Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201431311 nr. 104

31 311 Zelfstandig ondernemerschap

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2014

Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), over het beleid voor ambitieuze ondernemers. Tevens geef ik hiermee uitvoering aan de motie Lucas (Kamerstuk 33 750 XIII, nr. 17).

De samenleving vraagt om creatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven als betaalbare goede zorg voor ouderen, de transitie naar duurzame energie en schoon drinkwater voor een groeiende wereldbevolking. Innovatie en ondernemerschap kunnen een bijdrage leveren aan het oplossen van deze uitdagingen. Ambitieuze ondernemers spelen in dit proces een belangrijke rol.

Zij zijn een bron van innovatie, nieuwe banen, internationalisering en productiviteit.

Ik wil ambitieuze ondernemers daarom alle ruimte geven en belemmeringen wegnemen. Deze belemmeringen betreffen onder andere de toegang tot kapitaal en de fiscus, toegang tot innovatie en kennis, toegang tot Nederland en de wereld, toegang tot elkaar, en ondersteunende wet- en regelgeving.

Dit vraagt om continuïteit van het generieke bedrijvenbeleid voor alle ondernemers en om ruimte voor specifieke accenten via het topsectorenbeleid. Goede, laagdrempelige regelingen vormen het hart van dit beleid, zowel in termen van geld als het aantal bedrijven dat deelneemt. Voorbeelden zijn de fiscale stimulering van R&D, overheidsgaranties op bancair krediet, en vermindering van regeldruk. Daarnaast zijn er knelpunten en uitdagingen, onder andere bij kennis en innovatie, onderwijs en regeldruk, die sectorspecifiek van aard zijn. De aanpak hiervan vraagt om maatwerk.

Met deze beleidsagenda leg ik in het bedrijvenbeleid een accent op specifieke knelpunten van ambitieuze ondernemers. Ambitieus ondernemerschap richt zich zowel op het verhogen van de kwaliteit van de starters als op het stimuleren van de doorgroei van ondernemers.

Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan de motie van het lid Lucas (Kamerstuk 33 750 XIII, nr. 17). Het kabinet deelt de analyse in de Agenda StartUpNL dat innovatieve startups van groot belang zijn voor onze economie. De concrete voorstellen uit de agenda sluiten aan op mijn visie op ambitieus ondernemerschap en het reeds in gang gezette bedrijvenbeleid. In deze brief zal ik dit toelichten.

Ik heb in deze brief ook gebruik gemaakt van het advies van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid getiteld «Briljante bedrijven: effectieve ecosystemen voor ambitieuze ondernemers» dat onlangs aan mij is aangeboden. Ik heb dit advies bijgevoegd bij deze brief1.

Tot slot ga ik met deze brief in op de toezegging die ik tijdens de begrotingsbehandeling van Economische Zaken aan het lid Mulder (CDA) deed om een nadere verfijning te sturen van de verdeling van de innovatiemiddelen voor bedrijven, de toezegging aan het lid Mulder (CDA) om de Kamer te informeren over betrokkenheid van het mkb bij het Europese programma Horizon 2020, de toezegging aan het lid Dijkgraaf (SGP) om een nadere beschouwing te geven op de balans tussen generiek en specifiek innovatiebeleid, de toezegging aan het lid Lucas (VVD) over de uitwerking van vroege fase financiering, de toezegging aan het lid Mulder (CDA) om met de Staatssecretaris van Financiën in overleg te treden over een maximumtermijn voor teruggaaf van BTW, en de motie (Kamerstuk, 33 750-XIII nr. 27) van het lid Mulder (CDA) over het bevorderen van de toegang van het mkb tot de TKI-toeslag.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Ambitieus Ondernemerschap

Een agenda voor startups en groeiers

Ondernemerschap is het signaleren van kansen in de markt, zowel voor bestaande als nieuwe producten en diensten, ernaar handelen en daarbij risico's durven nemen. Ondernemers, groot en klein, kunnen vanuit hun pioniersgeest inspelen op nieuwe uitdagingen en kansen. Ondernemerschap is daarom belangrijk voor onze economie en onze welvaart. Het zorgt voor flexibiliteit en vernieuwing, is een banenmotor en draagt bij aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen.

Nederland heeft een goede uitgangspositie

Na een turbulente tijd zijn er weer voorzichtige tekenen van herstel van de economie. Het laatste kwartaal van 2013 liet met een groei van 0,7% het sterkste groeicijfer zien in drie jaar. Bovendien hebben ondernemers, volgens de Conjunctuurenquête van het CBS, voor het eerst sinds de zomer van 2011 weer een positieve verwachting van het economisch klimaat. Hardwerkende, gedreven mkb-ondernemers zijn de drijvende kracht achter de Nederlandse economie. Zij zijn het die de beslissingen aan het nemen zijn om weer te investeren, om nieuwe markten aan te boren, en uiteindelijk ook weer personeel aan te nemen. Het aandeel ondernemers in de beroepsbevolking is het afgelopen decennium sterk toegenomen. Bijna 1 op de 8 werkenden in Nederland verdient inmiddels zijn of haar brood als ondernemer2, en zestig procent van onze werkgelegenheid slaat neer in het mkb. Daarmee lopen we voorop in de EU.

Cruciaal hiervoor is een aantrekkelijk ondernemingsklimaat, met breed voorwaardenscheppend beleid op het gebied van financiering, fiscaliteit, het verminderen van regeldruk, ondernemerschaponderwijs en informatie en ondersteuning via de Kamer van Koophandel (KvK) en het Ondernemersplein. En met specifieke ondernemerschapsondersteuning, zoals steun aan incubators en acceleratorprogramma's. Al deze ingrediënten vormen samen een ondernemingsklimaat waarin (mkb-)bedrijven en ambitieuze ondernemers kunnen floreren. Zie box 1 voor een overzicht.

Box 1 Het mkb

Het kabinet erkent hoe belangrijk het mkb is voor de innovatie, export en economische groei van Nederland. Hieronder is omschreven welk breed pakket er ingezet wordt om het mkb te ondersteunen.

Het kabinet ondersteunt de kredietverlening aan ondernemers op diverse manieren. Bijvoorbeeld via de garantieregelingen van de overheid, waardoor ook in 2013 veel ondernemers aan financiering zijn geholpen. De regeling Borgstelling mkb-kredieten (BMKB) biedt mkb’ers met een gezond toekomstperspectief maar onvoldoende zekerheden de mogelijkheid om toch krediet aan te trekken. De regeling heeft in de periode 2008–2013 gezorgd voor ruim 18.000 kredieten aan met name kleinere bedrijven, waaronder startups en innovatieve bedrijven. Voor kleinere kredieten is samen met banken Qredits opgericht. Het kabinet heeft samen met de banken een extra impuls gegeven, waardoor nu ook kredieten tot € 150.000,- mogelijk zijn. Ook nieuwe financieringsvormen, zoals kredietunies, crowdfunding en mkb-obligaties, ondersteunt het Ministerie van Economische Zaken (EZ) waar mogelijk via promotie, het wegnemen van belemmeringen in de regelgeving en door de inzet van kennis en bestaande instrumenten. Zo is de BMKB opengesteld voor niet-bancaire kredietverstrekkers. Tot slot heeft het kabinet geld gereserveerd voor de opstart van de Nederlandse Investeringsinstelling (NII), om vraag en aanbod van financiering, o.a. vanuit pensioenfondsen en verzekeraars, beter met elkaar in overeenstemming te brengen. Zie verder ook onder het kopje «toegang tot financiering» in deze brief.

Ook op fiscaal gebied heeft het kabinet oog voor het mkb. In de vennootschapsbelasting is een verlaagd tarief van toepassing van 20% voor winsten tot € 200.000,- (daarboven 25%).In de inkomstenbelasting zijn met name de volgende fiscale aftrekposten van belang voor ondernemers: de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. Daarnaast bestaat de mkb winstvrijstelling, die effectief een tariefsverlaging inhoudt voor de mkb-ondernemer.

Om ondernemers zo goed mogelijk te bedienen met (overheids)informatie en bij het regelen van verschillende zaken met de (semi)overheid is er nu één loket (digitaal en fysiek): het Ondernemersplein van de Kamer van Koophandel. Ondernemersplein.nl is in opdracht van EZ ontwikkeld door de Kamer van Koophandel, in samenwerking met onder meer de Belastingdienst, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen Agentschap NL), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Centraal Bureau voor de Statistiek en de RDW, en wordt dé digitale plek waar ondernemers toegang hebben tot de voor hen relevante informatie en diensten van de hele overheid.

Het kabinet heeft ook specifieke, op de topsectoren gerichte maatregelen genomen, onder andere met het mkb-loket topsectoren, door bijdragen van bedrijven in natura te laten meetellen voor de TKI-toeslag en via de mkb-innnovatieregeling Topsectoren (MIT-regeling). Door de topsectorenaanpak te vereenvoudigen moet de toegankelijkheid voor mkb'ers verder verbeteren.

Om innovatieactiviteiten van het mkb in de regio te vergroten is, samen met decentrale overheden, verkend hoe het innovatiepotentieel van het mkb beter kan worden benut. De inschatting is dat in de regio tussen de vier- en vijfduizend mkb-bedrijven actief zijn met innovatie in R&D-projecten, en circa 20.000 bedrijven in bredere activiteiten zoals incubators, campussen, «shared facilities» en clusteropbouw. Een uitkomst daarvan is dat er nu met de provincie Noord-Brabant en de provincie Limburg afspraken gemaakt zijn om in het kader van de topsectoren HTSM, Agri&Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen op onderdelen aan te sluiten bij de MIT-regeling, waardoor er nog eens € 2 miljoen extra voor het mkb beschikbaar komt.

Ook binnen het generieke spoor van het bedrijvenbeleid vindt het mkb al veel aansluiting. De generieke innovatie-instrumenten WBSO, RDA en Innovatiefonds MKB+ staan open voor alle innoverende bedrijven in Nederland, van zelfstandigen tot midden- en kleinbedrijf tot multinational, van starter tot familiebedrijf. Meer dan 22.000 bedrijven maken gebruik van dit instrumentarium, waarvan circa 97% mkb is. Ruim 2/3 deel van het totale budget komt ten goede aan het mkb. Voor de Innovatiebox en de op topsectoren gerichte TKI-toeslag en MIT-regeling zijn dergelijke cijfers nog niet beschikbaar.

Nederland kent dankzij dit beleid dan ook al veel inspirerende voorbeelden van ondernemerschap. Dit is niet altijd even zichtbaar en daarom werk ik aan nieuwe communicatiemiddelen om dit beter over het voetlicht te brengen. In bijlage 3 heb ik al enkele voorbeelden opgenomen3.

Voorbeelden van ambitieuze ondernemingen

Ambitieuze ondernemers zijn zowel gevestigde bedrijven, zoals Airborne, die iedere keer een nieuwe groei doormaken, een bedrijf als Adyen dat het snelstgroeiende technologiebedrijf van de Benelux is, en Mendix, die zowel in Nederland als in de VS hard aan de weg timmert en begin van dit jaar 25 miljoen dollar durfkapitaal ophaalde.

Bovendien wil ik de komende tijd de dialoog met het mkb verder intensiveren, met als doel een vraaggestuurde mkb-agenda op te stellen. Er zal gezamenlijk worden toegewerkt naar concrete oplossingen voor de meest knellende problemen die met name het kleinere mkb ervaart. Vanzelfsprekend dient wel sprake te zijn van problemen waarbij de overheid een legitieme rol heeft en het Rijk de mogelijkheid heeft om de oplossing te bieden.

Uitdagingen

Ondanks onze goede positie op ondernemerschap zijn we er nog niet. Een goede uitgangspositie is geen garantie voor blijvend succes. Innovaties volgen elkaar snel op, consumenten stellen steeds hogere eisen en de globalisering gaat onverminderd door. Bovendien staan we voor grote maatschappelijke opgaven, zoals het betaalbaar houden van goede zorg, de transitie naar duurzame energie en vergrijzing van de bevolking. Hier liggen kansen, en ambitieuze ondernemers kunnen daarin een belangrijke rol vervullen.

Ambitieuze groeiondernemers zijn voor Nederland cruciaal

Ambitieuze ondernemers definieer ik hier als ondernemers die een nieuwe onderneming of ondernemingsactiviteit ontwikkelen met als doel zoveel mogelijk nieuwe waarde te creëren, die zich laat zien in innovatie, nieuwe banen, internationalisering en groei4. Deze groep is belangrijk voor werkgelegenheid, zoals ook aangegeven wordt in de Agenda StartUpNL. Internationaal onderzoek (van de OECD)5 toont aan dat jonge ondernemingen voor 60 procent bijdragen aan nieuwe werkgelegenheid, ongeacht de conjunctuur.

Startende bedrijven zijn in het begin veelal minder productief dan bestaande bedrijven. Dat kan samenhangen met de extra tijd en inspanning die onder andere gaat zitten in het verkennen van de markt, het opbouwen van netwerken en het doorontwikkelen van nieuwe producten en diensten. Het economische potentieel van ondernemerschap wordt benut als voldoende innovatieve ondernemingen uiteindelijk doorgroeien.

Op het gebied van groei en ambitie is er in Nederland nog winst te behalen. Zo heeft Nederland in de periode 2008–2011 4% snelle groeiers op basis van werkgelegenheid, waarmee het in vergelijking met benchmarklanden niet hoog scoort.6 Ook op het gebied van (groei)ambities is er nog ruimte voor verbetering. In Nederland verwacht 25% van de ondernemers in 2012 binnen vijf jaar meer dan vijf mensen in dienst te hebben, terwijl het gemiddelde in de OECD 36% is7.

Actieprogramma Ambitieus Ondernemerschap

Diverse onderzoeken (onder andere van de AWT8) en ervaringen van ondernemers zelf laten zien dat het groeivermogen van een ondernemer wordt bepaald door diverse factoren. Deze zijn in de Agenda StartUpNL vertaald in de onderstaande indeling waaraan «wet- en regelgeving» is toegevoegd. Figuur 1 illustreert de samenhang tussen de volgende factoren:

  • 1. toegang tot kapitaal: toegang tot (risico- en groei-) financiering;

  • 2. toegang tot innovatie: gebruik van regelingen;

  • 3. toegang tot kennis;

  • 4. toegang tot Nederland: aantrekken van internationale expertise en ondernemers;

  • 5. toegang tot de fiscus: aantrekkelijke fiscale randvoorwaarden voor groei;

  • 6. toegang tot elkaar: het sociale kapitaal van de ondernemer, de eigen vaardigheden van de ondernemer en hoe hij/zij het menselijk kapitaal van de onderneming inzet;

  • 7. toegang tot de wereld: toegang tot internationale markten en klanten;

  • 8. de randvoorwaarden waarbinnen de ondernemer opereert, zoals wet en regelgeving;

Figuur 1: het ecosysteem van de ambitieuze ondernemer met de acht belangrijkste factoren

Figuur 1: het ecosysteem van de ambitieuze ondernemer met de acht belangrijkste factoren

Om onze ambities op het gebied van kenniseconomie en ondernemerschap waar te maken, bij te dragen aan de wereldwijde maatschappelijke uitdagingen en te excelleren in groei zullen we gericht moeten investeren in het creëren van de juiste omstandigheden. De verantwoordelijkheid van de overheid ligt daarbij allereerst bij het scheppen van de condities en randvoorwaarden. Maar ook kan de overheid aan ondernemers het juiste ecosysteem bieden: een netwerk van betrokken bedrijven, organisaties en personen.

Inzetten op ambitieus ondernemerschap

Dit vraagt ten eerste om een ambitieuze cultuur die aanzet tot topprestaties. Hiervoor is een omslag in het denken over ambitie nodig in Nederland, zodat ruimte ontstaat om te excelleren en groeiondernemers als rolmodel gezien worden.

Het vraagt ten tweede om dynamische ecosystemen als voedingsbodem voor ambitie. Een soepel functionerend ecosysteem biedt ambitieuze ondernemers op een effectieve en efficiënte manier op het juiste moment toegang tot de juiste mensen, financiering en partners. Het helpt de ondernemers om hun individuele kwaliteiten tot bloei te laten komen en leidt tot lagere transactiekosten.

Ten derde vraagt het om continuïteit van het generieke bedrijvenbeleid voor alle ondernemers met ruimte voor specifieke accenten. Dit faciliteert het kabinet door overbodige en knellende regels te schrappen, te zorgen voor voldoende financieringmogelijkheden, laagdrempelige toegang tot informatie en advies via onder andere de KvK met het Ondernemersplein en minder specifieke subsidies in ruil voor lastenverlichting. Voorbeelden van fiscale lastenverlichting zijn de WBSO en de innovatiebox, waarbij bedrijven een positieve prikkel krijgen om te investeren in R&D.

En het vraagt ten vierde om maatwerk via het topsectorenbeleid. Er zijn namelijk ook knelpunten en uitdagingen op het terrein van kennis en innovatie, onderwijs en regeldruk die sectorspecifiek van aard zijn en vragen om maatwerk. Met deze beleidsagenda leg ik een accent op het oplossen van specifieke knelpunten voor ambitieuze ondernemers om hen een duwtje in de rug te geven bij het realiseren van hun wereldwijde groeipotentie. Het is daarom van belang dat er rondom de topsectoren ecosystemen ontstaan waarin bestaand en nieuw/jong bedrijfsleven elkaar vinden. Het topsectorenbeleid en het beleid voor ambitieus ondernemerschap zijn dus nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld.

Mijn ambitie voor snelle groeiers en groeiambitie bij ondernemers is een blijvende top 5-positie voor Nederland binnen de OECD vanaf 2020, waar Nederland nu qua groeiambitie op plek 22 staat.

In het onderstaande overzicht staan de belangrijkste maatregelen die het kabinet neemt. In de navolgende actieagenda licht ik alle maatregelen nader toe waarbij ik op onderdelen aangeef hoe de punten uit de Agenda StartUpNL van het lid Lucas hierin opgenomen zijn. Veel van de 43 voorgestelde acties uit de agenda neem ik in het geheel over, andere acties zijn gedeeltelijk overgenomen. In bijlage 1 wordt op alle punten uit de agenda ingegaan9.

De belangrijkste specifieke acties voor de 8 factoren

toegang tot kapitaal

• € 75 miljoen voor vroege fase financiering en co-investeringsregeling, samen met het EIF, voor business angels in Nederland. Medio 2014 verwacht ik de eerste tenders te openen.

• Opening afgelopen januari van een Financieringsdesk voor betere informatievoorziening voor ondernemers.

• Meer durfkapitaal om te innoveren in de latere groeifase van jonge, innovatieve ondernemingen via het Dutch Venture Initiative, gestart in de zomer van 2013. Dit betreft een «fund of funds» van vooralsnog € 150 miljoen. De eerste toezeggingen van ruim € 50 miljoen vanuit dit fonds hebben inmiddels plaatsgevonden.

toegang tot innovatie

• Het innovatie-instrumentarium wordt in 2014 meer stimulerend voor starters en doorgroeiers door:

– Verlenging van de eerste schijf WBSO;

– Verlaging van de ondergrens van het Innovatiekrediet;

– Verhoging percentage TKI-toeslag over de eerste € 20.000 cash of «in kind» bijdrage.

• Diverse activiteiten om topsectoren en startups beter te verbinden. Zo start in maart een pilot binnen de topsector Creatief naar slimme (pps-)vormen van creatie van nieuwe, innovatiegedreven bedrijvigheid binnen de topsectoren.

toegang tot kennis

• Valorisatie en ondernemerschaponderwijs zijn structureel verankerd in de lopende Prestatieafspraken tussen OCW en de hogeronderwijsinstellingen.

toegang tot Nederland

• Innovatieve buitenlandse startups kunnen naar verwachting nog dit jaar een startup-visum aanvragen.

toegang tot de fiscus

• De gebruikelijkloonregeling wordt aangepast. Bij die aanpassing worden ook de voorstellen uit de Agenda StartUpNL overwogen. In het najaar zal ik u informeren over de resultaten.

• Beoordelen van de voorstellen voor durfkapitaal op basis van bestaande evaluaties naar effectiviteit, doelgroepbereik en budgettaire impact. In het najaar zal ik u informeren over de uitkomsten.

toegang tot elkaar

• Start van NLevator dit voorjaar: een ecosysteem van en voor ambitieuze ondernemers waarbij stakeholders en groeiondernemers gefaciliteerd worden. EZ is één van de netwerkpartners hierbij.

toegang tot de wereld

• Ondersteuning van DutchBaseCamp per 1 januari dit jaar; het verbinden van start-up ecosystemen in Nederland en het faciliteren van hun internationalisering, in eerste instantie richting de VS.

• In navolging van de suggestie in de Agenda StartUpNL om een ambassadeur voor startups aan te wijzen zal het kabinet een special envoy startups aanstellen. De precieze invulling van deze functie zal nader worden bekeken.

de randvoorwaarden wet- en regelgeving

• Het wegnemen van onnodige belemmeringen in wet- en regelgeving die start en of doorgroei beperken. Zo worden bijvoorbeeld in de Wet Werk en Zekerheid de mogelijkheden tot lichtvaardig gebruik van het concurrentiebeding beperkt.

Actieagenda Ambitieus Ondernemerschap

1. Toegang tot kapitaal

Ambitieuze ondernemers komen met nieuwe producten en diensten en innovatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Financiering daarvoor is echter niet altijd eenvoudig te verkrijgen. Door de huidige economische ontwikkelingen staat de financiering van het gehele mkb onder druk. Oplopende verliezen in het mkb en risicoaversie zorgen ervoor dat banken hogere eisen stellen aan een kredietaanvraag en dat er minder financiering beschikbaar is in de risicovolle levensfasen van bedrijven. Zoals het kabinet in de «Rapportage Ondernemingsfinanciering» 10 van 25 juni 2013 al meldde, trekken private investeerders als venture capitalists en informal investors – die voorheen wel in de risicovolle fases investeerden – zich ook steeds meer hieruit terug.

Startups en groeiondernemers ondervinden daardoor problemen bij de financiering van hun ideeën, met name in de financiering van de vroege fase: de fase na onderzoek maar voor marktintroductie. Deze fase is lastig omdat dit buiten het bereik van onderzoekssubsidies valt, maar vóór het moment dat marktpartijen geïnteresseerd zijn. De Agenda StartUpNL vraagt om maatregelen op dit punt en doet hiervoor suggesties. Enkele hiervan neem ik over, zoals de maatregelen op het gebied van alternatieve financieringsvormen en vroege fase financiering. Verder zal ik aan de hand van de nieuwe staatssteunkaders voor risicokapitaal kijken of de seed-capital regeling verder kan worden geoptimaliseerd. De mogelijkheden voor het permanent openstellen van de BMKB voor niet-banken wil ik bezien aan de hand van de resultaten van de evaluatie van de huidige pilot-fase, welke voor dit najaar is gepland.

Uit gesprekken met ondernemers en investeerders blijkt dat het vinden van de juiste match tussen kapitaal en ondernemer nog vaak lastig is. Enerzijds omdat niet inzichtelijk is voor de ondernemer welke vormen van financiering er beschikbaar zijn, of het beste passen bij de fase waarin de ondernemer zit. Anderzijds omdat de ondernemer geen goede groei-, exit- en financieringsstrategie heeft, vaak doordat de ondernemer hiervoor niet altijd de juiste kennis of ervaring in huis heeft of weet aan te trekken.

Hiervoor neem ik de volgende concrete acties:

  • a. Meer durfkapitaal voor ambitieuze ondernemers die snel willen groeien door het Dutch Venture Initiative (DVI). Het DVI is vorig jaar zomer gelanceerd en inmiddels actief.

  • b. Nieuwe faciliteit voor vroege fase financiering en business angels. De faciliteit voor de financiering van de vroege fase zorgt ervoor dat ondernemers sneller hun concept of product kunnen doorontwikkelen en uiteindelijk op de markt kunnen brengen. Naar verwachting zal deze faciliteit medio 2014 beschikbaar zijn voor starters en mkb, waarbij academische starters een te onderscheiden categorie vormen. In de uitvoering wordt gestreefd naar samenwerking met regionale spelers uit het ecosysteem. Voor business angels wordt samengewerkt met het Europees Investeringsfonds (EIF); zij zullen de regeling gaan uitvoeren en ook cofinancieren. Hiermee worden de bedragen die business angels in Nederland kunnen investeren vergroot, waardoor bedrijven de periode naar grote investeringen van marktpartijen kunnen overbruggen (voor een verdere uitwerking zie bijlage 211).

    Het budget is als volgt verdeeld:

    • 1) Vroege fase financiering voor starters en innovatief bestaand mkb, met als uitvoerder de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), € 36 miljoen;

    • 2) Vroege fase financiering voor academische starters met als uitvoerder STW(NWO), € 14 miljoen;

    • 3) Co-investeringsfonds voor business angels, met als uitvoerder het EIF, met een bijdrage uit het stimuleringspakket van € 25 miljoen.

  • c. Via start van een business angel programma zorgen voor meer en betere investeringen door business angels in kleine ondernemingen en startups. Dit programma richt zich onder andere op het bijbrengen van kennis en zorgen voor meer deskundigheid bij potentiële en bestaande informal investors en ondernemers (verbeteren van de investment readiness).

  • d. Betere informatievoorziening voor ondernemers door de opening van een Financieringsdesk op het digitale Ondernemersplein. Naast het verstrekken van digitale informatie en eerstelijns advies wordt er doorverwezen naar publieke organisaties als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Ondernemerskredietdesk van MKB-Nederland en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en private organisaties;

  • e. Vergroten bereik van deze informatievoorziening met communicatie-uitingen zoals het presenteren van (alternatieve) financieringsmogelijkheden voor bedrijven, inclusief overheidsregelingen, tijdens congressen en bijeenkomsten als de landelijke Week van de Ondernemer, de Startersdag van de KvK en andere communicatiekanalen.

  • f. Vergroten van de bekendheid van alternatieve financieringsvormen zoals crowdfunding en kredietunies, door bij te dragen aan een voorlichtingscampagne crowdfunding die de sector ontwikkelt. Voor kredietunies ondersteun ik de vereniging samenwerkende Kredietunies en Kredietcoöperaties, die nieuwe kredietunie-initiatieven helpt in de oprichtingsfase.

  • g. Via financiële educatie ondernemers beter voorbereiden op een investering door goed aandacht te besteden aan de denkwijze en beoordelingscriteria van investeerders/financiers en hun manier van screening van een businessplan.

Met deze aanvullingen en de bestaande instrumenten wordt de hele financieringsketen (van fundamenteel onderzoek tot marktintroductie en doorgroei) in Nederland afgestemd op de veranderende financiële wereld en wordt de keten sluitend gemaakt.

2. Toegang tot innovatieregelingen

Innovatie bij bedrijven wordt in Nederland onder andere ondersteund met het generieke innovatiebeleid. Dit werpt zijn vruchten af. De door het CBS op 5 november jl. gepubliceerde ontwikkeling van R&D-investeringen door bedrijven toont een stijging van 1,14% van het BBP in 2011 naar 1,22% van het BBP in 2012. In de meting worden alle bedrijven meegenomen, zowel mkb en daarmee jonge, startende ondernemers, als grote bedrijven.12

In de Agenda StartUpNL staat een aantal concrete voorstellen om de toegang tot innovatieregelingen te verbeteren. Enkele hiervan, zoals het verlengen van de eerste schijf van de WBSO en het verhogen van het percentage TKI-toeslag over de eerste € 20.000 private cash of «in kind»-bijdrage voor publiek-private samenwerking in topsectoren, zijn al eerder actief opgepakt. Ook deelt het kabinet de mening van het lid Lucas dat het belangrijk is om met het inkoopbudget van de overheden innovaties uit te lokken, te laten ontwikkelen en te implementeren.

Tijdens de begrotingsbehandeling van Economische Zaken vroeg het lid Dijkgraaf (SGP) of niet meer nadruk gelegd moet worden op specifiek beleid. Het kabinet is van mening dat de inzet op specifiek en generiek beleid een afgewogen mix is. Ambitieuze ondernemers zijn actief binnen en buiten de topsectoren en kunnen om te innoveren profiteren van generieke instrumenten als de WBSO, de innovatiebox en het innovatiefonds. Daarnaast kunnen ondernemers ook gebruik maken van specifieke regelingen vanuit de topsectoren, zoals de MIT-regeling. Het versterken van ecosystemen in (en tussen) de topsectoren van bestaande en nieuwe bedrijven kan zorgen voor de nodige dynamiek en vernieuwing binnen de topsectoren.

Ook vroeg het lid Mulder (CDA) bij de begrotingsbehandeling om een nadere verfijning van de verdeling van de innovatiemiddelen voor het mkb. Met het overzicht in bijlage 2 beantwoordt het kabinet deze vraag. Ook komt het kabinet in dezelfde bijlage de toezegging aan het lid Mulder (CDA) na over de betrokkenheid van het mkb bij het Europese programma Horizon 2020.

Concrete acties om startups en doorgroei te bevorderen

Het kabinet heeft de afgelopen periode binnen het innovatie-instrumentarium een aantal maatregelen genomen om start en doorgroei te bevorderen. Dit innovatiebeleid zet het kabinet voort. Veel van deze maatregelen zijn overeenkomstig de voorstellen in de Agenda StartUpNL:

  • a. Verlenging van de eerste schijf van de WBSO van € 200.000 naar € 250.000 om doorgroei te bevorderen.

  • b. Verlaging van de ondergrens van het Innovatiekrediet (naar € 150.000) en tijdelijke verhoging van het kredietpercentage voor kleinere bedrijven (van 35% naar 45%).

  • c. Een verhoogd percentage TKI-toeslag over de eerste € 20.000 cash of «in kind» bijdrage aan de onderzoeksactiviteiten in TKI-verband en een verruiming van het budget van de MIT-regeling van € 22 miljoen in 2013 naar € 30 miljoen in 2014, voor het aansluiten van innovatief mkb op de topsectoren.

  • d. De samenwerking binnen de topsectoren versterken tussen startups, corporates en kennisinstellingen specifiek gericht op de creatie van nieuwe innovatiegedreven bedrijvigheid. Dit doe ik onder andere door bij te dragen aan een pilot binnen de topsector Creatief die onderzoek doet naar slimme (pps-)vormen van nieuwe innovatiegedreven bedrijvigheid. Deze pilot start in maart.

  • e. Stimuleren innovatiegericht inkopen bij alle overheden via inzet vanuit het programma «inkoop innovatie urgent». Zie de Voortgangsrapportage innovatiegericht inkopen (Kamerstuk, bijlage bij 32 637 nr. 82).

3. Toegang tot kennis

Ambitieuze ondernemers maken gebruik van de laatste inzichten en kennis om zo hun concurrenten voor te blijven. De beschikbaarheid van en de toegang tot die kennis is voor hen dan ook cruciaal. Universiteiten, hogescholen en instituten voor toegepast onderzoek spelen daarbij een grote rol. Deze organisaties kunnen kennis onderling delen en zo bijdragen aan een ecosysteem voor ondernemers.

De Agenda StartUpNL bevat ook enkele concrete suggesties voor verdere verbetering van de toegang tot kennis. Voor een groot deel zijn deze verbeteringen door het kabinet reeds opgepakt. Zo kan de inzet van zogenoemde «entrepreneurs in residence» bij Technology Transfer Offices (TTO’s) van universiteiten als best practice voor begeleiding van academische startups worden gezien. Dit wordt ook gestimuleerd door het valorisatieprogramma.

De Staatssecretaris van OCW heeft zich ingezet voor een betere toegang tot kennis via Open Access. Dit is van groot belang voor zowel de versnelling van innovatie als de bevordering van wetenschappelijke samenwerking zonder overbodige duplicatie. Op het gebied van intellectueel eigendom (IE) komen eveneens nadere acties. Ik zal in de zomer een plan van aanpak voor de stroomlijning van het IE-beleid van de toegepaste onderzoeksinstellingen gereed hebben. Het doel is dat ondernemers op laagdrempelige (en marktconforme) wijze toegang krijgen tot kennis. Op het gebied van toegang tot fundamentele kennis (van universiteiten, universitaire medische centra, NWO en de KNAW) heeft de Staatssecretaris van OCW aan de KNAW, VSNU, NFU en NWO gevraagd gezamenlijk de benutting van intellectueel eigendom op resultaten van wetenschappelijk onderzoek, met name octrooien, te inventariseren en te analyseren. De bewindslieden van OCW en ik zullen bij de reactie op dit rapport ook de toegang tot kennis in relatie tot ambitieuze ondernemers meenemen.

De meerwaarde van de vervlechting van de onderwijs-, onderzoek- en valorisatiefunctie van universiteiten is helder. Valorisatie moet breder worden gezien dan het simpelweg verspreiden van kennis door te publiceren of licenties op patenten uit te geven. Het kabinet waardeert dat de universiteiten hun samenwerking met bedrijven steeds verder uitbouwen, hun wetenschappelijke kennis actief uitdragen en toegankelijker maken voor het bedrijfsleven en dat zij actief hun faciliteiten met bedrijven delen. Ook het hbo draagt bij aan kenniscirculatie, onder andere met de centers of expertise die nu in ontwikkeling zijn en door praktijkgericht onderzoek in samenwerking met het bedrijfsleven (met name mkb) en maatschappelijke actoren via de middelen van het Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek Sociale Infrastructuur Agenda (SIA) bij NWO.

Concrete acties om toegang tot kennis te bevorderen:

  • a. In het Interdepartementaal BeleidsOnderzoek (IBO) wetenschapsbeleid wordt uitgebreider ingegaan op de vervlechting van de onderwijs- en onderzoekfunctie. De wetenschapsvisie, die tevens een reactie op het IBO zal bevatten, zal voor de zomer aan de Kamer worden aangeboden. In deze visie zal ook gekeken worden naar valorisatie.

  • b. In de lopende Prestatieafspraken tussen OCW en de instellingen voor het hoger onderwijs is blijvende aandacht gevraagd voor verankering van valorisatie en ondernemerschaponderwijs. Parallel daaraan gaan de universiteiten en de hogescholen met de overheid indicatoren ontwikkelen die op de langere termijn kunnen worden gebruikt om valorisatie te meten. Inzet daarbij is dat er in 2015 een gedragen set indicatoren ontwikkeld en getest is, waarmee de resultaten van de valorisatie-inspanningen in verschillende wetenschapsdomeinen kunnen worden gemeten en beschreven.

  • c. Aandacht in de kabinetsreactie op het rapport van KNAW, VSNU, NFU en NWO over kennisbenutting (die voor de zomer aan de Kamer wordt aangeboden) voor benutting intellectueel eigendom van de universiteiten en overige instellingen voor fundamenteel onderzoek. Eerder ontving uw Kamer al een brief (Kamerstuk 30 635, nr. 3) over het intellectuele eigendomsbeleid van de toegepaste onderzoeksorganisaties.

  • d. Gezamenlijk met de KNAW en de topsector Life Sciences & Health organiseer ik een rondetafel over de benutting van intellectueel eigendom in deze sector.

  • e. Resultaten van publiek en publiek-privaat gefinancierd onderzoek moeten «Open Access» gepubliceerd worden. Dit houdt in dat gepubliceerde artikelen en boeken onmiddellijk, dus zonder embargoperiode, vrij toegankelijk zijn. In 2024 dient de volledige omslag gemaakt te zijn. Indien de betrokken partijen zich onvoldoende inzetten, of de ontwikkelingen in onvoldoende mate vorderen, zullen de Minister en de Staatssecretaris van OCW in 2016 voorstellen om de verplichting om «Open Access» te publiceren op te nemen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

  • f. Het Platform Biodiversiteit, Ecosystemen en Economie deelt actief kennis over de economische kansen en uitdagingen bij benutting van natuurlijk kapitaal. Hiervoor is een helpdesk voor ondernemers, een subsidieregeling en wordt experimenteer ruimte geboden in pilots.

  • g. De Kamer van Koophandel biedt dienstverlening om individuele en gebundelde kennisvragen van bestaand innovatief mkb naar kennisinstellingen toe te leiden en het kennisaanbod bij kennisinstellingen transparant te maken.

4. Toegang tot Nederland

In de globaliserende arbeidsmarkt is een «strijd om talent» gaande om de beste kenniswerkers aan te trekken en te behouden. Deze strijd gaat niet alleen over reguliere werknemers in loondienst. Bedrijven werken steeds vaker samen met kleine, hoogtechnologische, veelal internationale bedrijfjes, zodat zij flexibeler kunnen inspringen op de snelle ontwikkelingen in hun sector.

Nederland wil «the place to be» zijn voor veelbelovende Nederlandse en buitenlandse talenten die een eigen onderneming starten omdat zij bijdragen aan onze welvaart en concurrentiepositie. Er is veel concurrentie met andere landen om innovatieve startups aan te trekken en te stimuleren. Startups maken een bewuste keuze voor het land van vestiging, afhankelijk van het innovatieklimaat, ondernemingsrecht, immigratiewetgeving, fiscaliteit en de aanwezigheid van acceleratieprogramma’s en kapitaal. Nederland kan met simpele toelatingsprocedures aantrekkelijk zijn voor deze startups. Actieve werving is daarbij essentieel voor een breed bereik. Daarom is het voorstel in de Agenda StartUpNL om op een website de informatie voor internationale startups te bundelen een goed idee.

Concrete acties die het kabinet zal nemen:

  • a. Introductie van een startup visum en dit breed communiceren. Innovatieve buitenlandse starters van buiten de EU kunnen straks een startup visum aanvragen. Streven is deze maatregel nog dit jaar in te laten gaan. De startup krijgt dan een verblijfsvergunning voor een jaar. In dat jaar krijgt de startende ondernemer de tijd de onderneming daadwerkelijk op te starten, een ondernemingsplan uit te werken en financiering te verwerven. Na dat jaar kan de starter een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning als zelfstandige (via de zelfstandigenregeling). De aanvraag moet bij de IND gedaan worden. Via het digitale Ondernemersplein wordt een doorverwijzing hier naartoe geregeld.

  • b. Acquisitie van startups en snelle groeiers: samen met private partijen in Nederland interessante startups naar Nederland halen. Dit bijvoorbeeld door de opzet van een soft landing platform in Nederland, in samenwerking met DutchBaseCamp. Om internationale expertise binnen te halen en sterkere verbindingen te leggen met andere innovatieve regio’s wordt voorlichtingsmateriaal ontwikkeld en er wordt nagedacht over verdere vervolgacties. Het gaat hier vooral om de ICT, High Tech en Creatieve Industrie, in eerste instantie in de Verenigde Staten. Hierbij zal nauw worden samengewerkt met de Innovatie Attaché»s en (bij voldoende omvang) NFIA.

  • c. Bieden van relevante informatie over het Nederlandse vestigingsklimaat op een laagdrempelige manier. Het is van belang om Nederland sterker te positioneren als aantrekkelijk land voor talent. Het kabinet doet dat bijvoorbeeld met het initiatief «Make it in the Netherlands», dat buitenlandse studenten moet verleiden na hun studie in Nederland te blijven. Ook zal ik, zoals de Agenda StartUpNL vraagt, online specifieke informatie aanbieden voor buitenlandse startups en groeiers.

5. Toegang tot de fiscus

Startende ondernemers hebben veel baat bij goede voorlichting vanuit de Belastingdienst over het btw-systeem, de aangiftesystematiek en de mogelijkheden om maatwerk te kunnen leveren. De voorlichting bij de KvK en de Belastingdienst is daarop ingericht met een breed scala aan specifieke activiteiten gericht op startende ondernemers, zoals voorlichtingsavonden, startersbezoeken en digitale informatievoorziening.

Vanuit financieel oogpunt is het voor startups aantrekkelijk om medewerkers (deels) te belonen in vorm van aandelen, en een relatief laag salaris. Het knelpunt dat de Agenda StartUpNL hierbij beschrijft is dat de startende ondernemer als werkgever loonheffing moet inhouden over de waarde van de aandelen en het salaris samen. Omdat de loonheffing alleen kan worden ingehouden op het loon in geld, resteert voor de werknemer veelal een veel lager bedrag aan netto besteedbaar inkomen.

Het lid Lucas stelt voor drie jaar uitstel van belastingheffing te verlenen voor de heffing over de beloning in de vorm van aandelen. Daarnaast wordt een eventuele waardesprong van die aandelen belast onder de vermogensrendementsheffing van box 3 in plaats van het progressieve tarief van box 1.

Ik heb samen met de Staatssecretaris van Financiën de haalbaarheid van dit voorstel bezien. Het heeft zeker sympathieke elementen en het sluit ook aan bij de signalen die ik uit de praktijk ontvang. Er bestaat een regeling die in de praktijk het naar voren gebrachte knelpunt voor een belangrijk deel kan oplossen. De werkgever (startup) kan een werknemer namelijk belonen door het verstrekken van een optie op een aandeel met uitoefenprijs nul in plaats van een aandeel zelf. De belastingheffing verloopt dan als volgt: op het moment dat de optie wordt uitgeoefend, vindt heffing plaats over de dan gerealiseerde waardesprong. Bij een uitoefenprijs van nihil is die waardesprong gelijk aan de dan geldende waarde van het aandeel. Die waardesprong is dan overigens wel belast in box 1. Ik acht dat overigens niet onredelijk, nu het een voordeel betreft dat voortvloeit uit de dienstbetrekking.

Startups lopen soms tegen de gebruikelijkloonregeling aan. De financiële situatie van de vennootschap is in de eerste jaren vaak nog niet voldoende stevig om het «standaard» gebruikelijk loon van € 44.000 uit te keren. Ondanks dat in overleg met de Belastingdienst onder omstandigheden een lager loon kan worden vastgesteld, kan het zinvol zijn nog eens goed te bezien of de criteria nog wel voldoen. Op grond van de Begrotingsafspraken 2014 wordt de marge in de gebruikelijkloonregeling met ingang van 2015 aangepast. Bij deze aanpassing in de regeling zal ook naar de andere criteria van deze regeling gekeken worden. De genoemde aandachtspunten uit de Agenda StartUpNL worden hierbij betrokken.

Het lid Lucas heeft ook om een doorrekening gevraagd van een drietal varianten van een nieuwe fiscale durfkapitaalregeling. Ik zal samen met de Staatssecretaris van Financiën de voorstellen uit de Agenda StartUpNL beoordelen op basis van reeds bestaande evaluaties naar effectiviteit, doelgroepbereik en budgettaire impact. Ik merk daarbij op dat het kabinet terughoudend is met de invoering van (nieuwe) fiscale instrumenten. Voorts heb ik in het stimuleringspakket bewust gekozen voor een instrument waarvan ik verwacht dat het een hoge effectiviteit zal hebben. Ik wil het cofinancieringinstrument voor business angels en de regeling voor vroege fase financiering eerst een kans geven.

In overleg met de Staatssecretaris van Financiën zal ik de volgende acties nemen:

  • a. Zorgen voor een goede voorlichting voor startende ondernemers over het btw-systeem. De belastingdienst spant zich hier al voor in via gedetailleerde en gerichte informatie hierover op hun website.

  • b. De optieregeling zal breder en actiever worden uitgedragen als oplossing voor het probleem waar startups tegenaan lopen bij het uitkeren van aandelen aan hun personeel.

  • c. Bij de aanpassing van de gebruikelijkloonregeling de aandachtspunten uit de aandachtspunten uit de Agenda StartUpNL betrekken.

  • d. Het beoordelen van de voorstellen voor durfkapitaal op basis van reeds bestaande evaluaties naar effectiviteit, doelgroepbereik en budgettaire impact.

6. Toegang tot elkaar

Ondernemers zijn voor hun succes en groei vaak afhankelijk van het op het goede moment ontmoeten van de juiste personen. Het kan hierbij gaan om de juiste klant, kennis, investeerder of werknemer. Het hebben van een goed netwerk is hierbij van belang. Belangrijk daarbij is ook hoe goed de ondernemer zelf in staat is nieuwe contacten op te doen en deze contacten te benutten.

De voorstellen die de Agenda StartUpNL op dit terrein doet voor startende ondernemers herken ik zeker. Om ondernemers te faciliteren bij het vinden en benutten van netwerken heeft de overheid reeds verschillende acties ondernomen en infrastructuren hierop ingericht, zoals de TKI’s en de topsectoren. De inzet op netwerken en het verbinden van ondernemers aan mentoren en coaches zit verweven in meerdere activiteiten waaraan het kabinet een bijdrage levert, zoals New Venture, binnen incubators, binnen de dienstverlening van de Kamer van Koophandel (zowel digitaal als fysiek) en binnen het valorisatieprogramma.

Ook het «bijzonder kenmerk ondernemen» van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) waar de Agenda StartUpNL om vraagt, is er inmiddels. Dit kenmerk is reeds verworven door de Vrije Universiteit Amsterdam voor hun bacheloropleiding Science, Business and Innovation en de minor Entrepreneurship. Het «bijzonder kenmerk ondernemen» is een van de elementen binnen het actieprogramma Onderwijs en Ondernemerschap van de Ministeries van OCW en EZ. Tot slot bieden, zoals het lid Lucas graag zou zien, diverse universiteiten en hogescholen reeds business masters aan.

Met deze inspanningen op het terrein van ondernemerschaponderwijs, valorisatie en startersbeleid heeft Nederland een goede voedingsbodem voor ondernemerschap gecreëerd. Hierdoor hoort Nederland bij de top qua ondernemendheid onder studenten en aantal startups. In het onderwijs zijn reeds tal van initiatieven en daardoor liggen er kansen binnen het onderwijs voor groei en excellentie van ondernemerschap.

Ecosystemen zijn belangrijk om ambitie aan te wakkeren en om vaardigheden aan te leren. Deze ecosystemen zijn nu vooral gericht op starters en minder op de groeiers. Ecosystemen lopen vaak door een regionale en/of sectorale insteek tegen grenzen aan. Netwerken onderhouden en uitbreiden moeten ondernemers natuurlijk in de eerste plaats zelf doen. Maar ook de overheid heeft als netwerkpartner hierin een rol. De overheid heeft het organisatorische vermogen om partijen bij elkaar te brengen en te verbinden en zo het gehele ecosysteem te faciliteren en te stimuleren.

Er is geen blauwdruk voor het opzetten of versterken van ecosystemen. Daarom kiest het kabinet voor een vernieuwende aanpak met diverse experimenten. Zo komen er enkele pilots rond slimme (pps-)vormen van creatie van nieuwe innovatiegedreven bedrijvigheid binnen de topsectoren en wordt een brede aanpak gestart onder de noemer NLevator. Een ander voorbeeld van de overheid als netwerkpartner in een ecosysteem is het ontwikkelen van een Accelerator Circulaire Economie. Dit naar aanleiding van de motie van het lid Van Veldhoven (Kamerstuk, 33 043 nr. 20).

Ook heeft het kabinet aandacht voor sociale innovatie om vernieuwing op gang te helpen. Het gaat hierbij zowel om sociale innovatie binnen bedrijven als tussen bedrijven. Bedrijven die in hun sociaal kapitaal investeren doen het vaak beter dan anderen en kunnen groeikansen benutten en goed personeel vasthouden.

Hiervoor neem ik de volgende concrete acties:

  • a. EZ neemt deel als netwerkpartner bij initiatieven als NLevator. NLevator is een ecosysteem van en voor ambitieuze ondernemers waarbij stakeholders en groeiondernemers gefaciliteerd worden. Het doel is een cultuurverandering te bewerkstellingen en de latente vraag naar ondernemerschaponderwijs en mentoren/coaching bij bestaande ondernemers meer en beter te ontsluiten.

  • b. Met de partners in het veld wordt een hernieuwde Roadmap voor Sociale Innovatie opgesteld, met uitwerking van de rol en bijdrage van het veld en de mogelijkheden voor het aantrekken van een Ambassadeur Sociale Innovatie;

  • c. Het ondersteunen van de jaarlijkse Dag van de Sociale Innovatie in samenwerking met private partijen, voor het actief verspreiden van kennis en goede praktijkvoorbeelden.

  • d. Ondernemerschap al jong stimuleren: De Stichting Jong Ondernemen krijgt de komende drie jaar in totaal € 900.000 subsidie om ondernemen van primair onderwijs tot wetenschappelijk onderwijs op grotere schaal uit te rollen. Hiermee blijf ik zorgen dat ondernemen, ondernemendheid en ambitie tonen al jong «tussen de oren» komt.

  • e. Ook fysieke plekken zijn belangrijk, hierbij speelt bijvoorbeeld de pilot in de creatieve sector een belangrijke rol (zie onder toegang tot innovatie).

7. Toegang tot de wereld

Voor bedrijven met groeiambitie is het buitenland van groot belang. Het verdienvermogen van de Nederlandse economie wordt voor een belangrijk deel bepaald door de Nederlandse concurrentiepositie op exportmarkten. Daarnaast is het cruciaal om met buitenlandse partijen samen te werken in internationale kennis- en innovatieclusters: het brengt nieuwe kennis, voorkomt duplicatie van onderzoek en biedt kansen om nieuwe exportmogelijkheden te verkennen.

De analyse in de Agenda StartUpNL laat zien dat het voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf, en met name ook voor startups, vaak lastig is om in het buitenland een voet aan de grond te krijgen. Onbekendheid met procedures, regels, gebruiken en gewoonten spelen mee en startups zijn niet altijd financieel in staat hun product en bedrijf te presenteren.

Het kabinet zet daarom in op een sterke economische diplomatie, op een effectieve promotie en Holland branding in het buitenland, op handelsmissies en op het stimuleren van innovatiesamenwerking. Tijdens het algemeen overleg met de Kamer over exportbevordering op 19 december jl. heeft de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gezegd te werken aan een internationaliseringsstrategie specifiek voor het mkb. Zij zal de Kamer daarover voor de zomer een brief doen toekomen. Daarin zal tevens worden ingegaan op de specifieke problemen van startups.

Er zijn ook private en publiek-private initiatieven om ondernemers te stimuleren de stap naar het buitenland te zetten. Een voorbeeld hiervan is DutchBaseCamp, een publiek-privaat initiatief om Nederlandse startups de stap overzee te laten maken en startups uit de VS vanuit Nederland de kans te bieden Europa te veroveren.

Naast de acties waarover de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor de zomer de kamer zal berichten, zal het kabinet de volgende actie nemen:

  • In navolging van de suggestie in de Agenda StartUpNL om een ambassadeur voor startups aan te wijzen zal het kabinet een special envoy startups aanstellen. De precieze invulling van deze functie zal nader worden bekeken.

  • Ondersteuning van DutchBaseCamp per 1 januari dit jaar.

8. Ondersteunende wet- en regelgeving

Ik zie nog te vaak dat ondernemers in hun ambitie geremd worden door onbedoeld complexe of kostbare regelgeving, of door de manier waarop de regels door verschillende overheidsorganisaties en toezichthouders worden uitgevoerd. Dit is jammer omdat onnodige en onduidelijke eisen ten aanzien van wet- en regelgeving de ondernemers veel tijd en geld kosten. Naast de algemene inspanningen die het kabinet al doet om regels en administratieve lastendruk te vereenvoudigen, beziet het kabinet daarom nog mogelijkheden om specifieke knelpunten die ambitieuze ondernemers hebben aan te pakken (Kamerstuk, 29 362 nr. 225).

Ambitieuze ondernemers ervaren groeibelemmeringen in wet- en regelgeving. Zij wijzen dan vooral op werkgeversverplichtingen rondom ziekte of pensioen die vooral startende ondernemers huiverig maken om mensen aan te nemen, de faillissementswetgeving die soms onnodig vertragend kan werken, waardoor ervaren ondernemers niet snel weer beschikbaar zijn om nieuwe bedrijven op te richten, en het concurrentiebeding. Eerdere kabinetten hebben dan ook al veel gedaan om belemmeringen voor het aannemen van personeel weg te nemen. De loonheffing is vereenvoudigd, het loonbegrip is versimpeld en de premies voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn opgeschoond wat de lasten eenmalig heeft verlaagd met € 1,3 miljard. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in december 2013 aan de Tweede Kamer toegezegd de knelpunten van de loonbetalingsplicht te onderzoeken.

Onder een concurrentiebeding mag een werknemer niet of slechts onder restricties in dienst treden bij een andere werkgever of starten als ondernemer in dezelfde branche. Het concurrentiebeding is voor de werkgever een instrument om bedrijfspecifieke kennis te beschermen en te voorkomen dat klanten worden overgenomen. Maar het kan een obstakel vormen voor ondernemerschap omdat het een belemmering kan vormen om een nieuw bedrijf te starten.

Hiervoor lopen de volgende acties:

  • a. De uitkomsten van onderzoek naar de knelpunten van de loonbetalingsplicht door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden naar verwachting in het laatste kwartaal van 2014 aangeboden aan de Tweede Kamer.

  • b. Doelmatige faillissementswetgeving; op dit moment wordt door de Minister van Veiligheid en Justitie een grondige herziening van de Faillissementswet voorbereid, zoals aangekondigd in de faillissementsfraudebrief van 26 november 2012, in de vorm van de Wetsvoorstellen Continuïteit van ondernemingen 1, 2 en 3 die er op zijn gericht om economisch optimale oplossingen mogelijk te maken voor ondernemingen in moeilijkheden. Tegelijk worden maatregelen tegen fraude, waar ook veel ondernemers slachtoffer van worden, versterkt. Uw Kamer is hierover laatstelijk tijdens het Algemeen Overleg Veiligheid en Justitie van 6 februari jl. uitvoerig geïnformeerd;

  • c. Het kabinet is, met sociale partners, van mening dat het belang van de werkgever bij een concurrentiebeding inzake tijdelijke contracten in beginsel niet opweegt tegen de belangen van de werknemer. Daarom wordt in de Wet Werk en Zekerheid, die de Minister van Sociale Zaken in december 2013 naar Uw Kamer heeft gezonden, de mogelijkheden tot lichtvaardig gebruik van het concurrentiebeding beperkt. In het wetsvoorstel werk en zekerheid is opgenomen dat in contracten voor bepaalde tijd geen concurrentiebeding kan worden opgenomen. Wil een werkgever in een dergelijke overeenkomst toch een concurrentiebeding opnemen, dan moet hij in die arbeidsovereenkomst motiveren welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het opnemen van een concurrentiebeding noodzakelijk maken. Om te bezien of een bredere aanpassing van de wettelijke regeling, of eventueel andere maatregelen, nodig zijn, zal de Sociaal Economische Raad om een advies worden gevraagd.

Tot slot

Met deze acties tracht ik de belemmeringen weg te nemen die ambitieuze ondernemers hinderen in hun groei. Over de voortgang van de actieagenda ambitieus ondernemerschap zal ik in de voortgangsbrief bedrijvenbeleid rapporteren.

Met deze agenda wil ik de aanzet geven tot een omslag in het denken over ambitieus ondernemerschap in Nederland, zodat ruimte ontstaat om te excelleren en topondernemers meer als rolmodel gezien zullen worden. Door successen te vieren en ambitie te waarderen worden ook andere ondernemers weer geïnspireerd om zichzelf en hun medewerkers naar een hoger niveau van kennis en motivatie te brengen.

Nederland is van oudsher een land van ondernemers. Ondernemers met hun vernieuwende ideeën en handelsgeest hebben ons land gemaakt tot wat het nu is: een aantrekkelijk land om in te leven, te investeren en te innoveren. Maar het moet ook het land worden waarin het aantrekkelijk is om als bedrijf door te groeien en wereldspeler te worden. Daar werk ik aan!


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Internationale benchmark ondernemerschap Panteia (2013) www.ondernemerschap.nl

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
4

Studie voor het AWT en VRWI: Ambitieus Ondernemerschap, 2012, Stam et al.

X Noot
5

OECD Science Technology and Industry scoreboard 2013

X Noot
6

Internationale benchmark ondernemerschap Panteia (2013) www.ondernemerschap.nl

X Noot
7

Global Entrepreneurship Monitor The Netherlands 2012 Panteia (2013)

X Noot
8

«Briljante bedrijven: effectieve ecosystemen voor ambitieuze ondernemers», AWT advies nr 85, maart 2014

X Noot
9

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
10

Kamerstuk 32 637 nr. 61

X Noot
11

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
12

In antwoord op de toezegging aan het lid Lucas (VVD) n.a.v. de R&D cijfers van het CBS.