Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529515 nr. 357

29 515 Aanpak regeldruk en administratieve lasten

29 546 Vermindering regeldruk OCW

Nr. 357 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2015

Op 18 december jongstleden hebben wij samen met de partners uit het onderwijsveld de Regeldrukagenda Onderwijs 2014 – 2017 ondertekend. Deze gezamenlijk opgestelde agenda ter vermindering van de regeldruk vloeit voort uit het Nationaal Onderwijsakkoord (Kamerstuk 33 750 VIII, nr. 8) en maakt deel uit van onze brede aanpak om concrete knelpunten op te lossen en zo verschil te maken in de dagelijkse praktijk. In de voorliggende voortgangsrapportage Aanpak Regeldruk Onderwijs 2013- 2014 informeren wij u over de actuele stand van zaken van de uitvoering van de regeldrukaanpak in het onderwijs, zoals neergelegd in onze brief van 8 juli 2013 (Kamerstuk 29 362, nr. 221). Deze rapportage bevat een totaaloverzicht van alle gezette stappen, gerealiseerde maatregelen en nieuwe voornemens en beschrijft de samenwerking met het onderwijsveld op dit terrein.

1. Inleiding

Het onderwijs in Nederland is van hoog niveau, maar de ambitie van dit kabinet reikt verder. Wij willen onze leerlingen goed toerusten voor de toekomst en hoge prestaties en excellentie stimuleren. Daarbij is het belangrijk dat scholen, instellingen en vooral leraren zoveel mogelijk tijd, geld en energie kunnen steken in het geven van goed onderwijs. Uit vele gesprekken met leraren, schoolleiders, managers en bestuurders blijkt echter dat zij in de praktijk op allerlei manieren regeldruk door administratieve taken en door wetten, regels en afspraken ervaren. En dat die regeldruk bijdraagt aan de hoge werkdruk in het onderwijs en het werkplezier kan ondergraven.

De kern van onze aanpak is het oplossen van concrete irritaties en het nemen van maatregelen die op de werkvloer het verschil kunnen maken. Daarom inventariseren we samen met het onderwijsveld knelpunten en kijken we welke oplossingen mogelijk zijn.

Met verschillende maatregelen gericht op leraren, schoolleiders, en bestuurders, maar ook gericht op studenten, leerlingen en ouders willen we bijdragen aan de vermindering van regeldruk in het onderwijs. De afgelopen periode hebben we onder meer de volgende maatregelen in gang gezet:

Voor leraren:

  • Tegengaan onnodige administratie en formulieren;

  • Voorlichting door de inspectie op lerarenopleidingen om misverstanden over toezicht weg te nemen en te voorkomen;

  • Professionalisering om leraren goed toe te rusten voor hun vak, onder meer door geld voor begeleiding van startende docenten;

  • Meer inspraak bij beleid: inzet internetconsultatie en ontwikkeling nieuwe instrumenten zodat ook leraren gemakkelijker inspraak kunnen hebben in beleid;

  • Extra middelen voor conciërges en klassenassistenten om leraren te ondersteunen en te ontlasten.

Voor bestuurders en schoolleiders:

  • Overheveling buitenonderhoud (po): scholen beheren nu zelf het geld voor buitenonderhoud;

  • Indiening wetsvoorstel modernisering Onderwijstijd (vo) dat scholen meer vrijheid geeft onderwijstijd in te delen;

  • Vereenvoudiging verzuimmelding;

  • Verruiming experimenteerwetgeving in alle sectoren en uitvoering diverse experimenten;

  • Vermindering bevraging scholen en instellingen en toenemend hergebruik en teruglevering van gegevens;

  • Invoering en doorontwikkeling van BRON-HO;

  • Ontwikkeling digitale dienstverlening.

Voor studenten, leerlingen en ouders:

  • Digitaal aanmelden is mogelijk gemaakt in het mbo;

  • Tegemoetkoming schoolkosten en onderwijsbijdrage minderjarige mbo-ers wordt in het kindgebonden budget geïntegreerd en hoeft niet meer te worden aangevraagd;

  • (Uitbreiding) diplomaregister: eerder behaalde diploma’s kunnen gemakkelijk worden geraadpleegd, gedownload en gebruikt als bewijsstuk bijvoorbeeld bij een sollicitatie.

We blijven inzetten op verdere verbeteringen. Het aanpakken van regeldruk is immers een proces van lange adem en nooit af. Dat geldt voor het aanpakken van specifieke belemmeringen in wet- en regelgeving, maar ook voor oplossingen gericht op het beter omgaan met regels.

Tegelijkertijd zijn er vaak goede redenen voor bepaalde voorschriften, zoals het borgen van kwaliteit, zicht bieden op besteding van publieke middelen en verankeren van goed toezicht. Zulke voorschriften zullen er blijven. Het gaat er steeds om te zoeken naar het evenwicht tussen benodigde regels, alternatieven zoals prestatieafspraken en ruimte voor eigen initiatief en maatwerk. Hierbij ontstaat soms ook spanning tussen de belangen van verschillende betrokkenen. Denk bijvoorbeeld aan de wens van ouders van zorgleerlingen om een goed leerplan voor hun kind te zien, tegenover de wens van leraren om de benodigde tijd voor verslaglegging te beperken.

2. Maatwerkaanpak regeldruk onderwijs

Onze aanpak van regeldruk richt zich op maatregelen die de merkbare of ervaren regeldruk verminderen vanuit het perspectief van de werkvloer. Daarom werken we nauw samen met het onderwijsveld om regeldruk in kaart te brengen en oplossingen te formuleren. Dat doen we door regeldruk te bespreken in reguliere gesprekken en contacten met het veld, maar ook door meeloopstages en onderzoek.

We kijken naar alle vormen van regeldruk waar professionals mee te maken hebben, ongeacht waar die vandaan komt. Of het nu gaat om beleid en wet- en regelgeving vanuit OCW (of andere departementen en overheden), om eigen regels en afspraken binnen scholen en instellingen of om de cao’s. Ook kijken we naar het toezicht van de inspectie. Omdat knelpunten vaak het resultaat zijn van de interactie tussen verschillende partijen, ligt de oplossing vaak ook in samenwerking tussen die actoren. Voor de professionals in het onderwijs maakt het niet uit waar een knelpunt vandaan komt, als het maar opgelost wordt.

Participatief onderzoek door OCW-ambtenaren naar regeldruk en werkdruk leraren

Leraren geven vaak aan dat ze te kampen hebben met een hoge werkdruk en regeldruk, onder andere door dossieropbouw bij zorgleerlingen, piekbelasting en gebrek aan tijd voor professionalisering. Om ambtenaren te laten ervaren waar zij in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen en hoe dat tot regeldruk en werkdruk leidt, voert OCW een participatief onderzoek uit naar regeldruk en werkdruk onder leraren, i.s.m. de Lerarenkamer en de Hanzehogeschool Groningen. OCW-ambtenaren lopen een periode mee met leraren en verzamelen via de onderzoeksmethodiek van participatieve observatie informatie. Enerzijds vergroot dit de kennis van de onderwijspraktijk bij beleidsambtenaren, die kan bijdragen aan goede beleidsontwikkeling, anderzijds verwerkt het onderzoeksteam van de hogeschool de onderzoeksgegevens, en komt voorjaar 2015 met aanbevelingen voor de verdere aanpak van en communicatie over regeldruk en werkdruk. De opzet van het onderzoek sluit aan bij de organisatieontwikkeling van OCW, waar meer «van buiten naar binnen» wordt gekeken.

Een brede opvatting van regeldruk betekent ook dat we niet alleen kijken naar de regels zelf («stofkam»), maar ook naar wat er achter ligt. Soms vormt immers niet de regel het knelpunt, maar het feit dat niet duidelijk is wat het effect van de regel zal zijn. Andere achterliggende oorzaken kunnen worden gevonden in tijdigheid en afstemming, hoge werkdruk, stapeling van toezicht of controle.

Soms laat de discussie over regeldruk het ongemak zien rondom vraagstukken van vertrouwen en controle: hoeveel moeten en willen we weten en waarom, en wie heeft welke verantwoordelijkheid. Daarom kijken we ook naar thema’s als betrokkenheid van het veld bij totstandkoming van regels, toezicht en verantwoording, en omgang met regels. Dit sluit aan bij een bredere trend in de publieke sector, waarbij de aanpak (en voorkomen) van regeldruk meer wordt gezocht in aandacht voor samenwerking, verdiend vertrouwen, gedeelde verantwoordelijkheid, ruimte voor experimenteren en goede onderlinge relaties.

Een gezamenlijke regeldrukagenda voor het onderwijs

In het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA)(Kamerstuk 33 750 VIII, nr. 8) hebben partijen afgesproken zich gezamenlijk in te zetten voor de aanpak van regeldruk en vermindering van de administratieve lasten binnen het onderwijsveld. Per sector (po, vo en mbo)1 is een werkgroep gestart waarin leraren, schooldirecteuren, bestuurders, sectororganisaties, en vakbonden in samenwerking met OCW (inclusief DUO en de inspectie) in kaart hebben gebracht welke knelpunten zich binnen de sector voordoen. Voor de sectoren po en vo heeft ook de Landelijke Ouderraad geadviseerd.

Uit gezamenlijke analyses kwam het belang naar voren van het betrekken van professionals bij de totstandkoming van regels, van heldere communicatie en van het goede gesprek over (interne) regels en de toepassing daarvan (zowel door OCW als intern op scholen en instellingen). De open en constructieve gesprekken die zijn gevoerd, werden gekenmerkt door de gezamenlijke ambitie om praktische oplossingen te vinden.

Deze aanpak heeft geresulteerd in de Regeldrukagenda Onderwijs 2014 – 2017 (Kamerstuk 29 515, nr. 356), die bestaat uit concrete acties en maatregelen op basis van de uitgevoerde inventarisatie en analyse. Het gaat hier om zowel sectoroverstijgende als sectorspecifieke maatregelen en om acties voor zowel de korte als de langere termijn. Niet alleen is gekeken naar oplossingen gericht op het wegnemen van specifieke belemmeringen in wet- en (interne) regelgeving, maar ook naar oplossingen gericht op het beter omgaan met regels en de totstandkoming daarvan.

Deze agenda zien we als een belangrijke stap om te komen tot verdere actie. Daarnaast beschouwen we de agenda ook als een spiegel, die bijdraagt aan reflectie over ieders bijdrage aan het ontstaan én het oplossen van regeldruk op alle niveaus.

Regeldruk is niet met een paar maatregelen opgelost. Daarom houden we de werkgroepen de komende jaren in stand om structureel in gesprek te blijven en om de uitvoering van de afspraken te monitoren en waar nodig te actualiseren.

Deregulering in het hoger onderwijs

In het hoger onderwijs zijn eerder al gesprekken met het veld gevoerd over deregulering in breder perspectief waarna verschillende acties zijn ondernomen. Voorbeelden hiervan zijn het wegnemen van knelpunten gericht op doeltreffend gebruik van gegevens, zoals BRON HO en het diplomaregister, betere voorlichting en het uitwisselen van best practices tussen instellingen.

De ruimte om winst te boeken is echter beperkt wanneer bestaande arrangementen en taken van toezichthoudende en uitvoeringsorganisaties ongewijzigd blijven. Daarom zetten we voor de lange termijn stappen voor het verminderen van de regeldruk door met het hoger onderwijsveld in gesprek te gaan over de mogelijkheden tot herijking van de bestuurlijke verhoudingen in het hoger onderwijs. In de Strategische Agenda hoger onderwijs en onderzoek wordt een visie op de bestuurlijke verhoudingen opgenomen, waarbij de ambitie is dat instellingen meer ruimte krijgen om sneller in te kunnen spelen op veranderingen in hun omgeving.

Uit de evaluatie van het accreditatiestelsel blijkt dat instellingen hoge lasten ervaren in relatie tot het accreditatieproces. Naar aanleiding van deze evaluatie en de motie Rog2 zijn stappen gezet om de lasten die instellingen ervaren te verminderen. Op 18 september 2014 bent u geïnformeerd over een enkele verbeteringen in het accreditatieproces en accreditatiekader die er toe moeten leiden dat instellingen minder lasten ervaren.3 In genoemde brief, waarmee ook het nieuwe accreditatiekader is voorgehangen, wordt ook ingegaan op de ingezette weg om het huidige accreditatiestelsel meer fundamenteel te bezien. Bij de doorontwikkeling van het accreditatiestelsel staat het verminderen van ervaren lasten en verdiend vertrouwen meer belonen centraal. Het accreditatiestelsel wordt met het oog hierop meer fundamenteel bezien in een interactief proces met het veld. In het voorjaar wordt het advies van de stuurgroep over de doorontwikkeling van het accreditatiestelsel verwacht. Vervolgens zullen de voorgenomen contouren van de doorontwikkeling van het accreditatiestelsel aan uw Kamer worden gestuurd.

Sectorakkoorden

Ook in de verschillende gesloten sectorakkoorden zijn concrete afspraken gemaakt over maatregelen die de regeldruk verlagen, waaronder het meervoudig gebruiken van gegevens, het vereenvoudigen van het bekostigingsmodel en het verminderen van de administratieve lasten rondom het opstellen van onderwijs- en beroepspraktijkvorming (bpv-) overeenkomsten in het mbo.

Onderdeel kabinetsaanpak

De aanpak van regeldruk in het onderwijs maakt deel uit van de bredere kabinetsaanpak van regeldruk. Met de kwantificeerbare effecten van concrete maatregelen, die altijd worden gespecificeerd in de administratieve lastenparagraaf van wet- en regelgeving, draagt OCW bij aan de kabinetsbrede reductiedoelstelling van € 2,5 mrd uit het regeerakkoord.4 Recent heeft het kabinet uw Kamer hierover een voortgangsrapportage gestuurd.5

3. Concrete maatregelen ter vermindering van de regeldruk

In de bijlage treft u een overzicht van concrete maatregelen ter vermindering van de ervaren regeldruk in het onderwijs6. We verdelen de maatregelen in twee categorieën, te weten maatregelen gericht op het aanpakken van (specifieke belemmeringen in) wet- en regelgeving en maatregelen gericht op het beter omgaan met regels. Per maatregel worden de doelgroep en termijn aangegeven.

(a) Ruimte creëren door aanpak van formele wet- en regelgeving

Het creëren van ruimte door formele wet- en regelgeving aan te pakken vormt een brede uitwerking van de «stofkamoperatie» die in het regeerakkoord is aangekondigd. De aanpak bestaat uit de aanpassing van formele wet- en regelgeving, het wegnemen van belemmeringen en het voorkomen en/of beperken van nieuwe regels. Onderdeel hiervan is ook het (waar mogelijk) laten vervallen van administratieve verplichtingen en verantwoordingsvoorschriften.

De maatregelen die samenhangen met formele wet- en regelgeving vallen uiteen in zes thema’s.

(1) Aanpassing van wet- en regelgeving

Voorbeelden van concrete (voornemens tot) aanpassing van wet- en regelgeving in de afgelopen periode zijn: inwerkingtreding per 1 augustus jl. van de Wet passend onderwijs, de overheveling van de verantwoordelijkheid voor buitenonderhoud in het po per 1 januari 2015, en modernisering van de onderwijstijd in het vo. Ook wordt gewerkt aan de modernisering van de bekostiging van het funderend onderwijs en de doorontwikkeling van het accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. In het kader van groot onderhoud van wetgeving wordt de onderwijsregelgeving voor alle sectoren grondig doorgelicht op mogelijkheden om administratieve verplichtingen en voorschriften voor verantwoording te verminderen. Veel kleine punten nemen we de komende tijd mee in diverse wetsvoorstellen, omdat ze geen eigen wetsvoorstel rechtvaardigen.7 Heldere en toegankelijke wetgeving vermindert de ervaren regeldruk. Daarom wordt gewerkt aan de stroomlijning van registerwetgeving onderwijs8 en aan aanpassing van de onderwijswetgeving aan de Algemene wet bestuursrecht.

(2) Aanpak van concrete belemmeringen

Daarnaast wordt de komende periode een aantal concrete belemmeringen aangepakt, onder meer op het gebied van krimp en toptalenten. Zo worden de regels met betrekking tot het van kleur verschieten en het vormen van een samenwerkingsschool versoepeld, en wordt het mogelijk gemaakt eerder eindexamen af te leggen dan in het (voor-)laatste jaar. Binnen de pilot regelluwe scholen krijgen scholen met aantoonbaar goede kwaliteit maximale ruimte. Zoals aangekondigd bij brief van 6 november 2014 wordt voor deelnemende scholen binnen de pilot ruimte gecreëerd om te kunnen innoveren.9 Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan het pleidooi van de Onderwijsraad voor (experimenteer)ruimte om de variëteit binnen het stelsel te bevorderen.10

Ook is in het kader van het wegnemen van belemmeringen bijvoorbeeld bezien of begrippen «school», «groep» en «klas» in wet- en regelgeving innovatie in de weg staan.11 Het begrip «school» komt veelvuldig in de wet voor, omdat het bevoegd gezag bekostiging ontvangt voor een school en daar verplichtingen aan zijn verbonden. Dat geldt ook voor het begrip «groep». Concrete belemmeringen gerelateerd aan deze twee begrippen zijn ons niet bekend. Het begrip «klas» ontbreekt in de «begripsbepaling» van de Wet op het Primair Onderwijs.

Gelet op deze bevindingen zien wij geen (directe) belemmeringen die innovatie in de weg zouden staan. Wij hechten groot belang aan beschikbaarheid van voldoende ruimte voor vernieuwende onderwijsconcepten (zie ook ruimte voor experimenten en de pilots regelluwe scholen). Als schoolbesturen daarbij hinder ervaren van bestaande wet- en regelgeving, dan ontvangen wij die informatie graag om eventuele aanpassingen in overweging te kunnen nemen.

(3) Ruimte voor experimenten

Specifieke wettelijke regels die leiden tot knelpunten kunnen tijdelijk opzij worden gezet (en bij positieve evaluatie volgt mogelijk een definitieve aanpassing). Het bieden van experimenteerruimte vormt een mooi voorbeeld van aansluiting bij de behoeften van het onderwijsveld, maar betekent niet dat er niet (meer) verantwoord of gerapporteerd zou moeten worden. In alle sectoren wordt experimenteerruimte benut. Momenteel lopen bijvoorbeeld experimenten op het terrein van doorlopende leerlijnen vmbo – mbo (vo, mbo) en prestatiebekostiging (ho). Daarnaast wordt in het volgend schooljaar gestart met pilots regelluwe scholen.

Pilots regelluwe scholen

In het schooljaar 2015–2016 start een pilot van vijf jaar waarin scholen met aantoonbaar goede onderwijskwaliteit maximale ruimte krijgen. De pilot zal starten met scholen die in 2013 als excellent werden aangemerkt. Deze scholen mogen afwijken van een aantal regels. Deelname aan de pilot kan alleen met instemming van de medezeggenschapsraad. Afwijking van de regelgeving kan alleen met het oog op verbetering van kwaliteit of doelmatigheid. Het doel van de pilot is om na te gaan hoe scholen omgaan met de geboden ruimte. Een onafhankelijke onderzoeksinstelling zal de ontwikkelingen daarom volgen.

(4) Aanspreken andere actoren

De regeldruk waar scholen mee te kampen hebben wordt niet alleen veroorzaakt door OCW, maar ook door diverse andere actoren. Waar mogelijk gaat OCW het gesprek aan over regeldruk, op diverse niveaus. Zo is het thema een blijvend aandachtspunt in Europese onderhandelingen en spreekt OCW met andere ministeries, wanneer scholen last hebben van beleid dat elders op rijksniveau is vastgesteld. Zo wordt met het Ministerie van Financiën gesproken over de toepassing van de btw-regels in het onderwijs. Ook wordt het thema regeldruk waar nodig besproken met de VNG of gemeenten. Bij de sociale partners hebben wij aandacht gevraagd voor regeldruk die voortkomt uit cao’s. In de recente cao po is afgesproken gedurende de looptijd van deze cao gezamenlijk een vereenvoudigingsvoorstel te ontwikkelen voor de regels over inpassing in het loongebouw en voor de verschillende toelagen en toeslagen. Zowel in de cao po als de cao vo is afgesproken te kijken hoe de leesbaarheid en bruikbaarheid van de cao verbeterd kunnen worden.

Interne regeldruk op scholen en instellingen is een integraal onderdeel van de gesprekken in de regeldrukwerkgroepen met het veld. In de Regeldrukagenda komen diverse acties door scholen en instellingen aan bod om de interne regels en daarmee verbonden regeldruk aan te pakken.

(5) Toezicht en verantwoording

Toezicht wordt regelmatig door scholen en leraren als lastig ervaren. Soms vindt men het toezichtkader beperkt en knellend, soms vindt men geboden ruimte voor invulling en het gebrek aan formats juist weer vervelend. Ook misverstanden rondom wat er moet (en niet moet) spelen hierbij een rol, bijvoorbeeld als het gaat om het opstellen van groeps- en handelingsplannen of de hoeveelheid verplichte toetsen. Daarnaast worden de verhouding tussen horizontaal en verticaal toezicht en de stapeling van toezicht regelmatig genoemd.

Om hieraan tegemoet te komen geeft de inspectie voorlichting op lerarenopleidingen en gaat zij actiever leraren benaderen rondom fabels en feiten, zodat zij beter op de hoogte zijn van wat moet en niet moet. De inspectie opereert proportioneel. De vraag om informatie aan en de overige belasting van besturen is afhankelijk van de mate waarin deze zelf actief hun omgeving informeren over het functioneren van hun scholen en van de feitelijke kwaliteit van die scholen. De inspectie sluit bij die externe verantwoording aan.

(6) Afstemming nieuwe regels met het veld

Nieuwe wet- of regelgeving wordt zo goed mogelijk afgestemd met het veld. Afstemming draagt bij aan de vermindering van ervaren regeldruk en zorgt ervoor dat regels zo goed mogelijk aansluiten bij de praktijk. OCW maakt hiervoor veelvuldig gebruik van internetconsultatie. Afstemming vindt ook via DUO plaats (veldraadpleging).

We houden de manieren om het veld goed te betrekken tegen het licht om te zien waar bestaande procedures verbeterd en breder toegepast kunnen worden. Ook gaan we kijken waar het instrumentarium kan worden uitgebreid.

MBO tour

Gedurende de MBO tour heeft de Minister 15 instellingen bezocht door het hele land. Tijdens haar gesprekken met studenten, docenten, bestuurders, werkgevers, gemeenten en andere betrokkenen heeft de Minister een breed beeld gekregen van wat er al gebeurt en wat er nog nodig is in het mbo. Doel van de tour was om er samen voor te zorgen dat het mbo ook in de toekomst goed beslagen ten ijs komt. De MBO tour heeft de basis gelegd voor de Kamerbrief «Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo».12

HO tour

In oktober is de HO-tour van start gegaan. De Minister gaat tijdens de tour in gesprek met studenten, docenten en bestuurders over de gezamenlijke ambities voor het hoger onderwijs en de vraag waar de extra investeringen, die mogelijk gemaakt zijn met het akkoord over het studievoorschot, het best op zijn plaats zijn. Tijdens 5 regiobijeenkomsten en een beperkt aantal themabijeenkomsten verkent de Minister wat deze gezamenlijke ambities vragen van het ho-stelsel, van studenten, docenten, bestuurders en docenten. De opbrengst van de gesprekken vormt belangrijke input voor de Strategische Agenda hoger onderwijs en onderzoek 2015–2019.

(b) Omgaan met regels en regeldruk

Niet altijd is de regel zelf het knelpunt, maar gaat het om de onbekendheid van de regel of de administratie die eruit voortvloeit. Dit wordt zichtbaar in de ervaren regeldruk.13 Ter vermindering van ervaren regeldruk en versterking van draagvlak voor beleid zetten we daarom ook in op de volgende thema’s:

(1) Professionele ontwikkeling

Leraren ervaren minder regeldruk naarmate zij sterker in hun werk staan. Professionele ontwikkeling helpt leraren beter om te gaan met regeldruk doordat ze prioriteiten kunnen stellen en in staat zijn zelf keuzes te maken over hun werk. Professionele schoolleiders zijn nodig om de leraar hierin te faciliteren en om regeldruk binnen een school of instelling tegen te gaan.

OCW stimuleert de professionele ontwikkeling door het beschikbaar stellen van de Lerarenbeurs. Bevoegde leraren kunnen een Lerarenbeurs ontvangen voor het volgen van een bachelor of masteropleiding. OCW stelt tevens geld beschikbaar voor de begeleiding van startende docenten, zowel in het primair als het voortgezet onderwijs. Via de onderwijsakkoorden is er voor alle leraren jaarlijks een opleidingsbudget beschikbaar.

Met de inrichting van het lerarenregister en het schoolleidersregister wordt ingezet op het verhogen van de beroepsstandaard. Daarnaast vinden diverse pilots rond professionele leergemeenschappen plaats en wordt een kwalitatieve impuls gegeven aan de opleidingsinfrastructuur van opleidingsscholen.

In de voortgangsrapportage Lerarenagenda van 8 oktober jl. hebben wij u in meer detail geïnformeerd over de professionele ontwikkeling van leraren. 14

(2) Voorlichting en communicatie over (de toepassing van) wet- en regelgeving

Kennis van nut en noodzaak van regels helpt bij het verminderen van de ervaren regeldruk. Ook misverstanden over wat er wel en niet moet, kunnen zo worden voorkomen. De inspectie geeft voorlichting op lerarenopleidingen over het toezichtkader en wettelijke verplichtingen. Daarnaast benut DUO haar online kanalen en reguliere overlegmomenten voor voorlichting over (te verwachten) beleidswijzigingen. Om helderheid te verschaffen over de fusietoets wordt daarvoor een leidraad opgesteld.

Niet alleen tussen OCW en het veld, maar ook tussen school en ouders zijn heldere communicatie en goede verhoudingen van belang. Daarom wordt ook ouderbetrokkenheid gestimuleerd.

(3) Goede dienstverlening

Goede dienstverlening verhoogt het gebruiksgemak en verlaagt daarmee de ervaren regeldruk van burgers. DUO verbetert voortdurend de kwaliteit van de digitale dienstverlening door bijvoorbeeld reeds bekende gegevens vooraf in te vullen in formulieren voor studenten, ouders en leerlingen. Ook levert DUO ten behoeve van de doelgroep burgers (studenten, ouders, leerlingen) gegevens aan voor digitale klantdossiers van de keten Werk en Inkomen, zodat deze gegevens niet dubbel aan de overheid geleverd hoeven te worden. Maatregelen als (uitbreiding van) het diplomaregister en het Programma Vernieuwing Studiefinanciering dragen ook bij aan gebruiksgemak.

(4) Ondersteuning van implementatie en het faciliteren van werkprocessen

Hierbij gaat het om maatregelen die «het leven gemakkelijker maken» voor organisaties en professionals in het onderwijsveld. Zoals een nieuw vrijstellingenregister bij de digitale verzuimregistratie en praktische handreikingen om bureaucratie te voorkomen bij de implementatie van passend onderwijs.

Op het terrein van gegevenslevering en terugdringing van bevragingslast wordt voortdurend gekeken naar verdere mogelijkheden van «eenmalige opvraag, meervoudig gebruik» en is de ontwikkeling van registers en techniek erop gericht om gegevens waar OCW over beschikt maximaal toegankelijk te maken voor anderen (met name scholen) en daarmee de lasten te verlichten. Ook werken we op diverse manieren samen met het veld aan standaardisatie, een randvoorwaarde voor het uitwisselen van gegevens.

Waar het gaat om het faciliteren van werkprocessen rond aanmelden en inschrijven, wordt veel gedaan. Zo worden via BRON HO studentgegevens als vooropleiding en NAW-gegevens automatisch geleverd bij aanmelding, en wordt dit ook mogelijk gemaakt voor aanmelding in het mbo. Daar wordt ook het digitaal ondertekenen van onderwijsovereenkomst mogelijk gemaakt.

Het Programma Doorontwikkeling BRON is er op gericht zoveel mogelijk digitaal te laten verlopen en zoveel mogelijk gebruik te maken van gegevens die bij DUO beschikbaar zijn. Doel is de aanlevering van gegevens zo gemakkelijk mogelijk te maken en eenmalig te laten leveren. Tegelijkertijd krijgt het veld meer informatie sneller (realtime) teruggekoppeld en kunnen accountant en inspectie bij controle uitgaan van gegevens in BRON, wat tot minder controle en lagere lasten leidt.

Tot slot

Er is veel aandacht voor regeldruk in het onderwijs. Stevige inzet van alle betrokkenen in het onderwijs blijft nodig om voortgang te boeken en elkaar scherp te houden. Wij monitoren de aanpak nauwgezet en informeren uw Kamer hierover met jaarlijkse voortgangsrapportages.

De vermindering van regeldruk is nooit af, maar er is een goed fundament gelegd. Deze voortgangsrapportage en de Regeldrukagenda geven ons het vertrouwen dat de gezamenlijke aanpak van regeldruk kan bijdragen aan datgene waar het daadwerkelijk om gaat: het realiseren van goed onderwijs.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

In de hoofdlijnenakkoorden met de Vereniging Hogescholen en VSNU waren reeds afspraken gemaakt over deregulering en vermindering van administratieve lasten. De afgelopen tijd is daar al aan gewerkt.

X Noot
2

Kamerstuk 33 472, nr. 28. In deze motie wordt de regering verzocht te onderzoeken hoe de administratieve lasten van het accreditatiestelsel substantieel kunnen worden verlaagd en pilots te starten die erop gericht zijn concrete vermindering van deze lastendruk te realiseren.

X Noot
3

Kamerstuk 31 288, nr. 404

X Noot
4

Om inzicht te kunnen geven in de meetbare vermindering van regeldruk (administratieve lasten), wordt in de toelichting bij wet- en regelgeving kwantitatief aangegeven wat de gevolgen van een maatregel zullen zijn. Hiervoor wordt de door het kabinet gehanteerde definitie van administratieve lasten gebruikt: de kosten om te voldoen aan informatie-verplichtingen aan de overheid, voorvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid.

X Noot
5

Kamerstuk 29 515, nr. 355

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
7

Concrete reeds doorgevoerd voorbeelden zijn:

  • Wet Educatie – vervallen verplichting leveren educatiegegevens aan BRON door instellingen (Stb 2014, nr. 288).

  • Regeling regionaal zorgbudget en regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs – vanaf 1 augustus 2014 wordt het regionaal zorgbudget ambtshalve door DUO verstrekt aan het samenwerkingsverband en vervallen aparte aanvraagprocedure en verantwoording omdat er nog maar sprake is van één budget (Stc 2014, nr. 16885).

X Noot
8

Dit wetsvoorstel, dat op verschillende manieren bijdraagt aan vermindering van regeldruk, wordt naar verwachting in 2015 ingediend.

X Noot
9

Kamerstuk 29 546, nr. 18

X Noot
10

Een onderwijsstelsel met veerkracht, Onderwijsraad, december 2014

X Noot
11

Kamerstuk 33 887, nr. 6

X Noot
12

Kamerstuk 31 524, nr. 207

X Noot
13

Ervaren regeldruk hangt onder meer samen met vertrouwen (zijn regels gebaseerd op ruimte en vertrouwen?), nut (vindt men de regels en daaruit voortvloeiende verplichtingen nuttig en relevant voor de eigen werkpraktijk?), transparantie (zijn regels en het te doorlopen proces helder?), gemak (hoeveel moeite kost het voldoen aan verplichtingen?) en bejegening (hoe wordt instelling of burger benaderd of behandeld door de overheid?).

X Noot
14

Kamerstuk 27 923, nr. 188