Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201626485 nr. 220

26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Nr. 220 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2016

Twee jaar geleden kondigde het kabinet uw Kamer aan te streven naar het afsluiten van convenanten op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) met het Nederlands bedrijfsleven en haar stakeholders1. Mede ter uitvoering van de motie van de leden Smaling en Voordewind om vóór de zomer van 2016 een evaluatiemoment in te stellen voor de convenanten van de dertien risicosectoren2, biedt het u in deze brief inzicht in de voortgang van het traject om tot IMVO-convenanten te komen. Daarbij zal het kabinet ook ingaan op de internationale context, zowel de Nederlandse inzet tijdens het EU-voorzitterschap als de wetgevende ontwikkelingen in de ons omringende landen. Tot slot gaat het kabinet in op een aantal nog openstaande moties en toezeggingen.

Voortgang sectorconvenanten3

Met de tussenrapportage IMVO-convenanten4 informeerde het kabinet uw Kamer over de voortgang in de uitvoering van het IMVO-convenantenbeleid. Waar toen werd geconcludeerd dat er positieve ontwikkelingen gaande waren maar dat het tempo omhoog moest, kan nu worden geconstateerd dat het tempo inderdaad omhoog is gegaan.

Textiel

Het IMVO-sectorconvenant in de kleding- en textielindustrie is op 9 maart jl. gepresenteerd door een brede coalitie van brancheorganisaties, vakbonden, ngo’s en overheid. Met dit convenant zetten betrokken organisaties een grote stap vooruit in de bestrijding van misstanden in de kleding- en textielindustrie in ontwikkelingslanden. Zij gaan zich er samen voor inzetten om de arbeidsomstandigheden in deze landen te verbeteren en milieu en diervriendelijker te produceren. Het convenant treedt in werking als tenminste 35 bedrijven die gezamenlijk tenminste 30 procent van de omzet op de Nederlandse mode- en kledingmarkt vertegenwoordigen het convenant ondersteunen. Partijen hebben drie maanden de tijd genomen om dit aantal bedrijven te werven. Daarna wordt het convenant ondertekend. Op dit moment ziet het er naar uit dat het benodigde aantal bedrijven wordt gehaald. De partijen bij het convenant hebben de Sociaal Economische Raad (SER) verzocht het secretariaat te verzorgen voor de uitvoering van het convenant.

Banken

Verwachting is dat het convenant in de bancaire sector na deze zomer wordt ondertekend. Een samenwerkingsverband van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), vakbonden, ngo’s en de overheid is september vorig jaar van start gegaan met het maken van afspraken onder leiding van de SER. Het convenant richt zich op de rol die banken kunnen spelen bij het voorkomen en aanpakken van mensenrechtenschendingen.

Goud

Een derde sector die veel voortgang heeft geboekt is de goudsector. Partijen in die sector tekenden eind vorig jaar een intentieverklaring en streven ernaar nog voor het einde van deze zomer tot een IMVO-convenant te komen. In de lopende stakeholderdialoog die tot het convenant moet leiden wordt onder meer gesproken over de rollen die betrokken partijen hebben in de internationale goudketen, de praktijk van hun due diligence en de verschillende risico’s die er spelen.

Overig

Naast bovengenoemde drie sectoren verwacht het kabinet dat vier andere sectoren ook dit jaar nog een IMVO-convenant zullen afsluiten. Dit betreft de verzekeringssector, de sierteeltsector, de sector duurzame eiwitten en de sector hout.

Verder heeft een achttal sectoren, te weten de sectoren bouw, natuursteen, groothandel, land- en tuinbouw, metallurgische industrie, technologische industrie, voedingsmiddelen en toerisme, in de afgelopen periode verdere stappen gezet om tot een convenant te komen. De voedingsmiddelensector is van deze sectoren het meest gevorderd en zal na de zomer van start gaan met de convenantbesprekingen onder leiding van de SER.

Naar verwachting zal dit er toe leiden dat in de eerste helft van 2017 nog eens acht IMVO-convenanten kunnen worden gerealiseerd. De doelstelling van het kabinet om vóór 2017 tien convenanten te hebben afgesloten, wordt weliswaar niet gehaald maar is wel binnen bereik in de eerste helft van 2017.

Ook in de andere sectoren die in de MVO Sector Risico Analyse5 zijn geïdentificeerd, zijn positieve ontwikkelingen gaande. Een overzicht van deze ontwikkelingen wordt in bijlage 16 gegeven.

Ondanks deze positieve ontwikkelingen, moet ook worden geconstateerd dat het meer tijd en inspanning kost dan aanvankelijk gedacht om het beoogde aantal convenanten te realiseren. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Zo verschilt de mate van kennis over internationaal verantwoord ondernemen per sector en moet in sommige sectoren eerst vooral nog aan bewustwording op dit gebied worden gewerkt. Ook hebben sommige sectoren meer ervaring dan andere met het betrekken van hun stakeholders via «multi-stakeholderdialogen». Dit is een belangrijk onderdeel van het proces om tot een convenant te komen en kost de nodige tijd als het nog moet worden opgezet. Daarnaast is het maken van breedgedragen, resultaatgerichte afspraken met verschillende partijen hoe dan ook een complex, tijdrovend proces.

Vanwege de goede ervaringen die zijn opgedaan met de SER als facilitator van de onderhandelingen over het kleding- en textielconvenant en in de bancaire sector, wordt momenteel bezien of de SER ook andere sectoren van dienst kan zijn in het streven naar een IMVO-convenant en de uitvoering daarvan. Betrokken partijen uit verschillende sectoren geven aan vertrouwen te hebben in facilitatie door de SER vanwege de neutraliteit, expertise over IMVO en aanpalende beleidsterreinen en de ervaring met het faciliteren en borgen van complexe overeenkomsten tussen een groot aantal partijen. Het kabinet verwacht op korte termijn met de SER tot overeenstemming te komen over hun inzet in de komende twee à drie jaar en hoopt dat met een gegarandeerde betrokkenheid van de SER de totstandkoming van de andere convenanten verder kan worden bespoedigd.

Hierbij zal worden gewerkt volgens het principe van kostentoedeling, waarbij ook van het bedrijfsleven een bijdrage zal worden gevraagd.

Convenanten in relatie tot verduurzaming mondiale waardeketens in internationale context

EU-voorzitterschap

Nederland heeft MVO en verduurzaming van mondiale waardeketens als prioriteit aangemerkt tijdens haar EU-voorzitterschap en maakt zich op Europees niveau sterk voor een gecombineerde benadering van handel- en ontwikkelingsbeleid, waarin multistakeholdersamenwerking en de zogenaamde ketenbenadering (van grondstof tot consument) belangrijk zijn. De risico’s in zulke handelsketens, zoals kinderarbeid, uitbuiting en schending van mensenrechten, dierenwelzijn en milieuvervuiling wil Nederland in samenhang aanpakken en hiermee een bijdrage leveren aan de «2030 Agenda for Sustainable Development» van de VN.

Op 7 december 2015 organiseerde Nederland daartoe een high-level conferentie gericht op de rol van de EU in de verduurzaming van mondiale waardeketens. Door de conferentie voorafgaand aan het EU-voorzitterschap te organiseren, heeft Nederland een duidelijk signaal afgegeven over het belang van dit onderwerp. Tijdens deze conferentie zijn twee verklaringen getekend over het tegengaan van ontbossing en het verduurzamen van palmolie. Deze conferentie vormde de opmaat voor nog een aantal (ministeriële) bijeenkomsten, conferenties en bijdragen onder het EU-voorzitterschap. Al deze inspanningen hebben onder andere geresulteerd in Raadsconclusies over «EU and responsible Global Value Chains» die op 12 mei 2016 zijn aangenomen door de Raad Buitenlandse Zaken/Ontwikkeling van de EU.

Nederland heeft voorts de Commissie bij meerdere gelegenheden opgeroepen om met een nieuw EU MVO-actieplan te komen. Eurocommissaris Bienkowska heeft hierop toegezegd het plan nog dit jaar te zullen opleveren. Steun voor vrijwillige multistakeholder initiatiatieven, zoals de Nederlandse IMVO-convenanten, zou een plaats moeten krijgen in dit plan.

Ook is mede op aandringen van Nederland het EU Garment Initiative voortgezet, waarmee de EU een aanzet geeft voor kennisuitwisseling over verschillende nationale MVO textielinitiatieven (zoals de Duitse «Bündnis für nachhaltige Textilien» en het «Danish National Action Plan for Sustainable Textiles»), afstemming en mogelijke opschaling van dit soort initiatieven. Opschaling naar EU-niveau van multistakeholder initiatieven kan – met de gezamenlijke slagkracht van de EU en lidstaten als grootste afzetmarkt en grootste donor van Aid for Trade – zorgen voor duurzame ketens als norm.

G7, G20, OESO, Global Goals, ILO

  • Onder Duits voorzitterschap van de G7 in 2015 is een «Roadmap on Responsible Supply Chains» totstandgekomen. Deze roadmap roept publieke en private partijen op samen oplossingen aan te dragen voor verduurzaming van mondiale waardeketens. Met de Nederlandse inzet op verduurzaming van mondiale waardeketens wordt gehoor gegeven aan deze oproep. Nederland verwacht dat Duitsland, als het in 2017 voorzitter is van de G20, het onderwerp ook in dit forum zal agenderen.

  • Ook de OESO is zeer actief op het gebied van «responsible business conduct». Na het publiceren van handleidingen due diligence voor specifieke sectoren (o.a. landbouw, conflictmineralen en binnenkort textiel) wordt nu door de OESO gewerkt aan een algemene handleiding voor het uitvoeren van due diligence binnen waardeketens. Nederland ondersteunt de OESO bij verschillende projecten.

  • Het bedrijfsleven heeft een belangrijke rol te spelen bij het bereiken van de Global Goals. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, het aanpakken van risico’s in de keten, draagt daaraan bij, onder andere aan de doelen 8 (eerlijk werk en economische groei) en 12 (verantwoorde consumptie en productie).

  • Dit jaar is de Internationale Arbeidsconferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO onder andere gewijd aan Decent Work in Global Supply Chains. Ter bespreking ligt een voorstel voor een nieuw ILO-instrument dat het uitvoeren van due diligence verplicht stelt voor. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal u over de uitkomsten van de conferentie informeren.

Initiatieven op wetgevend terrein

  • Dat het onderwerp verduurzaming van mondiale waardeketens hoog op de agenda staat, blijkt ook uit enkele wettelijke generieke en specifieke initiatieven, zoals het Franse initiatief, dat voor grote bedrijven het uitvoeren van due diligence binnen hun waardeketens verplicht stelt, en het Britse initiatief, dat bedrijven verplicht tot het rapporteren over welke stappen ze ondernemen om slavernij en mensensmokkel buiten hun ketens te houden. Een overzicht van wat er op wetgevingsterrein in andere landen gebeurt treft u aan in bijlage 27.

  • Daarnaast lopen er binnen de EU enkele wetgevende initiatieven op het terrein van verduurzaming van waardeketens, zoals de EU-richtlijn (2014/95) over de bekendmaking van niet-financiële informatie en de conflictmineralenverordening. Deze verordening moet bijdragen aan de verantwoorde winning van en handel in de mineralen tin, tantaal, wolfraam en goud. Op 15 juni jl. werd onder Nederlands voorzitterschap een akkoord bereikt met het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie over de contouren van deze verordening.

  • De effectiviteit van dergelijke wetgeving wordt verhoogd door flankerende maatregelen. In dit kader heeft Nederland samen met een aantal lidstaten het initiatief genomen voor de oprichting van het European Partnership for Responsible Minerals (EPRM).

  • Ook in Nederland is er een roep om wettelijke initiatieven die een bijdrage leveren aan verduurzaming van waardeketens. Denk aan het initiatiefwetsvoorstel van uw Kamerlid Van Laar op het gebied van kinderarbeid, dat binnenkort wordt ingediend. Het bestrijden van kinderarbeid is een prioriteit binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid en een thema in meerdere IMVO-convenanten. Voor multi-stakeholderinitiatieven om kinderarbeid tegen te gaan is 5 miljoen euro ter beschikking gesteld.

Hoe verder?

Alhoewel de doelstelling van tien IMVO-convenanten vóór 2017 niet wordt gehaald, geeft de voortgang in het afgelopen jaar, met twee convenanten zo goed als afgerond en een vijftal in het vooruitzicht voor het einde van dit jaar, het kabinet voldoende vertrouwen dat deze doelstelling in de eerste helft van 2017 wel zal worden gehaald. Het kabinet wil dan ook met alle betrokkenen doorgaan op de ingeslagen weg. Uiteraard blijft het kabinet de internationale ontwikkelingen op wetgevend terrein nauwlettend volgen.

Het kabinet deelt de wens van uw Kamer om sneller tot resultaten te komen en verwacht dat een bredere betrokkenheid van de SER hierbij zal helpen. Daarnaast is een blijvende, constructieve inzet van vele belanghebbenden van essentieel belang voor het welslagen van onze inzet op IMVO-convenanten. Daarbij blijft het van belang te beseffen dat convenanten een middel zijn. Het gaat uiteindelijk om het verbeteren van sociale- en milieuomstandigheden van mensen en het verbeteren van dierenwelzijn en biodiversiteit, via het verduurzamen van de waardeketens van het Nederlands bedrijfsleven. Een Nederlands bedrijfsleven dat proactief IMVO-risico’s vermijdt en bestrijdt creëert waarde voor de volgende generatie en draagt bij aan duurzame ontwikkeling in de wereld. Daarbij zijn er steeds meer empirische gegevens dat MVO lonend is voor het bedrijfsleven. Het is van belang in te blijven zetten op een proactiever MVO beleid in EU en andere gremia om zo duurzame ketens de norm in plaats van de uitzondering te maken en het internationale gelijke speelveld voor MVO koplopers te vergroten.

Tot slot

Tijdens het AO Ondernemen in Bedrijfsfinanciering op 21 januari 2016 heeft uw Kamer gevraagd om nadere informatie over het concurrentievoordeel dat MVO in de praktijk kan bieden8. Verder zijn tijdens het notaoverleg over de initiatiefnota Eerlijk Werk Wereldwijd van de leden Van Laar en Kerstens op 7 maart 2016 twee moties van de leden Vermue en Servaes aangenomen9. In de bijlagen 3 en 410 wordt uitvoering gegeven aan deze toezegging en moties.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Stand van zaken Sector Risico Analyse (SRA). Kamerstuk 26 485, nr. 187, 24 juni 2014.

X Noot
2

Motie van de leden Smaling en Voordewind d.d. 29 april 2015 (Kamerstuk 32 852 nr. 24).

X Noot
3

KPMG onderscheidde in de SRA dertien prioritaire sectoren. Het aantal sectoren is inmiddels uitgebreid, omdat de praktijk heeft uitgewezen dat sommige sectoren dusdanig zijn georganiseerd dat een aanpak op subsectorniveau noodzakelijk is. Een overzicht van alle hoofd- en subsectoren is opgenomen in bijlage 1.

X Noot
4

Tussenrapportage IMVO-convenanten. Kamerstuk 26 485, nr. 212, 10 juli 2015.

X Noot
5

Kabinetsreactie op het eindrapport MVO Sector Risico Analyse, Kamerstuk 26 485, nr. 197, 19 november 2014.

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
8

Toezegging Kamerstuk 32 637, nr. 231, gedaan door de Minister van Economische Zaken tijdens het AO Ondernemen en Bedrijfsfinanciering, d.d. 21 januari 2016.

X Noot
9

Notaoverleg over de initiatiefnota Eerlijk Werk Wereldwijd, Kamerstuk 34 331, nr. 7 en Kamerstuk 34 311, nr. 5.

X Noot
10

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl