Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201727925 nr. 607

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 607 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE EN VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 april 2017

Inleiding

In deze brief informeren wij u, onder verwijzing naar de artikel 100-brieven van 24 september 2014, 19 juni 2015, 29 januari 2016 en 9 september 2016 (Kamerstuk 27 925, nrs. 506, 539, 570 en 597), over de voortgang van de Nederlandse inzet in de strijd tegen ISIS.

Ook gaan wij in deze brief in op de uitvoering van drie toezeggingen die aan uw Kamer zijn gedaan. De eerste toezegging gaat over het met de Verenigde Staten bespreken van de problemen die humanitaire organisaties, die actief zijn in Syrië, ondervinden bij het verkrijgen van toegang tot financiële dienstverlening, als gevolg van de sancties. Voorts wordt in deze brief de stand van zaken beschreven van de non-lethal assistance (NLA), en de verstrekking daarvan, in Irak. De derde toezegging betreft de noodzaak voor een langetermijn post-ISIS-strategie voor Irak, en het benadrukken van die noodzaak in internationaal overleg.

De strijd tegen ISIS vordert gestaag. Sinds de hoogtijdagen in 2014 heeft ISIS inmiddels meer dan 60 procent van zijn grondgebied in Irak en 30 procent van zijn grondgebied in Syrië verloren. De afgelopen maanden stonden vooral in het teken van de bevrijding van Mosul. Na maanden bittere strijd in en rondom Mosul bereikten de Iraakse strijdkrachten, mede dankzij luchtsteun van de coalitie, in januari 2017 vanuit het oosten de oever van de Tigris die de stad in tweeën deelt. De Iraakse strijdkrachten richten zich de komende tijd op de bevrijding van het westelijk deel van de stad. De aanvallen zijn inmiddels van start gegaan. Naast een vertragend gevecht in de stadskern richt ISIS zich vooral op asymmetrische oorlogsvoering achter de frontlijnen en het plegen van terroristische aanslagen. Naarmate ISIS verder wordt teruggedrongen, zal ISIS hier nog meer gebruik van maken.

Eind 2016 wisten Syrische strijdkrachten, ondersteund door Russische jachtvliegtuigen en door Iran gecoördineerde buitenlandse sjiitische strijders, hun offensieve overwicht bij Aleppo om te zetten in een overwinning. Deze overwinning ging voor het Syrische regime gepaard met een pijnlijk tijdelijk verlies van Palmyra aan ISIS. ISIS staat echter ook in Syrië onder grote druk. Zo is ISIS in Noord-Syrië succesvol teruggedrongen door Turkije en Syrische strijdgroepen, met steun van de anti-ISIS coalitie. Voorts zijn de Syrian Democratic Forces (SDF) eind 2016, met steun van de Verenigde Staten, gestart met het isoleren van Raqqa, ter voorbereiding op de bevrijding van dit grote ISIS-bolwerk.

De strijd om Mosul en Raqqa zal de nodige tijd vergen. Na de bevrijding van beide steden zal ISIS niet definitief zijn verslagen. De strijd vergt doorzettingsvermogen en een langdurige internationale samenwerking, niet alleen in Irak en Syrië, maar ook elders in de wereld. Ook buiten Irak en Syrië is de afgelopen periode succes geboekt. Zo is ISIS in Libië na een maandenlange belegering verdreven uit Sirte. Voor de komende periode is de koers van de nieuwe Amerikaanse President Trump van grote invloed. President Trump heeft zijn Secretary of Defense Mattis op 28 januari jl. geïnstrueerd om binnen 30 dagen een conceptplan te presenteren om ISIS te verslaan. President Trump heeft de huidige Special Envoy voor de strijd tegen ISIS, Brett McGurk, gevraagd zijn werkzaamheden voort te zetten.

ISIS militair verslaan is niet voldoende. Parallel aan de militaire inspanningen is het noodzakelijk ook de ideologie en de perverse ideeën te ontkrachten, de toevoer van personen en middelen naar ISIS te stoppen en de aantrekkingskracht van de organisatie te neutraliseren. Nederland heeft als co-voorzitter van de Foreign Terrorist Fighters (FTF) werkgroep actief meegewerkt aan maatregelen om de internationale uitwisseling van informatie te bevorderen. Zestig landen leveren nu FTF-profielen aan de database van Interpol. Ook heeft Nederland bijgedragen aan strategische en operationele samenwerking voor de aanpak van terugkeerders, de ontwikkeling van strategische communicatie en de bestrijding van terrorismefinanciering. Nederland ondersteunt landen in het Midden-Oosten en noordelijk Afrika bij kennis- en capaciteitsopbouw. In de coalitie zet Nederland zich onverminderd in voor het belang van een langetermijnstrategie in de strijd tegen ISIS. Om zowel de dreiging als aantrekkingskracht van ISIS structureel weg te nemen, is het essentieel dat in bevrijde gebieden wordt gewerkt aan verzoening, inclusieve hervormingen en politieke en sociaaleconomische stabiliteit. Ook in 2017 blijft Nederland een actieve speler in de coalitie, zowel militair als civiel.

Ontwikkelingen in Irak

Politiek

In Irak duurt de patstelling tussen politieke partijen voort. Daardoor blijven beslissingen over belangrijke onderwerpen uit. Dit komt de toch al gebrekkige bestuurlijke capaciteit niet ten goede. Op 30 januari 2017 heeft premier Abadi, na maandenlange onderhandelingen met het Iraakse parlement, eindelijk nieuwe Ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken kunnen benoemen.

In de Koerdische Autonome Regio is het parlement sinds 2015 niet meer bijeengekomen vanwege grote onenigheid tussen de partijen KDP en Gorran over politieke hervormingen. De Koerdische autoriteiten hebben wel de economische hervormingsagenda ter hand genomen. Daarbij ligt de nadruk op het transparant maken van overheidsuitgaven en de hervorming van de publieke sector. Hervormingen zijn noodzakelijk met het oog op de terugval in olie-inkomsten, het structureel uitblijven van betalingen door de Iraakse regering in Bagdad, de gevolgen van de strijd tegen ISIS en een hoge toestroom van Syrische vluchtelingen en Iraakse ontheemden.

Hoewel de laatste maanden enkele officiële gesprekken zijn gevoerd, blijft de relatie tussen Bagdad en de Koerdische Autonome Regio koel. Zodra ISIS is verslagen, zullen onderlinge geschillen naar verwachting weer opspelen, zoals het Koerdische streven naar onafhankelijkheid en de controle over betwiste gebieden in noordelijke provincies Ninevah, Kirkuk, Diyala en Salahedin.

De bevrijding van Mosul is van groot belang voor de toekomst van Irak. De fase daarna is vervolgens zo mogelijk nog crucialer voor duurzame veiligheid en stabiliteit in het land. Dit heeft ook de Iraakse Minister van Buitenlandse Zaken onderstreept tijdens een internationale conferentie over de toekomst van Mosul afgelopen oktober in Parijs. Vooral de vervolgstappen om de grondoorzaken van instabiliteit en sektarische spanningen weg te nemen, zullen doorslaggevend zijn voor succesvolle stabilisatie en wederopbouw. Het is daarom belangrijk dat voortgang wordt geboekt met het verzoeningsproces. Om het vertrouwen in de Iraakse overheid te herstellen zijn zichtbare verbetering van leefomstandigheden, transparant bestuur en zowel bestuurlijke als economische hervormingen noodzakelijk.

De door de United Nations Assistance Mission for Iraq (UNAMI) ondersteunde dialoog over verzoening, met onder andere Nederlandse financiering, leidde in november 2016 tot overeenstemming tussen de partijen in de sjiitische National Alliance. Het is noodzakelijk ook andere actoren, waaronder soennitische partijen, Koerdische partijen, stammen, minderheden alsmede regionale spelers (waaronder Turkije, Jordanië, Iran, Golfstaten) en het maatschappelijk middenveld te betrekken bij de totstandkoming van een breed gedragen akkoord.

De economische vooruitzichten zijn zorgwekkend, mede door de strijd tegen ISIS, corruptie en lage olieprijzen. In reactie op de lage olieprijzen heeft Irak, in navolging van OPEC-afspraken, de dagelijkse olieproductie verlaagd. Meer langetermijnstappen, zoals een olie-voor-budget overeenkomst tussen de Koerdische Autonome Regio en Bagdad en verbetering van het ondernemersklimaat (onder meer door economische hervormingen en het bestrijden van corruptie), zijn nodig om de economie uit het slop te trekken. Voor dit alles is een voldoende stabiele veiligheidssituatie een belangrijke voorwaarde. Nederland ondersteunt de economische hervormingen financieel.

In december 2016 hebben de Benelux-Ministers van Buitenlandse Zaken Irak bezocht en zich laten informeren over de operatie rondom Mosul, en zo ook over het proces van verzoening en stabilisatie dat Irak tegemoet gaat wanneer de strijd tegen ISIS militair is gestreden. In afzonderlijke gesprekken met premier Abadi en de VN-gezant voor Irak Kubišwerd onder andere gesproken over de voortgang van de strijd tegen ISIS, het belang van burgerbescherming en de bijdrage daaraan door de (Nederlandse) trainingsmissie. Tevens werd gesproken over een plan voor bestuur en verzoening in Mosul na bevrijding van ISIS. In Noord-Irak spraken zij met de Koerdische premier Barzani, waar onder meer de gespannen relatie tussen Bagdad en Erbil, het belang van territoriale integriteit en de economische hervormingsagenda werd besproken. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en de Minister van Defensie bezochten Irak in januari 2017. Gezamenlijk bezochten zij onder andere Fallujah, als eerste buitenlandse Ministers na de bevrijding van ISIS in 2016. Ondanks de zichtbare verwoesting en sporen van strijd die de stad liet zien, stemden de eerste tekenen van wederopbouw (infrastructuur, drinkwatervoorziening, scholen, klinieken) hoopvol. Wel zijn de zorgen over voldoende tempo en gevoel van urgentie groots. Een bezoek aan een Casualty Collection Point van de coalitie toonde ook op dit vlak de toegevoegde waarde van de Nederlandse bijdrage.

Naar aanleiding van beide reizen is geconcludeerd dat de Nederlandse prioriteiten opportuun zijn. De Ministers constateerden niet alleen dat mede dankzij de (Nederlandse) trainingsmissie aantoonbare vooruitgang is geboekt in het voorbereiden van Iraakse strijdkrachten en de Peshmerga op de strijd tegen ISIS, maar ook dat Nederlandse humanitaire hulp en stabilisatie-activiteiten bijdragen aan het adresseren van de uitdagingen waar Irak thans voor staat, onder andere op het gebied van verzoening. De strijd tegen ISIS trekt een hoge wissel op de Iraakse strijdkrachten. Het is daarom van belang dat er in het kader van stabilisatie voldoende getrainde hold forces zijn om de veiligheid in heroverde gebieden te waarborgen.

Stand van zaken strijd tegen ISIS in Irak

ISIS staat in Irak aanhoudend onder zware druk. Nadat de Koerden enkele dorpen in de omgeving van Mosul veroverden, zijn de Iraakse strijdkrachten in de tweede helft van oktober begonnen met de bevrijding van Mosul. Eind 2016 trokken zij het oosten van de stad binnen. Ten westen van Mosul hebben Iraakse eenheden en milities eveneens terrein onder controle gebracht, waardoor ISIS in de stad werd omsingeld en geïsoleerd. Met steun van de coalitie hebben de Iraakse strijdkrachten Oost-Mosul inmiddels bevrijd. De komende maanden zal de aandacht zijn gericht op de bevrijding van het westelijke deel van de stad. Het offensief daartoe is onlangs begonnen. Met de voorziene val van Mosul neemt het belang van de Eufraatvallei in West-Irak als uitvalsbasis voor ISIS steeds meer toe. Ook hier hebben de Iraakse strijdkrachten sinds september 2016 terrein heroverd, al is de voortgang beperkt. Behalve de eenheden van de Iraakse strijdkrachten zullen ook lokale politieonderdelen en andere veiligheidstroepen onder Iraaks gezag de bevrijde gebieden in en rondom Mosul beveiligen.

Naast het voeren van een vertragend gevecht in Mosul, in het kader van de verdediging van haar kerngebied in Irak, richt ISIS zich vooral op asymmetrische oorlogsvoering, voornamelijk achter de fronten. Naarmate ISIS verder wordt teruggedrongen, zal zij hier intensiever gebruik van maken. Hierbij richt ISIS zijn campagne op het ontregelen van de Iraakse overheid, het ondermijnen van Iraakse veiligheidstroepen en het aanwakkeren van onderlinge sektarische tegenstellingen. Naast een deel van de Eufraatvallei in West-Irak beheerst ISIS nog het gebied rond Tal Afar en al-Hawija, die steunpunten vormen voor acties in Noord-Irak en Bagdad.

Vooralsnog zetten de verschillende gewapende partijen in Irak zich gezamenlijk in voor het bestrijden van ISIS. Als zij ISIS niet meer beschouwen als een gemeenschappelijke bedreiging, bestaat een kans dat zij de eigen – vaak conflicterende belangen – willen veiligstellen. Dit kan leiden tot nieuw geweld. Ook daarom is een succesvol verzoeningsproces cruciaal.

Humanitair

Volgens de International Organisation for Migration (IOM) zijn ongeveer 160.000 mensen ontheemd als gevolg van het Mosul-offensief. Dit aantal komt bovenop de 3,3 miljoen hulpbehoevenden die in Irak eerder al werden opgevangen. De vluchtelingenstroom is minder omvangrijk dan verwacht. De VN en hulporganisaties hebben mede daarom voldoende snelle en flexibele noodopvang verwezenlijkt. Zorgen om de ongeveer 750.000 burgers in West-Mosul blijven bestaan. Hulporganisaties hebben geen toegang, terwijl het tekort aan basisbehoeften steeds nijpender wordt.

Nederland heeft in 2016 de VN, de Dutch Relief Alliance (DRA) en ICRC met een totaalbedrag van 14,6 miljoen euro ondersteund bij het leveren van humanitaire hulp in Irak, waaronder specifieke bijdragen voor hulp rondom Mosul. In 2017 zal Nederland een humanitaire bijdrage voor Irak van 11 miljoen euro leveren, waarvan 6 miljoen euro via de DRA.

Stabilisatie

Ontheemden keren langzamerhand terug naar op ISIS bevrijde steden zoals Fallujah, Ramadi, Oost-Mosul en de dorpen rondom Mosul. Snelle en tijdige stabilisatiewerkzaamheden zijn daarom van belang, evenals voldoende hold forces om de veiligheid te waarborgen. De Mines Advisory Group en Handicap International werken met Nederlandse financiering aan ontmijning in respectievelijk de Koerdische Autonome Regio en Mosul en in Jalawla, Diyala.

Met hulp van de VN wordt eveneens gewerkt aan herstelwerkzaamheden aan ziekenhuizen en scholen. Daarvoor leverde Nederland in oktober 2016 een bijdrage van 25 miljoen euro aan UNDP Funding Facility for Stabilization. In 2016 is op de trainingslocatie Salman Pak lokale politie uit voornamelijk Anbar getraind, onder meer op het gebied van Improvised Explosive Devices (IED) threat mitigation.

EU

De EU heeft zich de afgelopen maanden via steunprogramma’s ingezet voor het bevorderen van de vredesopbouw, nationale verzoening, economische ontwikkeling en ondersteuning van de Iraakse regering bij de opbouw van een inclusief en effectief politiek stelsel. Daarnaast richt de EU zich op de aanpak van de grondoorzaken van terrorisme en gewelddadig extremisme. Daartoe is eind 2016 uit het Development and Cooperation Instrument (DCI) 9,7 miljoen euro toegewezen aan een programma voor de opbouw van betrouwbare en inclusieve mediaplatforms en het promoten van het bewustzijn over de rol van religie in conflicten. Voorts is 85,9 miljoen euro gecommitteerd aan programma’s voor stabilisatie en wederopbouw, met bijzondere aandacht voor infrastructuur, het creëren van banen, steun voor kleine bedrijven en capaciteitsopbouw van lokale autoriteiten.

Tijdens de EU-Irak samenwerkingsraad in oktober 2016 werden extra financiële middelen toegezegd. Tevens wordt onderzocht of de EU een ondersteunende rol kan spelen op het gebied van de politie en justitiële keten in het kader van Security Sector Reform (SSR) en worden, mede op initiatief van Nederland, verkennende gesprekken gevoerd over migratiesamenwerking, waarbij ook aandacht is voor ontheemden en terugkeer.

Navo

De bestrijding van terrorisme vraagt om een geïntegreerde aanpak en nauwe coördinatie met andere organisaties. Voorts heeft Nederland bij de bijeenkomst van Navo-Ministers van Defensie in Brussel op 15 en 16 februari onderstreept dat Navo een toegevoegde rol kan hebben op het gebied van Defence Capacity Building (DCB)-activiteiten in fragiele veiligheidsomgevingen (Kamerstuk 28 676, nr. 264). De DCB-activiteiten in Irak zijn een goed voorbeeld hiervan. Nederland heeft gepleit voor uitbreiding van deze activiteiten zolang expliciet gericht op terreinen waar de inzet complementair is aan hetgeen andere actoren reeds doen. Ook heeft Nederland en aangeboden trainers beschikbaar te stellen.

Ontwikkelingen in Syrië

Politiek

De Amerikaans-Russische besprekingen in september 2016 leidden tot een akkoord met als belangrijkste resultaat een wapenstilstand die op 12 september 2016 inging. Hoewel de wapenstilstand in de eerste dagen tot een significante afname van gewelddadigheden leidde, is van een volledige naleving nooit sprake geweest. Een nieuw akkoord werd in de maanden die volgden niet bereikt. De belegering en val van Oost-Aleppo in december vormden hiervan het meest schrijnende voorbeeld. Over de ontwikkelingen in Aleppo, inclusief de Nederlandse inspanningen, is de Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 32 623, nr. 169). Eind december kondigde het regime aan volledige controle te hebben over de stad, dankzij steun van Rusland en aan Iran gelieerde sjiitische milities.

Op 29 december 2016 kondigden Rusland, Turkije en Iran aan dat het Syrische regime en oppositiegroepen, onder hun leiding, een hernieuwde wapenstilstand overeen waren gekomen. Ook initieerden de drie landen besprekingen in Astana. Dit leidde in de eerste dagen weliswaar tot een vermindering van gewelddadigheden, maar vooral in Wadi Barada (West-Syrië) hielden gevechten tussen regime en andere groeperingen aan, waarbij het regime ook luchtbombardementen uitvoerde. Inmiddels is Wadi Barada door het regime ingenomen en blijft het regime het bestand voortdurend schenden in onder andere Deraa, Oost-Ghouta en Idlib.

Op 28 februari jl. stemde de VNVR over sancties tegen het Syrische regime naar aanleiding van het gebruik van chemische wapens. De resolutie werd niet aangenomen, omdat Rusland en China een veto uitspraken. Zij vonden de uitkomsten van het JIM-rappport onvoldoende verifieerbaar en het politieke momentum ondermijnen. Nederland heeft samen met het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië en Zweden een voorstel gedaan tot het toevoegen van vier individuen aan de lijst van het EU-sanctieregime. Betrokkenen staan wel op de VN-sanctielijst, maar nog niet op de EU-sanctielijst.

Besprekingen Astana en Genève

Op 23 en 24 januari 2017 kwamen het regime, enkele gewapende oppositiegroepen (Armed Opposition Groups – AOG’s), Rusland, Turkije en Iran in Astana bijeen. Het regime en de oppositie zaten voor het eerst sinds lange tijd samen aan tafel. VN Syrië-Gezant Staffan de Mistura was als waarnemer aanwezig. De slotverklaring, afkomstig van de drie organiserende landen (Iran, Rusland en Turkije), refereerde aan het belang van een politieke oplossing via het zogenoemde Genève-proces en VNVR-resolutie 2254. Tegelijkertijd kondigden zij een trilateraal staakt-het-vuren monitoringmechanisme aan dat op expert niveau in Astana zal vergaderen. De VN was aanwezig, mede om zeker te stellen dat het politieke proces in Genève niet werd gecompromitteerd. De slotverklaring die uit de eerste bijeenkomst in Astana volgde, committeert de drie landen aan de gezamenlijke strijd tegen ISIS en Jabhat Fatah al Sham (voorheen Jabhat al Nusra) en kondigt aan deze groepen te scheiden van de gematigde gewapende oppositiegroepen. De positie van invloedrijke partijen van de oppositie die niet aanwezig waren in Astana, zoals de PYD/YPG en Ahrar al-Sham, is nog onduidelijk. Tijdens de derde ronde van de Astana-besprekingen op 14 maart jl. was de oppositie niet aanwezig vanwege de gebrekkige naleving van het staakt-het-vuren.

De politieke besprekingen onder auspiciën van de VN in Genève (IV) werden eind februari hervat. Uitkomst van die besprekingen was een agenda voor de volgende ronde die 23 maart jl. van start ging. Op de agenda staan de drie in VNVR-resolutie 2254 overeengekomen bespreekpunten: een inclusief bestuur, een nieuwe Grondwet en verkiezingen. Het regime slaagde erin om hier contraterrorisme aan toe te voegen. Binnen de oppositie is er nog enige verdeeldheid over deze agenda, vooral vanwege het toegevoegde punt over contratrerrorisme.

Nederland organiseerde van 10 tot 12 maart jl. een bijeenkomst van Syrië Gezanten uit meerderde landen en vertegenwoordigers van de oppositie (High Negotiations Committee, Syrian Opposition Coalition, gewapende groepen). De gezanten hebben erop aangedrongen dat de oppositie zich proactief zou voorbereiden op de volgende ronde van het Genève-proces.

Stand van zaken strijd tegen ISIS in Syrië

Algemeen

In het laatste kwartaal van 2016 wisten de Syrische strijdkrachten in West-Syrië hun offensieve overwicht bij Aleppo om te zetten in een overwinning. De in de loop van 2016 aangevoerde eliteonderdelen van de Syrische strijdkrachten, gesterkt door Russische luchtsteun en door Iran gecoördineerde acties van buitenlandse sjiitische strijders, slaagden erin de gewapende oppositie in Oost-Aleppo te isoleren en tot een aftocht te dwingen. De gewapende oppositie in West-Syrië is nu goeddeels teruggedrongen tot niet aaneengesloten plattelandsgebieden in Noordwest- en Zuid-Syrië. In Noordwest-Syrië beheersen de meer radicale strijdgroepen het toneel, terwijl in Zuid-Syrië, waar de strijd al sinds langere tijd is geluwd, gematigde strijdgroepen domineren. Mede door de frustratie over het verlies van Aleppo is de spanning onder strijdgroepen in Noordwest-Syrië onlangs uitgemond in onderlinge schermutselingen.

ISIS

ISIS is verder teruggedrongen van de Turkse grens door gezamenlijk optreden van de coalitie, Turkije en gelieerde strijdgroepen. Hierdoor is de verbinding tussen het zogenaamde kalifaat en de buitenwereld afgesneden. Tegelijkertijd zijn er spanningen tussen Turkije en de Syrian Democratic Forces (SDF) die grotendeels bestaan uit de Koerdische YPG/PYD. Een escalatie zou een negatief effect kunnen sorteren op de anti-ISIS operaties. Syrische rebellen zijn met Turkse steun de stad al-Bab genaderd vanuit het noorden, terwijl vanuit het zuiden het Syrische regime is genaderd, gesteund door Rusland. De stad is eind februari ingenomen door de Syrische rebellen. Gesteund door de Verenigde Staten, maakt de SDF werk van de omsingeling van Raqqa.

Met air interdiction en close air support van coalitievliegtuigen wordt het voortzettingsvermogen van ISIS verder beperkt. ISIS heeft in Syrië meer bewegingsvrijheid dan in Irak, maar moet zich als gevolg van de luchtcampagne steeds verder aanpassen. Dit betekent dat de aanvoerlijnen in Oost-Syrië onder druk staan, wat ook bijdraagt tot het inperken van het voortzettingsvermogen van ISIS in Irak.

EU

Ook in de EU stond Syrië de afgelopen maanden hoog op de agenda. De Raad Buitenlandse Zaken sprak zich uit over de ernst van de situatie in Syrië en riep op tot het onmiddellijk staken van vijandelijkheden in Aleppo, het opheffen van belegeringen, ongehinderde toegang voor humanitaire hulp en hervatting van een politiek proces onder toezicht van de VN. Hoge Vertegenwoordiger Mogherini kondigde aan op 4–5 april 2017 een conferentie te organiseren over de toekomst van Syrië en de regio. Thans voert zij een serie van bilaterale gesprekken met onder andere Iran, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Jordanië, Libanon, Turkije en Qatar om de mogelijkheden voor verzoening en wederopbouw te bespreken zodra een geloofwaardige politieke transitie is begonnen. Een duurzaam en inclusief politiek proces is voor de EU een harde voorwaarde voor de steun bij de wederopbouw.

Bewijzenbank

Eind 2016 nam de AVVN een resolutie aan over de oprichting van een mechanisme voor het verzamelen en bewaren van bewijs (International, Independent and Impartial Mechanism to Assist in the Investigation and Prosecution of Persons Responsible for the Most Serious Crimes under International Law Committed in the Syrian Arab Republic since March 2011), van schendingen van humanitair oorlogsrecht en mensenrechten die in Syrië zijn begaan door alle strijdende partijen sinds maart 2011. Het is van groot belang straffeloosheid een halt toe te roepen en de verantwoordelijken voor schendingen van het humanitair oorlogsrecht en van mensenrechten ter verantwoording te roepen. De bewijzenbank kan een belangrijke stap zijn richting de vervolging van verdachten van deze misdrijven. Nederland heeft daarom als eerste land 1 miljoen euro bijgedragen aan The Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCR) ten behoeve van het opstarten van dit mechanisme.

De noodzaak van een VN-bewijzenbank is onlangs weer bevestigd. Het recente gruwelijke rapport van Amnesty laat het systematische karakter zien waarmee het regime gevangenen executeert. Nederland ondersteunt ook het pleidooi van Amnesty om deze systematische executies in de VNVR aan te kaarten en om de VN-onderzoekscommissie voor Syrië onderzoek te laten doen naar de omstandigheden in de gevangenis.

Humanitair

Humanitaire toegang blijft één van de grootste problemen in Syrië. De afgelopen maanden hebben slechts enkele konvooien de belegerde en moeilijk te bereiken gebieden van hulp kunnen voorzien. De crossborder konvooien vanuit Turkije kunnen het noorden van Syrië bereiken, maar de hulp blijft onvoldoende om de 13,5 miljoen hulpbehoevenden in Syrië te helpen. Nederland is lid van de humanitaire werkgroep van de International Syria Support Group (ISSG). Deze heeft helaas de laatste maanden steeds minder resultaat kunnen boeken. Het is de ISSG niet gelukt medewerking van het regime en Rusland af te dwingen bij het garanderen van humanitaire toegang. Het humanitair oorlogsrecht wordt in Syrië veelvuldig geschonden door alle partijen. Naar het zich laat aanzien zijn zelfs ziekenhuizen en humanitaire hulpverlening moedwillig gebombardeerd, met als dieptepunt het bombardement van een hulpkonvooi bij Big Orem in de provincie Aleppo in september 2016.

De strijd in Aleppo heeft de stad verwoest en velen gedwongen hun huis te verlaten. Uit Aleppo zijn 25.000 mensen geëvacueerd terwijl 90.000 mensen in Oost-Aleppo zijn achtergebleven. Daarnaast zijn veel mensen opgevangen in Idlib. Nederland zal blijven aandringen op bescherming van deze ontheemden.

De voedseldroppingen in Deir ez Zor hebben de afgelopen maanden doorgang gevonden. Vanwege toegenomen gevechten in Deir ez Zor tussen ISIS en het regime heeft het World Food Program de voedseldroppingen op 17 januari tijdelijk stopgezet, maar deze zijn eind januari weer hervat.

Nederland heeft sinds het uitbreken van de crisis in Syrië 360 miljoen euro bijgedragen aan humanitaire hulp in de Syrische regio. Recent heeft Nederland een additionele bijdrage van 2,3 miljoen euro gedaan aan het VN pooled fund in Gaziantep. Hiermee draagt Nederland bij aan traumazorg en versterking van medische capaciteit in Oost-Aleppo via lokale NGO’s. In 2017 zal Nederland 18,5 miljoen euro bijdragen voor humanitaire hulp in de Syrië crisis.

Zoals toegezegd aan uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg over de strijd tegen ISIS (van 7 juli 2016 (Kamerstuk 27 925, nr. 599)) heeft Nederland de problemen die humanitaire organisaties ondervinden bij toegang tot financiële dienstverlening als gevolg van het voor Syrië geldende sanctieregime bij het verlenen van humanitaire hulp in Syrië onder aandacht gebracht van de Verenigde Staten. De Verenigde Staten is bereid hier verder over te spreken en ervaringen te delen. Ook heeft Nederland het vraagstuk in EU kader opgebracht. De Europese Commissie heeft toegezegd de problematiek met de Europese bankensector te bespreken.

Stabilisatie

De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet. Mede dankzij deze Nederlandse steun kunnen de gematigde groepen zich handhaven als gesprekspartner voor een politiek onderhandelde oplossing, zoals tijdens de laatste besprekingen in Astana. Strijders worden ontmoedigd over te lopen naar extremistische groepen. Ook kan Nederland dankzij deze steun de dialoog aangaan met deze groepen over het politieke proces en een toekomstige transitie. Deze voortzetting wordt gecontroleerd en gemonitord.

Sinds september 2016 steunt Nederland met 2 miljoen euro het werk van de Mines Advisory Group en HALO Trust in Syrië. Deze NGO’s ruimen geïmproviseerde landmijnen (IEDs) in op ISIS heroverde gebieden en geven voorlichting aan de bevolking over de veiligheidsrisico’s van IEDs. Momenteel wordt gekeken of een intensivering van deze steun mogelijk is omdat er behoefte is aan meer capaciteit op dit gebied. IED’s vormen namelijk een belemmering voor humanitaire hulp en andere stabilisatieactiviteiten.

In 2016 is additioneel 5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor civiele diensten in Syrië. Daarvan is 2 miljoen euro besteed aan het Syria Recovery Trust Fund, dat wederopbouwprojecten in oppositiegebieden steunt, zoals de aanleg en reparatie van waterleidingen. Daarnaast is er 2 miljoen euro besteed aan een project ter ondersteuning van scholen in oppositiegebied en is additioneel 1 miljoen euro naar de Syria Civil Defence-organisatie gegaan, beter bekend als de White Helmets.

Uit het Addressing Root Causes (ARC) Fonds wordt een Syrische NGO gefinancierd die een meerjarig project zal uitvoeren ter ondersteuning van het bieden van essentiële diensten, zoals elektriciteit, water en afvalverwerking door lokale besturen ter waarde van 3,6 miljoen euro.

Ontwikkelingen in de regio

Rusland speelt onverminderd een centrale militaire en politieke rol in Syrië. Op militair vlak blijft het actieve steun verlenen aan de oorlogsinspanningen van Assad, zowel operationeel als via levering van materieel en advies. De verovering van Aleppo in december 2016 was ook voor Rusland een belangrijk succes. De substantieel in het voordeel van bondgenoot Assad veranderde krachtsverhoudingen maakten het mogelijk dat Rusland grotendeels aan de VS en Europa voorbij kon gaan en met Turkije en Iran zaken kon doen om te komen tot een nieuw staakt het vuren en de organisatie van besprekingen in Astana. De verovering van Aleppo, evenals veel andere oorlogshandelingen in Syrië door Assad en de Russische strijdkrachten, ging gepaard met veel burgerslachtoffers en mogelijk ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht. Dit is voor Rusland van secundair belang en wordt deels ondervangen met actieve desinformatie. Hoe de Russische rol in Syrië zich in de komende maanden ontwikkelt, hangt vooral af van de mate waarin de afspraken van de Astana-besprekingen succes opleveren en hoe de relatie tussen Moskou en de nieuwe Amerikaanse regering zich zal ontwikkelen.

De verhoudingen tussen Rusland en Turkije, die eerder sterk waren verslechterd na het neerschieten van een Russisch jachtvliegtuig in het Turkse luchtruim, zijn hersteld. Dit is relevant voor de strijd in Syrië, waar Rusland, Turkije en Iran de afgelopen maanden met elkaar samenwerkten om te komen tot de eerder genoemde wapenstilstand en Astana-besprekingen.

Turkije ziet de situatie in Noord-Syrië als een nationaal veiligheidsbelang en treedt daarom ook militair op in Syrië. Dit is toegenomen sinds ISIS Turkije in 2016 publiekelijk tot doel heeft verklaard. Turkije is meermaals getroffen door aanslagen met dodelijke slachtoffers en gewonden tot gevolg. Deze dreiging is afkomstig van diverse terroristische organisaties, zoals PKK/TAK maar ook steeds vaker ISIS, zeker sinds zomer 2016. Tevens speelt aan Turkse kant de wens om op te treden tegen de door Turkije als terroristisch gekenschetste PYD/YPG die dominant is in de Koerdische gebieden in Noord-Syrië. Ook voor de Turkse rol in Syrië is van belang hoe de relatie tussen Ankara en de nieuwe Amerikaanse regering zich zal ontwikkelen.

Israël heeft op 17 maart jl. twee aanvallen uitgevoerd op Syrisch grondgebied. Het eerste doelwit betrof naar verluidt een Hezbollah-konvooi nabij de centraal gelegen stad Palmyra. Het tweede doelwit was een commandant van een Syrische luchtverdedigingseenheid. Israël raakt met deze aanvallen meer betrokken bij het Syrische conflict.

Ontwikkelingen anti-ISIS Coalitie

Bijeenkomsten

Tijdens de Small Group-bijeenkomst in Berlijn van 17 november 2016, waar Libië werd verwelkomd als het 68ste lid van de coalitie, werd vooral gesproken over Mosul en Raqqa. De boodschap van VS Speciaal Gezant Brett McGurk was helder: «Raqqa is coming, and we are going to do it». Nederland heeft daarbij onderstreept dat een Arabisering van de SDF noodzakelijk is om zowel door de inwoners van Raqqa als de Turken te kunnen worden geaccepteerd als bevrijdingsmacht. Ook werd stil gestaan bij het mondiale karakter van ISIS en de opkomst van aan ISIS gelieerde groeperingen elders in de wereld. Frankrijk vroeg hierbij speciaal aandacht voor de Sahel. Alle deelnemers waren ervan overtuigd dat ISIS niet alleen militair verslagen dient te worden, maar dat ook de ideologie moet worden vernietigd.

Bij de Political Military Consultations (PMC) in Stockholm op 20 september 2016 is gesproken over het tegengaan van terroristische aanslagen die ISIS internationaal aanstuurt of mogelijk maakt. Hoewel ISIS militair aanzienlijk is verzwakt, is de organisatie nog steeds in staat aanslagen te plegen buiten Syrië en Irak. Nederland heeft de PMC gebrieft over de Foreign Terrorist Fighters (FTF)-werkgroep van de coalitie, waarvan Nederland samen met Turkije en Koeweit co-voorzitter is. De inspanningen van de werkgroep en de behaalde resultaten bieden aanknopingspunten voor verdergaande samenwerking met het militaire spoor, in het bijzonder waar het gaat om dynamiek- en trendanalyse.

Zowel tijdens bovengenoemde bijeenkomsten, maar ook bij de Mosul-bijeenkomst van de anti-ISIS coalitie in Parijs op 20 oktober 2016 heeft Nederland, zoals toegezegd aan uw Kamer tijdens het algemeen overleg van 29 september 2016 over de Nederlandse bijdrage aan de anti-ISIS coalitie (Kamerstuk 27 925, nr. 600), het belang onderstreept van de noodzaak voor een langetermijnstrategie voor bevrijde gebieden, met aandacht voor inclusiviteit en verzoening in heroverde steden. Ook vroeg Nederland speciaal aandacht voor de terugkeer van minderheden in de Nineveh vlakte, met name christenen. Wat betreft de terugkeer van FTF’s bepleitte Nederland de noodzaak van een goede samenwerking en informatie-uitwisseling tussen Interpol en Europol. Ook sprak Nederland onomwonden steun uit voor een initiatief van het Verenigd Koninkrijk om te onderzoeken hoe een berechtingsmechanisme van ISIS-leden kan worden opgezet.

Tijdens de bijeenkomst van de Ministers van Defensie in Londen op 15 december 2016 beklemtoonde de Amerikaanse Minister van Defensie Carter het belang van blijvende betrokkenheid in Irak. De Ministers bevestigden hun langetermijnbetrokkenheid bij de strijd. De commandant van het Amerikaanse hoofdkwartier CENTCOM, generaal Votel, onderschreef het belang om het momentum en de druk op ISIS vast te houden, niet alleen militair maar ook op andere sporen zoals counter-messaging en counter-finance. Hij benoemde tevens de behoefte van de coalitie aan onder meer trainers voor hold forces in Irak, jacht- en tankervliegtuigen, inzet van speciale eenheden en inlichtingen- en analysecapaciteit. De Iraakse vertegenwoordiger bedankte de coalitiepartners voor hun inzet en sprak de intentie uit om – samen met de coalitie – de kwaliteit van veiligheidstroepen en grenswachten te verbeteren, mits de politieke situatie in zijn land dit toestaat.

Op 16 februari jl. kwamen in Brussel bijna 30 Ministers van Defensie van de anti-ISIS coalitie bijeen onder leiding van de nieuwe Amerikaanse Minister van Defensie Mattis. Hij onderstreepte het blijvende Amerikaanse leiderschap in de coalitie onder de nieuwe Amerikaanse regering. Tevens sprak Mattis het voornemen uit om de campagne te versnellen en de druk op ISIS in zowel Raqqa als Mosul en de Eufraatvallei hoog te houden. Generaal Votel beklemtoonde het belang van flexibiliteit in de bijdragen van de coalitiepartners om te kunnen inspelen op de veranderende manier van oorlogvoering met het afbrokkelen van het fysieke territorium van ISIS. De Nederlandse Minister van Defensie vroeg aandacht voor de noodzaak van voldoende getrainde hold forces om de voortgang te bestendigen. Voorts moeten de civiele inspanningen aansluiten bij het militaire spoor van de coalitie.

Op 22 en 23 maart jl. was in Washington een ministeriële bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken van de voltallige anti-ISIS coalitie. Alle coalitiepartners waren er van doordrongen dat ook na de bevrijding van Mosul en Raqqa de strijd tegen ISIS nog niet is gestreden. De nieuwe Amerikaanse administratie benadrukte, net als tijdens de Political Military Consultation (PMC) in Londen op 13 maart jl. dat de militaire strijd tegen ISIS goede voortgang boekt, maar dat deze wel zou moeten worden versneld. Hoewel de nieuwe Amerikaanse regering geen nieuwe strategie presenteerde om ISIS te verslaan, riep de VS de overige leden van de coalitie op additionele militaire en financiële bijdragen te overwegen. De internationale gemeenschap moet voldoende geld beschikbaar stellen voor de stabilisatie-inspanningen na de bevrijding van Raqqa. Veel andere coalitieleden benadrukten eveneens het belang van snelle stabilisatie van bevrijde gebieden. Zo ook Nederland, dat voorts benadrukte dat stabilisatie in Irak uiteindelijk door de Iraakse autoriteiten zelf moet worden geleid. Inclusiviteit en verzoening zijn daarbij cruciaal. De noodzakelijke grootschalige financiële steun van de internationale gemeenschap daarbij zal zo efficiënt mogelijk moeten worden ingezet. Tot slot refereerde Nederland aan de leidende Nederlandse rol in de Foreign Terrorist Fighters werkgroep van de coalitie en in het Global Counterterrorism Forum (GCTF). Onder meer door betere multilaterale samenwerking is aanzienlijke vooruitgang geboekt, zo bleek ook weer tijdens deze coalitiebijeenkomst in Washington.

Civiele sporen anti-ISIS coalitie

De Nederlandse inzet om de samenhang tussen de militaire en niet-militaire sporen van de coalitie (FTF’s, communications, counter-finance en stabilization) te versterken, wordt binnen de coalitie breed onderschreven. De komende maanden zal de coalitie in het licht van de militaire voortgang bezien hoe de civiel-militaire coördinatie verder kan worden ingevuld. Daarbij wordt eveneens gekeken naar intensievere samenwerking tussen de civiele sporen, onder andere om effectief op te treden tegen ISIS als wereldwijd terreurnetwerk met vertakkingen buiten Syrië en Irak. Als co-voorzitter van het Global Counterterrorism Forum (GCTF) zal Nederland expertise kunnen bijdragen over een duurzame niet-militaire aanpak van terrorisme en gewelddadig extremisme.

Op 27 oktober 2016 kwam onder voorzitterschap van Nederland en Turkije in Antalya de FTF-werkgroep bijeen en werd Koeweit verwelkomd als derde co-voorzitter. Nederland zal deze band met Koeweit aangrijpen om de samenwerking met de bredere Golfregio op dit dossier verder te versterken. Tijdens de bijeenkomst stond het belang van informatie-uitwisseling tussen overheden en internationale organisaties als Interpol centraal. Ook is gesproken over strategische communicatie om rekrutering te voorkomen en de noodzaak van een geïntegreerde aanpak van terugkeer van strijders. De bijeenkomst werd voorafgegaan door een door Nederland vormgegeven expertsimulatie over de detectie van een fictief terreurnetwerk, waarbij de noodzaak van nationale informatie-uitwisseling en internationale coördinatie werd onderstreept. Deze oefening resulteerde in een set van aanbevelingen tot verbetering van informatie-uitwisseling en een beter gebruik van bestaande mechanismen zoals de essentiële functie van Interpol. Tijdens de FTF-werkgroep bijeenkomst op 15 maart jl. in Koeweit is hier verder op voortgebouwd. Interpol meldde een substantiële toename van het aantal FTF-profielen dat landen via Interpol beschikbaar hebben gesteld. Daarnaast deelden landen tijdens deze bijeenkomst trendanalyses over uitreizigers en nationale ervaringen in de aanpak van terugkeerders en gewelddadig extremisme in bredere zin. Regionale partners, met name de Golfstaten, leverden een actieve bijdrage aan deze discussie. Op uitnodiging van Nederland onderstreepte Eurojust het belang van justitiële samenwerking bij de vervolging van FTF. Tot slot werd stilgestaan bij de potentiële dreiging van FTF-stromen in Zuidoost-Azië.

De counter-finance en communications werkgroepen kwamen oktober 2016 bijeen. De eerste heeft voortgang gemaakt bij het in kaart brengen van de financieringsmethoden die ISIS mogelijk gebruikt, alsook de maatregelen die landen kunnen nemen om potentiele kwetsbaarheden weg te nemen. De werkgroep komt op 29–30 maart opnieuw bijeen. De tweede communications werkgroep kwam op 28 februari jl. bijeen. Deze werkgroep heeft onder andere actief bijgedragen aan mediacampagnes rondom de bevrijding van Mosul. Daarnaast richt deze werkgroep zich onder meer op het opbouwen van capaciteit in landen om gemeenschappen en individuen weerbaarder te maken tegen terroristische ideologieën. Nederland draagt actief bij aan campagnes van de coalitie, ook in de regio, om ISIS-propaganda te delegitimeren. In Irak, Jordanië en Libanon zijn daartoe al met succes de eerste stappen gezet. Bovendien heeft Nederland heeft een medewerker gedetacheerd bij de Strategische Communicatie Afdeling van de coalitie.

Nederlandse militaire inspanningen

Zoals gesteld in de brief over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS van 9 september 2016 (Kamerstuk 27 925, nr. 597) is de behoefte aan training en advies constant in ontwikkeling. De inzet in de strijd tegen ISIS is onderhevig aan verandering nu ISIS verder in het defensief wordt gedrongen. In de afgelopen rapportageperiode is voortdurend getracht de inzet van Nederlandse militairen verder te laten aansluiten bij de veranderende behoeftestelling van de coalitie, uiteraard binnen het mandaat. Als gevolg daarvan kunnen de Nederlandse trainers, zowel de conventionele als de speciale eenheden, flexibeler worden ingezet. Voor iedere inzet worden alle (veiligheids-)aspecten en voorwaarden gewogen die noodzakelijk zijn voor een veilige en effectieve inzet.

Nederlandse inzet capaciteitsopbouw conventionele eenheden

De training in Noord-Irak wordt gecoördineerd door het Kurdistan Training Coordination Center (KTCC) waarbinnen Nederland samenwerkt met Duitsland, Finland, Hongarije, Italië, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Het KTCC ontwikkelt en coördineert de training in samenspraak met het Ministry of Peshmerga. De training die Nederland samen met coalitiepartners verzorgt, verloopt naar tevredenheid. Het zwaartepunt van de training is inmiddels verschoven van basistraining naar aanvullende missiespecifieke training van ervaren eenheden.

De Koerdische strijders hebben een belangrijke rol gespeeld bij de omsingeling van Mosul. Volgens afspraak zijn de Koerdische eenheden niet betrokken bij de strijd in de stad zelf. De Iraakse strijdkrachten nemen de bevrijding voor hun rekening.

In de Koerdische Autonome Regio verrichten de Koerdische inlichtingen- en veiligheidsdiensten veel inspanningen om de huidige stabiele veiligheidssituatie te controleren. De Iraakse Koerden hechten veel belang aan de bescherming van buitenlandse eenheden die hen ondersteunen met bijvoorbeeld het trainen van de Peshmergastrijders. De dreiging van ISIS voor de Nederlandse militaire trainers in het door de Iraakse Koerden gecontroleerde gebied neemt af, omdat de afstand tussen ISIS-gebied en Iraaks-Koerdisch gebied toeneemt door het Iraakse offensief bij Mosul. Desondanks beschikt ISIS over een beperkte capaciteit om achter het Iraaks-Koerdische front een dreiging te vormen, vooral door ISIS-strijders in vluchtelingenstromen en zogenoemde sleeper cells.

Nederlandse inzet capaciteitsopbouw speciale eenheden

Uw Kamer is in een aparte brief (Kamerstuk 27 925, nr. 603) geïnformeerd over de inzet van het Advise & Assist (A&A-)team in Irak. In de afgelopen periode heeft het Nederlands-Belgische SOF-team zich voorbereid op deze taak, onder meer door aan te sluiten bij lopende operaties van Amerikaanse, Australische en Finse special forces. Hierbij is ervaring opgedaan met het adviseren van Iraakse tactische hoofdkwartieren en het inwinnen en verstrekken van inlichtingen. Ontwikkelingen in de strijd tegen ISIS zorgen ervoor dat het A&A-team in een steeds veranderende omgeving moet opereren. Het team zal derhalve, zowel geografisch als wat betreft uitrusting, voldoende flexibel zijn om te worden ingezet waar dat nodig is. Tot de taken van het A&A-team behoort, in voorkomend geval, hulpverlening aan SOF-coalitiepartners in nood, net zoals coalitiepartners dat voor Nederland zullen doen. De coalitie en Iraakse autoriteiten zoeken thans naar een te ondersteunen eenheid. Intussen wordt het SOF-team uitgerust met aanvullende beschermende militaire middelen die nodig zijn voor het optreden in gebieden met een grotere indirecte IED-dreiging, waaronder gepantserde voertuigen.

Nederlandse militairen doen ervaring op met het begeleiden van de verzorging en afvoer van Iraakse slachtoffers vanuit een Casualty Collection Point.Deze taak levert veel waardering op van coalitiepartners.

Nederlandse inzet luchtcampagne

Nederland levert sinds 30 januari 2017 een tankervliegtuig voor air-to-air refueling van coalitievliegtuigen die worden ingezet in de strijd tegen ISIS. Het detachement van de KDC-10 bestaat uit ongeveer 30 militairen en opereert vanaf een militaire basis in Koeweit.

In de coalitie is aanhoudend behoefte aan tankercapaciteit en tactische transportcapaciteit. Defensie onderzoekt een tweede inzet van de KDC-10 in de tweede helft van 2017. Daarnaast wordt de mogelijkheid van de inzet van een C-130 transportvliegtuig onderzocht. Uw Kamer zal over een daartoe strekkend besluit op de gebruikelijke wijze worden geïnformeerd.

Sinds 1 juli 2016 verzorgt Nederland de Force Protection voor het Belgische F-16 detachement. De samenwerking tussen beide landen verloopt onverminderd goed. Uw Kamer is onlangs per brief (Kamerstuk 27 925, nr. 606) geïnformeerd over de Nederlandse F-16’s in de strijd tegen ISIS.

JDEAL

Met de verovering van gebied op ISIS stuit de coalitie op potentieel bewijsmateriaal voor misdaden die door ISIS zijn gepleegd. De coalitie heeft behoefte aan forensische capaciteit om buitgemaakt materiaal te verwerken. Nederland onderzoekt daarom de mogelijkheid om met een Joint Deployable Exploitation and Analysis Laboratory (JDEAL) deze nichecapaciteit te leveren. Het JDEAL-programma is een Nederlands initiatief, opgezet als samenwerkingsproject vanuit het European Defence Agency (EDA). Een compleet laboratorium bestaat uit ongeveer vijftien mensen, waarvan zes Nederlanders. Onderzoeksresultaten van JDEAL kunnen onder andere inzicht geven in IED’s en andere explosieven, ontstekingsmechanismen en apparaten die frequenties uitzenden, zoals mobiele telefoons. Hieruit kan informatie worden afgeleid over opdrachtgevers en de financiering of planning van aanvallen in het missiegebied. Die informatie kan vervolgens worden gebruikt in de bewijsvoering in het forensisch proces tegen ISIS-strijders en aanhangers.

Non-lethal Assistance (NLA) Irak

Zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS van 29 september 2016 wordt u in deze voortgangsrapportage geïnformeerd over de voortgang van de verstrekking van non-lethal assistance (NLA) aan Irak.

NLA-1 Bagdad

Tijdens een test voorafgaand aan levering is een deel van de medische onderwijsmiddelen door Defensie afgekeurd. Deze goederen, ter waarde van ongeveer 190.000 euro, zijn met succes geclaimd bij de leverancier. Inmiddels is duidelijk dat dit bedrag opnieuw kan worden aanbesteed en wordt de aanvullende behoefte geïnventariseerd.

NLA-1 Erbil

De tweede deellevering van portofoons bestemd voor de Peshmerga bataljons bleek door financiële problemen van de leverancier niet te kunnen worden geleverd. Deze deelorder was reeds aanbetaald. De derde deellevering, ter waarde van 43.000 euro, was nog niet betaald en is geannuleerd. Inmiddels zijn de Peshmerga door tussenkomst van de VS van portofoons voorzien. Daarmee kwam de behoefte aan radio’s te vervallen. De middelen zijn doorgeschoven naar NLA-2 en gedeeltelijk aanbesteed voor de aanschaf van medische kits.

NLA-2 Bagdad

Na overleg met de commandant van de Iraakse Special Forces Academy en België is besloten de aanleg van een hindernisbaan te financieren. Medio februari is de hindernisbaan opgeleverd en overgedragen aan de Iraakse autoriteiten, in aanwezigheid van de Belgische en Nederlandse ambassadeurs.

NLA-2 Erbil

De meer geavanceerde counter-IED-middelen zijn inmiddels geleverd. Nederlandse trainers verstrekken deze goederen, waaronder mijndetectors, metaaldetectors en individuele Operators Kits, gefaseerd aan de gespecialiseerde C-IED-eenheden van de Peshmerga.

Financiën

Voor de missie ter bestrijding van ISIS bestaande uit de Air Taskforce Middle East (ATFME) en de Capacity Building Mission in Iraq (CBMI) was voor 2016 initieel 66 miljoen euro geraamd. De eindrealisatie bedroeg in totaal 110,2 miljoen euro. Uw Kamer is in de verlengingsbrief van 9 september reeds geïnformeerd over een overrealisatie en een verhoging van de raming van per saldo 18,5 miljoen euro op de initiële raming. De additionele uitgaven van 25,7 miljoen euro zijn het gevolg van hoger dan verwacht verbruik van slimmere en duurdere munitie, en ook hoger dan verwachte prijzen, onder meer door de hogere dollarkoers. Voorts vielen de uitgaven voor de gedeeltelijke redeployment van de ATFME al in 2016.

De additionele uitgaven voor de verlenging van de Nederlandse bijdrage, inzet tankercapaciteit en uitbreiding takenpakket CBMI aan de strijd tegen ISIS zijn in 2017 geraamd op maximaal 28 miljoen euro. De additionele uitgaven voor de totale militaire bijdrage worden gefinancierd uit het BIV. De specifiek aan deze missie gerelateerde additionele uitgaven voor nazorg worden gefinancierd uit de bestaande voorziening voor nazorg in het BIV.

Bij een mogelijke tweede inzet van de KDC-10 en bij de inzet van een C-130 transportvliegtuig zult u te zijner tijd worden geïnformeerd over de additionele uitgaven.

Nationale veiligheid

Naarmate de coalitie ISIS in Irak en Syrië verder in het nauw brengt, kunnen meer buitenlandse strijders, onder wie Nederlanders, Syrië en Irak proberen te verlaten. Dit is een belangrijk aandachtspunt van het kabinet, zoals onder andere uiteengezet in het «Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme». Om de rekrutering van nieuwe strijders te voorkomen en mogelijke dreigingen tegen te gaan, heeft het kabinet maatregelen genomen, waaronder praktische beveiligingsmaatregelen, strafrechtelijke vervolging, bestuurlijke maatregelen en maatregelen gericht op het voorkómen van uitreizen, het tegengaan van radicalisering en de aanpak van uitreizigers en terugkeerders.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen