30 872 Landelijk afvalbeheerplan

Nr. 226 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Ontvangen ter Griffie op 4 maart 2019.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 1 april 2019.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 2 april 2019.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2019

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 in verband met het opnemen van een recyclingdoelstelling voor kleine kunststof flessen en het aanpassen van de artikelen over statiegeld op drankverpakkingen. (Besluit maatregelen kleine kunststof drankflessen)1.

Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting2.

Het voorleggen geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure in artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer. Het biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat dit aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Het ontwerpbesluit heb ik in het kader van de voorhangprocedure eveneens voorgelegd aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Ter voldoening aan artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer wordt het ontwerpbesluit in de Staatscourant bekend gemaakt om een ieder de gelegenheid te geven om binnen 4 weken haar zienswijze kenbaar te maken.

In de ontwerpnota van toelichting bij het ontwerpbesluit wordt verwezen naar een recent in opdracht van mij vastgesteld rapport van CE-Delft over de effecten van wettelijke varianten van statiegeld op kleine kunststof drankflessen. Het rapport treft u bijgaand ter informatie voor uw Kamer aan3.

Uw Kamer heeft mij gevraagd een tijdlijn toe te sturen inzake de voortgang rond statiegeld en de aanpak kleine flessen (brief van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 6 februari 2019, Kamerstuk 30 872, nr. 224). In antwoord daarop deel ik u het volgende mede.

Met mijn brief «Bestuurlijk overleg kleine plastic flessen in het zwerfafval en de RWS-monitoring» (Kamerstuk 30 872, nr. 224) van 21 januari 2019, heb ik u geïnformeerd over de voortgang van de aanpak van het zwerfafval en de monitoring van RWS. Zoals eerder toegezegd zal ik uw Kamer halfjaarlijks over de voortgang informeren. Parallel hieraan bereid ik wetgeving voor de invoering van statiegeld voor. De planning voor het wetgevingstraject statiegeld is onveranderd ten opzichte van mijn brief van 3 juli 2018 (Kamerstuk 30 872, nr. 220). Met onderhavige brief bied ik het ontwerpbesluit aan uw Kamer aan en daarmee geef ik invulling aan mijn toezegging uit de brief van 3 juli 2018 dit uiterlijk in het voorjaar van 2019 te doen. In de planning is voorzien in advisering door de Raad van State en in een EU-notificatieprocedure in het najaar van 2019. Mijn inzet is het definitieve besluit uiterlijk in het voorjaar van 2020 te ondertekenen en te publiceren.

Indien in het najaar van 2020 blijkt dat het verpakkende bedrijfsleven de afgesproken prestaties betreffende vermindering van kleine plastic flesjes in het zwerfafval en recycling van kleine plastic flesjes niet heeft behaald, dan besluit ik tot invoering van statiegeld en zal de regelgeving per koninklijk besluit in werking treden, zodat het systeem in het voorjaar van 2021 operationeel is.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven