Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201730196 nr. 506

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr. 506 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 januari 2017

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 23 november 2016 verzocht om een reactie op het rapport «De slimme meter, uitgelezen energie(k)?» van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In dit rapport concludeert het PBL dat het effect van de slimme meter achterblijft bij de verwachtingen, de invoering van een feedbacksysteem (in-home displays) grote maatschappelijke baten oplevert en dat hiervoor een meer experimentele benadering nodig is. De commissie heeft gevraagd hoe de beoogde energiebesparing alsnog behaald kan worden en hoe de markt hierbij betrokken wordt. Hierbij geef ik invulling aan dit verzoek.

Grootschalige uitrol van de slimme meter

Vanaf januari 2015 wordt de slimme meter door de netbeheerders aangeboden aan alle kleinverbruikers (huishoudens en klein zakelijke verbruikers). De aanbieding van de slimme meter dient meerdere doelen:

  • Deelname consumenten aan energiemarkt: de slimme meter is van belang voor de energievoorziening van de toekomst, waarbij mensen naar verwachting steeds meer gebruik gaan maken van actuele energieprijzen. Bijvoorbeeld door de elektrische auto op te laden wanneer dat financieel gunstig is. Hiervoor is een slimme meter nodig die tussentijds het verbruik registreert;

  • Balancering energienet: de slimme meter kan, bij een brede acceptatie, de netbeheerders beter inzicht geven in de balans op het net om zo eventuele stroomstoringen, maar ook toekomstige netinvesteringen, te voorkomen als gevolg van de toename van duurzame energiebronnen. Met meer zonne- en windenergie zullen productie en verbruik van energie immers minder synchroon lopen;

  • Energiebesparing: met behulp van de slimme meter kunnen kleinverbruikers meer inzicht in hun energieverbruik krijgen, waardoor men gemakkelijker energie kan besparen. Zo ontvangen kleinverbruikers tweemaandelijkse overzichten van hun verbruik en de bijbehorende kosten. Daarnaast kunnen kleinverbruikers, voor meer (frequent) inzicht een energieverbruiksmanager (bijvoorbeeld een in-home display) voor de slimme meter aanschaffen. Hiermee is de slimme meter één van de instrumenten die bij kunnen dragen aan energiebesparing.

  • Financiële besparing: kleinverbruikers met een slimme meter hoeven niet meer handmatig de meterstanden door te geven. Daardoor wordt het bijvoorbeeld administratief eenvoudiger om te wisselen van energieleverancier.

In het derde Europese energiepakket is bepaald dat in 2020 minimaal 80% van de huishoudens moet beschikken over een slimme meter wanneer de maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) positief uitvalt. Voor Nederland is deze MKBA1 (2010) positief uitgevallen, voornamelijk vanwege de potentiële energiebesparing bij gebruik van de slimme meter in combinatie met indirecte feedback (zoals het tweemaandelijkse verbruiks- en kostenoverzicht). Verdisconteerd zou de investering in circa 15 jaar na de uitrolperiode kunnen worden terugverdiend, dus in 2035.

Beleid energiebesparing bij kleinverbruikers

Het kabinet voert verschillende maatregelen uit voor energiebesparing in de gebouwde omgeving in het kader van het Energieakkoord en de Europese richtlijn voor energie efficiëntie. Enkele maatregelen in dit kader zijn een nationaal energie bespaarfonds, de uitrol van de slimme meter waarbij energiebedrijven kleinverbruikers een aanbod voor besparing zullen doen en een campagne over energiebesparing vanuit het Rijk.

In het Energieakkoord is afgesproken om 100 pètajoule (PJ) extra te besparen op het finale energieverbruik in 2020. Een belangrijk deel hiervan moet worden gerealiseerd in de gebouwde omgeving en bij kleinverbruikers. De slimme meter is een hulpmiddel voor energiebesparing bij kleinverbruikers, doordat met een slimme meter het energieverbruik beter inzichtelijk kan worden gemaakt, met name als een slimme meter wordt gecombineerd met een energieverbruiksmanager. De slimme meter is niet de enige optie en dient bovendien meerdere doelen dan alleen energiebesparing. Daarmee is het behalen van de potentiële energiebesparing met behulp van de slimme meter uit de MKBA geen doel op zich, maar kijkt het kabinet binnen het Energieakkoord op welke wijzen energiebesparing kan worden gerealiseerd.

Uit de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016 (Kamerstuk 30 196, nr. 479) blijkt dat het in het Energieakkoord afgesproken doel van 100 PJ extra energiebesparing in 2020 nog niet gehaald wordt. Dit komt onder andere doordat de extra energiebesparing bij kleinverbruikers achterblijft. De gegevens over energiebesparing met de slimme meter in de NEV zijn gebaseerd op onderzoeken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO rapporteert over het marktaanbod en de kennis, houding en het gedrag van kleinverbruikers ten aanzien van energieverbruiksmanagers.

In de eerste marktbarometer over de grootschalige aanbieding van de slimme meter (Kamerstuk 30 196, nr. 468) concludeert RVO dat de gerealiseerde energiebesparing achterblijft bij de verwachtingen, aangezien slechts 6% van de bevraagde kleinverbruikers bij wie een slimme meter is aangeboden aangeeft hiervoor één of meer concrete marktaanbiedingen te hebben ontvangen of in staat is hierover een afgewogen aanschafbesluit te nemen. Als belangrijkste oorzaken noemt RVO onvoldoende communicatie naar de consument over de besparingsmogelijkheden rond het moment van het aanbieden van de slimme meter en bij het tweemaandelijkse verbruiks- en kostenoverzicht en een te eenzijdig aanbod van energieverbruiksmanagers.

In aanvulling op deze bevindingen van RVO stelt het PBL in haar policy brief «De slimme meter» en bijbehorende achtergrondstudie (d.d. 17 november 2016) dat consumenten niet of nauwelijks bezig zijn met energiebesparing. Dit is volgens PBL de voornaamste reden dat de energiebesparing achterblijft bij de verwachting. PBL adviseert een strategie waarbij energieverbruiksmanagers aantrekkelijker worden om aan te schaffen. PBL pleit voor een experimentele koers, waarin verschillende interfaces (zoals in-home displays, gezien hun effectiviteit) systematisch worden getest op hun effect op acceptatie en energiebesparing. De overheid zorgt er daarbij voor dat de effectiviteit en de verschillende manieren van aanbieden van de interfaces in kaart worden gebracht, geanalyseerd en gedeeld in gecontroleerde experimenten, buiten lopende projecten om.

Aanvullende maatregelen energiebesparing bij kleinverbruikers

Sinds het verschijnen van de NEV 2016 is onder leiding van de voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord intensief overleg gevoerd door de Energieakkoord-partijen over de uitwerking van de maatregelen die nodig zijn om het doel van 100 PJ extra energiebesparing in 2020 binnen bereik te brengen.

De partijen hebben hier aanvullende afspraken over gemaakt. Op 23 december 2016 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de Voortgangsrapportage 2016 van de Borgingscommissie Energieakkoord (Kamerstuk 30 196, nr. 503) en de aanvullende afspraken. Op basis van deze afspraken concludeert de voorzitter van de Borgingscommissie in de Voortgangsrapportage namens de 47 ondertekenaars van het akkoord dat alle doelen binnen bereik zijn.

Eén van de aanvullende maatregelen is specifiek gericht op energiebesparing bij kleinverbruikers met behulp van de slimme meter in combinatie met energiemanagementsystemen, slimme thermostaten en feedbacksystemen. Tussen overheid, energieleveranciers, installateurs en netbeheerders is afgesproken om een taakstellend convenant te sluiten om extra energiebesparing te realiseren in de gebouwde omgeving. Dit convenant dient een markt voor energiebesparing op gang te brengen en een besparing te realiseren van 10 PJ in 2020. Afgesproken is dat het convenant voor 1 mei 2017 is uitgewerkt en ondertekend. Onderdeel van het akkoord is dat indien partijen eind 2018 niet op koers liggen om de doelen van het convenant te halen er aanvullende verplichtende maatregelen genomen kunnen worden voor de markt.

Op basis van deze afspraak verwacht ik dat de afgesproken doelen uit het Energieakkoord en de daarin beoogde energiebesparing in 2020 gerealiseerd worden.

Naast de afspraken binnen het Energieakkoord heb ik met de netbeheerders en marktpartijen ook afgesproken om de komende maanden te werken aan:

  • Het verbeteren van de informatie over de slimme meterplaatsing van de netbeheerders aan de marktpartijen. Hierdoor hebben marktpartijen betere planningsinformatie om hun marketing op in te richten;

  • Het verbeteren van de (communicatie over de) indirecte feedback via de tweemaandelijkse verbruiks- en kostenoverzichten door de energieleveranciers;

  • Het verbeteren de communicatie naar kleinverbruikers over slimme meters en energieverbruiksmanagers (bij aanbieding van de meter en via internet).

Met de bovengenoemde maatregelen verwacht ik dat er een belangrijke impuls wordt gegeven aan energiebesparing met de slimme meter. Ik acht het vanuit de overheid opstarten van gecontroleerde experimenten, zoals PBL adviseert, dan ook niet nodig.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Intelligente meters in Nederland: herziene financiële analyse en adviezen voor beleid, p. 62, KEMA, 13 juli 2010. E: 3,2% (indirecte feedback), 6,4% (directe feedback) en G: 3,7% (indirecte feedback), 5,1% (directe feedback)