Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201830982 nr. 35

30 982 Beleidsdoorlichting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

33 716 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen)

Nr. 35 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 14 november 2017

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de brief van 14 juli 2017 inzake opzet beleidsdoorlichting Tegemoetkoming ouders en evaluatie wet Hervorming kindregelingen (Kamerstukken 30 982 en 33 716, nr. 34).

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 november 2017. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de commissie, Bosman

De adjunct-griffier van de commissie, Haveman-Schüssel

Vraag 1.

Hoe is de centrale onderzoeksvraag geoperationaliseerd en welke onderzoeksvragen en beschikbare onderzoeksgegevens gaan inzicht bieden in de doeltreffendheid en doelmatigheid van artikel 10?

Antwoord op vraag 1.

De vijftien hoofdvragen uit de Regeling voor Periodiek Evaluatieonderzoek dienen als leidraad voor het onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleidsartikel 10 van de SZW begroting. De centrale onderzoeksvraag van de beleidsdoorlichting, in hoeverre de financiële tegemoetkoming aan ouders of verzorgers voor de kosten van kinderen doeltreffend en doelmatig is, is geoperationaliseerd aan de hand van een 7-tal deelvragen. Op basis van beschikbare en/of in de komende maanden uitkomende rapporten wordt antwoord gegeven op de vragen over de systematiek en werking van de kindregelingen, hoe de kindregelingen ieder afzonderlijk en tezamen financieel uitpakken voor rechthebbenden. Aanvullend onderzoek naar de ervaringen van burgers en de uitvoeringspraktijk zal worden uitbesteed. Daarbij worden ook gedragseconomische aspecten betrokken. De conclusies van dat onderzoek krijgen een plek in de beleidsdoorlichting.

In de brief van 14 juli (Kamerstukken 30 982 en 33 716, nr. 34) over de opzet van de beleidsdoorlichting worden enkele bronnen genoemd die ik kan raadplegen voor de beleidsdoorlichting, waaronder de budgethandboeken van Nibud en het SER advies «Opgroeien in armoede» (2017). Aanvullend kan ik als voorbeeld nog noemen het recente CPB-onderzoek naar de inkomenspositie van alleenstaanden voor- en na de wet Hervorming Kindregelingen1 en de beleidsdoorlichting Handhaving Belastingdienst/toeslagen (september 2016, Kamerstuk 31 935, nr. 36). Ook een analyse van de beschikbare gegevens, bijvoorbeeld de verstrekking naar leeftijd van de kinderen, inkomensverdeling, afwijzingen en de aantallen en de hoogte van de verstrekte voorschotten behoort tot de beschikbare onderzoeksgegevens.

Vraag 2.

Kunt u toelichten waarom er geen oordeel zal worden gegeven over de financiële tegemoetkomingen van de Wet op de kinderbijslagvoorziening BES?

Vraag 3.

Welke informatie is hierover beschikbaar en welke niet?

Vraag 4.

In hoeverre kunt u met de resultaten van de beleidsdoorlichting inzicht geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de kinderbijslagvoorziening BES?

Antwoorden op vraag 2 tot en met 4.

De Wet kinderbijslagvoorziening BES is per 1 januari 2016 van kracht geworden en daarmee van zeer recente datum. Als gevolg daarvan is de beschikbare informatie over de werking van deze wet momenteel nog beperkt. Bij de parlementaire behandeling van de Wet kinderbijslagvoorziening BES heeft de Tweede Kamercommissie gevraagd om na een redelijke termijn een evaluatie te geven van de nieuwe wet, waarbij wordt ingegaan op effectiviteit op armoedebestrijding, de uitvoering, de aantallen en de kosten. In reactie daarop is aangegeven dat in de verantwoordingsstukken jaarlijks zal worden gerapporteerd over het aantal gezinnen en het aantal kinderen waarvoor kinderbijslag BES is verstrekt. Dit is voor het eerst gebeurd bij de jaarverantwoording SZW 2016 (Kamerstuk 34 725 XV, nrs. 1 en 2). Daarnaast is toegezegd om de Tweede Kamer te rapporteren over de effectiviteit van de Wet kinderbijslagvoorziening BES na de eerste twee jaren van werking door middel van een uitvoeringsverslag2.

Het uitvoeringsverslag zal medio 2018 gereed zijn en de gegevens van dit verslag zullen bij de beleidsdoorlichting betrokken worden. Op die manier ontstaat er een beeld van de doeltreffendheid van de Wet kinderbijslagvoorziening BES, in elk geval in termen van bereik in aantallen kinderen en gerechtigden en de met de voorziening gemoeide kosten. Tevens kan, zoals eerder gemeld aan de Tweede Kamer3, naar verwachting in 2018 over cijfers van het CBS worden beschikt waaruit het macro inkomenseffect kan worden afgeleid. Naar verwachting zullen medio 2018 niet voldoende gegevens beschikbaar zijn om conclusies te trekken over de doelmatigheid van de regeling.


X Noot
1

Optimal Income Support for Lone Parents in the Netherlands: Are We There yet? Henk-Wim de Boer, Egbert Jongen, september 2017.

X Noot
2

Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstuk 34 275, nr. 6, pag. 4–5.

X Noot
3

Kamerstuk 34 550 IV, nr. 19, p. 3.