Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201330635 nr. 2

30 635 Octrooibeleid

Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2012

Bijgaand bied ik u aan het eindrapport met de resultaten van de door het onderzoeks- en adviesbureau Ecorys uitgevoerde beleidsevaluatie van het intellectueel eigendomsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) over de periode 2006–2010.*)

In deze evaluatie stond de volgende vraagstelling centraal:

In welke mate functioneert het integrale stelsel van intellectueel eigendom in Nederland, waarvoor EL&I primair verantwoordelijk is1, in lijn met de doelstelling – bijdragen aan de versterking van het innovatievermogen in het bedrijfsleven door een toegankelijk systeem van intellectueel eigendom, dat aansluit op internationale ontwikkelingen – en wat zijn de effecten van het beleid, respectievelijk de beleidswijzigingen, van de afgelopen jaren daarop geweest.

De conclusies op hoofdlijnen van Ecorys uit het eindrapport zijn:

  • a. De beleidswijzigingen die in de periode 2006–2010 zijn doorgevoerd hebben de werking van het Nederlandse octrooisysteem verbeterd. De onderzoekers beoordelen het gevoerde beleid als doeltreffend.

    De meeste beleidswijzigingen vloeien voort uit de Beleidsvisie Octrooibeleid en MKB (TK 2005–2006, 30 635, nr. 1.):

    • Belangrijkste wijziging is het verhogen van de kwaliteit van octrooien. Ter uitvoering hiervan is het zogeheten zesjarige (ongetoetste) octrooi afgeschaft, wordt aan het onderzoek naar de stand der techniek een written opinion toegevoegd en is de adviseringsrol van NL Octrooicentrum in procedures voor de rechtbank versterkt.

    • Daarnaast is de toegankelijkheid van het octrooisysteem verbeterd, voornamelijk door het aanpassen van de taksenstructuur, de invoering van de mogelijkheid tot indiening van de octrooiaanvraag in het Engels (waarmee ook vervolgaanvragen bij het Europees Octrooibureau of wereldwijd via het Patent Cooperation Treaty worden vergemakkelijkt) en de digitalisering van het octrooiregister. Ook is de mogelijkheid tot het online indienen van octrooiaanvragen vergroot.

    • Bevordering van transparantie en marktwerking tussen octrooigemachtigden (afsluiten van een transparantieconvenant tussen het ministerie en de Orde van Octrooigemachtigden);

    • Uitbreiden van de voorlichting gericht op het vergroten van het octrooibewustzijn bij met name het MKB en de voorlichting over waarde van octrooien bij innovatieprocessen.

  • b. Nederland levert een effectieve bijdrage aan de internationale fora en op verschillende dossiers is concreet resultaat geboekt (unitair octrooi, unitaire octrooirechtspraak en kwaliteitsverbetering binnen het Europees Octrooibureau).

  • c. Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) heeft in de evaluatieperiode zijn voorlichtingsactiviteiten uitgebreid. Het is aannemelijk dat de bekendheid bij de doelgroep met merken- en modellenrecht hierdoor is toegenomen. De inbreng in de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (BOIE) vanuit Nederland op bestuurlijk niveau functioneert doeltreffend en doelmatig.

  • d. Het beeld over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitvoering van de wettelijke en niet-wettelijke taken door NL Octrooicentrum is over het algemeen positief.

    Ook concluderen de onderzoekers dat de sturingsrelatie tussen NL Octrooicentrum en het kerndepartement adequaat functioneert.

  • e. Over het nut en de noodzaak van het in Nederland vigerende registratieoctrooi wordt verschillend gedacht. Het huidige systeem heeft een aantal praktische voordelen ten opzichte van een getoetst octrooi (lagere kosten van octrooiverlening en in mindere mate de snelheid van octrooiverlening). De belangrijkste nadelen zijn de beperktere rechtszekerheid en hieraan gekoppeld het gevaar van extra juridisering en de hierdoor hogere kosten voor derden. De voor- en nadelen wegende is voor de onderzoekers niet duidelijk of het effect op innovatie van het huidige systeem groter of kleiner is dan bij een getoetst octrooi, vooral ook omdat er geen empirische gegevens beschikbaar zijn over de (intermediaire) effecten van het huidige beleid.

Ik onderschrijf in zijn algemeenheid de conclusies en de aanbevelingen van de onderzoekers.

In het volgende geef ik aan hoe ik wil omgaan met de aanbevelingen. Gelet op de demissionaire status van het kabinet, past mij daarbij terughoudendheid en zal ik me beperken tot een reactie op hoofdlijnen. Een uitgebreidere reactie laat ik over aan mijn opvolger. Waar een reactie wel kan worden gegeven zal ik hieronder aangeven hoe ik aan de aanbevelingen gevolg zal geven.

De aanbevelingen luiden als volgt:

  • 1. Effectmonitoring

    Door Ecorys wordt aanbevolen om de intermediaire effecten van het huidige beleid te monitoren, met name met betrekking tot de werking van het registratieoctrooi. De aanbevelingen en conclusies over nut en de noodzaak van het in Nederland vigerende registratieoctrooi vragen om een beleidsmatige reactie die, gelet op de demissionaire status, niet door dit kabinet kan worden gegeven. Wel zal ik, samen met NL Octrooicentrum bezien hoe een beter inzicht kan worden gekregen in de effecten van de invoering van de written opinion en de gerealiseerde uitbreiding van de adviseringsfunctie voor de gerechten van NL Octrooicentrum.

  • 2. Meer integraal benaderen van voorlichting over intellectuele eigendomsrechten

    Ik kan mij vinden in de aanbeveling om de voorlichting over de toepassing van IE rechten meer te benaderen vanuit het perspectief van  het (MKB-)bedrijfsleven en daarbij ook andere IE-rechten dan alleen het octrooirecht te betrekken. Ik zal daarom NL Octrooicentrum, onderdeel van het Agentschap NL, vragen hieraan aandacht te besteden. Naast de suggestie van de onderzoekers om te komen tot één integraal overheidsportaal, kan meer integrale voorlichting over intellectuele eigendomsrechten tevens bevorderd worden door nut en noodzaak van intellectuele eigendomsrechten integraal op te nemen bij de voorlichtingsactiviteiten over innovatie door Agentschap NL.

  • 3. Sterkere beleidscoördinatie rondom de diverse IE-rechten

    Ik merk hierover op dat ook in de huidige situatie de verschillende betrokken bewindslieden en hun departementen reeds gezamenlijk optrekken. Wel kan ik mij voorstellen dat de door de onderzoekers geschetste onderlinge verwevenheid van de verschillende IE rechten aanleiding geeft om horizontale thema's meer te benadrukken. Voorbeelden daarvan zijn de handhaving van IE-rechten, de rol van IE in het innovatieproces en bij onderzoekssamenwerking en de maatschappelijke perceptie van IE-rechten.

    Ik laat, gelet op de demissionaire status van het huidige kabinet, de wijze waarop daaraan vorm wordt gegeven, over aan een volgend kabinet.

  • 4. Verbeteren effectiviteit van de interactie met stakeholders

    Ik onderschrijf deze aanbeveling. De afstemming rondom de internationale beleidsinzet vindt primair plaats binnen de zogeheten Commissies van Acht die een belangrijke rol vervult in het formuleren van de wensen van de Nederlandse stakeholders. Met de Commissies van Acht zal ik bezien hoe de afstemming kan worden verbeterd, zowel binnen het verband van de Commissies van Acht als daarbuiten. Zo zouden moderne communicatietechnieken, zoals crowd sourcing en internetconsultaties eraan kunnen bijdragen dat een bredere kring van belanghebbenden wordt bereikt.

  • 5. Versterken van de vraagzijde (bij advisering)

    Bij het inschakelen van octrooigemachtigden speelt de hoogte van de kosten van hun inzet een rol.

    MKB-Nederland en/of Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU) kunnen zelf een rol spelen bij het bereiken van een scherpere prijs-kwaliteitsverhouding om de kosten van octrooigemachtigden te drukken. Echter, de gebruikers van de diensten van octrooigemachtigden blijken over het algemeen wel tevreden te zijn met de dienstverlening. Desalniettemin zal ik samen met de belangenvertegenwoordigers bezien welke mogelijkheden er zijn om kosten te besparen.

  • 6. Concentratie van rechtszaken bij een gespecialiseerde rechtbank

    Er wordt positief geoordeeld over de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot octrooien, merken en modellen. De concentratie van octrooizaken bij de Haagse rechtbank speelt daarbij een rol.

    Wel verschillen de meningen over de kwaliteit van de uitspraken van rechtbanken die (minder regelmatig) zaken over het Benelux merkrecht of modelrecht behandelen. Door stakeholders wordt aangegeven dat het de kwaliteit van de rechtspraak ten goede zou komen als ook de Benelux merk- en modelzaken zouden worden behandeld door een gespecialiseerde rechtbank, zoals octrooizaken bij de rechtbank van Den Haag.

    Ik zal dit gezamenlijk met betrokkenen nagaan en tevens onderzoeken of zich ook andere opties voordoen ter verbetering van de kwaliteit van de rechtspraak over het Benelux merkrecht of modelrecht.

  • 7. Blijven streven naar totstandkoming unitair octrooi en gemeenschappelijke rechtspraak

    Zoals bekend heb ik mij de afgelopen jaren sterk ingezet voor de totstandkoming van het unitair octrooi en unitair octrooirechtspraak. Daarmee kan een sterke impuls worden gegeven aan het innovatievermogen van de Europese industrie en het functioneren van de interne markt. De sterke Nederlandse inzet heeft, gezien de vorderingen die zijn gemaakt, ook zijn vruchten afgeworpen. Het rapport geeft alle aanleiding om deze inzet voort te zetten, zowel in de laatste fase van de besluitvorming als bij de implementatie van het unitair octrooi en het unitair octrooigerecht.

  • 8. IE prominenter in de curricula van universiteiten en hogescholen

    NL Octrooicentrum, onderdeel van het Agentschap NL, heeft het initiatief genomen om samen met universiteiten te onderzoeken in hoeverre geoctrooieerde kennis van universitaire onderzoekers bijdraagt aan bedrijvigheid, werkgelegenheid en economische groei. Ook de rol en invloed van onderwijs over intellectueel eigendom aan kennisinstellingen op innovatief ondernemerschap wordt in het onderzoek betrokken. De onderzoeksresultaten zijn eind 2012 te verwachten.

  • 9. Verminderen knelpunten bescherming bedrijfsgeheimen

    De onderzoekers vragen terecht aandacht voor de bescherming van bedrijfsgeheimen. Uit recent onderzoek van de Europese Commissie blijkt ook dat er binnen de Europese Unie een grote verscheidenheid aan regelingen bestaat. In samenspraak met het Nederlandse bedrijfsleven zal ik inventariseren welke de knelpunten zijn.

  • 10. Aanbevelingen ten behoeve van NL Octrooicentrum (in aanvulling op bovenstaande)

    Door de onderzoekers worden daarnaast aanbevelingen gedaan met betrekking tot de werkwijze en samenwerking binnen het Agentschap NL alsmede met Syntens. Ik zal hieraan aandacht besteden bij de aansturing van NL Octrooicentrum, onderdeel van het Agentschap NL.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer


X Noot
1

Voor zover het gaat om het octrooirecht, het merkenrecht en het modellenrecht. Het kwekersrecht behoorde in de periode waarover het onderzoek gaat niet tot het terrein van het toenmalige Ministerie van Economische Zaken.