Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 augustus 2018
Op 22 mei 2018 heeft het WODC het onderzoek «Links-extremisme in beeld. Een verkennend
onderzoek naar links-extremistische groeperingen in Nederland» gepubliceerd. Tijdens
de regeling van werkzaamheden van 29 mei 2018 is verzocht om een brief in reactie
op dit onderzoek (Handelingen II 2017/18, nr. 86, item 19). Hierbij bied ik uw Kamer die beleidsreactie aan1. De beantwoording van twee sets Kamervragen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nrs.
2811 en 2812) over hetzelfde WODC-onderzoek wordt gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer gestuurd.
In deze brief wordt ingegaan op de bevindingen van het WODC ten aanzien van de dreiging
die uitgaat van links-extremistische groeperingen in Nederland. Ook zal ik reageren
op de constatering van de onderzoekers dat links-extremistische acties in de regel
niet leiden tot een strafrechtelijk onderzoek en strafproces, wat – volgens de onderzoekers
– een zekere mate van straffeloosheid impliceert.
Dreiging links-extremisme
De onderzoekers concluderen dat buitenwettelijke handelingen zoals gewelds- en vermogensdelicten
nadrukkelijk tot de modus operandi van sommige links-extremistische groepen behoren.
Het onderzoek stelt tevens dat verhoudingsgewijs de meeste links-extremistische groeperingen
zich manifesteren op het thema «Antifascisme & Mensenrechten», waar onder andere de
onderwerpen asiel- en vreemdelingenbeleid, etnisch profileren, integratie van etnische
minderheden, migratie, positie van de islam, racisme, repressie en vrijheid onder
vallen. Intimidatie via online dreigementen, naming and shaming, bekladdingen, vernielingen en home visits jegens politici en (medewerkers van) instanties en bedrijven worden door de onderzoekers
genoemd als elementen in de manier waarop links-extremistische groepen opereren.
De bevindingen van de onderzoekers over de dreiging uit links-extremistische hoek
komen in grote lijnen overeen met het beeld van de NCTV, zoals verwoord in verscheidene
Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland (DTN). Ook de NCTV onderkent dat er structurele
elementen zijn binnen de links-extremistische beweging die op buitenwettelijke, soms
gewelddadige wijze hun politiek-ideologische doelen willen bereiken.
Links-extremistische actiegroepen benadrukken dat ze zullen blijven strijden tegen
(vermeend) geweld, repressie, racisme en «etnisch profileren» van de politie, aldus
de NCTV. Tevens blijft de strijd tegen gepercipieerd extreemrechts een belangrijke
drijfveer voor extreemlinkse protestacties. Bij extreemlinkse tegendemonstraties kan
confrontatiegeweld worden toegepast. De NCTV heeft echter aangegeven dat asielrechtenextremisten
in de afgelopen maanden nauwelijks (buitenwettelijke) protestacties hebben gevoerd.
De strijd tegen het in hun ogen inhumane asiel- en vreemdelingenbeleid van Nederland
en de EU blijft voor hen desalniettemin een speerpunt.
Net als de onderzoekers van het WODC is ook de NCTV van mening dat er aanhoudend rekening
moet worden gehouden met intimiderende en buitenwettelijke acties zoals online dreigementen,
naming and shaming, bekladdingen, vernielingen en home visits jegens politici en medewerkers van instanties en bedrijven die dit beleid bedenken,
uitvoeren en faciliteren. Ook radicale klimaatactivisten blijven actief en proberen
de onvrede in Groningen over de gaswinning aan te wenden voor protestacties. Het dierenrechtenextremisme
is qua omvang en ernst de laatste jaren in kracht afgenomen.
Strafvervolging ongeacht ideologische motieven
De onderzoekers melden dat er in de praktijk (vrijwel) geen opsporingsonderzoeken
worden verricht naar strafbare feiten die zijn gepleegd door links-extremistische
groeperingen wegens het ontbreken van opsporingsindicaties waarmee het lastig wordt
de strafbare gedragingen te bewijzen. Zij geven aan dat de hoge mate van veiligheidsbewustzijn
van personen die tot dergelijke groeperingen behoren daarbij mogelijk een rol speelt.
Dit kabinet is er alles aan gelegen om alle vormen van extremisme te bestrijden, ongeacht
ideologische achtergrond. Ik wil benadrukken dat, wanneer er sprake is van extremistische
gedragingen die een strafbaar feit opleveren, het Openbaar Ministerie onderzoek zal
instellen en het, waar mogelijk, tot vervolging zal overgaan. Links-extremisme vormt
daarin geen uitzondering ten opzichte van andere vormen van extremisme, zoals rechts-extremisme,
dierenrechten-extremisme of gewelddadig islamitisch extremisme. Wanneer personen of
groeperingen methoden ontwikkelen om strafvervolging te ontlopen dan is dat zorgelijk
en onwenselijk. Het is belangrijk om te benadrukken dat dergelijke methoden zoals
bijvoorbeeld het afschermen van de identiteit zich ook bij andere vormen van criminaliteit
voordoet en zich niet uitsluitend voordoet bij links-extremisme. De context van een
zaak en de individuele feiten bepalen of tot vervolging kan worden overgegaan, ongeacht
het type misdrijf of de ideologische motieven die eraan ten grondslag liggen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F.B.J. Grapperhaus