Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729544 nr. 779

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 779 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2017

Het Ministerie van SZW zet samen met landelijke en regionale partners in op het versterken van de dienstverlening aan werkgevers. Doel is om in en met de arbeidsmarktregio’s de dienstverlening aan werkgevers duurzaam te verbeteren zodat meer mensen met een uitkering aan de slag komen. Het gaat daarbij om een integrale aanpak voor alle doelgroepen die met ondersteuning vanuit de gemeente of UWV aan het werk kunnen.

Met de brief «Matchen op werk in de arbeidsmarktregio’s» van oktober 20161 hebben wij deze aanpak, inclusief onze visie op werkgeversdienstverlening, aangekondigd. Directe aanleiding waren de onderzoekrapportage «Werk aan de uitvoering» van de Inspectie SZW2 en de eerdere Evaluatie van de Wet SUWI3. Uit beide onderzoeken volgt dat er op het terrein van regionale samenwerking en gecoördineerde werkgeversdienstverlening een extra impuls nodig is. De Inspectie signaleert risico’s voor het realiseren van de doelstellingen van de Participatiewet.

Met deze brief informeren wij u over de voortgang van het project Matchen op werk en een aantal activiteiten dat recent van start is gegaan. Hiermee geven wij invulling aan de toezegging van de staatsecretaris om uw Kamer te informeren over de voortgang van Matchen op werk4. Wij informeren u in deze brief ook over de uitvoering van het amendement van de leden Kerstens en Van ’t Wout (middelen voor gemeenten om een impuls te geven aan beschikbare klantprofielen)5, de motie Potters Dijkgraaf (een landelijk aanspreekpunt voor het bemiddelen van mensen met een arbeidsbeperking)6 en de motie van de leden Van ’t Wout en Kerstens (applicatie Kandidatenverkenner banenafspraak vrijgeven voor gebruik door gemeenten)7.

Over de acties die zijn ingezet vanuit de Aanpak Jeugdwerkloosheid ontvangt u een separate brief. Ook over een paar onderwerpen die samenhangen met de banenafspraak, zoals een onderzoek van UWV naar de duurzaamheid van de plaatsingen, een onderzoek naar quotaregelingen en de mogelijkheden van voorkeursbeleid voor doelgroepen voor werkgevers, wordt u separaat geïnformeerd.

1 Samenwerken in de arbeidsmarktregio

De economie trekt aan en dat biedt kansen: kansen om duurzaam aan het werk te komen. Dit geldt ook voor mensen die daarbij vanuit UWV en gemeente extra ondersteuning nodig hebben. Om deze kansen te benutten is het van belang dat gemeenten, hun sw-bedrijven, UWV, het onderwijs, werknemers en werkgevers in de arbeidsmarktregio’s samenwerken om de vraag naar en het aanbod van mensen bij elkaar te brengen. Gemeenten en UWV hebben hierin een wettelijke taak8. Zij geven vorm en inhoud aan de regionale samenwerking binnen gezamenlijke regionale werkgeversservicepunten. Ook maken zij op regionaal niveau afspraken over de samenwerkingsagenda met sociale partners in het Regionaal Werkbedrijf. De centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s hebben een voortrekkersrol om de samenwerking in de arbeidsmarktregio vorm te geven. Hier ligt ook een belangrijke uitdaging: de samenwerkingsafspraken (tussen gemeenten – hun sw-bedrijven – en UWV, alsmede de afspraken met werkgevers), werken nog onvoldoende door in de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Ook is er over het algemeen nog geen sprake van een eenduidig en voor de buitenwereld herkenbaar concept van werkgeversdienstverlening9. En dat is wel nodig.

2 Versterken regionale werkgeversdienstverlening

Afgelopen jaren zijn er verschillende inspanningen gedaan die gericht zijn op het beter samenbrengen van vraag en aanbod in de arbeidsmarktregio’s (zie de Kamerbrief van 26 oktober). Met het project «Matchen op werk in de arbeidsmarktregio’s» geven we hier een extra impuls aan. We zetten in op het versterken van de regionale werkgeversdienstverlening in- en met de arbeidsmarktregio’s. De aanpak sluit aan bij de gedecentraliseerde werkelijkheid, waarin het ministerie vanuit zijn stelselverantwoordelijk samen met landelijke en regionale partijen inventariseert welke knelpunten en ondersteuningsbehoeften er zijn om de samenwerking in de regio effectiever te maken.

Sinds de aankondiging in de brief van oktober 2016 heeft het Ministerie van SZW ingezet op het verkrijgen van draagvlak voor deze aanpak en op het aanbrengen van focus (fase 1). Daartoe hebben de Programmaraad10 en het Ministerie van SZW verschillende bijeenkomsten georganiseerd en zijn er gesprekken gevoerd met landelijke partijen, wethouders, andere bestuurders uit de regio’s en mensen die in de praktijk uitvoering geven aan matching van werkzoekenden11.

De opbrengst van deze eerste fase is allereerst het inzicht dat de noodzaak om de gecoördineerde werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s te versterken, breed gedragen wordt. Wel moet er ruimte zijn voor de «couleur locale». Ook blijkt er overeenstemming over het feit dat het gesprek over het samenbrengen van vraag en aanbod op het niveau van de arbeidsmarktregio moet plaatsvinden. We zien veel verschillen in de wijze waarop de samenwerking, zowel bestuurlijk als uitvoerend, momenteel in de regio’s is georganiseerd, evenals de mate waarin gemeenten en UWV dit in samenwerking uitvoeren. Regio’s die naar voren komen als het gaat om regionaal herkenbare en eenduidige werkgeversdienstverlening zijn bijvoorbeeld: Amersfoort, Friesland, Rijnmond, Rijk van Nijmegen, Rivierenland en Midden-Gelderland (zie kader). Er zijn echter ook regio’s waar UWV en gemeenten de werkgeversdienstverlening (nog) geheel eigenstandig organiseren.

Werken aan de stip aan de horizon in de praktijk

In de regio Midden-Gelderland werkt men met één integraal regionaal Werkgeversservicepunt (WSP), waarin alle gemeenten en UWV vertegenwoordigd zijn. Dit WSP heeft een eigen budget, een onafhankelijke directeur (die per 1 januari van start is gegaan) en vanaf het eerste kwartaal van dit jaar ook een eigen juridische entiteit. Het bedrijfsplan van het WSP is vastgesteld door alle gemeenteraden en UWV. Het WSP heeft voor dit jaar een ambitieagenda waarin het verhogen van de tevredenheid van werkgevers een van de grote speerpunten is. Bij deze inrichting van de regionale werkgeversdienstverlening staat de vraag van de werkgever centraal.

Verder hebben regio’s een eensgezinde oproep gedaan om te komen tot één bestand met profielen van werkzoekenden waarmee zij kunnen werken. Dit vraagt meer (en betere) gegevensuitwisseling tussen UWV en gemeentelijke systemen. Daarnaast is er veel vraag naar het harmoniseren van instrumenten. De nadruk ligt op een brede doelgroepoverstijgende aanpak. Er moet ruimte blijven voor specifieke ondersteuningsbehoefte, maar het is niet wenselijk om voor verschillende groepen verschillende aanpakken, instrumenten en structuren voor het bemiddelen en matchen te hanteren. Ook hebben regio’s behoefte om van elkaar te leren en inzichtelijk te hebben wat wel en wat niet werkt. Tot slot is een belangrijk resultaat van afgelopen periode dat we vanuit de regio’s een aantal, breed gedragen, punten hebben opgehaald die essentieel zijn voor effectieve werkgeversdienstverlening. Zij bieden houvast aan de inspanningen in de regio’s en geven de ambitie en de wens aan wat betreft matching. Voor het programma Matchen op werk vormen deze punten de stip aan de horizon voor optimale regionale werkgeversdienstverlening.

Optimale werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio vraagt om:

  • 1. Een regionaal werkgeversservicepunt van UWV en alle gemeenten gezamenlijk voor de matching van alle doelgroepen.

  • 2. Eén gezamenlijke manager om het werkgeversservicepunt aan te sturen.

  • 3. Eén gezamenlijk budget voor het werkgeversservicepunt.

  • 4. Eén gezamenlijk target voor het werkgeversservicepunt.

  • 5. Een geharmoniseerd regionaal pakket van instrumenten en voorzieningen.

  • 6. Een inzichtelijk regionaal bestand van alle werkzoekenden

Op www.samenvoordeklant.nl is een uitgebreid verslag te vinden van de bestuurdersconferentie op 6 maart jl. over matchen op werk in de arbeidsmarktregio’s.

3 Inzet de komende tijd

Ondersteunen van inspanningen in de arbeidsmarktregio’s

Het ministerie zoomt tot en met de zomer 2017 dieper in op de ambities, wensen en ondersteuningsvragen vanuit de regio: Wat is er nodig? Wat helpt? En wat kunnen en willen partijen in een specifieke arbeidsmarktregio zelf investeren in de ontwikkeling van de gezamenlijke werkgeversdienstverlening? Arbeidsmarktregio’s die aan de slag willen, worden uitgenodigd om hun ambities en concrete ondersteuningsvragen na de zomer aan te geven bij het Ministerie van SZW. Met deze input en de opbrengsten uit de bijeenkomst van 6 maart zal het ministerie de mogelijkheden onderzoeken van een concreet ondersteuningsaanbod dat aansluit bij behoeften en vragen in de regio’s. Uitgangspunt is om te versterken wat er al loopt in de regio’s.

Parallel aan het in kaart brengen van de regionale ambities en ondersteuningsvragen, zal er gewerkt worden aan landelijke ondersteunende acties gericht op het versterken van de regionale werkgeversdienstverlening. Bijvoorbeeld het opzetten van een dashboard met leer- en ontwikkelinformatie en het verkennen van de mogelijkheden tot het vergemakkelijken van gegevensuitwisseling tussen UWV en de gemeentelijke systemen. Dit gebeurt in samenwerking met de landelijke partijen en de ketenpartners in de Programmaraad. De Programmaraad heeft de laatste twee jaar al veel ingezet op ondersteuning van de partijen in de regio bij het uitvoeren van werkgeversdienstverlening en gaat daar, met financiering van het ministerie, ook in 2017 mee door.

Dienstverlening aan landelijke werkgevers

Ook bovenregionale en landelijke werkgevers hebben behoefte aan gecoördineerde werkgeversdienstverlening die eenduidig en herkenbaar is. Om meer mensen aan het werk te krijgen bij deze werkgevers, hebben VNG, UWV, Divosa en Cedris in het verband van de Programmaraad afgesproken dat zij vanuit een landelijk schakelteam arrangementen met bovenregionale en landelijke werkgevers gaan sluiten. Voor de start van dit landelijke team heeft de VNG gevraagd om uit de € 3,5 miljoen die beschikbaar is voor gemeentelijk inzet op extra klantprofielen (zie paragraaf Extra impuls gemeentelijke klantprofielen), € 400.000 vrij te maken voor een periode van twee jaar. Het schakelteam sluit aan bij het Landelijk Werkgeversservicepunt van UWV. Hiermee moet het mogelijk worden dat gemeenten via landelijke afspraken voor hun doelgroepen gebruik kunnen gaan maken van de kansen die bovenregionale werkgevers bieden. Met deze aanpak wordt breed (voor alle doelgroepen) invulling gegeven aan de motie Potters Dijkgraaf om samen met de arbeidsmarktregio voor landelijke werkgevers te zorgen voor een landelijk aanspreekpunt voor het bemiddelen van mensen met een arbeidsbeperking12.

Extra impuls gemeentelijke klantprofielen

Om arbeidsmarktregio’s eenmalig een extra impuls te geven voor het opstellen en beschikbaar maken van gemeentelijke klantprofielen in de Kandidatenverkenner banenafspraak, stelt het Ministerie van SZW aan de centrumgemeente van de arbeidsmarktregio’s eenmalig € 88.500,– ter beschikking13. Dit bedrag wordt door middel van een decentralisatie-uitkering uitgekeerd en in de meicirculaire 2017 meegenomen. Over de gelden heeft de Staatssecretaris de wethouders van de 35 centrumgemeenten op 3 april 2017 schriftelijk geïnformeerd. Daarnaast zijn alle gemeenten inmiddels geïnformeerd via de Verzamelbrief gemeenten.

De Kandidatenverkenner Banenafspraak maakt het voor onder meer werkgevers mogelijk geanonimiseerd klantprofielen te zoeken, te bekijken en te bewaren, waarna zij via het werkgeversservicepunt in contact kunnen komen met kandidaten. Zowel gemeenten als UWV kunnen klantprofielen van kandidaten uit het doelgroepregister via de Kandidatenverkenner in de etalage zetten. Dit is een belangrijk gegeven. Hiermee is voldaan aan de motie van de leden Van ’t Wout en Kerstens, die de regering verzoekt de applicatie Kandidatenverkenner banenafspraak vrij te geven voor gebruik door gemeenten en arbeidsmarktregio’s14.

Veel gemeenten zijn inmiddels hard aan het werk zijn om de het aantal profielen te verhogen. De resultaten van de inspanningen zijn te volgen in de periodieke regionale trendrapportages van UWV over de realisatie van de banenafspraak. De regio’s Zwolle, Friesland en Rijnmond hebben op dit moment de meeste gemeentelijke kandidaten in de Kandidatenverkenner banenafspraak staan15. Wel is het zo dat vanuit gemeenten nog een grote inspanning nodig is om het aantal gemeentelijke klantprofielen op het gewenste niveau te krijgen. De extra middelen die de arbeidsmarktregio’s daarvoor ontvangen, helpen daarbij.

Versterken vanuit werkzoekendendienstverlening

De extra inzet om matchen op werk in de regio’s te versterken komt bovenop een aantal lopende trajecten die zich richten op het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van specifieke doelgroepen. Denk daarbij aan de banenafspraak, de Aanpak jeugdwerkloosheid, het actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» en de participatie van statushouders. Ook vanuit deze trajecten is er aandacht voor de regionale dienstverlening aan werkgevers en het matchen van kandidaten. Uitgangspunt is dat alle trajecten bijdragen aan het versterken van matchen op werk en de gezamenlijke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s. Over de Aanpak Jeugdwerkloosheid ontvangt u op korte termijn nog een separate brief.

4 Tot slot

Voor de komende tijd is het essentieel dat gemeenten (en de SW-bedrijven), UWV, sociale partners en de vele andere partijen in de arbeidsmarktregio doorgaan met hun initiatieven om de samenwerking in de arbeidsmarktregio te versterken. Aangevuld met de ondersteuning vanuit het project Matchen op werk moet dat voor een extra impuls zorgen om de regionale dienstverlening aan werkgevers duurzaam te verbeteren. Alle doelgroepen profiteren ervan als het voor werkgevers eenvoudiger wordt om deze mensen werk te bieden. Uiteraard met aandacht voor de ondersteuning en begeleiding van specifieke groepen. Veel werkgevers zijn daartoe bereid en dat biedt kansen voor een grote groep mensen die aan de slag wil.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Kamerstuk 29 544, nr. 745.

X Noot
2

Bijlage bij Kamerstuk 29 544, nr. 745.

X Noot
3

Kamerstuk 30 982, nr. 26.

X Noot
4

Algemeen Overleg Participatiewet 27 oktober 2016, Kamerstuk 34 352, nr. 49.

X Noot
5

Kamerstuk 34 550 XV, nr. 20.

X Noot
6

Kamerstuk 33 161, nr. 168.

X Noot
7

Kamerstuk 34 550 XV, nr. 31.

X Noot
8

Artikel 10 wet SUWI: UWV en gemeenten werken samen ten aanzien van de registratie van werkzoekenden en vacatures met behulp van elektronische voorzieningen en werken samen in de regio’s bij dienstverlening aan werkgevers en het verrichten van taken met betrekking tot de regionale arbeidsmarkt.

X Noot
9

Onderzoekrapportage «Werk aan de uitvoering» van de Inspectie SZW.

X Noot
10

Samenwerkingsverband van VNG, UWV, Divosa en Cedris.

X Noot
11

Regiobezoeken aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s, expertmeeting met professionals op 25 oktober 2016, bijeenkomst met wethouders van de 35 centrumgemeenten op 2 november 2016, praktijkdag gecombineerd met een bestuurdersconferentie op 6 maart 2017.

X Noot
12

Kamerstuk 33 161, nr. 168.

X Noot
13

Kamerstuk 34 550 XV, nr. 20.

X Noot
14

Kamerstuk 34 550 XV, nr. 31.

X Noot
15

In week 13 stonden er 1409 gemeentelijke klantprofielen in de Kandidatenverkenner banenafspraak en 61.990 klantprofielen van UWV kandidaten.