Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201329683 nr. 142

29 683 Dierziektebeleid

Nr. 142 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2012

In het kader van het antibioticumbeleid voor de veehouderij informeren wij u met deze brief over:

  • de ontwikkeling in de verkoop en het gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij in de eerste helft van 2012;

  • de recente rapportage van geharmoniseerde nationale verkoopcijfers van antibiotica voor veterinair gebruik in 2010 in een twintigtal Europese landen in het kader van het project ESVAC (European Surveillance of Veterinary Antimicrobial Consumption) *);

  • de resultaten van een quickscan van de NVWA naar het antibioticumgebruik bij vleeskalkoenen *);

  • de installering van de Commissie van Toezicht van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa).

Ontwikkeling verkoop en gebruik van antibiotica in 2012

In het eerste halfjaar van 2012 daalde de totale verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik met 51% ten opzichte van dezelfde periode in het referentiejaar 2009. Dit indiceert dat de reductiedoelstelling van 50%, vastgesteld voor 2013, mogelijk in 2012 al wordt gehaald. De gebruikscijfers van steekproefbedrijven laten voor alle daarin vertegenwoordigde veehouderijsectoren (varkens-, vleeskuiken-, vleeskalver- en rundveehouderij) een substantiële (verdere) daling zien. De daling in de verkoop van de «kritische antibiotica», fluoroquinolonen en 3e en 4e generatie cefalosporinen, bedroeg respectievelijk 23% en 92%. Wij zijn verheugd over deze veelbelovende resultaten.

Deze ontwikkeling in de verkoop en het gebruik van antibiotica blijkt uit het op 9 november 2012 gepubliceerde rapport van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van Wageningen UR, waarin de verkoopcijfers van de FIDIN (Fabrikanten en Importeurs Diergeneesmiddelen Nederland) zijn opgenomen. Het rapport treft u aan als bijlage bij deze brief.

Zoals is aangekondigd in de brief aan uw Kamer van 26 juni 2012 (TK 29 683, nr.125) zal het LEI in het vervolg de gebruiksgegevens van steekproefbedrijven niet meer publiceren. De SDa zal de rapportage van gebruikscijfers overnemen, omdat de SDa over de gebruiksgegevens van alle bedrijven kan beschikken. Dit onder voorwaarde dat de kwaliteit van registratie voldoende gewaarborgd is. De verkoopcijfers van FIDIN blijven beschikbaar.

Verkoop veterinaire antibiotica in 20 landen van de Europese Vrijhandelsassociatie1.

Op 15 oktober jl. is het tweede ESVAC-rapport met geharmoniseerde nationale verkoopgegevens van antibiotica voor veterinair gebruik openbaar gemaakt. ESVAC is een project dat in september 2009 op verzoek van de Europese Commissie door de EMA (European Medicines Agency) is gestart om een geharmoniseerde verzameling en rapportage van gegevens over het gebruik van antibiotica bij dieren in de EU-lidstaten te ontwikkelen. De eerste rapportage verscheen in 2011 en betrof verkoopgegevens over de periode 2005 tot 2009 in 9 landen.

Het tweede rapport bevat nationale verkoopcijfers over 2010 in 20 landen behorend tot de Europese Vrijhandelsassociatie. Het rapport geeft de verkoopgegevens weer in hoeveelheid actieve stof per gewichtseenheid van het totaal aan geproduceerde en aanwezige voedselproducerende dieren (incl. paarden), dus niet per sector. De gegevens over de verkoop van antibiotica in Nederland zijn aangeleverd door FIDIN. De verkoopcijfers worden internationaal veel gebruikt als maatstaf voor van het antibioticumgebruik.

De volgende tabel vermeldt de geharmoniseerde verkoopgegevens voor 2010 in de verschillende landen, uitgedrukt als percentage ten opzichte van Nederland.

Land

%

Hongarije

184

Spanje

165

België

123

Portugal

114

Nederland

100

Frankrijk

90

Tsjechië

64

Zwitserland

54

Verenigd Koninkrijk

51

Estland

47

Oostenrijk

43

Ierland

36

Denemarken

32

Litouwen

32

Slovenië

32

Letland

27

Finland

17

Zweden

10

Noorwegen

8

IJsland

5

Zoals ook in het rapport vermeld, kan de samenstelling van de populatie voedselproducerende dieren het gebruik en daarmee de verkoop van antibiotica wezenlijk beïnvloeden. Intensieve productiesectoren gebruiken relatief veel antibiotica.

Omdat de cijfers betrekking hebben op 2010, en de Nederlandse veehouderij in 2011 en 2012 substantiële reducties heeft gerealiseerd, komt het Nederlandse reductiebeleid in de tabel nog maar in beperkte mate tot uitdrukking.

De vertraging in ESVAC-rapportage wordt veroorzaakt door het streven om gegevens vanuit zoveel mogelijk landen te rapporteren, een streven dat wij toejuichen. De EMA heeft toegezegd om in de rapportage over 2011 die in 2013 zal verschijnen ook meer recente informatie uit de aanleverende landen te zullen vermelden.

Quickscan antibioticumgebruik vleeskalkoenen

De NVWA heeft een quickscan uitgevoerd naar het antibioticumgebruik binnen de vleeskalkoensector. Het rapport van deze quickscan is als bijlage gevoegd bij deze brief. Het gaat om een onderzoek op basis van een beperkte steekproef van

6 vleeskalkoenbedrijven (ca. 10% van het aantal vleeskalkoenbedrijven in Nederland). Er is gekeken naar een aantal zorgvuldigheidsaspecten van het gebruik waaronder behandelingen met antibiotica rond kritische momenten, inzet van derde keuze middelen, en bezoekfrequentie van de dierenarts. De gegevens hebben betrekking op de periode januari tot juni 2012.

In de quickscan zijn geen wettelijke overtredingen geconstateerd. Er waren geen indicaties dat preventief gebruik plaatsvond. Wel ontbraken bij vier van de zes bedrijven een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan, terwijl het Productschap voor Pluimvee en Eieren die verplicht stelt.

Uit de resultaten blijkt wel dat de invulling van de zorgvuldigheidseisen door dierenartsen voor verbetering vatbaar is. Zo werd van de tien keer dat een derdekeuze middel werd ingezet, maar in één geval voorafgaand aan de toepassing een gevoeligheidsbepaling verricht. Dat laatste is overigens pas vanaf 1 januari 2013 wettelijk verplicht, maar staat al wel als aanbeveling op bijsluiters en in de gebruiksrichtlijnen, de zogenoemde formularia.

De resultaten van deze quickscan bevestigen onzes inziens de noodzaak om de zorgvuldigheid van het antibioticagebruik ook in de vleeskalkoensector te versterken. De huidige productschapregelgeving moet beter worden nageleefd. In juli 2012 is het geactualiseerde formularium voor antibioticumgebruik bij kalkoenen beschikbaar gekomen. De NVWA zal dat formularium in toezicht en handhaving volgen.

Over het ontbreken van een gevoeligheidsbepaling bij het gebruik van derdekeuze middelen is al een aantal klachten voorgelegd aan het Veterinair Tuchtcollege. Vanaf 1 januari 2013 hebben wij meer mogelijkheden om hierop op basis van de dan geldende wettelijke verplichting te gaan handhaven.

In onze brief van 1 juni jl. (TK 29 683, nr. 124) hebben wij al aangekondigd dat de «UDD-maatregel» eerst in de varkens-, vleeskuiken-, kalver- en melkveehouderij zal worden ingevoerd. Daaraan wordt nu gewerkt. Hiervoor verwijzen wij u naar de brief aan uw Kamer van 18 oktober jl. (TK28286, nr. 592). Andere sectoren komen daarna aan de orde. Dat geldt ook voor de vleeskalkoensector.

In de vleeskalkoensector is centrale registratie van het antibioticumgebruik door het productschap verplicht gesteld. Wij zullen er bij deze sector sterk op aandringen om, naar analogie van de grote veehouderijsectoren, deze gegevens te benutten om transparantie te bieden, te benchmarken en streefwaarden te (laten) bepalen voor verantwoord gebruik.

In Nederland zijn relatief weinig antibiotica geregistreerd voor te behandelen indicaties bij kalkoenen. Als er geen middel is toegelaten voor een indicatie kan gebruik gemaakt worden van de zogenaamde cascaderegeling. Dit mag alleen wanneer sprake is van diergeneeskundige noodzaak. In 2013 zullen opnieuw inspecties uitgevoerd worden op vleeskalkoenbedrijven. Als onderdeel hiervan zal worden beoordeeld of de cascaderegeling correct is toegepast.

Installering Commissie van Toezicht van de SDa

In de brieven aan uw Kamer van 24 oktober (TK 29 683, nr. 105) en 25 november 2011 (TK 29 683, nr. 106) hebben wij u geïnformeerd over ons voornemen om de onafhankelijkheid van de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit (SDa) verder te versterken door het instellen van een Commissie van Toezicht waarvan de leden door ons worden benoemd en die aan ons verslag uitbrengt. De Commissie dient, vanuit het maatschappelijk belang van de volksgezondheid, toezicht te houden op een onafhankelijke, dus niet door betrokken partijen beïnvloede, uitvoering van taken door de SDa.

We kunnen u meedelen dat tot lid van de Commissie van Toezicht zijn benoemd:

  • Mevrouw J.F. Snijder-Hazelhoff, voormalig lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal;

  • De heer dr. P. Vanthemsche, voorzitter Boerenbond en Landelijke Gilden, België;

  • De heer dr. H.A.M. Backx, directeur GGD «Hart voor Brabant».

Mevrouw Snijder-Hazelhoff zal het voorzitterschap bekleden.

Op 30 oktober 2012 hebben wij met de SDa een convenant ondertekend waarin afspraken zijn vastgelegd over de wijze waarop het toezicht zal worden ingericht en de medewerking die door de SDa daaraan wordt verleend.

De staatssecretaris van Economische Zaken, J. C. Verdaas

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers

*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer