29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 324 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 19 september 2016

De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken over de brief van 18 mei 2016 inzake Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2015 (Kamerstuk 29 521, nr. 315).

De Ministers hebben deze vragen beantwoord bij brief van 9 september 2016. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ten Broeke

De adjunct-griffier van de commissie, Van Eck

1

Kunt u een overzicht geven van hoeveel militair en civiel personeel de afgelopen jaren op missie was? Graag uitgesplitst naar jaar en met onderscheid tussen militair en civiel. Graag een toelichting op de cijfers in het overzicht.

De afgelopen vijf jaar heeft Nederland gelijktijdig de onderstaande aantallen militairen, politiefunctionarissen en civiele experts uitgezonden naar missies. Tabel A geeft een overzicht uitgesplitst naar jaar met onderscheid tussen militairen, politiefunctionarissen en civiel personeel. Gelet op het verschil tussen de civiele en militaire uitzendtermijnen, respectievelijk minimaal een jaar en maximaal zes maanden, betreft het overzicht hieronder het aantal gelijktijdig uitgezonden militairen, politiefunctionarissen en civiele experts. De aantallen daadwerkelijk uitgezonden militairen per jaar liggen daarom hoger dan de hieronder genoemde getallen.

Tabel A: Aantal gelijktijdig uitgezonden militairen, politiefunctionarissen en civiel personeel per jaar
 

2012

2013

2014

2015

t/m juli 2016

Militairen*

1.251

1.796

1.575

1.136

925

Politiefunctionarissen

85

53

44

48

49

Civiele experts

40

33

52

50

32

* Bron: Brochures Kerngegevens Defensie 2012–2015

2 en 4

Hoeveel sorties hebben de vier Nederlandse F-16's gevlogen sinds het terug brengen van het aantal toestellen van 6 naar 4 in oktober 2015?

Kunt u aangeven hoeveel sorties er door Nederland gedurende de hele missie in Irak en Syrië zijn uitgevoerd?

Door Nederland zijn er gedurende de hele inzet in Irak en Syrië meer dan 2100 missies uitgevoerd. Zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg over de strijd tegen ISIS op 7 juli 2016, ontvangt de Kamer een vertrouwelijke briefing. Daarbij zal onder meer informatie worden gegeven over de inzet sinds het aantal toestellen op 1 oktober 2015 werd teruggebracht van zes naar vier.

3

Hoe ver staat het met de levering van de counter-IED apparatuur welke door Nederland verstrekt zou worden aan de Peshmerga? Kunt u vertellen waarom deze levering zo lang op zich heeft laten wachten?

De levering van counter-IED middelen die in 2015 is aangekondigd, is voltooid in maart 2016. Bij dit traject is gekozen voor een verwervingsprocedure gericht op het kopen bij lokale ondernemers in het missiegebied (die soms internationaal inkopen). Dit proces kan diverse maanden in beslag nemen, zoals wordt toegelicht in de Kamerbrief over stand van zaken non lethal assistance Irak (Kamerstuk 27 925, nr. 596).

5

Hoeveel mensen zijn er getraind door de Nederlandse inzet gedurende deze missie in Irak en Syrië?

De training van Iraakse strijdkrachten is een gezamenlijke inspanning van de coalitie. Er wordt dan ook niet per deelnemend land gepland of bijgehouden hoeveel militairen er worden opgeleid. Het Central Command (CENTCOM) van de Verenigde Staten brengt regelmatig cijfers uit over het totaal aantal door de coalitie getrainde Iraakse strijdkrachten, inclusief de Peshmerga. De meest recente cijfers dateren van 11 augustus 2016. In totaal zijn er door de coalitie tot deze datum ruim 25.000 Iraakse strijdkrachten getraind, inclusief de Peshmerga.

6

In hoeverre is er een correlatie tussen de (vredes)missies in Afrika en verminderende migratie naar Europa? In hoeverre zijn er aanwijzingen dat (vredes)missies een averechts effect hebben op enerzijds de stabiliteit van een land en anderzijds de illegale migratie richting Europa?

Conflict en instabiliteit zijn belangrijke redenen voor mensen om naar Europa te migreren. Binnen Afrika is de Sahel een belangrijk voorbeeld van een regio waar de instabiliteit mensen aanzet tot migratie. Daarbij speelt Mali van oudsher een belangrijke rol, onder meer omdat in dit land oude handels- en smokkelroutes samenkomen. Deze routes vormen voor migranten de weg naar Europa.

Missies dragen bij aan de aanpak van instabiliteit, onder andere via het bevorderen van stabiliteit en het versterken van het legitieme staatsgezag. Het verminderen van irreguliere migratiestromen richting Europa vereist uiteraard een bredere aanpak waar – naast missies – ook de aanpak van sociaaleconomische grondoorzaken en verbeterde opvang in de regio een onderdeel van zijn.

Daarnaast kunnen missies en andere vormen van inzet ook meer direct bijdragen aan het beteugelen van illegale migratie. Zo brengen de schepen van de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG-2) de migratiestromen in de Egeïsche zee in kaart en leveren hiermee een bijdrage aan de internationale inspanningen om de illegale immigratiestromen naar Griekenland terug te dringen. Ook het Europese grensbewakingsagentschap FRONTEX beoogt de illegale migratie aan de buitengrenzen van Europa tegen te gaan. EUNAVFORMED Sophia doet dat in de wateren tussen Italië en Libië, met onder andere taken gericht op het ontwrichten van mensensmokkelnetwerken en training van de Libische kustwacht.

Graag verwijzen wij tevens naar de motie Knops/Teeven (Kamerstuk 34 300 X, nr. 62) en de brief over de uitvoering van deze motie (Kamerstuk 32 317, nr. 399).

Er zijn geen aanwijzingen dat missies een averechts effect hebben op de stabiliteit van een land of de illegale migratie richting Europa.

7

Waarom is de tactische inzet van Nederlandse scheepsboardingteams beperkt gebleven?

De beperkte tactische inzet van de Nederlandse boardingteams aan boord van Duitse marineschepen die deelnamen aan Atalanta is direct gerelateerd aan de dalende trend van het aantal piraterij-incidenten in de wateren rond Somalië.

8

In hoeverre is MINUSMA een belasting voor de uitgezonden militairen? In hoeverre is het uitgezonden personeel nog voldoende in staat om ook voor andere capaciteiten te trainen die voor MINUSMA mogelijk minder relevant zijn, maar voor hun algemene inzetbaarheid wel? In hoeverre verandert de MINUSMA missie de inzetbaarheid van de uitgezonden militairen?

Zoals bij elke missie is er ook bij MINUSMA sprake van een zekere mate van «eenzijdige inzet». Dit betekent dat de activiteiten, die tijdens de missie worden uitgevoerd, slechts een deel beslaan van het totale pakket aan activiteiten dat een militair (of eenheid) moet kunnen uitvoeren in het kader van het totale ambitieniveau van de krijgsmacht

9

Kunt u een inschatting geven hoeveel sneller materieel slijt op de MINUSMA missie in Mali?

Door het intensief gebruik van het materieel in combinatie met zware klimatologische omstandigheden, zoals stof, bodemstructuur en hoge temperaturen, slijt het materieel in Mali sneller dan gebruikelijk. Als gevolg daarvan is het verbruik van reservedelen groter, worden voorraden sneller verbruikt en wordt technisch personeel zwaarder belast. Een kwantitatieve schatting van de mate waarin materieel op deze missie sneller slijt is niet te maken, aangezien het materieel divers is, de slijtage sterk verschilt per uitrustingsstuk en er geen normcijfers zijn voor verzwaard gebruik anders dan voor het preventief onderhoud.

10

Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de voortzetting van de UNMISS missie?

Het mandaat van de Nederlandse bijdrage aan UNMISS loopt tot eind februari 2017. Zodra het kabinet een besluit heeft genomen over de eventuele verlenging van deze bijdrage zal de Kamer daarover op de gebruikelijke wijze worden geïnformeerd.

11

Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de voortzetting van de SSD missie?

De Nederlandse hulp aan leger en politie in Burundi is nog opgeschort. Nederland overweegt pas hervatting van opgeschorte hulpprogramma’s aan Burundi als er voortgang is op de voorwaarden zoals geformuleerd in de brief aan de Kamer van 1 juli 2015 over de situatie in Burundi en de consequenties voor nog lopende hulpprogramma's (Kamerstuk 29 237, nr. 165). Hierbij moet sprake zijn van herstel van een vreedzaam klimaat in het land, herstel van onafhankelijke media, ontwapening van politieke jongerengroeperingen, een goede basis voor de terugkeer van vluchtelingen en een uitweg uit de crisis via dialoog. Nederland koppelt besluitvorming over hervatting van de opgeschorte bilaterale hulpprogramma’s aan de uitkomsten van een EU-evaluatie van de artikel 96 benchmarks voor hervatting van EU-steun aan Burundi (resp. september 2016 en maart 2017). Over een eventuele hervatting van de Nederlandse hulp aan leger en politie in Burundi zal de kamer vooraf worden geïnformeerd.

12

Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de voortzetting van de ACOTA missie?

De Nederlandse bijdrage aan het ACOTA-programma loopt tot eind september 2017. Wanneer het kabinet een besluit heeft genomen over verlenging van deze bijdrage zal de Kamer hierover worden geïnformeerd.

13

Wat is de verwachting voor de komende maanden/jaren voor de inzet van civiel/militair personeel voor FRONTEX?

Op basis van risicoanalyses bepaalt Frontex jaarlijks de materiële en personele behoefte voor de Frontex-operaties ter ondersteuning van de versterking van de Schengenbuitengrenzen. Vervolgens doet het agentschap een algemeen verzoek aan de lidstaten om het benodigde materieel en personeel te leveren. Lidstaten bieden dan personeel of materieel aan, mede afhankelijk van de beschikbare capaciteit. In het najaar wordt vervolgens vastgesteld welke bijdrage de lidstaten uiteindelijk zullen leveren in het volgende jaar. Voor wat betreft 2017 zal daarom in het najaar 2016 bekend worden gemaakt wat de Nederlandse inzet zal zijn. Het kan ook voorkomen dat Frontex in reactie op onvoorziene ontwikkelingen moet besluiten operaties te versterken of te verlengen. Lidstaten wordt dan gevraagd – meestal binnen korte tijd – extra personeel en materieel aan te bieden.

Naar boven