27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 456 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2019

Op 30 april 2019 heb ik een brief ontvangen van vertegenwoordigers van de akkerbouwsector (LTO, NAV, NAJK, COSUM) over het insecticidengebruik in de suikerbietenteelt en verwachte knelpunten bij onkruidbestrijding. De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft verzocht om een reactie op deze brief (commissieverzoek van 2 mei 2019). Hierbij geef ik invulling aan dit verzoek.

Op 16 april 2019 heb ik mijn Toekomstvisie gewasbescherming 2030 naar uw Kamer gestuurd (Kamerstuk 27 858, nr. 449). Hierin staat hoe de landbouw, door het initiëren van een trendbreuk in het denken en handelen over gewasbescherming, de behoefte aan gewasbeschermingsmiddelen drastisch gaat terugdringen. Dit is een gezamenlijke visie waar ook de sectororganisaties achter staan. De brief van de vertegenwoordigers van de akkerbouwsector bevestigt de noodzaak om de behoefte aan gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Ook voor de teelt van akkerbouwgewassen moeten op lange termijn door innovatie op het gebied van weerbare planten en teeltsystemen, niet-chemische maatregelen en laagrisicomiddelen alternatieven beschikbaar komen om planten te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden.

In de tussenliggende periode blijft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nodig om ziekten, plagen en onkruiden in de plantaardige sectoren, waaronder de akkerbouw, tegen te gaan. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is alleen toegestaan als dit geen onaanvaardbare risico’s heeft voor mens, dier en milieu. Nadat de European Food and Safety Authority (EFSA) onacceptabele risico’s voor bijen had geconstateerd, stelde de Europese Commissie (EC) in april 2018 daarom restricties voor op het gebruik van drie neonicotinoïden. Ik heb mij laten adviseren door het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en op basis hiervan de voorstellen van de EC gesteund. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd (Kamerstuk 27 858, nr. 421) en sta hier nog steeds achter.

In mijn brief aan uw Kamer heb ik aangegeven dat de Europese restricties grote impact kunnen hebben in een aantal teelten, waaronder de suikerbietenteelt, en dat ik samen met de sector op zoek wil naar oplossingen die passen binnen de principes van geïntegreerde gewasbescherming. Op 8 april jl. sprak ik onder andere hierover met een groep telers. Tevens zal ik in gesprek gaan met suikerbietentelers om van hen te horen waar zij knelpunten ondervinden en hoe wij samen tot duurzame oplossingen kunnen komen die passen binnen mijn Visie Gewasbescherming 2030. Overigens heb ik ook vooruitlopend daarop al actie ondernomen door voor het teeltseizoen 2019 een tijdelijke vrijstelling te verlenen voor een alternatief middel zonder neonicotinoïden ter bestrijding van de bietenvlieg in de teelt van suikerbieten (zie mijn brief van 19 april jl., Kamerstuk 27 858, nr. 454).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Naar boven