Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2017
In december 2015 heb ik met de partijen van het Hoofdlijnakkoord Medisch Specialistische
Zorg (MSZ) afspraken gemaakt om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van dure geneesmiddelen
ook voor de lange termijn te borgen.1 Eén van deze afspraken is een halfjaarlijkse monitor door de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) over dure geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg. Op 1 december 2016
heb ik u de tweede monitor in deze reeks toegezonden.2
Ik stuur u hierbij de derde monitor en het vervolgonderzoek naar de vraag in hoeverre
de burger binnen de intramurale medisch-specialistische zorg de geneesmiddelen krijgt
waar hij/zij recht op heeft. In deze brief licht ik de uitkomsten van de derde monitor
en het vervolgonderzoek op hoofdlijnen toe.
Uitkomsten monitor «Uitgaven geneesmiddelen in de medisch-specialistische zorg»
De NZa concludeert dat de uitgaven aan dure geneesmiddelen elk jaar stijgen. Tussen
2014 en 2015 stegen de uitgaven van € 1,74 miljard naar € 1,84 miljard (5,7% groei).
De NZa geeft hierbij aan dat de cijfers over het jaar 2015 waarschijnlijk nog niet
volledig zijn en dat, als de schattingen van Vektis met betrekking tot het percentage
te declareren jaarvolume juist zijn, de groei uit kan komen rond de 6,7%. Voor 2016
is het tot nu toe gedeclareerde bedrag aan dure geneesmiddelen € 1,69 miljard. Ondanks
dat de declaratiegegevens over het jaar 2016 niet volledig zijn en er nog geen betrouwbare
schatting te geven is voor de totale uitgaven over 2016, geeft de NZa in de monitor
aan ook in 2016 een stijging van de totale uitgaven aan dure geneesmiddelen te verwachten
ten opzichte van 2015.
Zoals ik u ook berichtte in de aanbiedingsbrief Marktscans MSZ en GGZ 20163 hebben de ontwikkelingen rondom dure geneesmiddelen mijn volle aandacht.
Met maatregelen en acties uit de geneesmiddelenvisie wordt breed ingezet op het betaalbaar
en toegankelijk houden van geneesmiddelen. De uitvoering hiervan is in volle gang.
Zoals afgesproken in het onderhandelaarsakkoord MSZ 2018 zullen partijen in overleg
blijven over de bekostiging en verdere concretisering van acties op het terrein van
dure geneesmiddelen. Daarnaast zal ik om maximaal effect te bereiken ook de komende
periode stevig blijven inzetten op een gecoördineerde aanpak van de dure geneesmiddelen.
Uitkomsten rapport «Toegankelijkheid dure geneesmiddelen»
De NZa is positief over de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen en concludeert
dat de risico’s die de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen mogelijk belemmeren
voldoende worden ondervangen door zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Er is wel nog
ruimte voor verbetering in het organiseren van het proces rondom de verstrekking van
dure geneesmiddelen. De NZa heeft drie risico’s onderzocht: 1) tijdige beschikbaarheid
van geneesmiddelen zonder add-onprestatie, 2) beschikbaarheid (onvoorzien) nieuwe
geneesmiddel met add-onprestatie, en 3) de gevolgen van selectief contracteren en
plafondafspraken. De NZa constateert niet dat zorgverzekeraars niet aan hun zorgplicht
voldoen. Maar de NZa geeft wel aan dat zij ruimte ziet voor verbeteringen van het
borgen van de genoemde risico’s en geeft hiervoor diverse aanbevelingen.
Ik vind het belangrijk dat het proces rond de verstrekking van dure geneesmiddelen
voor alle partijen duidelijk is en onderschrijf dan ook de adviezen van de NZa. De
horizonscan+, zoals deze wordt uitgevoerd door het Zorginstituut, levert vroegtijdige
informatie die een belangrijke rol speelt in de uitvoering van deze aanbevelingen.
Ik roep partijen dan ook op met de adviezen van de NZa aan de slag te gaan.
De uitkomsten van de monitor «Uitgaven geneesmiddelen MSZ» en het rapport «Toegankelijkheid
dure geneesmiddelen» neem ik mee in de verdere uitvoering van de geneesmiddelenvisie
en de daarbij horende agenda. Tevens kan het Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen
dat thans wordt vormgegeven partijen een sterkere vuist bieden in hun onderhandelingen
met de industrie om de prijzen van dure geneesmiddelen naar beneden te krijgen. Verder
is in het onderhandelaarsakkoord MSZ 20184 een landelijk maximum groeipercentage afgesproken van 1,6%. Hierbij is rekening gehouden
met de toenemende financiële druk op de medisch-specialistische zorg door onder meer
de ontwikkeling van (nieuwe) dure geneesmiddelen. Tenslotte, zoals ik in de brief
«Voortgang Visie op geneesmiddelen»5 heb laten weten, informeer ik u periodiek over de uitkomsten en resultaten van de
geneesmiddelenvisie.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers