Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829754 nr. 461

29 754 Terrorismebestrijding

Nr. 461 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2018

Op 19 april jl. heeft de Kinderombudsman haar standpunt gepresenteerd waarin zij de Nederlandse overheid oproept kinderen die in Syrische kampen zitten actief terug naar Nederland te brengen (Handelingen II 2017/18, nr. 76, item 9). Het gaat om kinderen met de Nederlandse nationaliteit of kinderen die hierop aanspraak kunnen maken. Met deze brief voldoe ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, aan uw verzoek tijdens de regeling van werkzaamheden op 19 april om te reageren op dit standpunt. Conform het verzoek van uw Kamer zal daarbij worden ingegaan op het juridisch kader, implicaties voor de nationale veiligheid en de internationale samenwerking op dit dossier.

Op dit moment verblijven er ten minste 145 minderjarigen met een Nederlandse link in het strijdgebied in Syrië en Irak. Daarnaast bevinden zich ten minste 30 minderjarigen met een Nederlandse link (in de regio) buiten het strijdgebied, waaronder in de opvangkampen in Noord-Syrië.1

Standpunt Kinderombudsman

De Kinderombudsman is van oordeel dat het in belang van deze kinderen is dat zij zo snel mogelijk terugkeren naar Nederland en wijst hierbij op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Kern van het pleidooi van de Kinderombudsman is dat het schadelijk is voor de ontwikkeling van deze kinderen om nog langer in de kampen te verblijven. In Nederland zouden zij de juiste zorg, begeleiding en (her)opvoeding moeten krijgen. Daarbij is de Kinderombudsman van mening dat de Nederlandse overheid de kinderen naar Nederland moet halen, nu de ouders daartoe zelf niet in staat zijn omdat zij in de kampen vastzitten. De Kinderombudsman vraagt de Nederlandse overheid om internationale samenwerking te zoeken om terugkeer van de kinderen te realiseren.

Reactie op het standpunt

Ik deel het beeld van de Kinderombudsman dat de situatie in de kampen zorgwekkend is. Het kabinet ziet, net als de Kinderombudsman, kinderen van uitreizigers in de eerste plaats als slachtoffer. De Nederlandse regering heeft al sinds het begin van het conflict ingezet op het voorkomen van uitreizen naar het strijdgebied. Degenen die toch zijn afgereisd naar ISIS-gebied hebben willens en wetens de keuze gemaakt om zich aan te sluiten bij een terroristische groepering.2 Daarmee hebben zij kinderen die werden meegenomen of daar werden geboren aan ernstig gevaar blootgesteld.

Gegeven de geschetste situatie is de vraag wat van de Nederlandse overheid ten aanzien van het terughalen van kinderen mag worden verwacht. Daarbij dient te worden gekeken naar internationale verdragsverplichtingen en verschillende belangen. In de belangenafweging worden, naast de belangen van de kinderen, diplomatieke verhoudingen, de veiligheid van de betrokkene en nationale veiligheidsbelangen afgewogen. In het hiernavolgende informeren wij uw Kamer over de verschillende aspecten van deze belangenafweging.

Internationale verdragsverplichtingen en diplomatieke verhoudingen

De Nederlandse overheid hecht groot belang aan de naleving van internationale verdragen waarin rechten en vrijheden van burgers zijn vastgelegd. De verantwoordelijkheid en het bereik van de Nederlandse overheid in het buitenland en in crisisgebieden in het bijzonder zijn echter beperkt. De kinderen in de kampen in Syrië bevinden zich in een gebied waar de Nederlandse staat geen effectief gezag of autoriteit heeft. Uit het IVRK volgt naar het oordeel van de regering geen verplichting om deze kinderen actief terug te halen. Hoewel de overheid zich problemen van Nederlanders in het buitenland aantrekt, heeft de overheid beleidsvrijheid om te bepalen of, en zo ja welke (vorm van) bijstand gegeven wordt.

Eén van de uitgangspunten in het kabinetsbeleid is dat de Nederlandse overheid geen (consulaire) bijstand verleent in onveilige gebieden in Syrië en Irak. Dit geldt ook voor de kinderen. De door de Kinderombudsman aangehaalde verplichtingen uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) nopen daar ook niet toe. De Nederlandse ambassade in Damascus is gesloten en de Nederlandse overheid heeft geen diplomatieke betrekkingen met Syrië. Nederland kan in de omringende landen consulaire bijstand verlenen, als betrokkenen zich daar melden. Dit geldt ook voor de kinderen van betrokkenen.

Veiligheid betrokkene

Een ander element in de afweging is de veiligheid van de betrokkene. Bij het bekend stellen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) bij lokale autoriteiten wordt bekend dat een persoon wordt gezocht vanwege verdenking van een terroristisch misdrijf. Dit kan ook gevolgen hebben bij een eventuele transit van kinderen met hun ouders uit de kampen naar een consulaat in de regio. Hierbij bestaat het risico dat de ouder(s) door lokale autoriteiten in de regio worden aangehouden en vervolgd worden zonder een eerlijk proces. Het is niet uitgesloten dat hierbij de doodstraf wordt opgelegd.

Nationale veiligheid

Uw Kamer heeft tevens gevraagd naar de implicaties voor de nationale veiligheid voor de korte en lange termijn. Voor de kinderen geldt dat het merendeel van dermate jonge leeftijd is dat indoctrinatie met antiwesterse denkbeelden nog geen vat heeft kunnen krijgen. Sommige minderjarige jongens kunnen gevechtstraining hebben ondergaan waarbij er ook een dreiging van een minderjarige kan uitgaan. De ervaringen uit het verblijf in het oorlogsgebied kunnen verder lange tijd doorwerken in de ontwikkeling van kinderen, zowel op mentaal als fysiek vlak. Deze trauma’s kunnen, wanneer zij niet behandeld worden, in latere levensfasen een risico voor het individu en voor de samenleving met zich meebrengen. Voor kinderen is het van belang dat bij terugkeer wordt bekeken welke zorg en andere interventies passend zijn. Dit is altijd maatwerk. Er is een landelijk adviesteam minderjarige terugkeerders (LAT) opgericht dat gespecialiseerd zorg- en veiligheidsadvies kan geven.

Het terughalen van kinderen kan echter niet los worden gezien van hun ouders aangezien het scheiden van kinderen en ouders juridisch complex ligt. Het actief terughalen van uitreizigers betekent dat er personen worden teruggehaald van wie zeker een deel nog steeds de jihadistische ideologie aanhangt, deel heeft genomen aan de jihadstrijd en/of een trauma heeft opgelopen. Daarbij geldt ook dat toekomstige terugkeerders langere tijd hebben doorgebracht in het strijdgebied, langer aan het gedachtegoed zijn blootgesteld en een groter internationaal jihadistisch netwerk hebben. Wanneer personen terugkeren naar Nederland wordt bij volwassenen ingezet op strafvervolging.

Internationale samenwerking

Er is doorlopend inzet vanuit Nederland om internationale samenwerking op deze thematiek te bevorderen. Ik heb in EU verband verder overleg geïnitieerd onder leiding van de EU CT-Coördinator De Kerckhove, hierbij is onder andere gesproken over de rol van het Rode Kruis in de regio. Zoals ook aangegeven in mijn brief van 10 april jl.3 bieden de meeste Europese lidstaten op dit moment geen bijstand aan personen die de onveilige gebieden in Syrië en Irak willen verlaten. Er wordt slechts in individuele gevallen afgeweken om bijvoorbeeld humanitaire redenen of ten behoeve van strafvervolging in het land van herkomst. Tot op heden zijn er voor zover bekend geen personen teruggehaald uit een (detentie)kamp uit een gebied waar Irak niet het gezag heeft. Nederland pleit, met inachtneming van de bevoegdheden van lidstaten, voor een afgestemde internationale benadering.

Conclusie

Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat het kabinet niet actief inzet op het terughalen van volwassen uitreizigers en hun minderjarige kinderen uit de kampen in Syrië, zoals door de Kinderombudsman wordt bepleit. Wel vinden er gesprekken plaats met het Internationale Rode Kruis en de Democratische Federatie van Noord-Syrië (DFNS) om de situatie in de regio te bespreken. Ik kijk doorlopend naar de ontwikkelingen en houd daarbij nadrukkelijk oog voor de situatie waarin deze kinderen zich op dit moment bevinden.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Openbare samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 47, bijlage bij Kamerstuk 29 754, nr. 418

X Noot
2

AIVD publicatie «Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld», 12 januari 2016

X Noot
3

Kamerstukken 32 317 en 29 754, nr. 512