Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627406 nr. 222

27 406 Nota «De kenniseconomie in zicht»

Nr. 222 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2016

Op 30 juni 2011 heb ik uw Kamer een kabinetsreactie op aanbevelingen over kenbaarheid van normen en normalisatie gestuurd (Kamerstuk 27 406, nr. 193). Op 8 oktober 2015 heb ik van Actal een advies over regeldruk in relatie tot verwijzing naar normen in regelgeving ontvangen (zie bijlage)1. Mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister voor Wonen en Rijkdienst ga ik in deze brief op beide zaken in.

Normalisatie

Normalisatie is het proces om te komen tot een norm. Dit proces is open, transparant en gericht op consensus en vindt plaats in normcommissies die bestaan uit vertegenwoordigers van alle betrokken partijen. Dit gebeurt niet alleen op nationaal niveau, maar ook in Europees en internationaal verband. Iedereen die belang heeft bij een bepaald onderwerp, kan deelnemen aan het normalisatietraject. Onder belanghebbende partijen kunnen bijvoorbeeld producten, leveranciers, ondernemers, eindgebruikers, maar ook brancheverenigingen, overheid en belangenorganisaties worden verstaan. De afspraken gaan over wat, in het licht van de stand van de techniek en de best beschikbare kennis, goede normen zijn om te hanteren bij de productie van bepaalde zaken en het leveren van diensten. Het normalisatieproces wordt zowel internationaal, Europees en nationaal begeleid door normalisatie-instellingen. Deze instellingen werken volgens in WTO verband opgestelde principes voor normalisatie. In Nederland faciliteert het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) het gehele proces en vertegenwoordigt de Nederlandse belangen als het om normalisatie op Europees of internationaal niveau gaat.

De normen die door normalisatie-instellingen worden ontwikkeld zijn op verschillende manieren van belang voor het goed functioneren van markten en de economie. Normen verbeteren de kwaliteit en de veiligheid van producten en diensten en vereenvoudigen de verspreiding van kennis, technologie en bedrijfspraktijken. Normalisatie zorgt ervoor dat producten, onderdelen en netwerken beter op elkaar aansluiten (interoperabiliteit). Dit bevordert het handelsverkeer en de innovatie.

Normalisatie kan leiden tot efficiencyvergroting en dus tot lagere kosten. Er zijn diverse studies die aantonen dat normen bijdragen aan economische groei. Een recent voorbeeld is een onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk2(VK) dat het belang van normalisatie voor economische groei in het VK laat zien.

Overheidsbeleid voor normalisatie

Gezien het belang van normalisatie voor het goed functioneren van markten en de economie is het van belang dat de normalisatie-infrastructuur goed functioneert. Voor een deel wordt dit op Europees niveau geregeld door de normalisatieverordening3 en voor een deel doordat de Staat een overeenkomst heeft gesloten met NEN4. NEN ontvangt jaarlijks een bijdrage van de overheid voor uitvoering van bepaalde taken die relevant zijn voor het goed functioneren van de normalisatie-infrastructuur. Op 9 maart 2015 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie van deze bijdrage (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 148).

Naast dit beleid waarmee de overheid randvoorwaarden voor een goed functionerend normalisatiestelsel schept kan de overheid voor specifieke beleidsdoelen gebruik maken van normen. Het feit dat normen ontwikkeld worden door belanghebbenden in een proces dat moet voldoen aan de uitgangspunten van de WTO maakt normalisatie een geschikt instrument om aan te sluiten bij het zelfregulerend vermogen in de samenleving. Voor bepaalde onderwerpen stimuleert de overheid de ontwikkeling van normen door een financiële bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van die normen en ook door deelname aan het normontwikkelingsproces. Ook kan in regelgeving verwezen worden naar normen. Een voorbeeld is de rol die Europese normen voor producten spelen in de interne markt voor producten. De door de Europese normalisatie instellingen ontwikkelde productnormen zijn in principe5 niet verplicht om toe te passen maar door te voldoen aan de private norm geniet een fabrikant wel een «vermoeden van overeenstemming» met de eisen in de Europese productregelgeving.

Bij het gebruik van normen in regelgeving is het van belang uitgangspunten toe te passen om publieke en private verantwoordelijkheden goed te beleggen.

Het kabinet heeft deze uitgangspunten opgenomen in de kabinetsreactie op het project kenbaarheid van normen en normalisatie (Kamerstuk 27 406, nr. 193) en in de Aanwijzingen voor de regelgeving. Vergelijkbare uitgangspunten voor gebruik van normen in Europese regelgeving zijn opgenomen in een Europese leidraad voor het gebruik van normalisatie op Europees niveau (het vademecum voor normalisatie).

Advies van Actal

Actal heeft op basis van signalen die ze de afgelopen jaren hebben ontvangen over regeldruk ten gevolge van het gebruik van normen in regelgeving een advies over regeldruk en normen gemaakt (zie bijlage)6. Actal geeft aan dat gebruik van normen in regelgeving kan leiden tot onnodige regeldruk. Actal geeft adviezen om bij gebruik van normen in regelgeving onnodige regeldruk te voorkomen.

Een groot deel van de aanbevelingen van Actal zie ik als ondersteuning van het beleid voor gebruik van normen zoals opgenomen in de kabinetsreactie normalisatie (Kamerstuk 27 406, nr. 193) en de Aanwijzingen voor de regelgeving. Dat beleid is er ook op gericht om lasten ten gevolge van gebruik van normen te beperken. Ik onderschrijf het belang van toegankelijke regelgeving met nauwkeurig geformuleerde bepalingen zoals vastgelegd in de Aanwijzingen voor de regelgeving. Een belangrijk uitgangspunt in het beleid is dat gebruik van normen in principe vrijwillig moet zijn en dwingende verwijzingen in de regelgeving de uitzondering op die regel moeten zijn. Actal onderschrijft dit principe.

Actal geeft aan dat niet verwijzen naar normen de voorkeur geniet boven verwijzingen waarbij toepassing van de norm facultatief is. Hier plaats ik een kanttekening bij aangezien juist facultatieve verwijzingen naar normen kunnen bijdragen aan het beperken van regeldruk en creëren van rechtszekerheid. Indien in overleg gedragen normen tot stand zijn gekomen en het aannemelijk is dat de norm een evenwichtige weerspiegeling is van de belangen van de partijen kan de wetgever eenvoudig en snel, zonder omvangrijke nieuwe voorschriften uit te vaardigen, aansluiten bij de praktijk en kunnen bedrijven inspelen op nieuwe ontwikkelingen en innovaties. Een doelvoorschrift in de regelgeving in combinatie met een de mogelijkheid een vrijwillige norm toe te passen om aan dat doelvoorschrift te voldoen kan in dat geval belangrijke voordelen hebben. Enerzijds hoeft iedere individuele ondernemer niet zelf een methode te bedenken om aan de wetgeving te voldoen en kunnen ondernemers gebruik maken van de methode in de norm die vermoeden van overeenstemming geeft met het wettelijke doelvoorschrift. Anderzijds geeft de facultatieve verwijzing naar de norm rechtszekerheid zonder dat toepassing verplicht is.

Het kabinet heeft in de kabinetsreactie op de aanbevelingen over kenbaarheid van normen en normalisatie aangegeven dat dwingende verwijzingen naar normen zoveel mogelijk omgezet moeten worden in facultatieve verwijzingen en nationale NEN normen waar dwingend naar wordt verwezen kosteloos inzichtelijk moeten worden. Deze actie is ondertussen afgerond.

Op een aantal plekken in de wetgeving zijn verwijzingen naar normen aangepast en voor bijna 150 nationale NEN normen heb ik een afspraak met NEN gemaakt waardoor deze normen vanaf 1 januari online kosteloos in te zien zullen zijn via het online platform van NEN. De lijst met nationale NEN normen die het betreft zal voor 1 januari worden gepubliceerd. Tevens wordt een overzicht gepubliceerd van nationale NEN normen die op dit moment nog dwingend zijn, maar die na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer dwingend zullen zijn.

Naast het kosteloos inzichtelijk maken van normen en het beleid zoals verwoord in de kabinetsreactie op de aanbevelingen over kenbaarheid van normen en normalisatie (Kamerstuk 27 406, nr. 193) en de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt er in diverse lopende trajecten gewerkt aan het voorkomen van onnodige regeldruk ten gevolge van normen. Diverse aanbevelingen van Actal komen daar in aan bod. Het gaat om de volgende trajecten:

  • In opdracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is NEN momenteel op basis van concrete casuïstiek onderzoek aan het doen naar kansen en belemmeringen door normen en certificaten voor groene groei en circulaire economie. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zal u hierover separaat informeren.

  • Actal wijst in het advies op de uitdagingen in de praktijk bij toepassing van gelijkwaardige oplossingen aan een bepaalde norm. In dat kader merk ik op dat de Minister voor Wonen en Rijksdienst een nieuwe verbrede commissie heeft ingesteld die de taak heeft te adviseren over conflicten bij het toepassen van gelijkwaardige oplossingen voor het voldoen aan de bouwvoorschriften (Besluit van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 15 oktober 2015, nummer 2015-0000436097, Stcrt. 2015, nr. 37507). Tevens ben ik een onderzoek gestart om aan de hand van praktijkvoorbeelden het inzicht te vergoten in de bepalende factoren voor het gebruik en de toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel. Het doel van het onderzoek is om tot een beter gebruik van dit beginsel te komen en zodoende de kansen voor innovatieve toepassingen te vergroten.

  • Actal adviseert het aanbieden van een «right to challenge». Hier wordt in breder kader aan gewerkt in een programma voor toekomstbestendige wetgeving (zie daarover de brief aan uw Kamer van 20 juli 2015, Kamerstuk 33 009, nr. 10)

  • De Europese Commissie heeft in haar mededeling «De eengemaakte markt verbeteren» aangekondigd met alle betrokken partijen een overeenkomst te gaan sluiten om de werking van het Europese normalisatiesysteem te verbeteren (Kamerstuk 22 112, nr. 2029).

  • Betrokkenheid van alle belanghebbenden is zowel Europees als nationaal een doorlopende aandachtspunt van normalisatie instellingen. De Europese normalisatie eist dat normalisatie instellingen inspanning plegen om het mkb te betrekken. NEN ontplooit diverse activiteiten, zoals een mkb helpdesk en een recent ontwikkelde e-learning module, om deelname van het mkb te stimuleren.

Tot slot

Ten aanzien van het advies van Actal om ook andere normen dan de nationale NEN normen waar dwingend naar wordt verwezen ook kosteloos inzichtelijk te maken merk ik op dat, zoals beschreven in de kabinetsreactie op de aanbevelingen over kenbaarheid van normen en normalisatie (Kamerstuk 27 406, nr. 193), de internationale en Europese normen niet eenzijdig door de Nederlandse overheid kosteloos inzichtelijk gemaakt kunnen worden. De reden hiervoor is dat op Europees en wereldniveau de rechten op een norm bij het internationale normalisatie-instituut en de betrokken normalisatie-instellingen gezamenlijk berusten. Dit auteursrecht moet de Nederlandse overheid uiteraard respecteren.

Ik blijf aandacht houden voor het conform het vastgestelde beleid verwijzen naar normen in regelgeving, dat geldt voor zowel nationale normen als voor Europese, internationale normen en ook voor andere private documenten. Hierbij heb ik, zoals Actal adviseert, extra aandacht voor verwijzingen naar verouderde versies van normen. Om besluitvorming door departementen over verwijzing naar de juiste versie van een norm te vergemakkelijken ben ik met NEN in overleg over hoe NEN daar in zou kunnen ondersteunen. De afgesloten overeenkomst met NEN waardoor de gehele collectie van NEN per 1 januari 2016 door Rijksambtenaren te raadplegen wordt, zal ook bijdragen aan het beter op orde houden van verwijzingen naar normen in de regelgeving. Actal wijst op het belang van betrokkenheid van toezichthouders bij het beleid voor normalisatie. Ik onderschrijf dit belang en zal, in overleg met de inspectieraad, waar nodig die betrokkenheid vergroten.

Verder zal ik met NEN in overleg gaan over mogelijkheden die NEN zelf heeft om onnodige lasten ten gevolge van normen te beperken. NEN gebruikt de in 2012 ontwikkelde «checklist lastenarm» om te zorgen dat ook bij de ontwikkeling van normen rekening wordt gehouden met lasten. NEN investeert in oplossingen om het gebruik van normen eenvoudiger te maken die zullen bijdragen aan verminderingen van lasten. NEN is bijvoorbeeld bezig om de verschillen tussen een oude en een nieuwe versie van een norm eenvoudig inzichtelijk te maken. Ik wil samen met NEN verkennen hoe informatie over normen op het portaal van NEN en online informatie over wetgeving op een slimme manier op elkaar kunnen aansluiten.

Tenslotte wil ik het platform open normalisatie noemen, een door NEN georganiseerd overleg waar zowel brancheorganisaties als overheden aan deel nemen. In dit platform kunnen problemen die er zijn met normen en normalisatie geagendeerd worden om tot oplossingen te komen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Oliver Hogan, Colm Sheehy & Rajini Jayasuriya (2015). The Economic Contribution of Standards to the UK Economy. London: Centre for Economics and Business Research Ltd (Cebr) / BSI

X Noot
3

EG-Verordening nr. 1025/2012

X Noot
4

Overeenkomst tussen de Staat en de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut en de Stichting Koninklijk Nederlands Elektrotechnisch Comité, Staatscourant Jaargang 2015 Nr. 39157.

X Noot
5

Een uitzondering hier op vormen de Europese normen voor bouwproducten die wel verplicht zijn.

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl