Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 september 2017
Op 20 juni jl. heeft het lid Agnes Mulder verzocht om een brief over hoe de motie
Agnes Mulder c.s. (Kamerstuk 32 813, nr. 143) uitgevoerd gaat worden nu de motie is aangenomen. Bij brief van 17 juli 2017 (Kamerstuk
30 196, nr. 554) heb ik om uitstel voor de beantwoording verzocht. Hierbij bericht ik op welke wijze
ik uitvoering zal geven aan de motie.
In de motie wordt de regering verzocht het eenvoudiger te maken voor inwoners om deel
te nemen aan duurzame energieprojecten door energiecoöperaties te helpen bij hun opstart
en te zorgen dat inwoners aandelen kunnen nemen in windenergieprojecten op zee.
Opstart energiecoöperaties
Ik zal eerst ingaan op het eerste onderdeel van de motie dat oproept om energiecoöperaties
te helpen bij hun opstart. Op dit moment loopt er een aantal activiteiten om energiecoöperaties
te ondersteunen. Een aantal heeft een verkennend karakter en zal pas onder een volgend
kabinet tot besluitvorming komen. Daarnaast wordt via de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO) op ad-hocbasis steun verleend aan activiteiten van energiecoöperaties.
In het Energieakkoord is afgesproken dat lokale initiatieven en bestaande aanbieders
van ondersteuning worden geholpen met kennis, kennisdeling en informatiemateriaal.
Als onderdeel van het Energieakkoord is «HIER opgewekt», het gezamenlijke kennisprogramma
van HIER klimaatbureau en brancheorganisatie ODE Decentraal voor lokale energie initiatieven,
in de periode 2014 – 2016 medegefinancierd vanuit de rijksbijdrage aan de VNG. De
financiering vanuit de VNG is begin dit jaar met een half jaar verlengd. «HIER opgewekt»
heeft per brief van 27 juli 2017 aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) en van Economische Zaken verzocht om hernieuwde financiering. Over dit verzoek
voer ik momenteel overleg met de Minister van BZK en de VNG. Besluitvorming hierover
is aan een volgend kabinet.
Daarnaast heeft het Ministerie van Economische Zaken op verzoek van ODE Decentraal
meegewerkt aan een verkenning van de mogelijkheden van een meer professionele ondersteuning
voor lokale energieprojecten op het gebied van zon en wind. Dit heeft geleid tot een
verzoek van ODE Decentraal om een startbijdrage van € 5 miljoen om een ontwikkelfaciliteit
tot stand te brengen. Het besluit hierover is aan een volgend kabinet. Vooruitlopend
op deze beslissing wil ik – binnen het kader van het Energieakkoord – met IPO en de
VNG verkennen hoe de ondersteuning van energiecoöperaties kan worden versterkt. Deze
verkenning wil ik doen in samenwerking met de relevante partijen zoals provincies,
gemeenten en financiële instellingen. Verschillende provincies en gemeenten geven
al ondersteuning aan energiecoöperaties voor hun opstart en het realiseren van energieprojecten.
Banken denken in het expertisecentrum financiering duurzame energieprojecten mee aan
oplossingen voor knelpunten voor de financiering voor duurzame energieprojecten.
In de Energieagenda (Kamerstuk 31 510, nr. 64) is aangegeven dat de salderingsregeling en de Regeling verlaagd tarief energiebelasting
belangrijke instrumenten zijn om de ontwikkeling van lokale hernieuwbare energie te
ondersteunen. Over de uitkomsten van de evaluatie van de salderingsregeling en mogelijke
varianten voor de toekomst heb ik de Kamer geïnformeerd per brief van 3 januari 2017
(Kamerstuk 31 239, nr. 251) en 12 juli 2017 (Kamerstuk 31 239, nr. 263). De Regeling verlaagd tarief is specifiek gericht op energiecoöperaties, waardoor
deze ook een impuls kan zijn voor het opstarten van een energiecoöperatie. De afgelopen
jaren is de regeling op verschillende onderdelen gewijzigd om de effectiviteit ervan
te verhogen. Momenteel wordt de regeling geëvalueerd. De resultaten zullen naar verwachting
eind 2017 aan uw Kamer wordt toegezonden. Aan de hand van het evaluatierapport kan
worden bezien waar eventuele knelpunten bestaan, en waar nog verbeteringen nodig zijn.
Wind op zee
Het tweede onderdeel van de motie heeft betrekking op het zorgen dat inwoners aandelen
kunnen nemen in windenergieprojecten op zee. Bij de tenders voor windenergie op zee
wordt vooral op de prijs geconcurreerd. Dit betekent dat bedrijven of consortia die
bieden in een tender tegen zo laag mogelijke kosten moeten produceren om de beoogde
exploitatievergunning te bemachtigen. Zoals ook aangegeven in de brief van 12 december 2016 (Kamerstuk 33 561, nr. 38) wordt op deze manier op de tenders in het kader van de routekaart wind op zee naar
verwachting € 4 miljard bespaard. Daar profiteren alle burgers van, ook als zij niet
participeren in de exploitatie van de windparken.
Burgers kunnen via een investeringsfonds participeren in windparken. Het is mij bekend
dat er de laatste tijd publiek-private initiatieven worden ontwikkeld om burgerparticipatie
op een dergelijke efficiënte manier vorm te geven. Meewind is daar een voorbeeld van.
Dat juich ik toe. Het staat bedrijven of consortia vrij om uit eigen beweging dit
element van burgerparticipatie mee te nemen in de projectfinanciering. Het is echter
een zaak van de bedrijven en consortia en deze burgerparticipatie-initiatieven om
te kijken of zij met elkaar in zee willen gaan. Ik stel namelijk geen voorwaarden
aan de financiering, omdat ik niet op de stoel van de marktpartijen wil gaan zitten.
Wel zal ik de totstandkoming van samenwerking tussen bedrijven en consortia en burgerparticipatie-initiatieven
faciliteren door bedrijven en consortia te attenderen op de mogelijkheden voor samenwerking
met burgerparticipatie-initiatieven.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp