Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202129936 nr. 58

29 936 Regels inzake de beëdiging van tolken en vertalers en de kwaliteit en de integriteit van beëdigde tolken en vertalers (Wet beëdigde tolken en vertalers)

Nr. 58 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2020

Tijdens het Algemeen Overleg tolken en vertalers op 19 februari 2020 (Kamerstuk 29 936, nr. 47) sprak ik met uw Kamer over de nieuwe systematiek voor tolk- en vertaaldiensten bij de rijksoverheid. In dit AO heb ik toegezegd u te informeren over de inrichting van de monitoring en de eerste observaties van de werking van de nieuwe systematiek. Ook heb ik toegezegd terug te komen op de situatie in Duitsland in relatie tot de Europese aanbestedingsrichtlijn. Vervolgens zijn naar aanleiding van het AO tijdens het VAO tolken en vertalers op 11 juni 2020 (Handelingen II 2019/20, nr. 82, item 8) vier moties aangenomen die betrekking hebben op de uitvoering van de nieuwe systematiek voor tolk- en vertaaldiensten. Met uw Kamer deel ik het belang van een zorgvuldige uitvoering van de systematiek voor tolk- en vertaaldiensten. Ik informeer u met deze brief over de wijze waarop ik uitvoering geef aan deze toezeggingen en moties.

Ten aanzien van de toezegging om uw Kamer nader te informeren over de situatie in Duitsland kan ik verwijzen naar het advies van de parlementair advocaat over de plicht om tolk- en vertaaldiensten Europees aan te besteden. Hierin is de vraag beantwoord hoe Duitsland omgaat met de geldende Europese regelgeving. De parlementair advocaat heeft vermeld dat Duitsland de bepalingen uit de Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG heeft omgezet in nationaal recht. In het advies wordt daarbij aangegeven dat er geen reden is om te veronderstellen dat de Richtlijn anders dan in Nederland is geïmplementeerd of niet naar behoren is geïmplementeerd.1

De werking van de systematiek voor tolk- en vertaaldiensten kan beoordeeld worden op het moment dat de nieuwe contracten met de intermediairs in werking zijn getreden. Die contracten volgen uit de serie aanbestedingen die achtereenvolgens in de komende maanden uitgevoerd worden en waarvan de eerste recentelijk is gepubliceerd. De eerste contracten zullen naar verwachting vanaf medio 2021 in werking treden. Voor een goede monitoring van de werking van de nieuwe systematiek is informatie uit meerdere contracten nodig. Op basis van de eerste monitoringsinformatie kan ik naar verwachting in de eerste helft van 2022 voldoen aan mijn toezegging om uw Kamer een brief te sturen over de werking van de nieuwe systematiek. In dezelfde brief zal ik uw Kamer ook informeren over de inzet van B2-tolken, conform de motie van het lid Groothuizen c.s. (Kamerstuk 29 936, nr. 57).

De motie van de leden Van Dam en Groothuizen (Kamerstuk 29 936, nr. 55) roept de regering op om in de aanbesteding bindende kwaliteitseisen mee te geven, waarbij in de gunning de score op kwaliteit minimaal 60% zal moeten uitmaken en verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat in de aanbestedingen deze uitgangspositie tot uiting komt in ten minste een aantal in de motie gestelde voorwaarden. In reactie op deze motie kan ik uw Kamer mededelen dat aan deze motie op de gestelde wijze uitvoering wordt gegeven. Dat wil zeggen dat we in de aanbesteding bindende kwaliteitseisen meegeven, waarbij in de gunning de score op kwaliteit minimaal 60% zal uitmaken en dat in de aanbestedingen een goede uitgangspositie van tolken en vertalers tot uiting komt in ten minste de in de motie genoemde voorwaarden.

Ten aanzien van mijn toezegging om uw Kamer te informeren over de inrichting van de monitoring en de uitvoering van de motie van de leden Groothuizen en Van Dam (Kamerstuk 29 936, nr. 56) van gelijke strekking, over het systeem van monitoring van de nieuwe systematiek voor tolk- en vertaaldiensten en de bemensing kan ik uw Kamer voor dit moment het volgende mededelen. Voor zowel tolk- als vertaaldiensten worden afspraken gemaakt over de managementinformatie die nodig is om de prestaties ten aanzien van de dienstverlening te kunnen monitoren en waar nodig bij te sturen. Het rijksbrede inkoopstelsel voorziet in contractmanagement en de monitoring van de prestaties van de leveranciers, met contractmanagers die zowel centraal als decentraal gepositioneerd zijn. Dit zal ook voor de categorie tolk- en vertaaldiensten adequaat worden ingericht met passende bemensing, waarbij de exacte capaciteit afhangt van de ontwikkelingen in een contract, zoals gebruikelijk in het rijksbrede categorie- en contractmanagement. Zo is er altijd voldoende capaciteit om de noodzakelijke informatie te genereren om de werking van de systematiek en de contracten te monitoren, centraal vanuit het categoriemanagement en decentraal bij de afnemende organisaties. Verder zal de Raad voor Rechtsbijstand, als beheerder van het Register beëdigde tolken en vertalers, op basis van de gegenereerde informatie het gebruik van het register monitoren. De monitoring start op het moment dat informatie uit de contracten met de intermediairs beschikbaar komen.

De monitoring met de beroepsgroep krijgt vorm middels een structureel overleg met vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties. Zij worden voorzien van geaggregeerde informatie waarmee hen strategisch inzicht wordt geboden in de ontwikkeling en werking van de sector en de rijksoverheid als grote afnemer van tolk- en vertaaldiensten. Binnen dit overleg kan van gedachten worden gewisseld over een eventuele focusgroep van tolken en vertalers of andere manieren waarop beroepsorganisaties als kanaal voor de beroepssector signalen, vragen en ideeën kunnen overbrengen.

Aan de uitvoering van motie van het lid Van Dam c.s. (Kamerstuk 29 936, nr. 54), betreffende het intact houden van een loketfunctie voor coördinatie van de inzet van tolken en vertalers, zal tegen deze de hierboven beschreven achtergrond passende invulling worden gegeven, zodanig dat geborgd is dat er voor de uitvoering van tolk- en vertaalopdrachten steeds heldere aanspreekpunten beschikbaar zijn voor de betreffende tolken en vertalers. Voor tolken en vertalers die (nog) geen opdrachten voor de overheid verrichten zijn de beroepsorganisaties die de overheid inschakelt het eerste aanspreekpunt. Via deze beroepsorganisaties kunnen ook zij signalen, vragen en ideeën aan de rijksoverheid overbrengen. Dit laatste is een belangrijk onderdeel van de monitoring.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus