Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201527859 nr. 78

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Nr. 78 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2015

In de brief van 28 oktober 2013 (Kamerstuk 27 859, nr. 68) heb ik toegezegd uw Kamer regelmatig1 te informeren over de stand van zaken van Operatie BRP, het programma dat zorg draagt voor de realisatie en de implementatie van de nieuwe technische voorzieningen voor het bijhouden en verstrekken van persoonsgegevens, de Basisregistratie Personen (BRP). Op 16 april 2014 en 19 september 2014 heb ik u daartoe voortgangsrapportages gestuurd (Kamerstuk 27 859, nr. 70 en nr. 72). Als bijlage bij deze brief treft u de derde rapportage aan, over de periode september 2014 tot en met maart 20152.

Het programma boekt resultaten

Uit de rapportage van het programma blijkt dat het programma, net als in de twee voorgaande periodes waarover ik u rapporteerde, de software conform planning oplevert.

De onderdelen 2.1 en 2.23 van de software (initiële vulling en synchroon houden van de BRP) zijn opgeleverd voor acceptatietesten en het acceptatieproces is gestart. Onderdeel 3.1a van de software (leveren van mutatieberichten in GBA4-formaat) is opgeleverd. De betreffende onderdelen zijn gedemonstreerd aan de interbestuurlijke stuurgroep Operatie BRP (met daarin vertegenwoordigers van gemeenten en afnemers). Verder is in deze rapportageperiode een aantal documenten opgeleverd, waaronder het Logisch Ontwerp BRP 1.0, dat de algemene werking en de gegevensset van de BRP beschrijft.

Planning bevat geen lucht meer

De stuurgroep heeft in de eerste maanden van 2015 een evaluatie van de aanpak, planning en begroting laten uitvoeren. In mijn brief bij de voortgangsrapportage van september kondigde ik aan dat de stuurgroep dit periodiek laat doen.

De evaluatie leidt ten eerste tot de vaststelling dat het programma van oktober 2013 tot heden al zijn mijlpalen heeft gehaald. Tweede vaststelling is dat de begroting van Operatie BRP binnen het daarvoor beschikbare budget blijft en ook nog enige ruimte kent. Daarnaast blijkt uit de evaluatie echter ook duidelijk dat er weinig tot geen lucht meer in de planning van het ontwikkeltraject zit. Dat komt door enkele tegenvallers, die in de bijgaande rapportage zijn benoemd, en door enkele wijzigingen in de scope die moesten worden doorgevoerd.5 Tegelijkertijd ziet de interbestuurlijke stuurgroep wijzigingen die het programma in ieder geval nog zal moeten doorvoeren en waarmee in de planning nog geen rekening is gehouden6.

De interbestuurlijke stuurgroep Operatie BRP meldt me naar aanleiding van bovenstaande dat rekening moet worden gehouden met enige uitloop van het ontwikkeltraject, die zich in 2016 zal manifesteren. Daarom treft de stuurgroep een aantal maatregelen dat risico’s en onzekerheden in de planning in de loop van dit jaar geleidelijk wegneemt. Ik licht de maatregelen hieronder toe.

De tijdigheid van dit signaal en de maatregelen die de stuurgroep treft, tonen overigens aan dat de besturing van het programma op orde is.

Maatregelen

Om te beginnen zal de stuurgroep «het hek» rond het programma nog hoger optrekken om Operatie BRP in staat te stellen door te gaan met de lijn die men nu te pakken heeft: het volgens planning opleveren van de verschillende onderdelen van de voorzieningen.

Ten tweede zal, op aangeven van de stuurgroep, het programma de hiervoor genoemde nieuwe wijzigingen niet eerder dan bij de volgende periodieke evaluatie (eind 2015) in de planning verwerken. De stuurgroep heeft hiertoe besloten om het lopende ontwikkelproces niet te verstoren. Immers, het beoordelen van de effecten van deze wijzigingen vraagt inspanning van medewerkers die nu juist nodig zijn voor de realisatie van de voorzieningen.

De interbestuurlijke stuurgroep kiest daarnaast voor 2015 – lering trekkende uit de bevindingen en aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie voor ICT – voor een aanpak in twee sporen, te weten:

  • Uitvoering van de geplande ontwikkeling van de onderdelen waaromtrent voldoende zekerheid bestaat.

  • Parallel daaraan nemen van maatregelen voor het reduceren van de onzekerheid rond de andere onderdelen.

Op deze manier biedt de stuurgroep de bedoelde onzekerheden op een gecontroleerde wijze en gefaseerd het hoofd. Kwaliteitsbewaker PBLQ7 adviseert positief over deze aanpak. Daarom heeft de stuurgroep de planning voor 2015 gedetailleerd uitgewerkt, en is de uitwerking van de planning voor de volgende jaren tot hoofdlijnen beperkt.

Speerpunten 2015 en vervolgstappen

De belangrijkste te bereiken resultaten in 2015 zijn: het opleveren van de functionaliteit voor de mutatielevering (3.1b) ten behoeve van de start van het schaduwdraaien8 en de uitvoering en afronding van een zogenoemde Proof of Concept (PoC) Bijhouding, waarin complexe concepten rond de bijhouding (zoals bijhoudingen waarin zowel gemeenten die al over zijn op de nieuwe voorzieningen als gemeenten die dat nog niet zijn) worden gerealiseerd. De uitvoering van deze PoC is een bijstelling in de aanpak op basis van de evaluatie en is daarmee ook een risicobeperkende maatregel. De PoC heeft namelijk onder meer als doel om zicht te krijgen op enkele inhoudelijk thans nog niet uitgekristalliseerde zaken in de bijhouding, teneinde deze op een later moment preciezer te kunnen plannen.

De stuurgroep zal het jaar 2015 zoals gezegd ook gebruiken om de onzekerheden in de planning voor 2016 en de daaropvolgende transitieperiode (de periode na de bouw, waarin gemeenten en uitvoeringsorganisaties aansluiten op de nieuwe BRP-voorzieningen) stapsgewijs weg te nemen. Dat is zowel van belang voor de toekomstig beheerder9 van de nieuwe voorzieningen, als voor de bijhouders en gebruikers van de BRP (gemeenten en uitvoeringsorganisaties) die willen weten wanneer zij aan kunnen gaan sluiten op de nieuwe voorzieningen. In de bestaande planning is voorzien dat gemeenten en uitvoeringsorganisaties vanaf begin 2017 tot eind 2018 kunnen aansluiten op de nieuwe voorzieningen. Gelet op de hierboven gepresenteerde stand van zaken moeten zij rekening houden met een latere start van de transitie.

Dat betekent niet per definitie dat de transitieperiode ook later zal eindigen.

De stuurgroep heeft het programma opgedragen om de mogelijkheden uit te werken om de resterende bouwfase, de daaropvolgende testfase en de aansluitende transitieperiode te bekorten.

Het programma zal de aanpak voor 2016 en de aansluitende transitieperiode in 2015 stapsgewijs detailleren. Daartoe zal het programma allereerst de mogelijkheden voor optimalisatie van het acceptatie- en inbeheernameproces onderzoeken. Daarna onderzoekt het programma of een verkorting van de transitieperiode mogelijk is. Hierbij worden vertegenwoordigers van gemeenten en van leveranciers van burgerzakensystemen en systemen van afnemers betrokken. Tenslotte komen de uitkomsten van de PoC Bijhouding in 2015 beschikbaar.

In de loop van 2015 zal zo stapsgewijs meer zicht ontstaan op het verdere verloop van het programma. Eind 2015, wanneer ook de PoC Bijhouding is afgerond, zal op basis van het voornoemde een detailplanning voor het vervolg worden opgesteld. Dan ontstaat ook zicht op de mogelijkheden om in de resterende periode tijd in te lopen.

Inzage broncode BRP

Graag wijs ik erop dat de inzage in de broncode van de BRP in mei start. Ik berichtte u hier al over in mijn brief met de tussentijdse rapportage van Operatie BRP in verband met het rapport van de tijdelijke commissie ICT, d.d. 6 maart 2015 (Kamerstuk 27 859, nr. 77). Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via de site www.operatiebrp.nl.

Tot slot

Mijn beeld van het programma nu, is dat het resultaten boekt en binnen budget werkt. Ik constateer risico op uitloop. Maar ik zie ook dat de interbestuurlijke stuurgroep met realisme op afbakening, planning en begroting stuurt. Een groot en complex ICT-project als dit, heeft altijd te maken met mee- en tegenvallers, onvoorziene omstandigheden, met wijzigingen in de omgeving en met onzekerheden. Van groot belang is die in beeld te hebben en tijdig maatregelen te nemen, naar mijn mening slaagt de stuurgroep hier goed in.

Het programma heeft natuurlijk nog enige tijd te gaan, maar ik constateer dat de besturing op orde is en dat de impasse van jarenlang werken zonder tastbare producten op te leveren blijvend is doorbroken. Al sinds de herstart in oktober 2013 levert het programma conform planning werkende software. De nieuwe voorzieningen voor de bevolkingsadministratie krijgen daardoor langzaam maar zeker vorm.

Ik zal u regelmatig blijven informeren over de voortgang van Operatie BRP. Dat doe ik als ik relevante nieuwe informatie van de stuurgroep ontvang, maar in ieder geval over een half jaar, als de volgende reguliere voortgangsrapportage staat gepland.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

In ieder geval bij alle faseovergangen, en minimaal twee maal per jaar.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

De nummers in deze brief verwijzen naar de stappen in het BRP Opleveringsplan. Het document is te vinden op www.operatiebrp.nl.

X Noot
4

GBA staat voor Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens. Per 6 januari 2014 is de Wet GBA vervangen door de Wet BRP.

X Noot
5

Daarbij gaat het om de wijzigingen ten gevolge van aanpassing van het Burgerlijk Wetboek en om het niet meer registreren van vreemde nationaliteiten naast de Nederlandse (beide onderwerpen zijn opgenomen in het Logisch Ontwerp GBA-V 3.9 dat op 31 januari jongstleden in werking is getreden).

X Noot
6

Het gaat hier allereerst om het voornemen het buitenlandse persoonsnummer in de BRP te gaan registreren, als maatregel tegen het risico van dubbele registratie bij legale naamswisselingen. Zie de brief van de Staatssecretaris van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 10 december 2014, Kamerstuk 17 050, nr. 493. Tijdens het AO Identiteitswisselingen van 25 februari jongstleden is gemeld dat de wens om het buitenlands persoonsnummer te registreren impact zou kunnen hebben op het programma (Kamerstuk 17 050, nr. 502). Daarnaast behelst Logisch Ontwerp 3.9 naast de in voetnoot 4 genoemde wijzigingen ook tien andere wijzigingen die nog in de BRP moeten worden verwerkt. Het volledige overzicht van wijzigingen LO 3.9 is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens: www.rijksdienstvooridentiteitsgegevens.nl.

X Noot
7

PBLQ adviseert Operatie BRP in het kader van de ingerichte Quality Assurance. Zie voor meer informatie hierover de bijlage bij deze brief, onder het kopje Quality Assurance.

X Noot
8

Het naast elkaar draaien van (delen van) de huidige en de nieuwe voorzieningen.

X Noot
9

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens is toekomstig beheerder van de nieuwe BRP-voorzieningen.