Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031497 nr. 335

31 497 Passend onderwijs

Nr. 335 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2019

In mijn brief over passend onderwijs en studeren met een ondersteuningsbehoefte in het mbo en ho heb ik toegezegd uw Kamer eind dit jaar over een aantal moties en toezeggingen te informeren1. In deze brief bespreek ik de voortgang van:

  • 1) Landelijk informatiepunt studeren met een ondersteuningsbehoefte mbo, mede naar aanleiding van de motie van het lid Van den Hul (PvdA)2, de motie van het lid Van Meenen (D66)3 en de aangehouden motie van de leden Westerveld (GroenLinks) en El Yassini (VVD)4;

  • 2) Motie van de leden Van den Hul (PvdA) en Westerveld (GroenLinks) over één aanspreekpunt voor de mbo-student5;

  • 3) Motie van het lid Westerveld (GroenLinks) om alternatieve toetsvormen beschikbaar te stellen6;

  • 4) Motie van de leden Kuik (CDA) en Westerveld (GroenLinks) over verkenning van aanpassing van de WHW en WEB7;

  • 5) Motie van de leden El Yassini (VVD) en Westerveld (GroenLinks) over voorbereiding van studenten en begeleiding naar de arbeidsmarkt8.

Voor de zomer van 2020 volgt een beleidsreactie op de laatste evaluatierapportage Passend onderwijs mbo. De voortgang op deze moties en toezeggingen zal ik waar relevant ook betrekken in deze beleidsreactie.

1. Voortgang landelijk informatiepunt studeren met een ondersteuningsbehoefte mbo

In mijn brief van 30 augustus jl. over Passend onderwijs mbo en studeren met een ondersteuningsbehoefte in het mbo en ho9 heb ik de komst van een landelijk informatiepunt voor zowel de studenten als voor de scholen aangekondigd. De stand van zaken is als volgt:

  • Het landelijk informatiepunt voor scholen is gelanceerd op 14 november. U kunt dit informatiepunt vinden op www.passendonderwijsmbo.nl.

  • Het informatiepunt voor de studenten wordt ontwikkeld samen met jongeren, onder andere met JOB en het Jongerenpanel Zorg én Perspectief. De verwachte lancering hiervan is april 2020.

2. Eén aanspreekpunt voor de mbo-student (motie Van den Hul en Westerveld)

In mijn brief van 30 augustus jl.10 heb ik aangekondigd met JOB, de MBO Raad en het Jongerenpanel Zorg én Perspectief in gesprek te gaan over de vindbaarheid van een aanspreekpunt voor studenten met een ondersteuningsbehoefte en hoe we dit kunnen verbeteren. Het gaat hierbij zowel om de informatievoorziening (wat kan de school bieden aan ondersteuning) als de «fysieke» aanwezigheid van een aanspreekpunt op scholen (wanneer kan je als student waar terecht of bij wie).

Met JOB, MBO Raad en Jongerenpanel Zorg en Perspectief heb ik het volgende afgesproken. Voor zowel een succesvolle website van het Kennispunt Passend Onderwijs mbo als de nog voorjaar 2020 te lanceren website voor studenten met ondersteuningsbehoefte mbo is het belangrijk dat beide websites kunnen doorverwijzen naar het aanspreekpunt per mbo-school. Een voorwaarde is dan ook dat informatie die scholen hebben over de ondersteuning die zij kunnen bieden, op hun eigen website staat. Het Kennispunt Passend onderwijs mbo gaat daarom in samenwerking met andere partijen aanjagen bij de scholen dat zij dit op hun website gaan plaatsen en/of bekijken hoe scholen dit nu al op de website hebben staan en of hier nog verbetering in aangebracht kan worden.Om scholen te ondersteunen bij het aanbieden van de informatie op de website, gaat het Kennispunt een servicedocument ontwikkelen dat de scholen kunnen gebruiken om deze informatie duidelijk op hun website te kunnen zetten. Het gaat hierbij niet om een limitatieve lijst met maatregelen, maar om wie studenten kunnen benaderen en/of waar ze terecht kunnen en daarnaast een indicatie wat de school kan bieden. Uitgangspunt blijft dat ondersteuning aan de student altijd maatwerk is. De MBO Raad zal in gesprekken met bestuurders het aanspreekpunt voor studenten met een ondersteuningsbehoefte agenderen.

3. Motie Westerveld om alternatieve toetsvormen beschikbaar te stellen

De motie van het lid Westerveld11 vraagt dat opleidingen altijd alternatieve toetsvormen beschikbaar stellen en het bestaan hiervan breed onder de aandacht brengen bij studenten. De Wet gelijke behandeling op grond van een handicap of chronische ziekte verplicht instellingen doeltreffende aanpassingen door te voeren voor studenten met een functiebeperking, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor de instelling.

De wet- en regelgeving voor het mbo biedt voldoende ruimte om alle studenten een examen te aan te bieden waarmee ze kunnen laten zien over de relevante eisen te voldoen voor het behalen van een diploma of certificaat. Voor examinering geldt, net als voor passend onderwijs, dat dit ook maatwerk kan zijn en dit vergt dan ook goede afspraken tussen de student en de school. Voor wat betreft de centrale examens zorgt het College voor Toetsen en Examens hiervoor, bijvoorbeeld door aangepaste examens te leveren of door aanpassingen te doen in bestaande examens. Voor het mbo is hiervoor onder andere beschikbaar het servicedocument «Passende examinering van beroepsspecifieke onderdelen in het mbo voor studenten met een ondersteuningsbehoefte». Daarnaast is er het servicedocument «Passende examinering van de beroepsspecifieke onderdelen in het mbo voor studenten met een ondersteuningsbehoefte», waarmee scholen worden ondersteund in het aanpassen en toch gelijkwaardig houden van de examens voor de overige onderdelen.

Begin 2020 zal ik in gesprek gaan met de VH, VSNU, MBO Raad en VO Raad over passende examinering in zowel mbo als hoger onderwijs. Ik verwacht u hierover rond de zomer van 2020 verder te kunnen informeren en daarmee de motie ook af te kunnen doen.

4. Motie Kuik en Westerveld over verkenning van aanpassing van de WHW en WEB

De motie Kuik en Westerveld12 verzoekt de regering, om te verkennen hoe de WEB en de WHW aangepast kunnen worden zodat studenten met een functiebeperking, een chronische ziekte of een mantelzorgtaak via de OER geïnformeerd moeten worden over aangepaste mogelijkheden voor zowel het onderwijsprogramma, de examens als het ondersteuningsaanbod. Een onderzoeksbureau zal inventariseren wat de consequenties zijn voor onder andere instellingen en studenten als we op dit punt de wetten zouden aanpassen. De uitkomsten van dit onderzoek en mijn reactie daarop zal ik rond de zomer 2020 aan uw Kamer doen toekomen.

5. Motie Yassini Westerveld over voorbereiding van studenten en begeleiding naar de arbeidsmarkt

De motie van de leden El Yassini en Westerveld13 vraagt om in gesprek te gaan met onderwijsinstellingen over hoe zij hun verantwoordelijkheden vormgeven om studenten met een beperking in het hoger onderwijs te begeleiden, zodat de studenten gereed zijn om de arbeidsmarkt te betreden. In de strategische agenda hoger onderwijs14 heb ik aangegeven dat er blijvende aandacht nodig is voor studenten met een (arbeids)beperking. Instellingen doen er goed aan het gesprek over het welzijn van de student met alle betrokken studenten te (blijven) voeren. Aandacht voor de (uiteenlopende) begeleidingsbehoeften van studenten is daarbij essentieel.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Kamerstuk 31 497, nr. 331.

X Noot
2

Kamerstuk 31 524, nr. 426.

X Noot
3

Kamerstuk 31 524, nr. 428.

X Noot
4

Kamerstuk 31 524, nr. 421.

X Noot
5

Kamerstuk 31 497, nr. 305.

X Noot
6

Kamerstuk 31 524, nr. 423.

X Noot
7

Kamerstuk 31 524, nr. 425.

X Noot
8

Kamerstuk 31 524, nr. 424.

X Noot
9

Kamerstuk 31 497, nr. 331.

X Noot
10

Kamerstuk 31 497, nr. 331.

X Noot
11

Kamerstuk 31 524, nr. 423.

X Noot
12

Kamerstuk 31 524, nr. 425.

X Noot
13

Kamerstuk 31 524, nr. 424.

X Noot
14

Kamerstuk 31 288 en 31 511, nr. 797.