27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 430 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 juli 2018

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de brief van 20 juni 2018 over de moties en toezeggingen op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen (Kamerstuk 27 858, nr. 429). Dit schriftelijk overleg betreft alleen de passage in de brief over de werkzame stoffen thiram en diquat, vanwege de op korte termijn te verwachten Europese besluitvorming.

De vragen en opmerkingen zijn op 27 juni 2018 aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voorgelegd. Bij brief van 2 juli 2018 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Kuiken

De griffier van de commissie, Haveman-Schüssel

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de Minister

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het niet bereiken van een gekwalificeerde meerderheid in het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) inzake het voorstel van de Europese Commissie voor een niet-hernieuwing van de werkzame stof thiram. De leden van de VVD-fractie hebben begrepen dat de Europese Commissie heeft aangekondigd dit voorstel voor te leggen aan de lidstaten in een beroepscomité waarvan de stemming zal plaatsvinden op 10 of 12 juli 2018. Kan de Minister aangeven of zij voornemens is in te stemmen met het voorstel van de Europese Commissie voor een niet-hernieuwing van de werkzame stof thiram? En indien zij voornemens is om in te stemmen, hoe is de Minister tot haar besluit gekomen? Kan de Minister uiteenzetten wat haar afwegingen hierbij waren?

Ik ben van plan om mijn eerder ingenomen standpunt over thiram vast te houden en dus om in te stemmen met het voorstel voor niet-hernieuwing van thiram (Kamerstuk 27 858, nr. 428).

Mijn standpunt is gebaseerd op het advies van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en de wetenschappelijke herbeoordeling die is uitgevoerd door de European Food Safety Authority (EFSA),rapporterend lidstaat Frankrijk en co-rapporteur België. Hierop hebben de andere lidstaten meegekeken. Het Ctgb bevestigt onacceptabele lange termijn risico’s voor vogels en zoogdieren van het gebruik van met thiram behandeld zaaizaad (hierna: zaadtoepassing van thiram). Deze risico’s kunnen niet worden weggenomen met mitigerende maatregelen.

Centraal in het besluitvormingsproces staat de beoordeling van werkzame stoffen op de risico’s voor mens, dier en milieu.

Kan de Minister bevestigen dat de werkzame stof thiram belangrijk is als zaadbehandelingsmiddel voor de teelt van Nederlandse gewassen? Wanneer het voorstel van de Europese Commissie wordt aangenomen en de werkzame stof thiram niet langer wordt toegelaten, wat voor een gevolgen heeft dit voor de teelt van Nederlandse gewassen en het Nederlandse zaadbedrijfsleven? Graag ontvangen deze leden een uitgebreide reactie. Is de Minister het met de leden van de VVD-fractie eens dat het van groot belang is om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare middelen? Kan de Minister aangeven of bij een niet-hernieuwing voldoende alternatieve beschikbare middelen beschikbaar zijn? Heeft de Minister dit onderzocht? Zo ja, om welke middelen gaat dit dan? Zo nee, is zij bereid dit alsnog te onderzoeken?

Thiram is een veelgebruikte stof als zaadbehandelingsmiddel. In Nederland zijn er toelatingen voor zaadbehandeling voor de bedekte teelt van ongeveer 40 groente- en sierteeltgewassen. Daarnaast worden behandelde zaden geïmporteerd uit andere landen binnen de Europese Unie (EU) voor buitenteelten.

Indien de werkzame stof thiram wegvalt, verwacht de NVWA een grote landbouwkundige impact voor de teelt van andijvie, kropsla, ijsbergsla, prei, asperges en pioenen. Daarnaast wordt een impact verwacht voor een groep van 27 gewassen die bedekt wordt geteeld, waaronder grote gewassen als komkommer, courgette, paprika en tomaat. Voor deze teelten wordt het beschikbare middelenpakket smal, waardoor het moeilijker wordt om schimmelziektes onder controle te houden.

Het voorstel impliceert ook dat zaadproducerende bedrijven geen thiram-behandelingen meer mogen uitvoeren op zaad dat is bestemd voor landen binnen en buiten de EU. Voor zaadbehandeling ten behoeve van export naar landen buiten de EU zijn in Nederland enkele alternatieve chemische middelen toegelaten met een vergelijkbare werking als thiram. Met enkele van deze landen zullen afspraken moeten worden gemaakt over het gebruik van alternatieven ter vervanging van thiram.

Het is inderdaad van belang om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare middelen. Ik hecht er echter aan om Verordening (EG) nr. 1107/2009 zuiver te volgen en risico’s voor mens, dier en milieu van werkzame stoffen uit te sluiten. Dat betekent dat er werkzame stoffen kunnen wegvallen. Dit vergroot de noodzaak te werken aan het verminderen van de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen en het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming. Gezien de landbouwkundige gevolgen van het wegvallen van thiram zal ik met de landbouwsector in gesprek gaan.

Het Commissievoorstel is gebaseerd op de herbeoordelingen door de European Food Safety Authority (EFSA), de rapporterende lidstaat Frankrijk en co-rapporteur België. Het belangrijkste bezwaar van de EFSA is het risico voor vogels en zoogdieren. Gaat het hier om een direct gevaar van de werkzame stof thiram voor vogels of zoogdieren? Of is veilig gebruik voor vogels en zoogdieren mogelijk zolang de stof conform de voorschriften wordt gebruikt? Zijn er, naast de studie uitgevoerd door de EFSA, andere studies of veldonderzoeken waaruit andere conclusies getrokken kunnen worden dan de studie van de EFSA? Zo ja, om welke studies gaat dit en wat zijn de conclusies? De leden van de VVD-fractie hebben vernomen dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) het Commissievoorstel steunt. Heeft zij naast het advies van het Ctgb nog ander advies ingewonnen? Heeft de Minister bijvoorbeeld met de sector gesproken over het voorliggende voorstel?

De EFSA heeft een onacceptabel risico geconstateerd voor vogels en zoogdieren voor alle (oorspronkelijk) door de aanvrager voorgelegde en beoordeelde toepassingen van thiram. Dit wordt door het Ctgb bevestigd. Voor deze toepassingen is daarmee geen veilig gebruik mogelijk. Inmiddels heeft de aanvrager alle andere toepassingen dan zaadtoepassing uit de aanvraag teruggetrokken.

Al tijdens de Europese herbeoordeling van thiram zijn de aanvragers op eigen initiatief gestart met nieuwe veldstudies om een veilig gebruik aan te tonen. Een deel van deze studies is nu afgerond en biedt nieuwe informatie over de risico’s hiervan voor vogels en zoogdieren. Deze informatie is nog niet volledig en nog niet Europees beoordeeld, zodat onduidelijk is of deze veldstudies de risico’s voor vogels en zoogdieren kunnen wegnemen.

Het Ctgb ziet in de op dit moment beschikbare informatie over deze studies geen aanleiding tot herziening van het advies over thiram. Ik ben daarom niet bereid om de Europese Commissie te vragen om de EU-besluitvorming over thiram aan te houden totdat alle nieuwe informatie door de aanvragers is opgeleverd en beoordeeld. Dit betekent uitstel van besluitvorming van minimaal zes maanden, terwijl de EU-beoordeling op onacceptabele risico’s wijst. De aanvragers waren op de hoogte van de vereisten ten aanzien van vogels en zoogdieren ten tijde van indiening van het hernieuwingsdossier. Nieuwe studies kunnen op dit moment niet meer meegenomen worden. Bovendien zal uit een nieuwe beoordeling nog moeten blijken of de nieuwe veldstudies de risico’s voor vogels en zoogdieren daadwerkelijk kunnen wegnemen.

Inzake de EU-besluitvorming van thiram heb ik advies ingewonnen bij de NVWA over de landbouwkundige impact van het wegvallen van thiram. Ook hebben ambtelijke gesprekken plaatsgevonden met de zaadveredelingssector over de gevolgen van een negatief besluit voor hun bedrijfsvoering. Verordening (EG) nr. 1107/2009 biedt echter niet de mogelijkheid in het besluitvormingsproces rekening te houden met mogelijke economische gevolgen voor de sector.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de informatie over de Europese besluitvorming over de stof thiram. Hierover hebben deze leden nog vragen.

De leden van de CDA-fractie zetten vraagtekens bij de Europese besluitvorming om de toelating van de stof thiram in te trekken. Klopt het dat de EFSA heeft vastgesteld dat er onvoldoende informatie was, zo vragen deze leden. Is de Minister ermee bekend dat deze informatie inmiddels voorhanden is, maar omdat de procedure gesloten is inmiddels niet meer betrokken kan worden bij de besluitvorming? Is de Minister bereid de Europese Commissie te vragen om de mogelijkheid te bieden om alle beschikbare informatie nog aan te mogen leveren bij de lopende beoordeling van de stof thiram? Zo nee, waarom niet? Wat gebeurt er als er bij de stemming in het beroepscomité geen gekwalificeerde meerderheid is voor het commissievoorstel? Is het mogelijk om als er geen meerderheid is alsnog de nieuwe beschikbare informatie te betrekken bij de beoordeling door de EFSA en de voorstellen van de Commissie?

De EFSA stuitte al tijdens de Europese herbeoordeling van thiram op onacceptabele lange termijn risico’s van zaadtoepassing voor vogels en zoogdieren. Daarop zijn aanvragers op eigen initiatief gestart met nieuwe veldstudies om een veilig gebruik aan te tonen. Een deel van deze studies is nu afgerond en biedt nieuwe informatie over de risico’s hiervan voor vogels en zoogdieren. Deze informatie is nog niet volledig en nog niet Europees beoordeeld, zodat onduidelijk is of deze veldstudies de risico’s voor vogels en zoogdieren kunnen wegnemen.

Het Ctgb ziet in de op dit moment beschikbare informatie over deze studies geen aanleiding tot herziening van het advies over thiram. Ik ben daarom niet bereid om de Europese Commissie te vragen om de EU-besluitvorming over thiram aan te houden totdat alle nieuwe informatie door de aanvragers is opgeleverd en beoordeeld. Dit betekent uitstel van besluitvorming van minimaal zes maanden, terwijl de EU-beoordeling op onacceptabele risico’s wijst. De aanvragers waren op de hoogte van de vereisten ten aanzien van vogels en zoogdieren ten tijde van indiening van het hernieuwingsdossier. Nieuwe studies kunnen op dit moment niet meer meegenomen worden. Bovendien zal uit een nieuwe beoordeling nog moeten blijken of de nieuwe veldstudies de risico’s voor vogels en zoogdieren daadwerkelijk kunnen wegnemen.

Indien in het beroepscomité (wederom) geen gekwalificeerde meerderheid voor of tegen het voorstel voor niet-hernieuwing van thiram wordt bereikt («no-opinion»), is de Europese Commissie gerechtigd haar voorstel door te zetten. Indien een meerderheid van lidstaten hiertegen stemt, is de Europese Commissie eraan gehouden dit voorstel in te trekken of te herzien. Het is dan ook aan de Europese Commissie om te besluiten of zij de Europese beoordeling van thiram wil heropenen vanwege bedoelde nieuwe informatie.

Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie wat de effecten zullen zijn voor Nederlandse telers en zaadbedrijven als de stof thiram niet langer gebruikt mag worden. Ziet de Minister mogelijkheden om de effecten te verminderen, zo vragen deze leden. Is het mogelijk om zaden die worden geëxporteerd naar het buitenland wel te behandelen? Is het mogelijk om behandeld prebasiszaad nog te gebruiken voor de productie van basiszaad? Zo nee, wat moet er dan gebeuren met de enorme voorraden behandeld zaad? Welke oplossing ziet de Minister hiervoor?

Gezien het bovenstaande vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister haar positie wil heroverwegen in het beroepscomité zodat de nieuwe informatie meegewogen kan worden in de beoordeling.

Indien de werkzame stof thiram wegvalt, verwacht de NVWA een grote landbouwkundige impact voor de teelt van andijvie, kropsla, ijsbergsla, prei, asperges en pioenen. Daarnaast wordt een impact verwacht voor een groep van 27 gewassen die bedekt wordt geteeld, waaronder grote gewassen als komkommer, courgette, paprika en tomaat. Voor deze teelten wordt het beschikbare middelenpakket smal, waardoor het moeilijker wordt om schimmelinfecties onder controle te houden.

Het voorstel impliceert ook dat zaadproducerende bedrijven geen thiram-behandelingen meer mogen uitvoeren op zaad dat is bestemd voor landen binnen en buiten de EU. Voor zaadbehandeling ten behoeve van export naar landen buiten de EU zijn in Nederland enkele alternatieve chemische middelen toegelaten met een vergelijkbare werking als thiram. Met enkele van deze landen zullen afspraken moeten worden gemaakt over het gebruik van alternatieven ter vervanging van thiram.

Het is van belang om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare middelen. Ik hecht er echter aan om Verordening (EG) nr. 1107/2009 zuiver te volgen en risico’s voor mens, dier en milieu van werkzame stoffen uit te sluiten. Dat betekent dat er werkzame stoffen kunnen wegvallen. Dit vergroot de noodzaak te werken aan het verminderen van de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen en het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming.

Het voorstel voorziet in een respijtperiode van het gebruik van thiram voor zaadbehandeling en het op de markt brengen en zaaien van behandeld zaad van maximaal 15 maanden na inwerkingtreding van het besluit. Het is aan het Ctgb om te besluiten over de respijtperiode voor de Nederlandse toelatingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het schrijven van de Minister over de recente ontwikkelingen rondom de eventuele hernieuwing van de werkzame stof thiram. De Minister geeft aan zich in Europees verband te hebben ingezet voor de niet-hernieuwing van de betreffende stof. Hierin volgt de Minister de conclusies van EFSA, Ctgb en de Europese Commissie. Deze leden ondersteunen de Minister hierin volledig en willen haar graag bedanken voor haar inzet.

Helaas was er geen gekwalificeerde meerderheid voor het niet-hernieuwen van de toelating. Het zogenaamde beroepscomité vormt de laatste mogelijkheid om de niet-hernieuwing toch doorgang te laten vinden. Kan de Minister schetsen om welke redenen andere lidstaten, ondanks het wetenschappelijke bewijs voor de schadelijkheid van thiram, toch voor hernieuwing waren? Kan de Minister het speelveld schetsen? Wat wil de Minister verder doen om andere lidstaten te overtuigen om tot niet-hernieuwing te beslissen?

Tijdens de stemming in het SCoPAFF op 14 juni 2018 over het Commissievoorstel voor niet-hernieuwen van de werkzame stof thiram hebben 14 lidstaten hun steun hiervoor uitgesproken. Dit komt neer op 41,5% van de EU-bevolking. Ander landen gaven aan thiram voor zaadtoepassing te willen behouden. Het is nu aan de Europese Commissie om voldoende andere lidstaten mee te krijgen in haar voorstel.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie

De leden van de fractie van GroenLinks hebben met grote zorg kennisgenomen van het feit dat er nog geen Europese overeenstemming is over het verbieden van thiram. Deze leden hopen van harte dat het voorstel van de Europese Commissie alsnog aangenomen zal worden en dat geen hernieuwde goedkeuring voor thiram zal worden verleend. Dit omdat blootstelling aan thiram onacceptabele risico’s met zich meebrengt voor zoogdieren en vogels, zelfs bij een geringe blootstelling.

Deze leden hebben hierover een aantal vragen aan de Minister. Wat is haar inschatting van de verhoudingen in aanloop naar de bespreking(en) in het beroepscomité? Is zij het met de leden van de fractie van GroenLinks eens dat thiram onder geen beding een hernieuwde goedkeuring mag krijgen? Wat gaat zij doen om hiervoor voldoende steun bij haar collegae te vergaren?

Tenslotte wensen deze leden de Minister veel succes en spreken ze nogmaals de diepe wens uit dat het voorstel van de Europese Commissie alsnog aangenomen zal worden.

Ik verwijs de leden van de GroenLinks-fractie naar mijn antwoord op de vragen van de leden van de D66-fractie over de stemverhoudingen inzake het voorstel voor niet-hernieuwing van thiram.

Ik heb mijn standpunt inzake thiram toegelicht in mijn antwoord op de vragen van de leden van de VVD-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie kunnen zich vinden in het standpunt dat het Nederlandse kabinet eerder heeft ingenomen om op Europees niveau de stof thiram niet opnieuw goedkeuring te geven, conform het voorstel van de Europese Commissie en het advies van EFSA en het Ctgb. Dit gezien de onacceptabele risico’s die deze stof meebrengt voor zowel zoogdieren als vogels. De leden van de SP-fractie gaan er vanuit dat het kabinet dit standpunt zal blijven volhouden in het beroepscomité. De leden van de SP-fractie vragen wel op welke termijn de Minister verwacht de Kamer te informeren over voortgang in de dossiers rond geïntegreerde gewasbescherming en het overschakelen op niet-chemische methoden en laag-risicomiddelen.

Zoals toegezegd informeer ik uw Kamer eind 2018 over de resultaten van de pilots binnen de Systeemaanpak Duurzame Gewasbescherming en de systeemaanpassingen die ik verder met betrokkenen zal uitwerken (Kamerstuk 27 858, nr. 417). Ik zal van deze gelegenheid gebruik maken om uw Kamer ook te informeren over de dossiers rond geïntegreerde gewasbescherming en het overschakelen op niet-chemische methoden en laag-risicomiddelen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben de brief van de Minister gelezen waarin zij de stand van zaken schetst rond de Europese besluitvorming over de herbeoordeling van de werkzame stoffen thiram en diquat in bestrijdingsmiddelen (al dan niet via zaadcoating). Deze leden hebben daarover enkele vragen en opmerkingen.

Eerder heeft de Minister laten weten dat zowel de EFSA als het Ctgb, naar aanleiding van de herregistratie die aan de orde was voor dit middel, tot de conclusie zijn gekomen dat diquat niet meer aan de toelatingseisen voldoet. Diquat heeft onacceptabele risico’s voor omwonenden, omstanders en vogels. De Minister steunt daarom het voorstel van de Europese Commissie om niet tot een nieuwe goedkeuring over te gaan. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben eerder al laten weten deze positie van de Minister te ondersteunen.

Ook voor thiram, een systemische fungicide die momenteel breed wordt toegepast in de EU, geldt dat de herbeoordeling de conclusie oplevert dat zaadtoepassing van thiram onacceptabele risico’s oplevert voor vogels en zoogdieren, bij geringe blootstelling al. Dat is zowel het oordeel van de EFSA als van het Ctgb. Ook hier steunt de Minister het voorstel om de toelating van thiram niet te vernieuwen, en de leden van de Partij voor de Dieren-fractie spreken opnieuw hun steun uit voor deze positie.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie gaan ervan uit dat de Minister, ook nu er geen gekwalificeerde meerderheid was voor het voorstel, bij haar standpunt blijft. Kan de Minister dat bevestigen? Deze leden gaan er tevens vanuit dat de voorstellen, die nu in het zogeheten beroepscomité worden voorgelegd, ongewijzigd zijn. Kan de Minister dat bevestigen? Zo nee, wat is er veranderd aan de voorstellen? Wat gebeurt er als de voorstellen opnieuw niet worden aangenomen?

De voorstellen voor niet-hernieuwing van de werkzame stoffen thiram en diquat zijn sinds de stemming daarover in het SCoPAFF op 25 mei 2018 respectievelijk 14 juni niet inhoudelijk gewijzigd. Mijn standpunt, zoals aan u gemeld, blijft daarom hetzelfde (Kamerstuk 27 858, nr. 428).

Ik verwijs de leden van de Partij voor de Dieren-fractie naar mijn antwoord op de vragen van de leden van de CDA-fractie over het vervolg op de besluitvorming in het beroepscomité.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat waar toepassingen van thiram en diquat eerder als verantwoord werden gezien, de conclusie nu is dat zij onacceptabele risico’s met zich meebrengen voor vogels en zoogdieren (thiram) en omwonenden, omstanders en vogels (diquat). Dat roept de vraag op om te reflecteren op toelatingen in relatie tot voortschrijdende inzichten over de gevaren van landbouwgif. Zeker gelet op de nijpende biodiversiteitscrisis, onder meer tot uitdrukking komend in het dramatische verlies van het aantal insecten, kunnen we ons niet meer veroorloven om middelen op de markt (toe) te laten waarvan we later moeten concluderen dat zij onacceptabele risico’s met zich meebrachten. Onderschrijft de Minister dat?

Verordening (EG) nr. 1107/2009 verplicht de EFSA en lidstaten om werkzame stoffen en gewasbeschermingsmiddelen periodiek te beoordelen volgens de laatste stand der wetenschap en de daarop aangepaste toetsingskaders. Datzelfde geldt voor de beoordeling van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen. Inherent aan dit toetsingssysteem is dat werkzame stoffen bij een herbeoordeling op basis van nieuwe, voortschrijdende inzichten niet meer veilig kunnen blijken voor mens, dier en milieu op basis van de dan geldende normen. Ik zie de huidige voorstellen als bewijs dat het toelatingssysteem werkt en dat de beoordelende partijen kritisch durven kijken naar bestaande werkzame stoffen en toelatingen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie wijzen erop dat ook aan thiram eerst minder vergaande beperkingen waren gesteld, zoals een verbod in de buitenteelt (onbedekt uitgezaaide gewassen), maar dat nu, vijf jaar later, de toepassing voor zaden die bedekt worden uitgezaaid toch óók onverantwoord blijkt. Ook voor de drie neonicotinoïden die recent aan strengere beperkingen zijn onderworpen is dat het patroon geweest: eerst toelaten, pas later concluderen dat beperkingen nodig zijn, en dan wéér later concluderen dat die beperkingen onvoldoende waren en dat er toch nog verdere beperkingen nodig zijn – waarbij toepassing in kassen nog altijd is uitgezonderd. In het belang van de bescherming van water, bodem, biodiversiteit, dieren en mensen zou toepassing van het voorzorgsbeginsel veel verstandiger zijn dan toepassing van (systemische) bestrijdingsmiddelen. Graag ontvangen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie een reflectie van de Minister. Is zij de bereid in haar plannen om de biodiversiteitscrisis een halt toe te roepen het voorzorgbeginsel als uitgangspunt te nemen?

Ik heb vertrouwen in het huidige getrapte toelatingssysteem waarbij stoffen eerst Europees worden beoordeeld alvorens gewasbeschermingsmiddelen op nationaal niveau worden beoordeeld en toegelaten. Omdat gewasbeschermingsmiddelen niet mogen worden toegepast zonder toelating gaat het toelatingssysteem al uit van het voorzorgsprincipe.

Naar boven