Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201329240 nr. 62

29 240 Veiligheid op school

Nr. 62 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juli 2013

Inleiding

Met deze brief geven wij u het jaarlijkse overzicht op het terrein van sociale veiligheid op scholen en onderwijsinstellingen. Tevens treft u in deze brief onze voornemens op dit terrein en bieden wij u de secundaire analyse naar pesten op school en het rapport over schorsingen en verwijderingen aan1.

Veiligheid is een voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs. Als een leerling zich niet veilig voelt, kan hij niet volwaardig deelnemen aan het onderwijs. Ook docenten en ander personeel moeten zich veilig genoeg voelen om een schoolklimaat te kunnen creëren waarin leerlingen het beste uit zichzelf halen. Scholen moeten daarom zorgen voor een veilig schoolklimaat. Wij ondersteunen scholen daarbij.

Laatst bleek weer hoe belangrijk veiligheid op school is. Op zondag 21 april jl. was er sprake van een zeer serieuze dreiging van vuurwapengeweld tegen de scholen in Leiden. Uit voorzorg bleven de maandag daarop daarom alle mbo- en vo- scholen in Leiden gesloten. Vanaf dinsdag 23 april zijn de lessen hervat onder extra politiebewaking. Wanneer alle betrokken partijen de interne evaluatie hebben afgerond zullen wij u, op uw verzoek samen met de Minister van Veiligheid en Justitie het feitenrelaas toezenden.2

Het overgrote deel van de jongeren en van het onderwijspersoneel voelt zich gelukkig veilig op school. Dat blijkt uit de gegevens uit de tweejaarlijkse veiligheidsmonitor. Uit hetzelfde onderzoek blijkt echter ook dat leerlingen en personeel nog steeds te maken hebben met incidenten, uiteenlopend van diefstal en vernieling, tot verbaal en (grof) lichamelijk geweld en pesten. Wij vinden het daarom noodzakelijk om blijvende aandacht te geven aan de sociale veiligheid op scholen.

Monitor sociale veiligheid in en rond scholen

Begin dit jaar hebt u de tweejaarlijkse Monitor sociale veiligheid primair onderwijs en voortgezet onderwijs (hierna: de veiligheidsmonitor) van ons ontvangen.3

De resultaten van de monitor zijn positief. De overgrote meerderheid van leerlingen (95 procent in het primair (speciaal) onderwijs en 93 procent in het voortgezet (speciaal) onderwijs) voelt zich op school veilig. In het p(s)o geeft 96 procent van de docenten en 93 procent van het onderwijsondersteunend personeel aan zich veilig te voelen op school. In het v(s)o geeft 93 procent van de docenten en het onderwijsondersteunend personeel aan zich veilig te voelen op school.

Wat betreft de veiligheidsbeleving zijn bij het personeel geen significante verschillen aangetroffen tussen mannen en vrouwen. Ook bij de leerlingen in het v(s)o werden geen significante verschillen aangetroffen. In het p(s)o werden bij de leerlingen wel twee significante verschillen aangetroffen: jongens ervaren iets vaker dan meisjes licht lichamelijk geweld en tevens ervaren jongens iets vaker dan meisjes grof lichamelijk geweld.

Er zijn ook aandachtspunten. Uit de veiligheidsmonitor komt naar voren dat lesbische, homoseksuele en biseksuele (lhb-) jongeren zich onveiliger zijn gaan voelen. De acceptatie van homoseksualiteit onder leerlingen is in het v(s)o iets hoger dan in het p(s)o. Er blijken relatief méér leerlingen getuige te zijn geweest van seksueel geweld dan in de eerdere jaren. Wij blijven daarom inzetten op ons beleid om seksueel overschrijdend gedrag tegen te gaan. We zullen de onderzoekers van de veiligheidsmonitor vragen in de volgende veiligheidsmonitor dieper in te gaan op het thema seksueel geweld. Verderop in deze brief gaan wij nader in op de veiligheid van lhb-leerlingen.

Verdieping naar pesten in het p(s)o en v(s)o

Om een goed beeld te krijgen van het aantal kinderen dat gepest wordt hebben wij opdracht gegeven een secundaire analyse te laten uitvoeren binnen de gegevens van de veiligheidsmonitor.4 De opbrengst hiervan is een «nulmeting» wat betreft de aard en omvang van pesten in het primair onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs. De uitkomsten van het onderzoek gaan wij ook gebruiken voor de operationalisering van pesten in de volgende veiligheidsmonitoren.

Uit de secundaire analyse blijkt dat bij leerlingen in het po en personeel in het vo de percentages «slachtoffer van verbaal pesten» relatief het hoogst zijn (9,5 respectievelijk 11,5 procent). Verder geeft 6,8 procent van de leerlingen in po aan slachtoffer te zijn van sociaal pestgedrag.

De wijze waarop gepest wordt is de laatste jaren vrijwel hetzelfde gebleven. Bij leerlingen v(s)o gebeurt pesten vooral van persoon tot persoon (circa 60 procent), gevolgd door «via internet / pc thuis» (circa 20 procent). Over de jaren 2008 – 2012 heeft daarin geen verandering plaatsgevonden. Pesten bij leerlingen p(s)o gebeurt met name van persoon tot persoon (circa 60 procent), gevolgd door de categorie «anders» en «via internet / pc thuis».

Plan van aanpak pesten

In het plan van aanpak pesten staat dat wij in deze Veiligheidsbrief een eerste terugkoppeling zouden geven van de aangekondigde acties.

Validering van pestprogramma’s

Het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) is verzocht om een voorstel in te dienen voor een deskundigencommissie om de bestaande pestprogramma’s te valideren. Doel van deze commissie is het formuleren van de criteria waaraan programma’s moeten voldoen, alsmede het beoordelen van de ingediende programma’s op basis van deze criteria. Niet alleen moeten de programma’s op solide wetenschappelijke grondslag gebaseerd zijn, maar zij moeten ook empirisch bewezen effectief zijn. Zoals toegezegd aan uw Kamer zal de pestproblematiek rond lhb-jongeren een specifiek aandachtspunt hierbij zijn.

Onderzoek naar pestprogramma’s in Onderwijs Bewijs

Het programma Onderwijs Bewijs telt vier onderzoeken op het terrein van gedragsproblemen en pesten:

  • KiVa antipestprogramma. Op dit moment hebben de KiVa-scholen het eerste jaar dat ze met KiVa werken afgerond. Hoewel de signalen van KiVa-scholen positief zijn, kunnen de eerste resultaten pas in oktober 2013 worden gepresenteerd.

  • Cyberpesten op het vmbo. De doelgroep betreft vmbo-ers in de leeftijd van 12 tot 15 jaar. Dit online-advies op maat is inmiddels ontwikkeld en heet Online Pestkoppenstoppen. Inmiddels is men bezig met de werving van scholen en met het testen van de interventie.

  • SPRINT is een Screening en PReventieve INTerventie voor kinderen op de basisschool (groep 4 t/m 8) die het risico lopen op de ontwikkeling van antisociaal gedrag. Eind 2014 worden de resultaten vastgesteld.

  • Het project Boekenmaatjes onderzoekt het effect van het voorlezen en het bespreken van boeken met sociaal-emotionele thema’s op de sociaal-emotionele competentie en het pestgedrag van kinderen in het basisonderwijs. De eerste resultaten worden in het najaar van 2013 verwacht.

In de eindevaluatie van het programma Onderwijs Bewijs zullen wij u informeren over de resultaten van deze onderzoeken.

Regionale bijeenkomsten

In het plan van aanpak pesten staan vier regionale bijeenkomsten aangekondigd. Deze bijeenkomsten vinden ná de zomervakantie plaats.

Structurele aandacht bij pesten in het mbo

De MBO Raad en het platform veiligheid mbo werken op dit moment aan een herziening van de «Structurele aanpak bij pesten». Twee jaar geleden is de aanpak voor en door het mbo-veld ontwikkeld. Op dit moment wordt bezien op welke punten de aanpak wijzigingen of aanvullingen behoeft. Hierdoor kan het mbo-veld vanaf het najaar met een verbeterde versie van de «Structurele aanpak bij pesten» aan de slag.

Lhbt/homoveiligheid

De resultaten van het onderzoek naar de veiligheidsbeleving van lesbische, homoseksuele en biseksuele leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn zorgelijk.5 In deze meting kon de veiligheidsbeleving van transgender jongeren nog niet worden meegenomen. Voor de volgende meting wordt verkend of het mogelijk is ook de veiligheidsbeleving en de sociale acceptatie van transgenders te onderzoeken.

Lhb-leerlingen op vo-scholen ervaren significant meer geweld en voelen zich ook significant onveiliger dan niet-lhb leerlingen. Ook is er sprake van een negatieve trend: lhb-leerlingen zijn in de periode 2006 tot 2010 steeds meer geweld gaan ervaren en zich onveiliger gaan voelen.

Op het gebied van acceptatie van homoseksualiteit onder leerlingen laat de monitor een tweeledig beeld zien. Hoewel iets meer dan de helft van de leerlingen aangeeft bevriend te kunnen zijn met een homoseksuele jongere, geeft ongeveer een kwart van de andere leerlingen aan met deze vriendschap moeite te hebben. De monitor laat ook zien dat een groot deel van de leerlingen niet eerlijk zou durven vertellen homoseksueel te zijn. Deze cijfers zijn aanleiding geweest om het gevoerde emancipatiebeleid aan te scherpen.6

Naar aanleiding van de aangepaste kerndoelen die po-, vo- en so-scholen verplichten om aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit, zijn wij gestart met pilots om de sociale veiligheid van lhb en t-jongeren op school te verbeteren.

De nadruk in het emancipatiebeleid ligt verder op deskundigheidsbevordering van zittende en aankomende leraren zodat zij op een adequate manier vraagstukken rond seksuele diversiteit en seksualiteit bespreekbaar kunnen maken. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de aanpak tegen pesten. Ook blijft het Ministerie van OCW steun geven aan de Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit en aan de vrijwillige voorlichting en de gay straight alliance aanpak van COC Nederland.

Net als in het VO ondersteunt OCW in het mbo een initiatief van COC Nederland en de Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit om te komen tot meer acceptatie en een invulling van het kwalificatieonderdeel «loopbaan en burgerschap, inclusief seksuele diversiteit» binnen mbo-instellingen. Hierbij maakt het COC gebruik van schooltheatervoorstellingen (van Theater AanZ). Daarnaast zal het Landelijk Expertisecentrum Beroeps Onderwijs ECBO vinger aan de pols houden door de veiligheid van zowel lhbt-medewerkers als lhbt-studenten in de monitor Sociale veiligheid mbo op te nemen (deze verschijnt in 2014).

Seksuele Weerbaarheid Jongeren

Met de inzet op het vergroten van de relationele en seksuele weerbaarheid van jongeren wordt vanuit het emancipatiebeleid een bijdrage geleverd aan de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag. In de WE CAN Young campagne in 15 grote gemeenten worden jongeren zich bewust van ongelijkheid en stereotiepe beelden over de rol van mannen en vrouwen, die ten grondslag liggen aan geweld. Zij gaan hiermee zelf aan de slag en bedenken hun eigen acties om hiervoor aandacht te vragen.

Daarnaast hebben de Ministers van VWS en OCW opdracht gegeven aan Rutgers WPF en SOA AIDS Nederland om de seksuele gezondheid en weerbaarheid van jongeren te vergroten met de inzet van sociale media, zoals een weerbaarheidstool en online educatieve games. Er is ook ouderondersteuning op het gebied van seksuele weerbaarheid, zie: www.sense.info.

Zoals in de vorige paragraaf is gemeld, willen wij investeren in deskundigheidsbevordering van leraren zodat zij op een adequate manier vraagstukken rond seksuele diversiteit en seksualiteit bespreekbaar kunnen maken. Er zijn signalen dat leraren op dit punt verlegenheid ervaren. De voorlichting op scholen over seksualiteit lijkt vooral gericht te zijn op kennisoverdracht (biologie, vruchtbaarheid en anticonceptie), waarbij het belang van seksuele weerbaarheid (het aangeven van wensen en grenzen in relaties) en seksuele diversiteit in de samenleving vaak nog onderbelicht blijft.

Het Ministerie van OCW is in overleg met het Landelijk Overleg leraren Basisonderwijs (LOBO) en andere betrokken organisaties over aandacht op de Pabo’s en de lerarenopleidingen voor seksualiteit en seksuele diversiteit. Daarmee worden eventuele witte vlekken in kaart gebracht en Pabo’s zo nodig op dit punt extra ondersteund.

Daarnaast hebben Rutgers WPF en de CED-groep de handen ineengeslagen en zijn onlangs gestart met «Van kwetsbaar naar weerbaar!». Het doel van dit project is om een doorlopende leerlijn seksuele vorming te ontwikkelen en in te bedden in het so en vso. De bedoeling is relevante praktijk- en wetenschappelijke kennis in de praktijk toe te kunnen passen zodat alle kinderen en jongeren met een beperking adequaat en structureel worden ondersteund bij hun seksuele ontwikkeling en zelf in staat zijn (op termijn) seksueel gezonde keuzen te maken.

Aanvullend op dit beleid zijn wij voornemens het Centrum School en Veiligheid te vragen meer informatie over seksueel overschrijdend gedrag te verspreiden. Voorts willen wij in de nieuwsbrieven van OCW voor vo en mbo aandacht besteden aan seksueel overschrijdend gedrag.

Veiligheid van personeel

Leraren en ander schoolpersoneel kunnen ook slachtoffer worden van agressief of intimiderend gedrag. Dit onwenselijke gedrag doet afbreuk aan het schoolklimaat en verdient eveneens structurele aandacht. Deze structurele aandacht moet samen met sociale partners vorm krijgen. In het plan van aanpak tegen pesten, dat in maart 2013 naar uw Kamer is gezonden, is aangekondigd dat u middels de veiligheidsbrief geïnformeerd zou worden over de activiteiten die in dat kader plaatsvinden.7

De veiligheid van medewerkers met een publieke functie is primair de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen. Samen met sectorraden, vakbonden en het programma Veilige Publieke Taak (Ministerie BZK) ondersteunen wij schoolmanagement bij deze belangrijke taak. Specifiek voor het onderwijspersoneel is hiervoor het programma Veilige Publieke Taak Onderwijs (VPTO) opgezet. Het doel van VPTO is het vergroten van de bewustwording bij onderwijsinstellingen op het gebied van agressie en geweld tegen onderwijspersoneel. Hiervoor zijn eerdere trajecten uitgevoerd, zoals de schoolveiligheidsteams en de adviseurs VPTO. Deze deskundigen hebben in de periode 2008 – 2011 schoolbesturen ondersteund bij het opstellen van hun veiligheidsbeleid en het schoolveiligheidsplan. Mede hierdoor heeft meer dan 95 procent van de scholen een uitgewerkt veiligheidsbeleid dat aandacht biedt aan preventie van incidenten.

Samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben wij het Bureau Halt opdracht gegeven trajecten in de vorm van pilots op een aantal scholen te gaan uitvoeren om deze bewustwording te stimuleren. De trajecten richten zich op de bewustwording van leerlingen, ouders én het onderwijspersoneel, inclusief de leiding van de school. Omdat de leerlingen met dit thema bezig zijn, wordt de bewustwording binnen de school gestimuleerd. De rode draad in dit proces is het schoolveiligheidsplan. Het papieren plan wordt op deze wijze actief gemaakt. Dit project sluit daarmee goed aan op de eerdere trajecten die in het kader van VPTO zijn uitgevoerd.

Tevens hebben wij overleg gevoerd met sociale partners om tot verdere afspraken te komen over de veiligheid van het onderwijspersoneel. Wij delen het belang van een integrale aanpak, in samenspraak met alle partijen in de school. De positie van de vertrouwenspersoon op school kan volgens sociale partners beter worden belegd. De klachtenregeling werkt niet altijd bevredigend. Deze wordt op dit moment geëvalueerd. Ten slotte gaat OCW samen met de sectororganisaties en de vakbonden informatie verspreiden bij scholen om de kennis te vergroten over het doen van aangifte. In het najaar 2013 zal een bestuurlijk vervolgoverleg plaatsvinden. Zoals tijdens de begrotingsbehandeling 2012 is toegezegd zal ik u informeren over de uitkomsten van dit overleg.

Mediawijsheid

In de vorige Veiligheidsbrief is aangekondigd dat meer aandacht zou worden besteed aan sociale media en de daarbij behorende uitdagingen.8 In gesprekken met deskundigen van Kennisnet en Mediawijzer.net kwam naar voren dat voor het po en vo via de bestaande ondersteuningskanalen al veel informatie beschikbaar is.9 Voor het mbo bleek de informatie over sociale media in het onderwijs nog niet toereikend. Wij hebben daarom afgelopen jaar met name voor het mbo ingezet op extra aandacht voor het verschijnsel «mediawijsheid».

Op 25 maart jl. vond de expertsessie «Mediawijsheid in het mbo» plaats, georganiseerd door Mediawijzer.net, Kennisnet en OCW. Dertig onderwijsexperts en experts in mediawijsheid kwamen bijeen om inzichten en praktijkvoorbeelden uit te wisselen over de manier waarop mediawijsheid opgenomen kan worden in het mbo-programma. De resultaten van de bijeenkomst zullen door Mediawijzer.net en Kennisnet worden gebruikt om het aanbod voor de mbo-instellingen over hoe om te gaan met sociale media te verbeteren.

Mediawijsheid verdient een plek binnen het curriculum van het primair en voortgezet onderwijs. Het is van belang dat scholen en docenten op dit punt goed worden toegerust en opgeleid. Hiervoor dienen scholen en leraren voldoende ruimte te krijgen. Hier zullen wij samen aandacht aan besteden.

Beleidsreactie op «schorsingen en verwijderingen»

Zoals in mei 2013 aan u is gemeld, nemen wij de beleidsreactie op het onderzoek Schorsingen en verwijderingenvan de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) in deze brief mee.10,11 Scholen zijn verplicht aan de Inspectie te melden als zij een leerling langer dan een dag schorsen of het voornemen hebben een leerling van school te verwijderen. In de rapportage «Schorsingen en verwijderen» beschrijft de Inspectie de ontwikkeling van het aantal meldingen van schorsing en verwijderingen in het voortgezet onderwijs en de redenen voor scholen om deze maatregelen te nemen.

Scholen stellen hun eigen beleid vast rond schorsing en verwijdering. In het algemeen is dat beleid erop gericht het schorsen en verwijderen van leerlingen zoveel mogelijk te voorkomen. Het aantal schorsingen en verwijderingen is dan ook beperkt en relatief constant over de jaren heen. Na een daling van het aantal schorsingen in de afgelopen jaren, van 5.064 gevallen in 2007/2008 naar 4.708 in 2010/2011, is dit aantal in schooljaar 2011/2012 licht gestegen naar 5.008 (0,5% van het totale aantal leerlingen). De duur van de schorsingen is beperkt, gemiddeld drie dagen. Verwijdering van een leerling van school komt veel minder vaak voor. Het aantal verwijderingen is de afgelopen jaren ook gedaald, van in totaal 741 gevallen in 2007/2008 naar 624 (0,07% van het totale aantal leerlingen) in het schooljaar 2010/2011. De meest genoemde redenen voor schorsing of verwijdering zijn fysiek geweld tegen medeleerlingen (15 procent), verbaal geweld tegen personeel (12 procent) en storend gedrag binnen de lessen (12 procent). Deze percentages zijn relatief constant over de jaren heen. Van de genoemde redenen voor schorsing of verwijdering heeft 4% betrekking op het pesten of treiteren van medeleerlingen.

Het is goed om te zien dat scholen deze maatregelen beperkt inzetten en zich inspannen om leerlingen op school en in de klas te houden. Ook wij zien deze maatregelen als ultimum remedium, die alleen ingezet worden wanneer er geen andere oplossing mogelijk is. Om situaties die vragen om schorsing of verwijdering zoveel mogelijk te voorkomen, zetten wij actief in op het creëren van een veilige schoolsituatie. Op 25 maart jl. zijn onze plannen gericht op het bestrijden van pesten op school gepresenteerd. Daarnaast zal de Inspectie vanaf volgend jaar actief en risicogericht toezicht houden op sociale veiligheid in scholen, waarbij expliciet aandacht is voor fysiek en verbaal geweld tegen medeleerlingen en personeel. Scholen zijn verplicht een schoolveiligheidsplan op te stellen. Hierin beschrijft de school hoe zij de fysieke en sociale veiligheid in en rondom de school waarborgt. Hiermee willen we het aantal schorsingen en verwijdering nog verder terugdringen.

Overzicht brede (sociale) veiligheidsthema’s

Deze veiligheidsbrief biedt ook een overzicht van de andere brede (sociale) veiligheidsthema’s die op de OCW-terreinen spelen. Hieronder treft u dit overzicht aan.

Integrale veiligheid hoger onderwijs

In 2009 is OCW het project «Integrale Veiligheid ho» gestart. Hiermee worden alle ho-instellingen bewust(er) gemaakt van de kansen en de potentiële voordelen die deze integrale aanpak oplevert. In de eerste fase is de toolkit integrale veiligheid gemaakt en zijn de Community of Practice (CoP) en het Platform Integrale Veiligheid (PIV) opgericht. Het eerste deel van dit project is in mei 2012 afgesloten met het symposium «Integrale Veiligheid in het Hoger Onderwijs».

In fase twee wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe instrumenten, zoals een tool waarmee op een kostenefficiënte wijze het veiligheidsbewustzijn binnen de eigen organisatie kan worden verbeterd. Om integrale veiligheid binnen de organisaties op soepele wijze in te voeren wordt het governance- en bedrijfsvoeringsmodel verbreed en verdiept. Hiermee kunnen de instellingen zelf bepalen hoe zij integrale veiligheid in de eigen organisatie vorm gaan geven. Ook worden thema’s zoals integriteit, spionage, informatiebeveiliging en cybercrime in deze veiligheidsaanpak geïntegreerd. Ten slotte wordt een toets ontwikkeld waarmee kan worden nagegaan of de internationale veiligheidsrisico’s worden geborgd. Om de ho-instellingen van deze ontwikkelingen op de hoogte te houden worden de website www.integraalveilig-ho.nl en de nieuwsbrief bestendigd. Fase twee wordt in mei 2014 afgesloten met een symposium waarbij alle partijen worden geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen en instrumenten.

Centrum School en Veiligheid

School en Veiligheid, bestaande uit Centrum School en Veiligheid (CSV), Pestweb, Project Preventie Seksuele Intimidatie (PPSI) en Gay&School (G&S), wordt door OCW gefinancierd om ondersteuning te bieden, informatie te ontsluiten en adviezen te geven, gericht op een veilig schoolklimaat. Via de websites wordt de informatie verspreid. Daarnaast zijn helpdesks ingericht en geeft Pestweb de mogelijkheid aan leerlingen en hun ouders via de telefoon en de chat in contact te treden. Voorts wordt actief informatie verspreid via nieuwsbrieven, infobladen, folders en materialen die aan scholen ter beschikking worden gesteld. In het laatste jaar is veel inspanning geleverd om de vindbaarheid en bekendheid van de veiligheidsprojecten te vergroten. Het is immers van groot belang dat scholen kunnen beschikken over de meest actuele informatie bij het vorm geven van beleid voor een sociaal veilig schoolklimaat. Uit de evaluaties blijkt dat de websites, informatiebladen, folders en nieuwsbrieven grote aftrek te vinden en krijgen ze positieve reacties. Het jaarverslag van de projecten van School en Veiligheid is te vinden op www.schoolenveiligheid.nl

Sanctieregeling Iran

De VN Veiligheidsraad heeft in 2006 de lidstaten opgeroepen waakzaamheid te betrachten en gespecialiseerd onderwijs of training aan Iraanse onderdanen te voorkomen in disciplines die kunnen bijdragen aan Iraanse proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van overbrengingsmiddelen voor nucleaire wapens (sanctie 1737 artikel 17). Nederland heeft dit kennisembargo in 2007 uitgewerkt in de Sanctieregeling Iran. De Hoge Raad heeft op 14 december 2012 geoordeeld dat deze sanctieregeling discriminerend is op basis van nationaliteit en is daarom onverbindend verklaard.

De overheid neemt het arrest van de Hoge Raad zeer serieus en heeft daarom een werkgroep opgezet (bestaande uit vertegenwoordigers van het Ministerie van BZ, het Ministerie van OCW, het Ministerie van VenJ, de AIVD en de IND) om te komen tot een integrale herziening van de regeling. In deze regeling zullen alle onderzoekers en PhD- en masterstudenten -ongeacht hun nationaliteit- een ontheffing moeten aanvragen voordat ze in bepaalde hooggespecialiseerde proliferatiegevoelige vakgebieden kunnen gaan studeren.

Indicatoren veiligheid in Vensters voor Verantwoording

Om de uitkomsten van de Kwaliteitsteams Veiligheid te borgen is in samenspraak met de VO-raad, School-info en de Onderwijsinspectie besloten de bestaande indicatoren voor Schoolklimaat & Veiligheid in het kwaliteitssysteem «Vensters voor Verantwoording» opnieuw vast te stellen.

Het NJI heeft onderzoek verricht bij een aantal vo-instellingen naar de mate waarin de scholen zich herkennen in de belangrijkste aspecten van Schoolklimaat & Veiligheid, hoe zij deze aspecten uitwerken en of deze dekkend zijn. Deze twee indicatoren worden op basis van dit onderzoek herijkt. In oktober 2013 wordt de rapportage hierover opgeleverd.

Cijfers religieus geweld

In de vorige veiligheidsbrief is aangegeven dat wij u na het uitkomen van de veiligheidsmonitor 2012 de meest recente cijfers over religieus geweld zouden toezenden.12 Uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat 4,2 procent van de schoolleiding in het p(s)o in 2010 aangaf incidenten van religieus extremisme mee te maken. Dit is in 2012 gedaald naar 2 procent. Volgens de schoolleiding in het v(s)o daalde het percentage incidenten religieus extremisme van 2 procent in 2010 naar 0 procent in 2012. De toezegging die hierover is gedaan tijdens het AO Veiligheid op school hiermee is afgedaan.13

Tot slot

Tot op heden werd uw Kamer jaarlijks door middel van deze veiligheidsbrief op de hoogte gesteld van de brede (sociale) veiligheidsthema’s binnen de OCW-terreinen. Wij streven ernaar de rapportagelast voor uw Kamer zoveel mogelijk te beperken. Indien u daarmee instemt, stellen wij voor in het vervolg het thema (sociale) veiligheid in andere rapportages mee te nemen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Handelingen II 2012/13, nr. 78, item 8, blz. 16–17

X Noot
3

Sociale Veiligheid in en rond scholen, Primair onderwijs 2010–2012, Voortgezet onderwijs 2006–2012. Regioplan / ITS, prof dr. T. Mooij, D. Fettelaar MSc, drs. W. de Wit, drs. H. Vierke, dr. M. Witvliet, drs. J van den Tillaart, drs. K. van Bergen. Amsterdam / Nijmegen, december 2012. Kamerstuk 29 240, nr. 50, 3 januari 2013.

X Noot
4

Pesten op school: secundaire analyse op data uit de Veiligheidsmonitor, onderzoeksverslag. Prof. dr. Ton Mooij, Daan Fettelaar MSc, drs. Wouter de Wit, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen, juni 2013.

X Noot
5

Sociale onveiligheid van LHB schoolpersoneel en LHB leerlingen: Brochure. Prof. dr. T. Mooij, D. Fettelaar MSc, drs. W. de Wit. ITS, Radboud Universiteit Nijmegen, 14 september 2012.

X Noot
6

Hoofdlijnenbrief emancipatiebeleid 2013–2016, Kamerstuk 30 420, nr. 180.

X Noot
7

Kamerstuk 29 240, nr. 52.

X Noot
8

Kamerstuk 29 240, nr. 47.

X Noot
9

OCW ondersteunt de onderwijsinstellingen via informatievoorziening van het Centrum voor School en Veiligheid, Pestweb, Kennisnet (ter bevordering van veilig internetten), het Expertisecentrum Mediawijsheid en het Diploma Veilig Internet.

X Noot
10

Kamerstuk 29 240, nr. 53.

X Noot
11

Schorsingen en verwijderingen 2007/2008- 2011/2012. Inspectie van het Onderwijs, Utrecht, januari 2013.

X Noot
12

Kamerstuk 29 240, nr. 47.

X Noot
13

Kamerstuk, 29 240, nr. 46.