Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831568 nr. 201

31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 201 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2018

Tijdens het Algemeen Overleg over de Justitieketen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 31 januari jl., heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over een vijftal verschillende onderwerpen.1 Met deze brief doe ik deze toezeggingen gestand, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Daarnaast informeer ik u over de evaluatie van de Wet Toelating en Uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Korps Politie Caribisch Nederland (KCPN)

Tijdens het voorgenoemd AO heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over de uitstroom uit het KPCN.

Uit informatie van het personeelssysteem van de Rijksdienst Caribisch Nederland blijkt dat, op een formatie van 151,5 fte, in de jaren 2015, 2016 en 2017 respectievelijk 4, 8 en 8 medewerkers de dienst hebben verlaten. De redenen voor vertrek zijn in de meeste gevallen bekend en varieerden van remigratie (1 naar Curaçao en 6 naar Nederland) tot «een andere uitdaging op Bonaire gevonden (5)» tot pre-pensioen (1) en het niet verlengen van een contract (1). De hoogte van deze uitstroom vind ik niet zorgwekkend, evenmin als de opgegeven redenen daarvoor.

Kamerlid Van Dam (CDA) vroeg mij uw Kamer te informeren over het strategische beheer van het KPCN en de overgang naar beheer onder de Nationale Politie.

In de brief van de toenmalige Minister van Veiligheid en Justitie van 19 december 20162 is de strategische koers van het KPCN verwoord, deze laat zich het beste als volgt samenvatten: KPCN is een zelfstandig politiekorps van beperkte omvang, dat wat betreft capaciteit en materiaal ingericht is op het uitvoeren van de basispolitietaken, met een beperkte vorm van specialisatie. Door goede (regionale) samenwerking kunnen de onvermijdelijke leemtes in de organisatie worden opgevangen.

Wat het beheer van het KPCN betreft is het uitgangspunt voor mij op dit moment de Rijkswet politie, waaruit volgt dat het KPCN een zelfstandig korps is. Vooralsnog is er voor mij geen aanleiding het korpsbeheerderschap van het KPCN aan de Nationale Politie over te dragen.

Met de Nationale Politie ben ik verder in overleg over de vraag op welke manier KPCN gebaat kan zijn bij nauwere samenwerking met de Nationale Politie op het gebied van de bedrijfsvoering. Hierbij kan gedacht worden aan het gezamenlijk aanschaffen van materieel.

DNA-afname

Het lid Groothuizen (D66) heeft gevraagd uw Kamer te informeren over DNA-afname, in het bijzonder over het bestaan van een wettelijke grondslag om DNA af te nemen (en op te slaan) van veroordeelden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba bestaat thans geen wettelijke grondslag voor het afnemen van celmateriaal voor de uitvoering van een DNA-onderzoek bij veroordeelden. Het Europese deel van het Koninkrijk kent wel een wettelijke grondslag in de Wet DNA-onderzoek. Destijds is er bij de wijziging van de staatkundige positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bewust voor gekozen om de Nederlands-Antilliaanse regelgeving te handhaven die op die eilanden tot de transitiedatum van 10 oktober 2010 van kracht was. Deze keuze spoorde met het destijds gehanteerde uitgangspunt dat het niet de bedoeling was «om de komende jaren op grote schaal wetgeving die thans in het Europese deel van Nederland geldt, in Caribisch Nederland in te voeren»3.

De Nederlandse Antillen kenden voor de transitiedatum van 10 oktober 2010 op grond van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen alleen de mogelijkheid om bij verdachten celmateriaal voor DNA-onderzoek af te nemen. Die mogelijkheid is voor de BES-eilanden gehandhaafd als gevolg van het feit dat op grond van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen is omgevormd tot het Wetboek van Strafvordering BES.

Aangezien de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een belangrijk middel is gebleken voor het opsporen van strafbare feiten, zie ik het belang van de invoering van deze wet voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Om te kunnen beoordelen of het inderdaad wenselijk en haalbaar is om de Wet DNA-onderzoek in te voeren, acht ik het van belang dat eerst met de bestuurders en betrokken uitvoerders op de BES wordt overlegd. Ik zal hierover binnenkort met hen in gesprek gaan.

Aanpak kindermisbruik- en mishandeling

Meerdere ministeries en het lokale bestuur zijn aan zet bij de ontwikkeling van een samenhangende aanpak van kindermishandeling en kindermisbruik. Zowel de aard van de problematiek van kindermishandeling en kindermisbruik als de uit te werken oplossingsrichtingen vallen samen met de ontwikkeling en uitvoering van de aanpak van huiselijk geweld. De situatie op de BES vereist maatwerk. Dat is nodig vanwege de cultuur en kleinschaligheid van de eilanden, met als gevolg dat – meer nog dan in Europees Nederland – de meldings- en aangiftebereidheid bij (officiële) instanties gering is.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in juni 2017 met de eilanden bestuursakkoorden gesloten voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De bestuursakkoorden lopen tot en met 2020. In de akkoorden zijn een aantal prioriteiten benoemd, waaronder preventie (bewustwording en voorlichting), deskundigheidsbevordering van de betrokken professionals, versterken van de hulpverlening en van de keten (waaronder veilige opvang) en het inrichten van een laagdrempelige meldstructuur. De eilanden zijn aan zet door meerjarige werkplannen op te stellen en uit te voeren. Dat vraagt van de eilanden een grote inspanning, waarbij ondersteuning vanuit Nederland onontbeerlijk is.

In dit kader heeft mijn ministerie een pilot opgezet voor verbetering van de ketenaanpak huiselijk geweld op de eilanden, ondersteund door een projectleider voor de drie eilanden. De pilot is gericht op verbeterde samenwerking tussen de justitieorganisaties, deskundigheidsbevordering aan professionals van de betrokken organisaties, preventieve inzet van justitie-interventies bij huiselijk geweldcasussen, monitoring in het casusoverleg van het Veiligheidshuis, verbetering van de aansluiting in de keten van zorg en justitie en het ontwikkelen van een voorlichtingscampagne. De betreffende medewerkers van Saba en Sint Eustatius worden door de projectleider betrokken bij de deskundigheidsbevordering en methodiekontwikkeling.

Bezetting JICN

De huidige detentiecapaciteit van de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland (JICN) op Bonaire, de enige justitiële inrichting van de BES-eilanden, bedraagt 112 detentieplaatsen en 10 politie-arrestantenplaatsen. De vervangende nieuwbouw is momenteel in aanbouw en beschikt over nagenoeg dezelfde capaciteit, namelijk 113 detentieplaatsen en 10 politie-arrestantenplaatsen.

De jaarlijkse instroom van de JICN schommelde de afgelopen drie jaar gemiddeld rond de 150 personen per jaar. De bezetting in de JICN bedroeg in mei 2018 in totaal 104 personen en twee arrestanten. De diversiteit aan doelgroepen die geplaatst moeten worden zijn ook van invloed op de capaciteit. Er vindt dan ook frequent overleg plaats binnen de strafrechtketen over de inzet van de beschikbare capaciteit.

De druk op de detentiecapaciteit van de JICN is vanaf eind 2016 toegenomen. In de instroom van de afgelopen jaren is een toename van het aantal langgestraften en verdachten van zware misdrijven te zien. De instroom van justitiabelen met een netto verblijfsduur van 2–10 jaar en van meer dan 10 jaar laat vooral na 2013 een groei zien. Het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) wordt niet toegepast op de BES.

Ondanks inspanningen in de afgelopen jaren is de informatievoorziening op de BES-eilanden nog niet op een dusdanig niveau dat ontwikkelingen in de strafrechtsketen goed in samenhang (ketenconsistent) kunnen worden bekeken. Momenteel wordt gewerkt aan de verbetering van de informatie-uitwisseling binnen de keten via de ICT systemen.

Om te bezien of de hoge bezetting incidenteel of structureel is, is er eind 2017 een onderzoek gedaan naar de behoefte aan detentiecapaciteit voor de komende jaren op de BES. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de behoefte aan detentiecapaciteit de komende jaren verder zal toenemen.

Momenteel worden verschillende scenario’s uitgewerkt om het hoofd te kunnen bieden aan deze groeiende behoefte aan detentiecapaciteit, waaronder een grotere inzet op recidive-bestrijding, voorwaardelijke straffen en toezicht- en behandelmogelijkheden.

Wet toelating en uitzetting BES

Onlangs is de Wet toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WTU-BES) door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) geëvalueerd.4

In de evaluatie is gekeken of met de WTU-BES een solide juridisch kader is gecreëerd voor de uitvoerende diensten in Caribisch Nederland (CN) op het terrein van grenstoezicht, vreemdelingentoezicht, reguliere toelating, asiel, vreemdelingenbewaring en terugkeer. Ook de effecten van de uitvoering van de WTU-BES op de maatschappij in CN en de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de partners in de vreemdelingenketen in CN zijn in kaart gebracht.

In het algemeen is geconstateerd dat de betrokken organisaties in CN op basis van de huidige vreemdelingenwetgeving hun taken goed kunnen uitvoeren en handhaven. Op enkele specifieke juridische en procedurele punten zijn aanbevelingen gedaan om de regelgeving of werkprocessen aan te passen. Zo is het bijvoorbeeld op basis van de huidige regelgeving niet goed mogelijk om Nederlanders te controleren op de overschrijding van de vrije termijn in CN.

Daarnaast wordt de MVV-procedure door de uitvoeringsorganisaties en aanvragers als langdurig ervaren. Verder blijkt uit deze evaluatie, in lijn met de bevindingen uit het rapport van de Raad van de rechtshandhaving5, dat het toezicht op vreemdelingen in CN verbeterd moet worden.

Dit aandachtspunt is reeds door mijn ministerie opgepakt. Er worden concrete maatregelen getroffen om het vreemdelingentoezicht in CN te verbeteren. Voor wat betreft de andere aanbevelingen uit het evaluatierapport van het WODC en op basis van huidige praktijkervaringen in CN zal mijn ministerie in de komende periode in nauwe afstemming met de relevante (uitvoerings)-organisaties bezien op welke onderdelen de vreemdelingenwet- of regelgeving in CN aangepast zou moeten worden.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 31 568, 197.

X Noot
2

Kamerstuk 29 628, 682.

X Noot
3

Vgl. Kamerstuk 33 000 VII, C, p. 2.

X Noot
4

Evaluatie van Wet toelating en uitzetting BES, WODC (Pro Facto), maart 2018, https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2875-evaluatie-wet-toelating-en-uitzetting-bes.aspx

X Noot
5

Kamerstuk 31 568, 195.