Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201427859 nr. 68

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Nr. 68 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2013

Met deze brief geef ik gevolg aan de toezeggingen die ik heb gedaan tijdens het Algemeen Overleg van 29 mei 2013 (Kamerstuk 27 859, nr. 66) en in mijn brief van 3 juli 2013 (Kamerstuk 27 859, nr. 67) om uw Kamer te informeren over de voortgang van de bouw van de Basisregistratie Personen (BRP).

Op 23 mei (Kamerstuk 27 859, nr. 65) heb ik u per brief geïnformeerd over de voortgang van de modernisering GBA als geheel en de gesignaleerde problemen bij een onderdeel daarvan, de bouw van de BRP. Deze problemen leiden tot uitloop van de planning en overschrijding van het programmabudget. Dit heeft mij ertoe gebracht de eerder gekozen koers voor de bouw van de BRP serieus te heroverwegen. Daarbij heb ik radicale alternatieven overwogen, zoals het stoppen van de modernisering van de GBA en het verbouwen van de huidige GBA-voorzieningen.

De doelstellingen van de modernisering van de GBA1 zijn nog steeds valide en het bereiken ervan is van groot belang voor andere ontwikkelingen binnen de e-overheid. De modernisering realiseert een basisregistratie personen die 24 uur per dag, 7 dagen per week online beschikbaar is, met een hoge verwerkingscapaciteit, een directe verwerking van wijzigingen en met de mogelijkheden voor het leggen van verbanden tussen geregistreerde personen. Persoonsgegevens kunnen er snel en in grote aantallen uit worden opgevraagd op gebeurtenisniveau, zodat ze op het stelsel van basisregistraties aansluiten en direct beschikbaar zijn. De gemoderniseerde GBA schept daarmee voorwaarden voor een doorbraak in e-dienstverlening bij uitvoeringsorganisaties en gemeenten en voor verdergaande ketensamenwerking (Digitaal 2017). Met de realisatie van de BRP komen noodzakelijke kwaliteitsverbeteringen in de gegevens tot stand evenals verbeterde mogelijkheden om die gegevens te analyseren en te vergelijken. De BRP is randvoorwaardelijk voor het signaleren en bestrijden van fraude en het voorkomen van het gebruik van onjuiste gegevens in uitvoeringsprocessen.

Nog te vaak moeten burgers meerdere keren gegevens aanleveren aan de (rijks)overheid of gebruiken onderdelen van dezelfde overheid verschillende gegevens. De GBA, en straks de BRP, is één van de 13 basisregistraties die samen het Stelsel van Basisregistraties vormen. Een GBA/BRP die goed op orde is en waar overheidsinstanties en «derden»-organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang gegevens uit verstrekt kunnen krijgen, zorgt er voor dat burgers niet onnodig steeds dezelfde gegevens aan de overheid en andere organisaties hoeven te leveren. De GBA/BRP heeft een sleutelpositie in de basisregistraties: persoonsgegevens worden op heel veel plaatsen gebruikt. Correcte registratie in de GBA/BRP is voor de burger van belang om gebruik te kunnen maken van het digitale kanaal van de overheid.

Ik constateer dan ook dat de GBA een belangrijke bijdrage levert in een brede context. Een centrale, actuele en functioneel rijke registratie met persoonsgegevens die 24 uur per dag toegankelijk is, is een essentiële pijler voor een betere dienstverlening aan de burger, zoals in het regeerakkoord2 is afgesproken.

De GBA in zijn huidige vorm is echter technisch verouderd, want gebaseerd op berichtenverkeer tussen postbussen. Daardoor is geen directe verwerking van mutaties mogelijk en zijn gewijzigde gegevens in verband daarmee niet direct opvraagbaar. Ook is de onderliggende gegevensstructuur niet ingericht op het optimaal en efficiënt controleren en verwerken van mutaties waarbij personen uit verschillende gemeenten betrokken zijn. Daardoor is het inbouwen van toekomstige ontwikkelingen tijdrovend en kostbaar, zo niet onmogelijk.

Om deze redenen acht ik het noodzakelijk de modernisering van de GBA voort te zetten. De vraag die dan volgt is de manier waarop die modernisering verder vorm moet krijgen. Ik heb mogelijke scenario’s hiervoor laten onderzoeken door onafhankelijk onderzoeksbureau Gartner. Op grond van de bevindingen van Gartner en van adviezen van de interbestuurlijke stuurgroep mGBA en andere betrokkenen acht ik het nodig en verantwoord om door te gaan met het realiseren van de doelen van mGBA door middel van het afronden van de nieuwbouw van de Basisregistratie Personen.

Daarbij zijn wel ingrepen nodig ter beperking van de extra kosten en uitloop. Ik kies mede daarom voor een scenario waarbij het langdurig gelijktijdig gebruiken van zowel de nieuwe BRP als de huidige GBA-Verstrekkingsvoorziening (GBA-V) niet meer nodig is. Dit beperkt de kosten en risico’s. Daarnaast is voorwaardelijk voor voortzetting van de modernisering dat de beheersing en de besturing van het programma de oplevering binnen budget en tijd waarborgen. Hiervoor zijn inmiddels de nodige maatregelen getroffen.

De interbestuurlijke stuurgroep mGBA – met vertegenwoordigers van gemeenten en uitvoeringsorganisaties – ondersteunt deze koers van modernisering via afronden van de nieuwbouw van de BRP, en er is bereidheid getoond bij te dragen in de kosten. Het overleg daarover met de VNG is in een afrondende fase.

In het vervolg van deze brief geef ik toelichting op de uitkomsten van het onderzoek van Gartner, het advies dat ik heb gekregen van de interbestuurlijke stuurgroep mGBA en overige overwegingen bij het kiezen voor de koers voor de modernisering. Ook ga ik in op de consequenties van deze keuze.

1. Onderzoek Gartner

Er wordt in het programma mGBA sinds 2011 gebouwd aan nieuwe technische voorzieningen om de persoonsgegevens centraal bij te houden en te verstrekken, de BRP-voorzieningen (BRP). Nadat de eerdergenoemde problemen (die leidden tot uitloop van de planning en overschrijding van het programmabudget) aan het licht waren gekomen heeft Gartner in de afgelopen maanden onderzoek naar de modernisering uitgevoerd. Eerst heeft Gartner een review uitgevoerd op de uitloop en de kosten van de bouw. Daarna zijn drie scenario’s voor kostenbeheersing gevalideerd. De twee meest geschikte scenario’s zijn in meer detail uitgewerkt en opnieuw gevalideerd.

Het rapport van Gartner is als bijlage bij deze brief gevoegd3. De belangrijkste conclusies van Gartner uit de review zijn:

  • De omvang van de BRP-voorzieningen blijkt groter te zijn dan aanvankelijk was ingeschat (5000 functiepunten4 in tegenstelling tot de inschatting die in 2011 is gemaakt van 3720).

  • De inschatting is dat de oplevering van de centrale BRP-voorzieningen niet eerder dan eind 2016 gereed is.

  • Op 1 april 2013 was circa 32% van de BRP-voorziening gereed en van de migratievoorzieningen ongeveer 60%.

  • Gartner adviseert te kijken naar nadere faseringen, verbeteringen in te voeren in de programmasturing, de ontwikkelaanpak en aanvullende risicobeperkende maatregelen te treffen.

Uit de conclusies van Gartner blijkt dat uitloop van het programma en overschrijding van het budget aan de orde zijn. Voor dat probleem is een aantal potentiële oplossingsrichtingen, in de vorm van drie scenario’s, geduid en door mijn Ministerie nader uitgewerkt. Vervolgens heeft Gartner deze scenario’s getoetst op planning, kosten en risico’s en de mate van het bereiken van de doelstellingen van de modernisering van de GBA.

Een eerste scenario dat bekeken is, is te formuleren als doorgaan op de huidige koers bij de bouw van de BRP, maar met meer fasering en meer beheersing. Een tweede scenario (Verbouw) is te typeren als het vermijden van een langdurige periode van twee systemen die naast elkaar gebruikt worden, door het verbouwen van de bestaande technische voorzieningen. Met de nieuwbouw BRP zou in dit scenario worden gestopt. Een derde scenario (Afronden nieuwbouw) vermijdt eveneens het langdurig naast elkaar gebruiken van twee systemen, maar redeneert vanuit het invoegen van de huidige GBA-V in de nieuwe centrale voorzieningen van de basisregistratie personen (BRP). In dit scenario wordt de nieuwbouw van de BRP voortgezet en afgerond, maar met een andere technische oplossing die de periode bekort waarin zowel de oude als de nieuwe voorzieningen gebruikt worden.

De uitkomst van de toetsing van deze drie scenario's door Gartner, waarvan vlak voor de zomer de eerste bevindingen beschikbaar kwamen, laat zien dat het eerste scenario onaanvaardbaar hoge kosten en risico’s met zich mee brengt. Het belangrijkste, technische, risico is gelegen in het langdurig naast elkaar draaien en synchroon houden van de gegevens in de twee systemen GBA-V en BRP. De andere twee scenario’s, «Verbouw» en «Afronden nieuwbouw», reduceren dit risico en bieden bovendien aanknopingspunten om de kosten van het dubbel draaien te beperken.

Om een goede, diepgaande vergelijking tussen de scenario’s Verbouw en Afronden nieuwbouw mogelijk te maken, moesten deze verder uitgewerkt worden; dat is in de zomer gebeurd. Daarna zijn beide scenario's opnieuw door Gartner gevalideerd. De belangrijkste conclusies uit deze validatie zijn:

  • Beide scenario’s brengen extra kosten met zich mee ten opzichte van het huidige budget voor de modernisering GBA.

  • De scenario’s onderscheiden zich ten opzichte van elkaar niet doorslaggevend op het vlak van de kosten.

  • Beide scenario’s zijn technisch haalbaar, voldoen aan de wet BRP, en kunnen de doelstellingen van de modernisering realiseren.

  • Het scenario Afronden nieuwbouw leidt op termijn tot een hogere gegevenskwaliteit.

  • De voorzieningen die het scenario Afronden nieuwbouw oplevert zijn eenvoudiger onderhoudbaar en tevens flexibeler, hetgeen het doorvoeren van wijzigingen in de toekomst eenvoudiger en goedkoper maakt.

2. Overwegingen

Uit de resultaten van het onafhankelijke onderzoek van Gartner concludeer ik dat het scenario Afronden nieuwbouw de te verkiezen aanpak biedt om de technische voorzieningen voor de modernisering van de GBA te realiseren.

Hierin word ik bevestigd door het advies van de interbestuurlijke stuurgroep mGBA (met vertegenwoordigers van gemeenten en uitvoeringsorganisaties). De stuurgroep adviseert mij namelijk om de modernisering te vervolgen volgens het scenario Afronden nieuwbouw, met migratie van de GBA-V naar de nieuwe BRP. Dit scenario resulteert volgens de stuurgroep ten opzichte van het andere scenario (Verbouw) uiteindelijk in een betere gegevenskwaliteit en de te realiseren voorzieningen zijn later makkelijker aan te passen aan nieuwe eisen. Dat is belangrijk om lopende en toekomstige ontwikkelingen in te kunnen passen zonder dat dit telkens tot lang lopende en kostbare wijzigingsprojecten leidt. Het scenario biedt gebruikers (gemeenten en uitvoeringsorganisaties) tevens grotere flexibiliteit in het tempo waarin zij aansluiten op de nieuwe voorziening (hier wijst Gartner in zijn rapportage ook op). De interbestuurlijke stuurgroep wijst me er in zijn advies verder op dat de kosten die gemaakt moeten worden om de modernisering af te ronden, geen doorslaggevende factor zijn waarop de scenario’s zich van elkaar onderscheiden.

VNG/KING5 heeft een impactanalyse uitgevoerd naar de consequenties van de beide scenario’s voor gemeenten. In aanvulling op het advies van de stuurgroep wijzen de NVVB en VNG me op de grote belangen van gemeenten6 bij voortzetting van de modernisering van de GBA en hebben zij gepleit voor vasthouden aan de koers van nieuwbouw, ook indien de voorzieningen door de ontstane vertraging later beschikbaar zullen komen. Het stopzetten van de modernisering of het afzien van nieuwbouw van de BRP zou voor gemeenten (en overigens ook voor uitvoeringsorganisaties) betekenen dat beleidsmatige ontwikkelingen in hun eigen domein niet of in onvoldoende mate ondersteund zullen worden. Bij die ontwikkelingen gaat het bijvoorbeeld om zaakgericht werken (wat cruciaal is voor het succesvol realiseren van organisatieoverstijgende samenwerkingsverbanden) en plaatsonafhankelijke dienstverlening.

Het programma mGBA werkt nauw samen met leveranciers van de burgerzakenmodules, die moeten gaan aansluiten op de BRP. Enkele van deze leveranciers hebben mij per brief hun zienswijze laten weten. Ik stel vast dat de zienswijzen van de leveranciers over het vervolg van de modernisering uiteen lopen. Echter, alle leveranciers wijzen op het belang van de modernisering en op de constructieve samenwerking met het programma.

Tenslotte heeft ook de CIO van mijn Ministerie, alle onderzoeken en adviezen overziende, mij geadviseerd over de koers van de modernisering. Mijn conclusies berusten mede op zijn zienswijze.

Ik constateer dat er voldoende draagvlak is bij betrokkenen voor het voortzetten van de modernisering via het afronden van de lopende nieuwbouw van de BRP.

3. Consequenties

Het kiezen van deze koers heeft consequenties voor doorlooptijd en budget van het programma. De uitkomst van het onderzoek van Gartner vormt gegeven de gehanteerde kengetallen7 een realistische raming om binnen te werken. De raming van Gartner is echter geen planning of begroting, die worden nu in detail opgesteld.

Doorlooptijd programma

De eerder aangekondigde vertraging in de bouw van de BRP is met het onderzoek van Gartner definitief vastgesteld. Gartner oordeelt dat geen van de scenario’s in staat is de uitloop in de tijd te beperken. Gartner schat in dat de ontwikkeling van de BRP nog tot eind 2016 zal duren en dat de invoering daarvan bij gemeenten en afnemers in 2018 volledig zal zijn afgerond. Door fasering die onderdeel uitmaakt van de aanpak in het scenario afronden nieuwbouw zal de nieuwe functionaliteit voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties in delen beschikbaar komen. Afnemers en gemeenten in de hoedanigheid van afnemer, zullen dan ook wel al eerder dan eind 2016 kunnen gaan aansluiten op de nieuwe BRP.

Programmabudget

De meerjarige programmakosten voor de modernisering van de GBA waren tot nu toe geraamd op € 44,42 miljoen. Dit bedrag bestaat uit zowel de ontwikkelkosten van de BRP als implementatiekosten. Inmiddels is aan de bouw van ongeveer de helft van de BRP en migratiecomponenten circa € 38 miljoen uitgegeven. Daarenboven is bijna € 36 miljoen nodig voor het afronden en implementeren van het nieuwe systeem. De nieuwe kostenraming komt daarmee op bijna € 74 miljoen.

De meerkosten worden in belangrijke mate veroorzaakt door de, door Gartner als inherent aan dit type projecten aangeduide, verbreding en verdieping van de gewenste functionaliteit8. De ontwikkelingen op het vlak van de digitale dienstverlening aan burgers, de te verwachten toename in het gebruik hiervan (Digitaal 2017), de daarmee gepaard gaande eisen aan beschikbaarheid, verwerkingscapaciteit en reactietermijnen van basisregistraties, de sleutelpositie van de basisregistratie personen in het stelsel van basisregistraties en tenslotte de eisen in het kader van adequate en flexibel aanpasbare maatregelen op het terrein van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik leiden onvermijdelijk tot significant hogere eisen aan de nieuwe Basisregistratie Personen. Die hogere eisen leiden tot meerkosten en een langere looptijd ten opzichte van de eerdere inschattingen.

Mijn beeld is dat we met de voorzieningen die nu in het kader van de modernisering tot stand komen weer een aantal jaren vooruit zullen kunnen, omdat de voorzieningen niet alleen volgens moderne concepten ontworpen zijn, maar tevens schaalbaar zijn en daarmee toegerust voor een verdere groei in het digitale verkeer. Daarom acht ik het toekennen van budget voor de meerkosten verantwoord.

Ik hecht eraan te benadrukken dat ik het nu door Gartner geraamde kader voor begroting en planning als plafond beschouw gegeven de huidige afspraken over de te realiseren functionaliteit. Daarbij weet ik me gesteund door de interbestuurlijke stuurgroep die mij adviseert de ontwikkelkosten te fixeren op de nu, op basis van de door Gartner uitgevoerde tellingen, geraamde hoogte. De partij die daarbovenop behoefte heeft aan additionele functionaliteit moet dat dan zelf financieren. De stuurgroep en de door mij aangestelde gedelegeerd opdrachtgever namens deze, gaan daar strak op toezien en sturen, ik kom daar verder in deze brief op terug.

Ik acht het van belang dat deze meerkosten door de deelnemende partijen gezamenlijk worden gedragen. De kosten voor ontwikkeling, het grootste deel, komen ten laste van de begroting van BZK. De VNG, die groot voorstander is van de door mij gekozen koers, zal het besluitvormingsproces met gemeenten in gang zetten om bij te dragen aan de kosten voor implementatieondersteuning. Ook van de niet-gemeentelijke afnemers verwacht ik een bijdrage in de implementatiekosten. Het nog benodigde bedrag is als volgt opgebouwd:

Ontwikkeling: Voor het afronden van de ontwikkeling van de voor de modernisering benodigde voorzieningen (BRP en migratievoorzieningen) volgens scenario Afronden nieuwbouw is tot en met 2018 nog € 29,3 miljoen nodig is. Dit is de door Gartner geraamde € 21 miljoen voor de ontwikkeling vermeerderd met opslagen voor overhead, kwaliteitsborging en integratietesten. De benodigde bedragen komen ten laste van de huidige nog beschikbare bedragen voor mGBA, aangevuld met een deel van de post onvoorzien (in totaal € 13,2 miljoen) en het restant (€ 16,1 miljoen) komt ten laste van de begroting van BZK. Overigens houd ik een post onvoorzien in stand ad € 4 miljoen.

Implementatie: Naast de kosten voor ontwikkeling is voor de implementatie daarboven nog € 6,4 miljoen nodig; € 3 miljoen daarvan betreft aanvullende kosten voor de implementatieondersteuning aan gemeenten en € 3,4 miljoen voor afnemers.

Naast de kosten voor ontwikkeling en implementatie heeft Gartner ook de kosten voor beheer geraamd. Deze kosten (€ 114 miljoen) komen voor de totale periode tot en met 2018 nagenoeg overeen met de huidige beheerkosten van de bestaande GBA-voorzieningen en worden daarmee binnen de huidige bekostigingssystematiek gefinancierd.

Besturing programma

Zoals hiervoor gesteld acht ik een intensivering van de besturing van het programma een cruciale randvoorwaarde voor het welslagen van de modernisering, juist omdat sprake is van een meer omvangrijke en complexe voorziening dan eerder was voorzien. Het programma mGBA is thans in een fase beland waar niet zozeer sprake meer is van inventariseren en specificeren van de gewenste functionaliteit, maar waar de aandacht vooral gericht is op het bouwen ervan. Uitbreiding van functionaliteit is dan ook niet meer aan de orde. Een dergelijke kanteling (van specificeren naar bouwen) vereist een ander type besturing, primair gericht op het opleveren van de afgesproken producten, als ware het programma een fabriek.

Het is verder zaak om met de inschattingen van Gartner als bovengrens strak te sturen op de planning en het budget. Mede op basis van aanbevelingen van Gartner heb ik al een aantal maatregelen genomen.

Bij die maatregelen gaat het onder meer om de aanstelling van een gedelegeerd opdrachtgever, die tot taak heeft het programma op dagelijkse basis te besturen. De besluitvormingsprocedures rond het programma zullen worden aangescherpt waarbij als belangrijkste sturingscriterium het budget zal gelden. Er zullen een taakstellende planning en begroting voor de resterende ontwikkelinspanning worden opgesteld. Er zal periodiek en vaker dan tot op heden mogelijk was, een werkende versie van de BRP worden opgeleverd opdat de behaalde resultaten en geboekte voortgang tastbaar en zichtbaar zijn. Er zal onder aansturing van de gedelegeerd opdrachtgever «quality assurance» worden ingericht en de productiviteit van het programma zal stelselmatig onafhankelijk worden gemeten.

Er worden vier fasen9 in het programma onderscheiden, te weten 1) ontwikkelen BRP en migratievoorziening; 2) schaduwdraaien10 3) transitie en 4) afbouwen en uitfaseren migratievoorzieningen. Bij beëindiging van de genoemde fasen zullen tussentijdse rapportages over de voortgang van het programma worden opgesteld.

Geen consequenties voor wetstraject BRP

De gekozen aanscherping van de huidige koers heeft geen consequenties voor de inwerkingtreding van de Wet Basisregistratie personen (Wet Brp). De wet Brp is zo opgezet dat deze techniekonafhankelijk is. Dat maakt het mogelijk om eenvoudiger te kunnen inspelen op toekomstige technische ontwikkelingen zonder de wet om die reden telkens te hoeven veranderen. Dit betekent ook dat de inwerkingtreding van de wet kan plaatsvinden onafhankelijk van het tijdstip van invoering van (delen van) de voorziening BRP. Voor zover er nu afhankelijkheden worden voorzien, worden deze met behulp van in de Wet Brp opgenomen overgangsbepalingen geadresseerd.

4. Tot slot

In het regeerakkoord is afgesproken dat de dienstverlening door de overheid beter moet. Een centrale, actuele en functioneel rijke registratie met persoonsgegevens die 24 uur per dag toegankelijk is, is daarvoor een essentiële pijler. Het bouwen van de BRP is een noodzakelijke investering om de ambities op het gebied van de e-overheid te kunnen waarmaken.

Ik zet de huidige koers van de modernisering GBA daarom voort, waarbij ik me bewust ben van het feit dat dit complexe programma nog een lange tijd loopt en het risicogehalte hoog is. Strakkere besturing en beheersing van het programma dat de BRP bouwt, is voorwaardelijk voor het slagen van de modernisering. Ik zeg u toe de Kamer gedurende het programma regelmatig te blijven informeren over de stand van zaken van het programma. Dat doe ik in ieder geval bij alle faseovergangen, en minimaal twee maal per jaar. De eerste rapportage kunt u verwachten in het eerste kwartaal van 2014.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

In 2009 zijn doelstellingen vastgelegd in het bestuurlijk akkoord BZK-VNG over de modernisering van de GBA. In kern gaat het om: actuele persoonsgegevens die 7*24 uur on line beschikbaar zijn; verbeteren van de kwaliteit en actualiteit van de gegevens, onder meer door directe verwerking van wijzigingen; mogelijkheden voor het leggen van verbanden tussen in de GBA geregistreerde personen door enkelvoudige opslag van gerelateerde persoonsgegevens; eenvoudiger en goedkoper verstrekken van persoonsgegevens; flexibeler, sneller en goedkoper kunnen aanpassen van de ICT-systemen; mogelijk maken van plaatsonafhankelijke dienstverlening; aansluiten op bestaande en nog te ontwikkelen e-overheidsvoorzieningen.

X Noot
2

Zie Visiebrief digitale overheid 2017, Kamerstuk 26 643, nr. 280

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
4

Functiepunten zijn een standaard voor het meten van de omvang van een ICT-systeem.

X Noot
5

Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten.

X Noot
7

Gartner heeft zijn raming van doorlooptijd en budget gebaseerd op de getelde omvang van de te ontwikkelen voorziening, de getelde voortgang in de realisatie van de voorzieningen, de factoren die daarop van invloed zijn, zoals de zo genoemde requirements instability, de omvang van de programmaorganisatie, de typologie van het programma en de ervaringscijfers voor vergelijkbare programma’s als mGBA zoals vastgelegd in de benchmark database van Gartner.

X Noot
8

Gartner duidt dit aan met de term «requirements instability»

X Noot
9

Deze fasen overlappen elkaar in de tijd. Nieuwe functionaliteit komt voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties volgtijdelijk beschikbaar. Het onderdeel « Levering» zal eerder dan het onderdeel «Bijhouding» worden opgeleverd.

X Noot
10

Schaduwdraaien is het gelijktijdig draaien van de BRP en de GBA-V waarbij mutaties in beide systemen worden verwerkt en de verwerking daarvan voortdurend wordt gemonitord. Pas na de vaststelling dat de mutaties in de BRP op de juiste wijze worden verwerkt gaat deze in productie. Voor het schaduwdraaien is in het huidige scenario een periode van 1 jaar voorzien.