Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831568 nr. 195

31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 195 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 december 2017

Hierbij bied ik u aan het rapport van de Raad voor de Rechtshandhaving (hierna de Raad) over het vreemdelingenbeleid in Caribisch Nederland1. De Raad heeft onderzocht hoe de verantwoordelijke organisaties van de vreemdelingenketen in Caribisch Nederland invulling geven aan de processen van toezicht en handhaving. Het toezicht op de naleving en de handhaving van de regels zijn belangrijke voorwaarden voor een effectief vreemdelingenbeleid.

De Raad stelt vast dat knelpunten in het functioneren van de gehele vreemdelingenketen in Caribisch Nederland doorwerken in de processen van toezicht en handhaving. Hij constateert dat betere samenwerking in de keten en betere informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners nodig is. Hierdoor kunnen de processen in de vreemdelingenketen effectiever en efficiënter worden ingericht.

De Raad stelt vast dat een integrale visie op het terrein van het vreemdelingenbeleid ontbreekt en acht het daarom van belang dat er per eiland een visie wordt ontwikkeld. Hij vindt daarnaast dat de kerndoelstellingen op het terrein van het vreemdelingenbeleid ambities zijn om de uitvoering van een vijftal processen in de vreemdelingenketen te verbeteren. De Raad meent dat de ambities om onder andere het grenstoezicht, toelating- en terugkeerproces en vreemdelingenbewaring te verbeteren niet voortvloeien uit een gewenste integrale visie per eiland. Het toezicht en handhaving zou volgens de Raad idealiter het sluitstuk vormen van vreemdelingenbeleid dat is gebaseerd op een integrale visie en deze ontbreekt.

Het rapport bevat een aantal aanbevelingen gericht aan de uitvoerings-organisaties in Caribisch Nederland en een aantal aanbevelingen die zien op de verbetering van de operationele processen. Hierna ga ik op de aanbevelingen in.

A. Vreemdelingenketen

  • 1. De Raad beveelt aan om het functioneren van het ketenoverleg te evalueren.

  • 2. Voor de oplossing van de knelpunten rond de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners beveelt de Raad aan om een plan van aanpak op te stellen.

  • 3. Voor het versterken van het vreemdelingenketenoverleg beveelt de Raad aan om een beleidsondersteuner aan te stellen.

Voor een effectieve en efficiënte uitvoering van het vreemdelingenbeleid is het van belang dat er een goed functionerend vreemdelingenketenoverleg is ingericht. Het vreemdelingenketenoverleg heeft de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan een betere afstemming en informatie-uitwisseling tussen de verschillende ketenpartners. In de jaarlijkse miniconferentie van de vreemdelingenketenpartners worden de onderwerpen besproken die ervoor zorgen dat de onderlinge samenwerking wordt versterkt en waar nodig wordt verbeterd. In dit verband is een convenant werkafspraken gesloten tussen het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN), de Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Immigratiedienst Caribisch Nederland (INDCN). Dit laat onverlet dat de Raad er terecht op wijst dat er nog verbeteringen mogelijk zijn. Ik onderschrijf dan ook de aanbeveling van de Raad dat het functioneren van het vreemdelingenketenoverleg wordt geëvalueerd. Deze aanbeveling is reeds opgepakt door de voorzitter van het vreemdelingenketenoverleg en de liaison van het Ministerie van Veiligheid en justitie. Het streven is dat de evaluatie van deze overlegstructuur uiterlijk in december 2017 is afgerond. In de evaluatie zal tevens de aanbeveling over de ketenondersteuner worden meegenomen.

Verder zijn de nodige maatregelen getroffen om de informatie-uitwisseling tussen de uitvoeringsorganisaties in Caribisch Nederland te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie de opdracht heeft gegeven aan de stichting beheer ICT systemen BES om een integraal rapport samen te stellen op basis van de maandelijkse overzichten van cijfers en indicatoren van de ketenpartners. Met de informatie uit het integraal rapport kunnen trends in beeld gebracht worden en nadere afspraken worden gemaakt over samenwerking, beleidsvorming en de gewenste interventie door de ketenpartners.

B. KPCN en de KMar

De Raad beveelt aan om de mogelijkheden voor intensivering van de samenwerking tussen de KMar en het KPCN bij het vreemdelingentoezicht op Bonaire te bezien. Ik onderschrijf het belang van een nauwe samenwerking tussen de politie en de KMar, zo ook op Bonaire waar beide organisaties zijn gehuisvest in het hoofdgebouw van de politie te Kralendijk. Naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad hebben KMar en KPCN operationele werkafspraken gemaakt om elkaar te ondersteunen in de uitvoering van het toezicht op vreemdelingen in Bonaire.

C. Overkoepelend beleid

De Raad beveelt aan om in overleg te treden met vertegenwoordigers van de openbare lichamen in Caribisch Nederland over de ontwikkeling van integrale visies voor de drie eilanden op het terrein van het migratiebeleid. Ten behoeve van de transitie in oktober 2010 heeft de directie Migratiebeleid van mijn ministerie een beleidsplan opgesteld waarin op hoofdlijnen een visie en vijf kern beleidsdoelstellingen van het migratiebeleid in Caribisch Nederland zijn benoemd:

  • het versterken en verbeteren van het grenstoezicht;

  • een asielprocedure conform de internationale verplichtingen;

  • een zorgvuldige en efficiënte afhandeling van toelatingsvragen;

  • een goed geregelde en met voldoende waarborgen omklede vreemdelingenbewaring;

  • een zorgvuldig en humaan terugkeerbeleid.

Op basis van deze doelstellingen is het vreemdelingenbeleid in Caribisch Nederland ingericht en de wet- en regelgeving opgesteld. Bij de behandeling van de Wet Toelating en Uitzetting (WTU) BES (Kamerstuk 32 282) is in de Tweede Kamer aangegeven dat de uitvoering van het beleid, c.q. het beleidskader na vijf jaar zal worden geëvalueerd. Deze evaluatie wordt op dit moment uitgevoerd. Een van de onderzoeksvragen heeft betrekking op het in kaart brengen van de sociaal-maatschappelijke implicaties van de WTU-BES voor het functioneren van de verschillende instellingen op het gebied van de arbeidsmarkt (werkvergunning), wonen, sociale en medische voorzieningen voor de bevolking. De uitkomsten van deze onderzoeksvraag zijn relevant in de ontwikkeling van een nieuwe integrale visie op het terrein van het vreemdelingenbeleid. De planning is dat de evaluatie van de WTU-BES begin 2018 wordt afgerond. Dat is dan weer het momentum om een nieuwe visie en beleidskader voor de komende vijf jaar te ontwikkelen. Ik onderschrijf het standpunt van de Raad dat bij de ontwikkeling van een nieuwe visie de openbare lichamen net als de uitvoeringsorganisaties in de vreemdelingenketen, nauw moeten worden betrokken. Hiertoe zal ik de gezaghebbers ook vragen om samen met mijn ministerie een beleidsvisie voor de komende vijf jaar uit te werken.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl