Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201430635 nr. 3

30 635 Octrooibeleid

Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 september 2013

In het najaar van 2012 heeft de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie u geïnformeerd1 over het evaluatieonderzoek van het intellectueel eigendomsbeleid over de periode 2006–2010 van het Ministerie van Economische Zaken dat door onderzoeks- en adviesbureau Ecorys is uitgevoerd. Vanwege de demissionaire status van het kabinet Rutte-I heeft de minister zich toen beperkt tot een reactie op hoofdlijnen.

Naar aanleiding van de evaluatie informeren wij u in deze brief over het belang van intellectueel eigendom (hierna: IE) voor innovatie en de belangrijkste beleidsinitiatieven. In de bijlage is een gedetailleerde reactie op de evaluatie opgenomen. Tegelijkertijd maken wij er gebruik van om hierin ook het brede IE-stelsel toe te lichten in samenhang met relevante ontwikkelingen, innovatie en topsectoren.

Belang van intellectuele eigendomsrechten voor innovatie

IE-rechten zijn voor bedrijven van groot belang bij het versterken van hun concurrentiekracht. Ondernemingen – van heel groot tot erg klein – kunnen meer profiteren van innovatie als zij gebruikmaken van IE-rechten. Het aantal octrooien is een belangrijke indicator voor het meten van innovatie2. Bekend is dat aan innovatieve sectoren meer octrooien worden verleend dan aan andere. Voor bepaalde sectoren, bijvoorbeeld de levensmiddelenindustrie en de creatieve sector, kunnen verleende merken- en modelrechten ook een goede indicator zijn. Voor bedrijven en kennisinstellingen is het van belang dat zij bij hun innovatiestrategie ook rekening houden met de wijze waarop het intellectueel eigendom wordt geregeld. Op basis van recent onderzoek3 blijkt dat voor alle bedrijven de mix van IE-rechten van belang is, waarbij er, afhankelijk van de sector, een focus op octrooien, merken, kwekersrechten of de bescherming van bedrijfsgeheimen kan liggen.

Ook blijkt verder dat bedrijven in de topsectoren ten opzichte van de bedrijven die niet tot de topsectoren worden gerekend relatief meer octrooien, merken en modellen aanvragen. Dit bevestigt het belang van een goede IE-infrastructuur die aansluit bij bedrijven.

Hoofdpunten van het evaluatieonderzoek

  • Nederland beschikt over een kwalitatief goed en effectief IE-systeem.

  • De beleidswijzigingen die in de periode 2006–2010 zijn doorgevoerd, hebben de werking ervan verbeterd4. De onderzoekers beoordelen het gevoerde beleid en de uitvoering ervan als doeltreffend.

  • De onderzoekers zijn verder van mening dat het beleid in Nederland aan kracht zou winnen als de relatie met het innovatiebeleid zou worden versterkt, er een sterkere coördinatie van beleid en voorlichting ten aanzien van alle IE-rechten zou plaatsvinden, en de interactie met stakeholders zou verbeteren.

Reactie

Wij onderschrijven in zijn algemeenheid de conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers en wij zullen het IE-beleid als zodanig voortzetten en ook de relatie met innovatie, de interactie met stakeholders en de voorlichting bevorderen.

In het kader van een versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie streven wij ernaar dat het IE-systeem toegankelijk blijft bij R&D activiteiten en de commercialisatie van nieuwe producten voor innovatieve bedrijven, een goede rechtszekerheid biedt, transparant is en de balans met maatschappelijke belangen in het oog houdt. Innovatieve ondernemers en kennisinstellingen zullen hiervan profiteren bij het verkrijgen van informatie over en aanvragen van IE-rechten, en de bescherming en benutting van (hun) kennis die zij kunnen inzetten bij hun innovatiestrategie.

Het belang van IE neemt toe, maar verandert ook van aard. Zo stimuleert het IE-systeem niet alleen innovatie, maar leiden innovaties ook tot veranderingen in het IE systeem. Daarvoor zijn verschillende oorzaken.

Snelle technologische veranderingen

Met name de opkomst van het internet maakt dat steeds meer informatie beschikbaar komt en kan worden uitgewisseld. Veel van die informatie is vastgelegd in octrooien, maar kan niet altijd even makkelijk worden ontsloten. De ontwikkeling van goed toegankelijke registratiesystemen (zoals het digitale octrooiregister bij Octrooicentrum Nederland, onderdeel van Agentschap NL) en vertaalfaciliteiten (zoals de ontwikkeling van machinevertalingen) kunnen daaraan bijdragen. Tegelijkertijd kan het gemak waarmee informatie kan worden uitgewisseld een bedreiging zijn voor de bescherming van informatie die vertrouwelijk dient te blijven.

Ook hebben veranderende productie- en distributiemodellen (bijvoorbeeld e-commerce als shopping20205 of de opkomst van de 3D-printer en de 3D-scanner) gevolgen voor de handhaving van IE-rechten. De digitalisering van de economie vraagt ook om andere arrangementen doordat bijvoorbeeld internationale transacties in de interneteconomie niet-fysieke landsgrenzen passeren. Door het organiseren van dialogen met alle relevante betrokkenen zullen wij nagaan hoe dergelijke technologische ontwikkelingen doorwerken in het IE-systeem.

Een ander goed voorbeeld van de invloed van technologische veranderingen op IE is de opkomst van de biotechnologie in de plantenveredeling en de introductie van genetische modificatie die vele mogelijkheden biedt om sneller toegang te krijgen tot beter biologisch materiaal. Door samenloop van het octrooi- en het kwekersrecht6 kan hierbij de vrije toegang tot biologisch materiaal voor kwekers worden belemmerd. Hiertoe zullen wij een wetswijziging tot invoering van een beperkte veredelingsvrijstelling doorvoeren7. Ook starten wij binnenkort een onderzoek naar de effecten van een uitgebreide veredelingsvrijstelling voor de betrokken sectoren. U wordt hierover separaat geïnformeerd.

Innovatiemodellen veranderen en hebben impact op IP-portfolio

In nieuwe producten worden steeds vaker innovaties uit verschillende technologiegebieden en met een verschillende herkomst samengebundeld. Dat werkt ook door in de omgang met IE-rechten. Deze trend naar zgn. «Intellectual Property (IP)-portfolio management», waar bedrijven van geval tot geval bepalen welke (combinatie van) IE-recht (en) het meest geschikt is, blijkt heel succesvol te zijn8. Bedrijfsgeheimen maken hier ook steeds meer deel vanuit. Geïntegreerd IP-portfolio management wordt daarmee een belangrijke vaardigheid van succesvolle bedrijven en kennisinstellingen. In de voorlichting zullen wij hier meer aandacht aan besteden.

Samenwerking bedrijven en kennisinstellingen steeds belangrijker

Met name aan privaat-publieke-samenwerking is een belangrijke impuls gegeven met het topsectorenbeleid. Hierbij vervullen octrooien een essentiële rol. Met behulp van octrooien kunnen samenwerkende partijen tot goede afspraken komen. Ook is het belangrijk dat samenwerkende partijen afspraken kunnen maken over de omgang met vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Om dit te faciliteren zijn in samenwerking tussen alle betrokken partijen spelregels voor de omgang met IE in privaat-publieke-samenwerking tot stand gekomen9.

Wij zullen hieraan aandacht blijven besteden bij de implementatie in de TKI’s (Topconsortia voor Kennis en Innovatie) en daarbij met bedrijven, kennisinstellingen en overheden in gesprek blijven. Zowel NWO als de TO2-instituten10 passen de spelregels reeds toe. Daarnaast zullen we zoals in de Beleidsvisie Toegepast Onderzoek is aangekondigd van alle TO2-instituten het IE-regime tegen het licht houden. Het idee is dat de verschillende IE-regimes van de TO2-instituten worden gestroomlijnd hetgeen bijdraagt aan meer transparantie en de samenwerking tussen marktpartijen en de TO2-instituten bevordert.

Invloed internationale ontwikkelingen op IE onverminderd groot

Wij wijzen in dit verband met name op de ontwikkeling van het unitair octrooi en het Eengemaakt octrooigerecht en de herziening van het Europees merkenstelsel. De Nederlandse bijdrage aan internationale fora is effectief en succesvol. Een goed voorbeeld is hiervan de totstandkoming van het unitair octrooipakket. Daarnaast zijn nieuwe Europese initiatieven te verwachten op het terrein van de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsgegevens en blijft ook de discussie over het biooctrooi op dat niveau actueel. Het vervolmaken van de Europese IE-infrastructuur is van groot belang voor het Nederlandse bedrijfsleven, waarbij het unitair octrooipakket de grootste stelselwijziging in het Europees octrooibestel sinds de komst van het Europees Octrooiverdrag in 1973 is. Wij zullen hier dan ook sterk in blijven investeren en nemen actief deel aan de totstandkoming van het unitair octrooi en het Eengemaakt octrooigerecht. Samen met het nationale IE-systeem voorziet dit in een belangrijke behoefte van bedrijven en kennisinstellingen en geeft hen de ruimte strategisch om te gaan met het beschermen van hun kennis.

Aanpassingen in 2006–2010 hebben werking IE-systeem verbeterd

Samen met het Europese octrooisysteem, vormt het stelsel van de Rijksoctrooiwet 1995 een samenhangend geheel. Wij constateren met tevredenheid dat sinds de vorige evaluatie aangebrachte wijzigingen (invoering van de «written opinion», afschaffing 6-jarig octrooi, mogelijkheid tot het Engelstalig indienen, herziening taksenstelsel) positief hebben uitgepakt en hebben bijgedragen aan het vergroten van de toegankelijkheid en de rechtszekerheid. Wij zijn van oordeel dat er, in aanvulling op het Europese stelsel zeker bestaansrecht is en blijft voor een Rijksoctrooi. Wij zien dan ook geen aanleiding tot systeemaanpassingen.

Zichtbaarheid, herkenbaar en toegankelijkheid uitvoering IE

Octrooicentrum Nederland speelt een belangrijke rol bij de uitvoering van het IE-beleid op het gebied van octrooien.

IE zal bij de dienstverlening op het gebied van het thema «Innovatie» voor bedrijven en kennisinstellingen en bij het digitale ondernemersplein integraal worden meegenomen11. Belangrijk is hierbij dat de zichtbaarheid, herkenbaarheid en toegankelijkheid van Octrooicentrum Nederland behouden blijven.

Tot slot

De genoemde maatregelen hangen nauw met elkaar samen en verstevigen het huidige IE-systeem in samenhang met de innovatieprocessen van bedrijven en kennisinstellingen. Verder achten wij het van belang op te merken dat het Nederlandse IE-systeem complementair is aan het Europese systeem en daarmee in een duidelijke behoefte voorziet van bedrijven en kennisinstellingen. Inzet op zowel het nationale als het internationale speelveld en een goed samenspel tussen beide blijft daarom essentieel.

De voorgestelde beleidsacties zullen zorgvuldig worden gemonitord. Naar verwachting zal de volgende evaluatie van het IE-beleid in 2018 plaatsvinden.

Nu de verantwoordelijkheid voor het octrooirecht en het kwekersrecht bij één ministerie is komen te liggen, zullen deze voortaan gezamenlijk worden geëvalueerd.

De minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

BIJLAGE

Inleiding

In deze bijlage geven wij onze gedetailleerde reactie op de aanbevelingen van de beleidsevaluatie, en de daarin vervatte kanttekeningen van de onderzoekers bij onderdelen van het beleid (hoofdstuk 2)12. Ter inleiding hierop wordt u geïnformeerd over het Nederlandse intellectueel eigendomsbeleid in samenhang met relevante ontwikkelingen in Europa en in internationaal verband en over de relatie met het innovatiebeleid en topsectoren. Naarmate kennis belangrijker wordt voor bedrijven en kennisinstellingen, wordt de kennisbescherming ook belangrijker en is intellectueel eigendom voor bedrijven en kennisinstellingen een strategisch instrument.

De beleidsevaluatie is uitgevoerd over de periode 2006–2010 en was gericht op de intellectuele eigendomsrechten (hierna: IE-rechten) waar het Ministerie van EZ ten tijde van de evaluatie verantwoordelijk voor was, te weten: octrooien, merken en modellen/tekeningen (hierna: modellen). Kwekersrecht en geografische indicaties (beide vallende onder de verantwoordelijkheid van het toenmalige Ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit), auteursrecht (vallend onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie) en de interdepartementale coördinatie van EZ betreffende de handhaving van IE-rechten in het algemeen zijn niet meegenomen in deze evaluatie.

1. Het Nederlandse Intellectueel Eigendomsbeleid (octrooien, merken en modellen)

In de beleidsevaluatie stond de volgende vraagstelling centraal: «In welke mate functioneert het integrale stelsel van intellectueel eigendom in Nederland, waarvoor EZ primair verantwoordelijk is, in lijn met de doelstelling – bijdragen aan de versterking van het innovatievermogen in het bedrijfsleven door een toegankelijk systeem van intellectueel eigendom, dat aansluit op internationale ontwikkelingen – en wat zijn de effecten van het beleid, respectievelijk de beleidswijzigingen, van de afgelopen jaren daarop geweest?

1.1 Reactie op uitkomsten evaluatieonderzoek

Kern van de conclusies in het evaluatieonderzoek is dat:

  • Nederland over een kwalitatief goed en effectief IE-systeem beschikt.

  • De beleidswijzigingen die in de periode 2006–2010 zijn doorgevoerd, de werking ervan hebben verbeterd13.

  • De onderzoekers zijn verder van mening dat het beleid in Nederland aan kracht zou winnen als de relatie met het innovatiebeleid zou worden versterkt, er een sterkere coördinatie van beleid en voorlichting ten aanzien van alle IE-rechten zou plaatsvinden, en de interactie met stakeholders zou verbeteren.

Wij onderschrijven in zijn algemeenheid de conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers en zullen het IE-beleid als zodanig zo voortzetten maar ook trachten de genoemde aandachtspunten te verbeteren. Het Nederlandse IE-beleid dient bij te dragen aan de versterking van het innovatievermogen van het bedrijfsleven door een toegankelijk systeem van IE-rechten.

Vanwege het grote internationale belang van de IE-rechten vervult de Europese en internationale wet- en regelgeving hierbij een belangrijke rol. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangen van rechthebbenden (w.o. bedrijven, kennisinstellingen), overige gebruikers van IE-rechten, stakeholders en maatschappelijke- en internationale ontwikkelingen. De Nederlandse bijdrage aan internationale fora is effectief en succesvol. Goed voorbeeld hiervan is de totstandkoming van het unitair octrooi (toegelicht in paragraaf 1.3)

De IE-rechten zijn vastgelegd in een groot aantal wetten en verdragen die als doel hebben om immateriële prestaties zoals technische vindingen, artistieke prestaties, onderscheidingsmiddelen voor waren en diensten en industriële vormgeving te beschermen. Deze rechten verschaffen rechthebbenden zoals bedrijven en kennisinstellingen een zekere mate van exclusiviteit. Hierdoor mogen andere bedrijven deze beschermde prestatie niet gebruiken voor commerciële doeleinden. De rol van de overheid bestaat op het gebied van het intellectuele eigendom niet alleen uit het aangeven van de wettelijke kaders. De overheid formuleert ook beleid met betrekking tot de verschillende IE-rechten. Daarnaast heeft de overheid ook een belangrijke rol bij de kennisverspreiding en voorlichting over IE-rechten en toezicht en handhaving van IE-rechten.

Het Nederlandse IE-beleid wordt beïnvloed door maatschappelijke, technologische en internationale ontwikkelingen die het, ook door de onderlinge samenhang, tot een dynamisch beleidsterrein maken. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op een aantal ontwikkelingen, dat mede richting geeft aan het IE-beleid.

1.2 Ontwikkelingen geven richting aan het IE-beleid

Onze mondiale samenleving kenmerkt zich door snelle technologische veranderingen waarin uitwisseling van informatie nauwelijks nog grenzen kent. Door het internet is een vrijwel onuitputtelijke bron van (technische) kennis wereldwijd beschikbaar waardoor het makkelijker wordt om hiervan gebruik te maken en daarop voort te bouwen. Veel van die kennis is beschreven in octrooien. Het ontsluiten van deze in octrooien vastgelegde kennis, door goed toegankelijke registratiesystemen (zie ook paragraaf 1.4 en 2.1) en betrouwbare vertaalfaciliteiten (machinevertalingen) draagt daaraan bij.

Snelle technologische veranderingen

Ook is het als gevolg van de snelle technologische veranderingen bijzonder van belang dat de IE-rechten van rechthebbenden zoals bedrijven en kennisinstellingen beschermd worden en dat consumenten hierover goed geïnformeerd zijn. Door de mogelijkheid informatie digitaal via het internet te verspreiden, is er steeds minder een directe relatie tussen de intellectuele prestatie (een lied, een film, een roman) en fysieke dragers waarop deze prestaties kunnen worden vastgelegd (een CD, een DVD, een boek). Informatie is altijd, overal en direct beschikbaar. De consument consumeert direct, met gebruikmaking van zijn computer of smartphone. Consumenten maken op grote schaal gebruik van makkelijk verkrijgbaar aanbod, waaronder ook illegaal aanbod. Dat leidt tot problemen voor de handhaving van IE-rechten en tot vragen over wat maatschappelijk nog aanvaardbaar wordt geacht. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe diensten, zoals gemakkelijk en goedkoop verkrijgbaar legaal streaming-aanbod, waarvan consumenten in toenemende mate gebruik maken.

Een ander goed voorbeeld van de invloed van technologische veranderingen op IE is de opkomst van de biotechnologie in de plantenveredeling en de introductie van genetische modificatie die vele mogelijkheden biedt om sneller toegang te krijgen tot beter biologisch materiaal. Door samenloop van het octrooi- en het kwekersrecht14 kan hierbij de vrije toegang tot biologisch materiaal voor kwekers worden belemmerd. Hiertoe zullen wij een wetswijziging tot invoering van een beperkte veredelingsvrijstelling doorvoeren15. Ook starten wij binnenkort een onderzoek naar de effecten van een uitgebreide veredelingsvrijstelling voor de betrokken sectoren.

Voor veel producten geldt dat de creatieve prestatie is neergelegd in de fysieke verschijningsvorm ervan en er ook een fysieke distributie van deze producten plaatsvindt. Nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals de opkomst van de 3D-printer zouden dat echter wel eens kunnen veranderen. Hoe kan de consument weten dat op het object dat uit zijn 3D-printer komt, IE-rechten rusten en dat het object ook echt afkomstig is van de producent en het product de kwaliteiten bezit die hij ervan mag verwachten, bijvoorbeeld omdat hij afgaat op een merk dat hij vertrouwt.

Innovatiemodellen veranderen en hebben impact op IP-portfolio

In nieuwe producten worden steeds vaker innovaties uit verschillende technologiegebieden geïntegreerd. Ook komen innovaties in toenemende mate tot stand binnen samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen en kennisinstellingen waar kennis kan worden uitgewisseld. Dat werkt door in de omgang met IE-rechten. Deze trend naar zgn. «Intellectual Property (IP)-portfolio management», waar bedrijven van geval tot geval bepalen welke (combinatie van) IE-recht (en) het meest geschikt is, blijkt heel succesvol te zijn16. Bedrijfsgeheimen maken ook steeds meer deel uit van dit portfolio. Afhankelijk van de eigen strategie en portfolio vragen bedrijven een IE-recht aan, al dan niet in combinatie met een ander IE-recht. IE-rechten worden steeds meer gebruikt om samenwerking mogelijk te maken en kennis te vermarkten. Geïntegreerd IE-portfolio management wordt daarmee een belangrijke vaardigheid van succesvolle bedrijven en kennisinstellingen.

Open access

Open access, de vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties, is van belang voor (open) innovatie. Door de hoge kosten die (nu nog) zijn gemoeid met de toegang tot wetenschappelijke publicaties via abonnementen en licenties ondervindt met name het MKB hinder waar het gaat om de toegang tot informatie die van belang kan zijn voor innovaties. Onderzoek dat met publieke middelen gefinancierd is dient in principe vrij toegankelijk te zijn voor iedereen. Bij privaat-publieke samenwerking zullen afspraken moeten worden gemaakt die enerzijds recht doen aan het principe van vrije toegang tot publiek gefinancierd onderzoek en anderzijds aan de belangen en IE-rechten van betrokken private partijen. De Staatssecretaris van OCW zal uw Kamer dit jaar nader informeren over open access tot wetenschappelijke publicaties.

Europa en internationaal

De inhoud van de Nederlandse IE-wetten wordt in belangrijke mate bepaald door ontwikkelingen met een Europese dan wel een nog ruimere internationale dimensie. Internationaal zijn er bindende verdragen zoals diverse WIPO-verdragen en de WTO-TRIPS-Overeenkomst. Daarnaast worden in toenemende mate handelsovereenkomsten afgesloten. De impact van Europa is groot op de verschillende IE-rechten via het Europees Verdrag en verschillende Europese richtlijnen en verordeningen.

Een goed voorbeeld hiervan is het onlangs overeengekomen octrooipakket, bestaande uit het unitair octrooi en het Eengemaakt octrooigerecht, waarmee octrooibescherming en -handhaving in Europa aanzienlijk eenvoudiger en goedkoper wordt.

1.3 Een toelichting op het huidige IE-stelsel

Om een goed begrip te krijgen van het IE-stelsel zijn in deze paragraaf de verschillende IE-rechten in samenhang beschreven. Hierbij wordt ingegaan op octrooien, gevolgd door de laatste stand van zaken rond het unitair octrooirecht, merken en modellen, auteursrecht en de handhaving van IE-rechten. De reeds ingezette verbeteringen komen hierbij ook aan de orde.

Kenmerkend voor de IE-rechten is dat het aan de rechthebbende bescherming biedt voor een bepaalde creatieve prestatie en gedurende een bepaalde periode deze kan exploiteren. Gedurende deze periode hebben andere bedrijven of kennisinstellingen zonder licentie geen toestemming die prestatie te commercialiseren. IE-rechten omvatten octrooirecht voor uitvindingen, kwekersrecht voor plantenrassen, merkenrecht voor merken, tekeningen- en modellenrecht voor tekeningen en modellen en auteursrecht voor werken van letterkunde, kunst en wetenschap. Tenslotte spelen ook bedrijfsgeheimen een rol bij de bescherming van creatieve producten.

Octrooien

Nederland kent een gelaagd octrooisysteem, waarin de Rijksoctrooiwet 1995 onderdeel uitmaakt van een samenhangend geheel waartoe sinds jaar en dag het Europees octrooiverdrag en het «Patent Cooperation Treaty» (hierna: PCT) behoren. Die gelaagdheid maakt het mogelijk om naar keuze nationaal, Europees of internationaal een octrooirecht voor Nederland aan te vragen. Als gevolg van de recente Europese ontwikkelingen komt daar nu het unitair octrooi bij17 18. Deze internationale context is van groot belang voor een goed begrip van het Nederlandse wettelijke systeem.

Al sinds de totstandkoming van het Europees Octrooiverdrag is het Nederlandse beleid sterk gericht op het tot stand brengen en versterken van Europese samenwerking. Nederland speelde en speelt daarbij een vooraanstaande rol bij de totstandkoming van het Europees Octrooi Verdrag en ook nu bij het tot stand komen van het unitair octrooi en het Eengemaakt octrooigerecht.

Deze constante focus op internationale samenwerking is niet toevallig. Een klein land met een open, op export gerichte economie is sterk gebaat bij een goed werkend internationaal octrooisysteem. Naast het Europees Octrooiverdrag speelt de PCT een rol als toegangspoort naar wereldwijde bescherming. Bij de goedkeuring van het Europees Octrooiverdrag (jaren zeventig van de vorige eeuw) werd onderkend dat een succesvol Europees systeem zou leiden tot een inkrimping van het nationale systeem. In de negentiger jaren van de vorige eeuw bleek dat het aantal Rijksoctrooien drastisch was gedaald (ten faveure van een stijgend aantal Nederlandse aanvragen op grond van het Europees Octrooiverdrag). Daarom werd besloten tot invoering van het ongetoetst (registratie) octrooi, zoals dat nu nog, zij het in gewijzigde vorm, bestaat en werd extra geïnvesteerd in hoogwaardige octrooirechtspraak. Van dat laatste plukt Nederland nu nog steeds de vruchten: de kwaliteit van de Nederlandse octrooirechtspraak is hoog en vindt breed waardering.

Het getoetste octrooi (Europees/internationaal) en het ongetoetste octrooi (Nationaal) zijn niet altijd scherp te onderscheiden in kwaliteit, maar zijn mede het resultaat van keuzes die de octrooiaanvrager kan maken in procedure en behandeling (nationaal, internationaal, ongetoetst, respectievelijk getoetst). Deze keuzes komen neer op een uitgebalanceerde afweging tussen meer internationale bescherming met meer rechtszekerheid aan de ene kant (duurder en tijdrovender) en een nationaal toegankelijker systeem aan de andere kant (goedkoper, sneller, geen taalproblemen).

Ook getoetste octrooien worden in de praktijk veelvuldig aangevochten en kunnen in daartoe aangespannen rechtszaken worden beperkt of vernietigd en verschaffen evenmin absolute rechtszekerheid. Aan de andere kant kent ook een ongetoetst octrooi een vorm van (lichte) toetsing doordat de verlening ervan vergezeld gaat van een verplicht onderzoek naar de stand der techniek en een schriftelijke opinie van Octrooicentrum Nederland (hierna: OCNL, onderdeel van Agentschap NL), waarmee een deskundige doorgaans een goede inschatting kan maken van de waarde van het octrooi en het uiteindelijke oordeel daarover van de rechter. Het ongetoetste octrooi wordt voor maximaal 20 jaar geregistreerd en wordt in de regel na 18 maanden verleend19 en verschaft sneller duidelijkheid dan een Europees octrooi waarvoor de gemiddelde verleningsduur drie tot vijf jaar bedraagt. Het ongetoetste octrooi geeft bedrijven een laagdrempelige toegang naar octrooibescherming (met name voor het MKB belangrijk). Bedrijven en kennisinstellingen hebben dus de keus tussen verschillende beschermingsvormen. In Nederland kunnen zij bij OCNL een ongetoetst octrooi aanvragen. Bij het Europees Octrooi Bureau (hierna: EOB) kunnen zij een getoetst octrooi aanvragen voor een of meerdere Europese landen. Via het PCT kunnen bedrijven ook een (geharmoniseerde) procedure in gang zetten voor een getoetst octrooiaanvraag bij meerdere landen (wereldwijd) tegelijkertijd. Met het unitair octrooi krijgen aanvragers van een getoetst octrooi in een keer een octrooi voor vrijwel alle landen in Europa. De beschreven gelaagdheid en de hiermee samenhangende octrooien die kunnen worden aangevraagd zijn schematisch weergegeven in box 1 op de volgende pagina.

Gebleken is dat het Nederlandse systeem, zoals we dat nu bijna 20 jaar kennen sinds de invoering van de Rijksoctrooiwet 1995, in een belangrijke behoefte voorziet. Dit wordt bevestigd in het evaluatieonderzoek en ook de aantallen aanvragen voor een nationaal octrooi ondersteunen deze conclusie. De aanvraag aantallen zijn al jaren stabiel tussen 2500–3000 per jaar.

Box 1: Samenhang octrooien

Box 1: Samenhang octrooien

Het door Nederland gekozen octrooisysteem met een ongetoetst octrooi functioneert vaak als opstap naar het getoetste octrooi. Ruim 30%20 van de aanvragers kiest na een nationaal ongetoetst octrooi voor een Europees of internationaal vervolg. Het Nederlandse wettelijke systeem is daarmee niet concurrerend, maar aanvullend op het Europese systeem. Daarnaast concluderen wij dat sinds de vorige evaluatie de doorgevoerde wijzigingen21 nuttig zijn gebleken en duidelijk hebben bijgedragen aan de rechtszekerheid en de toegankelijkheid van het systeem.

Alles overziende zijn wij van mening dat de argumenten die destijds bestonden voor de introductie van het ongetoetste octrooi, nog steeds gelden en het Nederlandse ongetoetste octrooi als onderdeel van het totale octrooisysteem zijn nut heeft bewezen. Wij zien daarom geen aanleiding om nu een stelselwijziging te overwegen.

Uitvoering

OCNL speelt een belangrijke (en centrale) rol bij de uitvoering van het IE-beleid op het gebied van octrooien en is sinds 2010 onderdeel van Agentschap NL, dat in 2013 fuseert met Dienst Regelingen tot Directoraat-Generaal Uitvoering (DGU). IE zal bij de brede dienstverlening van DGU op het gebied van het thema «Innovatie» voor bedrijven en kennisinstellingen integraal worden meegenomen. Dit geldt ook voor het digitale ondernemersplein22. Belangrijk is hierbij dat de zichtbaarheid, herkenbaarheid en toegankelijkheid van OCNL voor bedrijven behouden blijven.

Unitaire octrooien

Internationaal zet Nederland wel in op een systeemwijziging via de ontwikkeling van het unitair octrooi. Het unitair octrooi is van groot belang voor het Nederlandse bedrijfsleven, dat een groot aantal octrooien aanvraagt en een relatief kleine thuismarkt heeft. Met het unitair octrooi verkrijgt het bedrijfsleven straks één octrooirecht voor bijna de gehele EU. Dit unitair octrooi en het Eengemaakt octrooigerecht zorgen voor een grote mate van rechtszekerheid over octrooien in de interne markt van de Europese Unie en brengen een flinke kostenreductie met zich mee.

Nu de verordeningen zijn vastgesteld en het Rechtspraakverdrag23 is ondertekend dienen in de komende periode, zowel op EU-niveau als op nationaal niveau, operationele werkzaamheden te worden verricht. Op Europees niveau betreft het onder andere het opzetten van het institutioneel kader en de financiering van het octrooigerecht. Met de komst van het unitair octrooi is een goede voorlichting over het systeem in samenwerking met OCNL en bijvoorbeeld ook met de Orde van Octrooigemachtigden en de Nederlandse Vereniging voor Intellectueel Eigendom nog belangrijker geworden. Op nationaal niveau wordt een wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 voorbereid, waarmee de wet in overeenstemming wordt gebracht met de verordeningen en het genoemde verdrag. Wanneer de wetswijziging naar uw Kamer wordt gestuurd zal tevens om goedkeuring voor het Rechtspraakverdrag worden verzocht. Tevens wordt momenteel op nationaal niveau al voorlichting geven aan betrokkenen over het unitair octrooi. Van groot belang zal zijn dat de rechtspraak van het Eengemaakt octrooigerecht van eenzelfde hoog niveau zal zijn als we dat gewend zijn van (onder meer) de Nederlandse octrooirechters. Om dat te realiseren zal een forse inzet van alle betrokkenen nodig zijn.

Merken en modellen

Een merk of model is een belangrijk wapen in de concurrentiestrijd, waarmee een onderneming zijn producten of diensten kan onderscheiden.

Om een exclusief recht op een merk of model te verkrijgen in de Benelux moet het eerst geregistreerd worden bij het officiële bureau voor de registratie van merken, modellen en tekeningen: het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Een merk kan geregistreerd worden voor een periode van 10 jaar en kan daarna steeds worden verlengd voor eenzelfde periode. Een model/tekening kan voor een periode van 5 jaar worden aangevraagd, daarna te verlengen tot een maximum van 25 jaar.

Ook kan bij het Bureau voor Harmonisatie voor de Interne Markt (BHIM) een merk of model worden aangevraagd dat geldig is in de gehele EU. Net als bij octrooien is ook hier sprake van een samenhangend beschermingssysteem al naar gelang de behoefte van de onderneming via een Benelux- en Europese registratie. Beide onderdelen bestaan naast elkaar. Om het merkenstelsel, zowel in de EU als op nationaal niveau, te moderniseren om innovatie en economische groei te bevorderen, heeft de Europese Commissie in maart 2013 voorgesteld de huidige Gemeenschapsmerkenverordening en de huidige Merkenrichtlijn te wijzigen24. De aanpassingen dienen ervoor te zorgen dat beide onderdelen van het merkenstelsel, het verkrijgen van een nationaal respectievelijk gemeenschapsmerk, naast elkaar blijven bestaan en elkaar aanvullen25.

Ten slotte is er een derde mogelijkheid een groter territoir te bestrijken door de procedure voor een registratie van een merk of model bij de «World Intellectual Property Organization» (WIPO) in Genève. Bij WIPO wordt thans gewerkt aan de harmonisering van formaliteiten rondom de registratie van modellen, de zgn. «Design Law Treaty». Nederland is voorstander van dit verdrag en verwacht efficiëntievoordelen voor de bureaus die modellen registreren. Daarnaast worden de eisen geharmoniseerd wat voordelig is voor aanvragers van modellenrechten. De gelaagdheid van het merken- en modellenrecht is schematisch weergegeven in box 2.

Box 2: Samenhang merken en modellen

Box 2: Samenhang merken en modellen

Auteursrecht

Het auteursrecht ontstaat door schepping van een werk met een voldoende mate van originaliteit en een persoonlijke stempel van de maker. Registratie is niet nodig. Beleidsmatig is het Ministerie van Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor het auteursrecht, gevolgd door het Ministerie van OCW vanwege de cultuurpolitieke aspecten. Ten aanzien van de economische aspecten van het auteursrecht vindt afstemming plaats met het Ministerie van EZ.

Het auteursrecht is gericht op het vinden van de juiste balans tussen rechthebbenden (productie) en gebruikers (consumptie) in een omgeving die wordt gekenmerkt door technologische- en internationale ontwikkelingen. Het is van belang dat het auteursrecht aansluiting houdt bij de snelle technologische ontwikkelingen. Ten aanzien van de discussie in Europa kan worden opgemerkt dat die op dit moment vooral gaat over uitoefening van rechten door middel van collectief beheer in het algemeen en muziekauteursrecht in het bijzonder26.

Handhaving IE-rechten

Het systeem van IE-rechten heeft weinig waarde als inbreuken hierop niet gehandhaafd kunnen worden. Alle IE-wetten bevatten dan ook bepalingen in het kader hiervan. Wij zijn ons bewust van de schadelijke gevolgen van namaak en piraterij op economisch en sociaal vlak, voor de goede werking van de interne markt, maar ook uit het oogpunt van de consumentenbescherming, volksgezondheid en de openbare veiligheid27. Effectief optreden tegen inbreuken op IE-rechten is dus geboden, waarbij rekening wordt gehouden met alle belangen. Hetuitgangspunt is hierbij dat partijen hun IE-geschillen privaatrechtelijk regelen. De implementatie van de richtlijn Handhaving IE-rechten (civielrechtelijke handhaving) heeft deze bepalingen verder aangevuld en hier verbetering in gebracht28. Strafrechtelijke handhaving geldt als uiterste middel (ultimum remedium).

Omdat inbreuken op IE-rechten in het algemeen, en namaak en piraterij in het bijzonder, zich niet beperken tot landsgrenzen is aansluiting bij mondiale en Europese ontwikkelingen van belang. Een positieve ontwikkeling is de oprichting van het Europees Waarnemingscentrum voor inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (hierna: «Waarnemingscentrum»29 en ondergebracht bij BHIM). Het Waarnemingscentrum is een netwerk van publieke en particuliere deskundigen en belanghebbenden, dat is opgericht ter bevordering van de discussie, onderzoek, opleiding, communicatie, het creëren van geavanceerde IT-hulpmiddelen en de uitwisseling van «best practices» op IE-gebied30.

1.4 Samenhang met topsectoren, innovatie en valorisatie van kennis

IE-rechten zijn voor bedrijven van groot belang bij het versterken van hun concurrentiekracht (wereldwijd). Zij vervullen ook een belangrijke rol in het aanmoedigen van innovatie, bieden de mogelijkheid om een groter rendement op investeringen in onderzoek en ontwikkeling te behalen en dragen bij aan een betere kennisbenutting. Ondernemingen – van heel groot tot erg klein – kunnen daarom meer profiteren van innovatie als zij hierbij ook gebruikmaken van IE-rechten. Het aantal octrooien is een belangrijke indicator voor het meten van innovatie («Global Competitivess Index» van het «World Economic Forum» en «Innovation Union Scoreboard»). Bekend is dat aan innovatieve sectoren meer octrooien worden verleend dan aan andere. Voor bepaalde sectoren, bijvoorbeeld de levensmiddelenindustrie en de creatieve sector, kunnen verleende merken- en modelrechten ook een goede indicator zijn. Voor bedrijven en kennisinstellingen is het van belang dat zij bij hun innovatiestrategie ook rekening houden met de wijze waarop het intellectueel eigendom wordt geregeld (zelf ontwikkelen en beschermen, laten ontwikkelen, een licentie nemen of combinaties daarvan). Meer duidelijkheid over de verdeling van de rechten bij privaat-publieke samenwerking is onder meer belangrijk voor de kans op kennisbenutting/commercialisering van onderzoeksresultaten en een blijvende aantrekkelijkheid voor verder onderzoek. De Minister van EZ en de Staatssecretaris van OCW hebben uw Kamer geïnformeerd over de totstandkoming van IE-regels31.

Op basis van recent onderzoek32 blijkt dat de topsectoren 78% van het totaal aantal octrooiaanvragen voor hun rekening nemen. Uit het rapport blijkt onder andere dat bedrijven in de Topsector Energie in vergelijking met andere topsectoren relatief veel octrooien aanvragen binnen het totaal van octrooi-, merk- en modelaanvragen, namelijk 54%. Agro&Food, Creatief, Transport en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen richten zich relatief sterk op merken (76%-87%). Andere topsectoren (Chemie, Hightech Systemen&Materialen, Life Science&Health en Water) zitten op 38–40% octrooien en 53–59% merken. Uit deze cijfers blijkt dat voor alle bedrijven de mix van IE-rechten van belang is, waarbij er, afhankelijk van de sector, een focus op octrooien, merken, kwekersrechten of de bescherming van bedrijfsgeheimen kan liggen. Verder blijkt uit het onderzoek naar IE naar grootte/klasse van aanvrager, dat een groot deel van de bedrijven in de topsectoren die een octrooi, een merk of een model aanvraagt tot het MKB behoort. Als gekeken wordt naar de aantallen aanvragen wordt duidelijk dat het grootbedrijf de meeste aanvragen indient.

2. Beleidsmaatregelen

2.1 Effectmonitoring

De aanbevelingen van de onderzoekers zijn gericht op het vergroten van de toegankelijkheid, de transparantie en de rechtszekerheid van octrooien. In onze beleidsmaatregelen streven wij hierbij naar een goede balans van de verschillende belangen, zonder systeemverbeteringen door te voeren.

De volgende verbetermaatregelen worden voorgesteld:

Toegankelijkheid

OCNL is gestart met het monitoren van de levertijden van nieuwheidsonderzoeken en onderzoekt voorts vereenvoudiging van formaliteiten met het oog op snelle duidelijkheid en besparing van administratieve lasten voor de aanvragers. OCNL gaat steekproefsgewijs het vervolg van een aanvraag na het onderzoek van de stand van de techniek monitoren. Zo volgt na een negatieve opinie relatief vaak een intrekking. Hierbij wordt echter opgemerkt dat eventuele vervolgacties door een veelheid van factoren wordt bepaald, eerst en vooral door de kwaliteit van de aanvraag en het belang dat de aanvrager er aan hecht.

Transparantie

In het sinds 2010 vernieuwde digitale octrooiregister kan iedereen alle openbaar toegankelijke informatie inzien, inclusief aanvraaggegevens, onderzoeksdata en correspondentie en openbare verslagen. Het octrooiregister is verbonden met directe links naar Espacenet33 voor het online inzien van octrooipublicaties en het Europese register. De gebruikersaantallen laten een stijgende lijn zien. Daarnaast biedt het Europees Octrooibureau machinevertaalfaciliteiten aan, waarmee octrooien in vele talen toegankelijk worden.

Op de website van OCNL zal de «leidraad octrooiverlening» binnenkort worden gepubliceerd, waarmee gebruikers informatie krijgen over de inhoudelijke behandeling van octrooiaanvragen door OCNL.

Rechtszekerheid

Tegenover de voordelen van de toegankelijkheid van een ongetoetst octrooi staat mogelijk een lagere rechtszekerheid. Een belangrijke nuancering is echter dat ook een getoetst octrooi geen absolute rechtszekerheid kent, omdat het door de rechter nog kan worden beperkt of vernietigd.

Na invoering van de «written opinion» is de rechtszekerheid van het octrooi verbeterd en partijen kunnen een betere inschatting maken van de eventuele geldigheid van het verleende octrooi.

In het evaluatieonderzoek wordt de mogelijkheid genoemd om aanvragers te verplichten conclusies te wijzigen of een reactie in te dienen bij een negatieve opinie op een octrooiaanvraag. In Frankrijk wordt al met dit model gewerkt. Wij zijn van mening dat de maatregel niet aansluit bij het Nederlandse systeem, dat meer gericht is op de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. Verder wordt door deze maatregel de administratieve lastendruk voor bedrijven verhoogd en nemen de uitvoeringskosten ook toe. Wij zullen daarom deze aanbeveling niet invoeren.

2.2 Heldere afspraken over intellectueel eigendom bij toegepast en fundamenteel onderzoek in privaat-publieke-samenwerking

Een belangrijk onderdeel van het IE-beleid is de omgang met innovatie en valorisatie van kennis waar privaat-publieke-samenwerking rond R&D in de topsectoren centraal staat.

Intellectueel Eigendom kan betrekking hebben op kennis die bedrijven al in bezit hebben voordat ze meedoen in een samenwerkingsproject of die tijdens het project wordt ontwikkeld. Een van de belangrijkste aandachtspunten voor bedrijven bij goed lopend privaat-publieke-samenwerking, is de behoefte aan helderheid over de regels met betrekking tot IE-rechten die rekening houden met de private en de publieke bijdrage (zie Tweede Kamerbrief «Spelregels voor privaat-publieke samenwerking»34). Belangrijk hierbij is dat wie meer investeert ook meer (gebruiks)rechten krijgt op de ontwikkelde kennis (principe van «redelijkheid»). Daarmee is een basis gecreëerd voor doorgroei van private investeringen in privaat-publieke-samenwerking. Ook dragen de afspraken bij aan optimale aansluiting van het IE-beleid op de topsectoren door het IE zo vorm te geven dat het inzet op bevordering van het commercieel gebruik van kennis, maar tegelijkertijd borgt dat onderzoeksorganisaties voldoende kunnen voortbouwen op ontwikkelde kennis, zodat zij op lange termijn aantrekkelijke partners blijven. Een voorbeeld is het Centrum voor Nanolithografie (CNL) dat fundamenteel en toegepast onderzoek gaat uitvoeren en waarbij naar verwachting de IE-spelregels als basis zullen dienen voor de afspraken over het intellectueel eigendom.

Op basis van concrete programmering van onderzoekprojecten passen de betrokken partijen zoals de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de stichting voor de Technische Wetenschappen, de stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie en universiteiten in samenwerking met bedrijven de geformuleerde IE-afspraken reeds toe. Daarnaast zullen we zoals in de Beleidsvisie Toegepast Onderzoek is aangekondigd van alle TO2-instituten het IE-regime tegen het licht houden. Het idee is dat de verschillende IE-regimes van de TO2-instituten worden gestroomlijnd hetgeen bijdraagt aan meer transparantie en de samenwerking tussen marktpartijen en de TO2-instituten bevordert.

Valorisatie van kennis

In de kabinetsbrief over onderwijs en ondernemerschap hebben de Ministeries van EZ en OCW verschillende maatregelen getroffen om de toegankelijkheid van kennis over intellectueel eigendom te verbeteren en het bewustzijn van mogelijkheden om met beschermde kennis te ondernemen, te verhogen door onder meer de uitrol van een «IP-Roadmap»35. Hoofddoel van de IP Roadmap is het vergroten van bewustzijn over IE bij bestuurders, onderzoekers en docenten aan hogescholen en universiteiten. OCNL is betrokken bij het opstellen van de «IP-Roadmap» en heeft in 2012 de promotie van voorlichting over IE overgedragen aan de partijen die ook betrokken zijn geweest bij het opstellen van de Roadmap (HBO-Raad, Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) en de in 2012 door OCNL opgerichte Raad van Advies voor het Octrooigilde). Gezamenlijk organiseren zij «Masterclasses» voor docenten in het hoger onderwijs om hen de basiskennis over IE bij te brengen en organiseren zij gastcolleges en workshops bij universiteiten en HBO-instellingen.

Uit recent onderzoek dat OCNL heeft uitgevoerd in samenwerking met 10 Nederlandse universiteiten en 4 medische centra over de periode 2000–2010 blijkt dat gemiddeld bijna 15 octrooien per jaar per universiteit worden aangevraagd. Daarnaast blijkt dat wetenschappelijk onderzoekers aan universiteiten die hebben deelgenomen aan dit onderzoek vaak betrokken zijn bij octrooiaanvragen van bedrijven. Gemiddeld worden er 39 octrooien per jaar aangevraagd waarbij wetenschappelijk personeel van een universiteit als uitvinder is betrokken.

Om het benutten van IE op resultaten van wetenschappelijk onderzoek te inventariseren en te analyseren vanuit het oogpunt van kansen heeft het Ministerie van OCW de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), NWO en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) verzocht een inventarisatie uit te voeren. In het verslag dat daarover in 2014 beschikbaar zal komen zullen «best practices» in (inter)nationale context zichtbaar worden gemaakt en zal worden aangegeven waar van elkaar kan worden geleerd, en welke aanbevelingen er eventueel kunnen worden gedaan.

2.3 Integrale IE-voorlichting

In navolging van het evaluatieonderzoek heeft het Ministerie van EZ aan DGU verzocht meer dan voorheen ook de andere IE-rechten behalve octrooien in haar voorlichting mee te nemen. Zo kunnen ondernemers geïnformeerd worden over het gehele palet van IE-rechten en hiermee rekening houden. Dit betekent dat bij voorlichtingsactiviteiten over innovatie, samenwerking of het betreden van nieuwe buitenlandse markten ook nut en noodzaak van IE-rechten integraal onderdeel zijn van de brede dienstverlening door DGU. Deze aanpak kan de effectiviteit van het IE-beleid en het gebruik ervan versterken. De zichtbaarheid, herkenbaarheid en toegankelijkheid van OCNL blijft hierbij voor bedrijven en kennisinstellingen behouden.

Via de nieuwe website van DGU zal informatie over alle IE-rechten te vinden zijn binnen het thema «Innovatie». Het thema Octrooien (incl. andere IE-rechten) is daarbij zichtbaar en herkenbaar aanwezig op de nieuwe website. Daarnaast is informatie te vinden over ondermeer het zoeken in octrooidatabanken en samenwerken met octrooien. Wij kunnen u melden dat deze lijn zal worden doorgezet door meer bundeling van expertise, een sterkere focus op innovatieve MKB-bedrijven binnen de topsectoren en meer samenwerking tussen de uitvoeringsorganisaties DGU/OCNL, BBIE en Raad voor Plantenrassen.

Vanaf 2014 krijgen ondernemers via het digitale ondernemersplein op één centraal punt alle overheidsinformatie en ondersteuning die nodig is om te ondernemen, innoveren en internationaal zaken te doen36. Wij vinden het belangrijk dat de gehele IE-dienstverlening van DGU ook via het digitale ondernemersplein ontsloten wordt en expertise en kennis wordt gebundeld die vanuit de overheid beschikbaar is.

2.4 Verbeteren effectiviteit van de interactie met stakeholders

In het evaluatieonderzoek is het Nederlandse IE-beleid door veel stakeholders als reactief beoordeeld. Dit heeft volgens het evaluatieonderzoek met name betrekking op het ontbreken van een zichtbare beleidsreactie op relevante vragen of ontwikkelingen. Wij onderschrijven de aanbeveling om de effectiviteit van de interactie met stakeholders te verbeteren. Een brede en zichtbare dialoog is nodig om vroegtijdig signalen te kunnen opvangen van problemen dan wel eerder te reageren op nieuwe (maatschappelijke en technologische etc.) ontwikkelingen die consequenties kunnen hebben voor de bevordering van innovatie en de rol die IE-rechten hier vervullen. De maatschappelijke belangstelling voor IE wordt groter en de overheid kan hier aan effectiviteit winnen door een meer proactieve rol te vervullen met het oog op benutting van in IE vervatte kennis en de handhaving.

Ter verbetering van de interactie met stakeholders zijn wij voornemens om een aantal dialogen te organiseren rond actuele thema’s waar IE en innovatie centraal zullen staan. Vooralsnog wordt gedacht aan thema’s als: «IP-portfolio en innovatie» en «3-D printen en IE». Omdat hier meerdere IE-rechten in beeld komen en zowel ondernemingen als overheden hier steeds meer mee te maken krijgen zijn dit thema’s waarover een dialoog met stakeholders nuttig is.

2.5 Octrooigemachtigden

Tarieven

Octrooigemachtigden vormen een belangrijke schakel in de innovatiegerelateerde IE-infrastructuur. Zij helpen innovatieve bedrijven hun investering te beschermen en geven advies over de vrijheid tot handelen («freedom to operate»). Octrooigemachtigden vormen een professionele beroepsgroep, met een wettelijk geregelde examinering en ze zijn verenigd in de Orde van Octrooigemachtigden.

In het evaluatieonderzoek is aangegeven dat de tarieven hoog zijn voor het inschakelen van de diensten van een octrooigemachtigde. Ook is aangegeven dat de dienstverlening door deze octrooigemachtigden van goede kwaliteit is. In 2006 is door Bureau Berenschot een onderzoek uitgevoerd naar de kosten van octrooigemachtigden. Daarbij werd geconstateerd dat de prijs ondergeschikt is bij de keuze van de octrooigemachtigde, maar dat met name de reputatie en de kwaliteit doorslaggevende criteria zijn. In 2006 is een convenant opgesteld tussen het Ministerie van EZ en de Orde van Octrooigemachtigden ter versterking van het gebruik van het octrooisysteem en om de transparantie naar de kosten te bevorderen en de bekendheid van het octrooisysteem te vergroten; het convenant heeft zijn nut bewezen37. Gebruikers van deze dienstverlening zijn over het algemeen erg tevreden over de kwaliteit van de dienstverlening. Uit het evaluatieonderzoek blijkt onvoldoende of de tarieven van octrooigemachtigde te hoog zijn in relatie tot de diensten die zij leveren, welke bedrijven hier last van hebben en of dit hen weerhoudt van het octrooieren van hun vindingen of dat zij hierdoor andere manieren zoeken om hun kennis te beschermen (zoals bedrijfsgeheimen). De laatste jaren zijn er steeds meer nieuwe Nederlandse octrooigemachtigden bijgekomen en hebben ook Europese octrooigemachtigden de Nederlandse markt betreden. Maar gelet op de bevindingen van Bureau Berenschot zien wij geen reden om dit nader te onderzoeken.

Verschoningsrecht

Uit het evaluatieonderzoek komt ook het onderwerp verschoningsrecht voor octrooigemachtigden aan de orde. Naar verwachting kunnen partijen in het nog op te richten gerecht, het Eengemaakte Octrooigerecht, voor het nieuwe gerecht worden vertegenwoordigd door bevoegde advocaten of door Europese Octrooigemachtigden met een geschikt certificaat van pleitbevoegdheid. Ook internationaal is het verschoningsrecht sterk in discussie, onder meer in het verband van de WIPO. Wij zullen deze ontwikkelingen afwachten alvorens nationaal verdere stappen te ondernemen.

2.6 Bedrijfsgeheimen

Het bedrijfsleven vraagt aandacht voor het belang van bedrijfsgeheimen en voor het verminderen van knelpunten bij de bescherming van bedrijfsgeheimen omdat er grote belangen mee zijn gemoeid. De Europese Commissie oriënteert zich momenteel breed op het onderwerp bedrijfsgeheimen en heeft in 2012 een inventarisatie laten uitvoeren over bedrijfsgeheimen. Recent is een tweede studie uitgebracht met beleidsaanbevelingen, met name gericht op meer samenhang in de op dit punt veelal divergerende regelingen in de Lidstaten. De bescherming van bedrijfsgeheimen verschilt per lidstaat en de feitelijke bescherming tegen diefstal van het bedrijfsgeheim lijkt tamelijk beperkt.

In afwachting van de maatregelen van de Europese Commissie voor een meer geharmoniseerde aanpak en voor het verminderen van knelpunten bij de bescherming van bedrijfsgeheimen, heeft het Ministerie van EZ op 24 juni 2013 een expertbijeenkomst georganiseerd. De Europese Commissie was aanwezig bij deze bijeenkomst naast vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, gebruikers van IE-rechten en kennisinstellingen. Daarnaast zal het Ministerie van EZ samen met OCNL een voorlichtingbijeenkomst organiseren over bescherming van bedrijfsgeheimen, omdat veel ondernemers zich nog weinig bewust lijken te zijn van het belang ervan. Beide acties zijn gericht op het alvast treffen van maatregelen om bedrijfsgeheimen zowel fysiek, digitaal als juridisch te beschermen en knelpunten te verminderen.

2.7 Concentratie rechtszaken bij gespecialiseerde rechtbank

Er wordt positief geoordeeld over de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot octrooien, merken en modellen. Omdat er in de praktijk in beperkte mate sprake lijkt te zijn van verschillen in interpretatie van wetgeving en jurisprudentie tussen de rechtbank in Den Haag en rechtbanken elders in het land, noemt het evaluatieonderzoek de mogelijkheid om Benelux merk- en modelzaken te concentreren bij een gespecialiseerde rechtbank, zoals dat reeds het geval is voor het beslechten van geschillen in octrooizaken voor de Nederlandse rechter.

Wij herkennen ook niet het beeld dat de praktijk nu al bijna zou aansturen op een dergelijke principiële keuze. Alleen een eiser die zowel een Benelux- als een EU-merkregistratie bezit kan hiervan gebruik maken. Er zijn echter ook vele houders die hun merk alleen in de Benelux hebben geregistreerd en daarvoor gelden de normale procedureregels. Van merkhouders of anderen zijn dergelijke signalen (gevraagd of ongevraagd) niet vernomen. Ook de leden van de Commissie van Acht voor Merken en Modellen, een adviescommissie van het Ministerie van EZ waarin vertegenwoordigers van verschillende organisaties zitten zoals VNO-NCW, AIPPI, BMM, ICC38 en BBIE, onderschrijft deze aanbeveling niet.

Verder mag een vergelijking met octrooien niet worden gemaakt. Uitleg van het octrooirecht vereist technisch inzicht waardoor rechters naast juridische kennis ook over andere specialistische kennis dienen te beschikken. Dit is uitzonderlijk en geldt niet voor het merkenrecht, waardoor er ook geen noodzaak is voor de aanbevolen concentratie van rechtspraak.

Tenslotte kunnen wij u melden dat in Nederland in het kader van de nieuwe gebiedsindeling van de rechtspraak met ingang van 1 januari 2013, de «brede behandeling» van zaken met betrekking tot IE-rechten is gehandhaafd. Alle nieuwe rechtbanken zullen dus zaken op dit gebied blijven behandelen.

2.8 Vastleggen in i-DEPOT

BBIE biedt creatief gedreven gebruikers de mogelijkheid hun creatie vast te leggen in een geheim i-DEPOT. Het i-DEPOT is een bewijsmiddel dat het idee of creatie van de gebruiker voorziet van een datumstempel, zodat aangetoond kan worden vanaf welk moment de creatie of het idee bestaat. Het datumstempel kan zeer belangrijk zijn op het moment dat er een conflict ontstaat. Het i-DEPOT verschaft de gebruiker geen intellectueel eigendomsrecht, maar heeft hier slechts een bewijsfunctie.

BBIE verkent momenteel de mogelijkheden van een openbaar i-DEPOT, waarbij de gebruiker aan kan geven of het depot geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt. Een dergelijke openbaarmaking van het i-DEPOT kan de samenwerking tussen gebruikers versterken.


X Noot
1

Kamerstuk 30 635, nr. 2

X Noot
2

«Global Competitivess Index» van het «World Economic Forum» en «Innovation Union Scoreboard»

X Noot
3

Onderzoek «Intellectueel Eigendom in de topsectoren» van Panteia/EIM (2013) i.s.m. Octrooicentrum Nederland.

X Noot
4

Kamerstuk 30 635, nr. 1.

X Noot
5

Initiatief van webwinkels, zie www.shopping2020.nl

X Noot
6

Kamerstuk 33 365 (R1987), nr. 6

X Noot
7

Kamerstuk 33 365(R1987), nr. 8

X Noot
9

Kamerstuk 28 753, nr. 30, Spelregels voor privaat-publieke samenwerking

X Noot
10

TNO, Deltares, Energieonderzoekscentrum Nederland (ECN), Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR)

X Noot
11

Kamerstuk 29 338, nr. 118

X Noot
12

Evaluatieonderzoek is uitgevoerd door onderzoeks- en adviesbureau Ecorys

X Noot
13

Kamerstuk 30 635, nr. 1.

X Noot
14

Kamerstuk 33 365 (R1987), nr. 6

X Noot
15

Kamerstuk 33 365 (R1987), nr. 8

X Noot
17

Verordening (EU) Nr. 1297/2012 van de Raad, van 17 december 2012, tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van eenheidsoctrooibescherming.

X Noot
18

Verordening (EU) Nr. 1260/2012 van de Raad, van 17 december 2012, tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen.

X Noot
19

Rijksoctrooiwet 1995, artikel 31, lid 1.

X Noot
20

Bron: OCNLNLOC

X Noot
21

Kamerstuk 30 635, nr. 1 e.v.

X Noot
22

Kamerstuk 29 338, nr. 118

X Noot
23

Overeenkomst betreffende een Eengemaakt octrooigerecht, nr. 16351/12, ondertekend op 19 februari 2013.

X Noot
24

COM (2013) 161 en COM (2013) 162

X Noot
25

Kamerstuk 22 212, nr. 1618.

X Noot
26

Kamerstuk 29 838, nr. 29, speerpuntenbrief

X Noot
28

EU-Richtlijn 2004/48 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten

X Noot
29

EU-verordening 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2012 tot toewijzing aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen/tekeningen) van taken die verband houden met de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de vergadering van vertegenwoordigers van de publieke en private sector als Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten Voor de EER relevante tekst

X Noot
31

Kamerstuk 28 753, nr. 30, Spelregels voor privaat-publieke samenwerking

X Noot
32

Onderzoeksrapport «Intellectueel Eigendom in de topsectoren» van Panteia/EIM (2013) in samenwerking met OCNL.NLOC. Het onderzoek is gedaan naar de herkomst van de octrooi-, merk- en modelaanvragen afkomstig van in Nederland gevestigde bedrijven die tot de topsectoren worden gerekend.

X Noot
33

Espacenet geeft toegang tot> nearly 80 million patent documents – most of them patent applications bijna 80 miljoen octrooidocumenten wereldwijd, www.espacenet.com

X Noot
34

Kamerstuk 28 753, nr. 30

X Noot
35

Kamerstuk 32 637, nr. 16

X Noot
36

Wetsvoorstel KvK en Memorie van Toelichting Kamerstuk 33 553, nr. 2 en 3.

X Noot
37

Staatscourant 20 november 2006, nr. 226, p. 15

X Noot
38

AIPPI (Asscociation Internationale pour la Protection de la Propriété Intellectuelle/Vereniging voor Intellectuele Eigendom), BMM (De Beneluxvereniging voor Merken- en Modellenrecht) en ICC (International Chamber of Commerce)