31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 129 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2012

Op 3 november 2011 en daarna tijdens het Wetgevingsoverleg Energie op 21 november en 5 december (Kamerstuk 33 000 XIII, nr. 157) heb ik u geïnformeerd over de openstelling van de SDE+ regeling voor 2012. Tijdens het overleg is een motie ingediend over het eerder in aanmerking komen van goedkopere wind op land projecten in SDE+ (Kamerstuk 33 000 XIII, nr. 68). Voorts zijn twee moties ingediend om het basisbedrag voor MEP-vergisters opnieuw te laten bezien (Kamerstukken 33 000 XIII, nrs. 67 en 82).

Na het debat heb ik gesproken met LTO, BBO en NWEA en heb ik ECN en KEMA verzocht om een basisbedrag te berekenen voor windprojecten met meer vollasturen en de berekening voor warmtebenutting bij bestaande mestcovergistingsinstallaties opnieuw te bezien. Bijgevoegd treft u de bevindingen en adviezen van ECN en KEMA aan.1 Als gebruikelijk bij de SDE+ neem ik de bevindingen van ECN één op één over. Dit betekent dat voor wind op land een extra categorie zal worden geïntroduceerd met 2650 vollasturen per jaar en een basisbedrag van € 0,085 per kilowattuur en voor warmtebenutting bij bestaande mestcovergistingsinstallaties in 2012 een basisbedrag van € 8,20 per GJ met 4000 vollasturen per jaar geldt. In de bijgevoegde tabel1 met overzicht van de verschillende fases en de technologieën die binnen deze fases kunnen aanvragen zijn deze wijzigingen verwerkt.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven