Vragen van de leden Hiddema en Baudet (beiden FvD) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming over het bericht «extreemlinkse activisten blijven meestal onbestraft» (ingezonden 25 mei 2018).

Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 2 augustus 2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 2470.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het nieuwsbericht «extreemlinkse activisten blijven meestal onbestraft»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hebt u eveneens kennisgenomen van het rapport «Links-extremisme in beeld. Een verkennend onderzoek naar links extremistische groeperingen in Nederland»?2

Antwoord 2

Ja. Uw Kamer heeft tijdens de regeling van werkzaamheden van 29 mei jl. verzocht om een brief3 in reactie op dit onderzoek. U ontvangt deze brief separaat aan deze antwoorden.

Vraag 3, 4, 5 en 6

Deelt u de conclusie dat de extremistische groeperingen waarnaar onderzoek is gedaan een zekere mate van straffeloosheid genieten, zoals vermeld op pagina 14 van het rapport? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat dit een onwenselijke situatie oplevert? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat deze feitelijke straffeloosheid voor extreemlinkse terroristen, waar het hier feitelijk om gaat, past in een lange traditie waarin dergelijke groeperingen telkens weer wegkwamen met onacceptabele schendingen van de strafwet? Zo nee, waarom niet?

Wat bent u van plan aan deze situatie te doen?

Antwoord 3, 4, 5 en 6

De onderzoekers schrijven in het rapport dat acties die zijn aan te merken als links-extremisme in de regel niet tot een strafrechtelijk onderzoek en strafproces leiden, wat een zekere mate van straffeloosheid zou impliceren. Als reden hiervoor geven de onderzoekers het ontbreken van opsporingsindicaties en lastige bewijsbaarheid van de gedragingen aan, alsmede het veiligheidsbewustzijn van de betrokkenen, de identieke kleding en gezichtsbedekking. Het is hierdoor lastig vast te stellen wie precies welk feit heeft gepleegd.

De onderzoekers hebben in het onderzoek ook naar de strafvervolging gekeken van personen die strafbare feiten hebben gepleegd welke te kwalificeren zijn als links-extremisme. Specifiek hebben de onderzoekers naar zeven strafzaken gekeken. In drie van deze zaken heeft de rechter de verdachte schuldig bevonden aan het gepleegde strafbare feit.

Op basis van dit rapport kan ik uw conclusie en mening dan ook niet delen. Wanneer er sprake is van extremistische gedragingen die een strafbaar feit opleveren, zal het OM voor zover mogelijk onderzoek instellen en beoordelen of tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. Dit hangt af van de context van een zaak en de individuele feiten. Links-extremisme vormt daarin geen uitzondering ten opzichte van andere vormen van extremisme, zoals rechts-extremisme, dierenrechten-extremisme of gewelddadig jihadistisch extremisme. Het rapport laat daar ook voorbeelden van zien.

Naar boven