee ook niet in de praktijk gestaafd door metingen. De voorgestelde softwarematige oplossing maakt gebruik van modelberekeningen die volgen uit een model dat door middel van metingen in Wier en Hengelo is gevalideerd. De berekeningen zijn vertrouwelijk om de precieze capaciteiten van de radarzendinstallatie niet prijs te geven. Deze kunnen daarom niet met de Kamer worden gedeeld.

3.

Indien er geen metingen hebben plaatsgevonden dan vragen zij u of de Kamer kennis kan nemen van de berekeningen die hebben plaatsgevonden tijdens het gebruik van de functie bij een radar uitgerust met een koepel.

Na het plaatsen van de koepel over de radar in Wier zijn stralingsmetingen uitgevoerd om te bepalen wat de invloed van de koepel is. In de brief van 17 april jl.7 is toegezegd dat deze resultaten met de Kamer worden gedeeld zodra het rapport definitief is.

4.

Zal dezelfde softwarematige aanpassing ook op de radar in Wier worden toegepast met de bijbehorende functie?

Ja.

De leden van de SP-fractie hebben ook kennisgenomen van een via de Wet Open Overheid verkregen document waarin door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur het volgende wordt gesteld: «Het punt over noodsituaties komt terug in een nieuwe (ministeriële) regeling die in de maak is over blootstellingslimieten. Daarin wordt aangegeven dat ook het Ministerie van Defensie zich aan de blootstellingslimieten moet houden, maar dat er dus uitzonderingen mogelijk zijn. Die uitzonderingen benoemt u ook in de Kamerbrief van 20 april jl. Verder spreekt het natuurlijk voor zich dat ook de overheid zich aan de wet moet houden zoals 5.1.2.e vraagt. Ons voorstel zou dan ook zijn om te benadrukken dat de radar moet voldoen aan de ICNIRP-limieten. Daarbij geldt echter wel dat er uitzonderingen mogelijk zijn. Dat stond al duidelijk in het conceptantwoord, maar we hebben nog een paar tekstvoorstellen toegevoegd om dat extra te benadrukken.»

5.

De leden van de SP-fractie hebben over dit document een aantal vragen. Door welk ministerie werd of wordt deze ministeriële regeling voorbereid en op wiens initiatief is dit gebeurd?

Antwoord:

De regelgeving die door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (en onder haar beleidsverantwoordelijkheid) wordt opgesteld, is een wijziging aan het Frequentiebesluit, een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Met deze wijziging wordt beoogd landelijke voorschriften te stellen ter begrenzing van de blootstelling van het algemeen publiek aan radiofrequente elektromagnetische velden die het gevolg zijn van het gebruik van frequentieruimte.

6.

Is deze ministeriële regeling inmiddels afgerond, of is de voorbereiding gestaakt?

Deze AMvB is nog in voorbereiding, onder andere voor advies aan de Raad van State.

7.

Hoe verhoudt de nadrukkelijke verwijzing naar de door u in eerdere beantwoording van vragen gewenste uitzonderingen op het voldoen aan de ICNIRP-limieten, zich tot de in het ambtelijke memo aangekondigde aanpassing aan de radar waarmee er, zoals het memo aangeeft, een systeem zal zijn dat altijd voldoet aan de vergunning gestelde normen, in oorlogs- en vredestijd?

Defensie heeft zich, tijdens het uitvoeren van haar publieke taken, te houden aan de geldende blootstellingslimieten. Eerder was de gedachte dat dit, in extreme (oorlogs)situaties, niet altijd mogelijk was. Zoals beschreven in het ambtelijk memo8 en daarna bevestigd in de brief van 17 april jl.9 is er een oplossing gevonden om te allen tijde te voldoen aan de ICNIRP-limieten.

8.

Kunt u deze leden toezeggen dat Defensie geen gebruik zal maken van een in een mogelijke ministeriële regeling geboden uitzonderingsgronden om stralingsnormen te overschrijden, omdat u er voor instaat dat de radar in Wier en de voorgenomen radar in Herwijnen te allen tijde, in oorlog en vrede, bij ieder gebruik zullen voldoen aan de ICNIRP-norm, dan wel aan iedere ander van toepassing zijnde stralingsnorm?

Door het toepassen van de softwarematige oplossing voldoet de radarzendinstallatie in Wier en in Herwijnen bij ieder gebruik aan de huidige stralingsnormen. Defensie gaat dan ook geen gebruik maken van uitzonderingsgronden om stralingsnormen te overschrijden.


X Noot
1

Samenstelling:

Oplaat (BBB), Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Goossen (BBB), Van Gasteren (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Petersen (VVD) (voorzitter), Vogels (VVD), Van Ballekom (VVD), Van Toorenburg (CDA), Prins (CDA), Belhirch (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Koffeman (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Huizinga-Heringa (CU) (1e ondervoorzitter), Dessing (FVD) (2e ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Kemperman (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Klip-Martin (VVD), Meijer (VVD), Kaljouw (VVD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Van Meenen (D66), Aerdts (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
3

Zie verslag nader schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2023-2024, 31 936, AX.

X Noot
4

Zie verslag nader schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX.

X Noot
5

Memo nadere toelichting naar aanleiding van de technische briefing over het militair radarstation Herwijnen op 30 januari 2024 (6 maart 2024, 2p.), Bijlage bij Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX.

X Noot
6

Bijlage bij: «Besluit op Woo-verzoek over militaire radarstations in Wier en Herwijnen» 19 maart 2024, WOO RDI document 232 d.d. 11 juli 2023, https://open.overheid.nl/documenten/e7b0f252-1763-445a-af5d-4aa50a035b53/file.

X Noot
7

Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX.

X Noot
8

Memo nadere toelichting naar aanleiding van de technische briefing over het militair radarstation Herwijnen op 30 januari 2024 (6 maart 2024, 2p.), Bijlage bij Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2023–2024, 31 936, AX.

Naar boven