Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201126488 nr. 275

26 488 Behoeftestelling vervanging F-16

Nr. 275 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2011

Hierbij informeer ik u over enkele aspecten van het project Vervanging F-16.

Planning F-35 programma

In mei 2011 heb ik gemeld dat het Pentagon naar verwachting in juni een besluit zou nemen over een nieuwe planning voor de ontwikkelingsfase (SDD-fase) van de F-35. Vervolgens zou het Pentagon op grond van de nieuwe planning deze zomer een nieuw Selected Acquisition Report (SAR) over het F-35 programma aanbieden aan het Congres. De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 10 juni jl. verzocht de Kamer uiterlijk 23 september a.s. te informeren over onder meer dit SAR-rapport en de kabinetsreactie hierop (kenmerk 26 488-272/2011D30797). Onlangs heeft het JSF Program Office (JPO) gemeld dat het Pentagon in de herfst van dit jaar de nieuwe planning van de SDD-fase zal behandelen. Een nieuw SAR-rapport is daarom voorlopig niet aan de orde. Het is daarom niet mogelijk te voldoen aan het genoemde verzoek. Ik zal de Kamer informeren nadat de besluitvorming over de planning van de SDD-fase is voltooid.

Gemiddelde stuksprijs F-35

Met de brief van 12 mei jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 269) heb ik gemeld dat Defensie in het kader van het SAR 2010-rapport informatie heeft ontvangen over de investeringskosten van de Conventional Take-Off and Landing (CTOL-)versie van de F-35. Zoals eerder toegezegd informeer ik de Kamer hierbij over de validatie en de verwerking van deze kosteninformatie.

De geactualiseerde gemiddelde kale stuksprijs van de F-35 bedraagt nu € 60,4 miljoen. In de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2010 (Kamerstuk 26 488, nr. 258) was nog sprake van een stuksprijs van € 59,7 miljoen. Voor beide ramingen geldt een plandollarkoers van $ 1,00 = € 0,83. De berekeningsgrondslag voor de gemiddelde stuksprijs is gewijzigd. Het gaat hierbij om het volgende.

  • Bij de jaarrapportage is uitgegaan van de planmatige invoerreeks van productietoestellen met ingang van 2016. In overeenstemming met de maatregelen in de beleidsbrief van 8 april jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 1) is een nieuwe planmatige invoerreeks opgesteld. Daarbij begint de instroom van productietoestellen pas in 2019 en die duurt totdat in 2027 het planningsaantal van 85 is bereikt. Zoals bekend neemt het kabinet overigens geen besluiten over de vervanger van de F-16, het aantal aan te schaffen toestellen en het daarvoor benodigde budget. In het investeringsoverzicht van Defensie is een bedrag van € 4,5 miljard gereserveerd voor de vervanger van de F-16.

  • De gemiddelde kale stuksprijs uit de jaarrapportage was berekend op grond van SAR 2009-kosteninformatie en conservatieve opslagen uit 2010van de Director of Cost Assessment and Program Evaluation (D-CAPE) van het Pentagon. Uit de validatie van de door het JPO verstrekte kosteninformatie is gebleken dat twee van die opslagen niet zijn overgenomen voor het SAR 2010-rapport. Defensie heeft deze twee opslagen daarom ook niet toegevoegd, in afwachting van nieuwe kosteninformatie van de D-CAPE die naar verwachting later dit jaar beschikbaar komt. Zoals gemeld in de brief van 2 december 2010 (Kamerstuk 26 488, nr. 249) hanteerde de D-CAPE in 2010 een conservatieve schatting van de voordelen van toekomstige meerjarige contracten met een groot aantal vliegtuigen. De D-CAPE hield het op een voordeel van 1 procent terwijl het JPO nog steeds uitgaat van 5 procent. Voorts hield de D-CAPE in 2010 voorzichtigheidshalve rekening met een 2 procent hogere winstmarge voor de hoofdleveranciers van de F-35.

  • De gemiddelde kale stuksprijs uit de jaarrapportage was in prijspeil 2010, exclusief BTW. De nieuwe gemiddelde kale stuksprijs is in prijspeil 2011, exclusief BTW.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen