30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 198 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Ter griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 1 oktober 2018.

De wens om over de voorgenomen voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens de Kamer of door ten minste dertig leden van de Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 11 november 2018.

De voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling kan niet eerder worden gedaan dan 12 november 2018 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.

Bij de termijnen is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2018

Hierbij bied ik u aan het conceptbesluit, houdende wijziging van het beleidskader subsidiëring sportevenementen (hierna: beleidskader) in verband met de verlenging van de werkingsduur en een aantal aanpassingen.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel 4.10, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2016) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over de wijziging voordat ik deze zal ondertekenen en ter publicatie aan de Staatscourant zend.

Op grond van de aangehaalde bepaling onderteken ik het conceptbesluit niet eerder dan 30 dagen nadat deze aan uw Kamer is voorgelegd.

Een conceptversie van het beoogde besluit is als bijlage toegevoegd (bijlage 1)1. Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het beoogde besluit met ingang van 1 januari 2019.

Aanleiding

Het huidige beleidskader kent weliswaar geen vervaldatum maar vervalt in principe na vijf jaar, conform artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Het conceptbesluit ziet toe op de verlenging van de werkingsduur van het beleidskader voor 2019–2020 en tevens is een aantal inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Naast tekstuele aanpassingen kent het beleidskader sportevenementen 2019–2020 een tweetal fundamentele inhoudelijke beleidswijzigingen ten opzichte van het vorige beleidskader.

Voortzetting van het beleidskader met voorgestelde wijzigingen wordt zeer wenselijk geacht omdat het kabinet de organisatie van sportevenementen in Nederland, waaronder Europese Kampioenschappen (EK’s), Wereld Kampioenschappen (WK’s) en multisportevenementen, wil blijven ondersteunen.

In het Nationaal Sportakkoord «Sport verenigt Nederland»2 is vastgelegd dat partijen (het Rijk, gemeenten en de sport) het komend jaar nadere afspraken maken over het zesde deelakkoord met de ambitie: «Topsport die inspireert». Het gaat daarbij om sportevenementen, topsport en media. De ambitie heeft als strekking dat Nederlandse topsportprestaties en topevenementen in Nederland een cruciale inspiratie vormen voor de verenigende waarde van sport. Het meeleven met onze topsporters op de Olympische en Paralympische Spelen of het ervaren van topsportevenementen in eigen land hebben een sterke inspirerende en verbindende waarde in de Nederlandse samenleving die verder uitgebouwd kan worden.

De afspraken kunnen vanaf het najaar van 2020 (bij de start van de nieuwe Olympische cyclus) ingaan en kunnen op de langere termijn tot fundamentele wijzigingen in het sportevenementenbeleid leiden. Hierbij zullen de uitkomsten van de externe evaluatie van het beleidskader door het Mulier Instituut en de adviezen over het beleidskader van de Nederlandse Sportraad, worden meegenomen.

Ik bied u de resultaten van de externe evaluatie hierbij aan3. De aanbevelingen voor de korte termijn zijn meegenomen bij de herziening van het beleidskader voor 2019–2020. De aanbevelingen voor de langere termijn betrek ik bij de uitwerking van het Nationaal Sportakkoord.

Naast tekstuele aanpassingen kent het beleidskader sportevenementen 2019 -2020 een tweetal fundamentele inhoudelijke beleidswijzigingen ten opzichte van het vorige beleidskader.

  • Om de transparantie en onafhankelijkheid bij de toekenning van subsidies voor sportevenementen te verbeteren, wordt de Nederlandse Sportraad gevraagd een advies te geven over aanvragen in de categorieën «Aansprekende internationale sportevenementen buitencategorie» en «Aansprekende internationale sportevenementen».

    Ik heb uw Kamer eerder over dit voornemen geïnformeerd4.

  • Voor internationaal aansprekende sportevenementen met een dusdanige omvang waarvoor de maximale overheidsbijdrage van 2,5 miljoen euro niet voldoende is, wordt een uitzondering opgenomen. Voorwaarde voor toepassing van de uitzondering is dat in het advies van de Nederlandse Sportraad helder wordt onderbouwd dat voor dit specifieke evenement een hoger subsidiebedrag noodzakelijk is. De regel dat maximaal 25% van de organisatiekosten dan wel 50% van de kosten van de side events wordt gesubsidieerd, blijft gehandhaafd.

Ik kom hiermee tegemoet aan de wens van uw Kamer om het beleidskader op dit punt te verruimen. Ik beschouw de betreffende motie van het lid Rudmer Heerema c.s.5 hiermee als afgedaan.

Verlenging van de werkingsduur van het beleidskader met twee jaar geeft mij voldoende ruimte om, in het kader van de zesde ambitie uit het Sportakkoord, te werken aan een nieuw evenementenbeleid, per 1 januari 2021. Over de concrete uitwerking van dit deelakkoord en de beleidsmatige implicaties op de langere termijn, informeer ik u eind 2019.

Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd over de beoogde verlenging en aanpassingen van het beleidskader sportevenementen.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 30 234, nr. 185.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Kamerstuk 30 234, nr. 183.

X Noot
5

Kamerstuk 30 234, nr. 187.

Naar boven