Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624587 nr. 659

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 659 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 juni 2016

Met deze brief reageer ik op de moties van het lid Volp c.s. over een nieuwe visie op detentie voor volwassenen1 en van het lid Kooiman c.s. over een visie op resocialisatie en recidivebestrijding2 van 20 april 2016. Voorts informeer ik u in deze brief over de motie Van der Staaij en Voordewind van 26 november 20153, waarin de regering wordt verzocht pilots met grote betrokkenheid vanuit de samenleving financieel te ondersteunen en de afhandeling van de motie Volp en Marcouch over grotere bekendheid van de beschrijving getoond gedrag4 van 8 maart 2016.

Koers en Kansen voor de sanctie-uitvoering

Tijdens het AO Gevangeniswezen van 30 maart 2016 is uitvoerig met uw Kamer gesproken over de gevolgen van de aanhoudende leegstand bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de verwachte behoefte aan celcapaciteit de komende jaren (Kamerstuk 24 587, nr. 650). Daarbij is ook gesproken over (toenemende) complexe problematiek van veroordeelden. Ik ondersteun uw behoefte aan een visie op detentie en resocialisatie. Ik vind het van belang dit niet te beperken tot het gevangeniswezen, maar dit te bezien vanuit het gehele sanctiepalet waarin meerdere justitiële organisaties en andere partners een rol spelen. Tijdens het VAO op 20 april 2016 heb ik toegelicht dat er op dit moment wordt gewerkt aan een toekomstverkenning, genaamd «Koers en Kansen voor de sanctie-uitvoering». Dit traject zal de basis vormen voor een visie voor de sanctie-uitvoering in brede zin, waarbij de doelen van vergelding en resocialisatie centraal staan. Deze verkenning is het antwoord op de moties waarin om een visie wordt gevraagd.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, gemeenten en maatschappelijke organisaties beogen in gezamenlijkheid dat (ex-)gedetineerden zo snel en zo goed mogelijk weer meedraaien in de samenleving, uiteraard zonder nieuwe delicten te plegen. Voor een aanzienlijk deel van de doelgroep geldt echter dat de verblijfsduur te kort is om de re-integratie, inclusief eventuele zorgtoeleiding, van de grond te krijgen. Daar komt bij dat de doelgroep die in detentie instroomt vaker een (soms blijvende) zorg- of begeleidingsbehoefte heeft.

Naar schatting heeft een derde van de gedetineerden een licht verstandelijke beperking. Bij de helft speelt verslaving een rol en ongeveer even vaak is er een psychiatrische stoornis. Ook schulden en uitkeringsafhankelijkheid maken dat het perspectief op volwaardige participatie direct na detentie niet vanzelfsprekend is. DJI staat in deze tijden van krimp voor de steeds complexere opgave om een bijdrage aan re-integratie en recidivebeperking te leveren. Dat kan DJI zeker niet geïsoleerd van andere partijen, zowel in het publieke als in het private domein.

De toekomstverkenning «Koers en Kansen voor de sanctie-uitvoering» moet een antwoord bieden op maatschappelijke ontwikkelingen, veranderingen in de strafrechtsketen, nieuwe bestuurlijke verhoudingen en de huidige en verwachte behoefte aan voorzieningen5. De verkenning zal ook de basis vormen voor de vraag hoe een robuust en flexibel stelsel tot stand gebracht kan worden. Hieronder versta ik een stelsel dat in staat is om niet alleen schommelingen in de instroom op te vangen maar ook beantwoordt aan de in complexiteit toenemende zorgvraag van een deel van de doelgroep. Robuust duidt op de bijdrage die het uitvoeren van sancties moet blijven leveren, zowel aan vergelding als aan recidivevermindering6 en re-integratie. De door u gevraagde visies op detentie en op resocialisatie en recidivevermindering zijn nauw verbonden aan de doelstelling van voornoemd traject. Om een gedegen visie te ontwikkelen is tijd nodig, onder meer door de brede aanpak waarin de werkvloer tot en met de wetenschap wordt betrokken. De uitkomst van de verkenning volgt begin 2017. De door de RSJ aangekondigde visie op de sanctietoepassing wordt eveneens betrokken bij de ontwikkeling van de visies op detentie en resocialisatie.

Detentie en re-integratie

Vanzelfsprekend staan in de huidige uitvoeringspraktijk de activiteiten van DJI reeds ten dienste van de re-integratie en resocialisatie van de gedetineerde. Belangrijk hierbij zijn de re-integratiecentra (RIC), waar gedetineerden, ondersteund door medewerkers van de PI en vrijwilligers, bijvoorbeeld terecht kunnen voor het regelen van huisvesting, het zoeken van een baan (en als dat niet lukt het aanvragen van een uitkering), het regelen van een zorgverzekering en het aanpakken van schulden. Detentie is een plaats waar straffen worden uitgevoerd, maar tegelijkertijd is het een plek waar kansen worden geboden om het gedrag ten goede te veranderen. Zo wordt de gedetineerde in het kader van de re-integratie en resocialisatie gestimuleerd om tijdens de detentie aan (gedrags)verandering te werken. Er wordt onderwijs en training aangeboden evenals een werkritme en werknemersvaardigheden. De gedetineerde wordt aangesproken op zijn gedrag als hij zich niet aan de afspraken houdt.

Een belangrijke rol speelt het contact met de familie. Juist door het contact met naaste familie kan een gedetineerde weer gemotiveerd raken om zijn leven een andere wending te geven. Als voorbeeld noem ik de interventie Betere Start. Dit is een interventie tijdens de laatste maanden van detentie, die erop is gericht moeders opvoedingsvaardigheden bij te brengen en gedragsproblemen bij de kinderen te voorkomen.

Social Impact Bond: Werk na detentie

Een recente ontwikkeling is de pilot genaamd «Social Impact Bond, Werk na Detentie». De pilot is gestart op 7 juni jl. Een initiatief ontstaan vanuit de samenleving waarin de overheid, maatschappelijke organisaties en private partijen samen optrekken. Bekeken wordt of met de inzet van private middelen voor alle partijen voordeel behaald kan worden. De overheid betaalt bij bewezen succes en behaalde besparingen een vooraf afgesproken rendement aan de private partijen. Dit bevordert een resultaatgerichte aanpak. De doelstelling van de Social Impact Bond is naast het verminderen van uitkeringsafhankelijkheid en recidive, dat wordt bezien of – in aanvulling op het reeds bestaande aanbod rondom re-integratie – innovatie kan worden aangemoedigd en of het voor de rijksoverheid en gemeenten loont om via een Social Impact Bond maatschappelijke resultaten te bereiken. De resultaten worden dan ook actief gedeeld met gemeenten, departementen en betrokken organisaties. Ik zie het als belangrijke winst en een grote stap voorwaarts dat ook private organisaties op deze manier betrokken zijn bij de terugkeer van gedetineerden aan de samenleving. Ik zal uw Kamer te zijner tijd informeren over de voortgang. Met deze pilot laat de regering zien, conform de motie Van der Staaij en Voordewind, initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen.

Beschrijving Getoond Gedrag

Tot slot maak ik van de mogelijkheid gebruik om u te informeren over de motie Volp en Marcouch, waarin werd gevraagd grotere bekendheid van de beschrijving getoond gedrag (BGG) te realiseren. Gedetineerden kunnen in de laatste fase van hun detentie overdag buiten de penitentiaire inrichting ervaring opdoen bij een externe werkgever. Bij goed functioneren ontvangt de gedetineerde een BGG ten behoeve van sollicitaties of bij de aanvraag van een VOG. Ik kan uw Kamer melden dat DJI per 1 juli 2016 maatregelen treft om het instrument BGG nadrukkelijker onder de aandacht van gedetineerden en personeel te brengen7. DJI zal monitoren of de maatregelen tot een toename van het aantal BGG’s zal leiden.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Kamerstuk 24 587, nr. 645.

X Noot
2

Kamerstuk 24 587, nr. 640.

X Noot
3

Kamerstuk 34 300 VI, nr. 57.

X Noot
4

Kamerstuk 29 270, nr. 108.

X Noot
5

Met betrekking tot het jeugddomein, inclusief adolescenten, loopt het Verkenningstraject Invulling Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd gestart, Kamerstuk 24 587, nr. 625.

X Noot
6

In mijn brief van 28 juni 2016 heb ik u over de recente recidive cijfers geïnformeerd (Kamerstuk 29 270, nr. 111).

X Noot
7

O.a.: betere informatie beschikbaar, aandacht tijdens proces promoveren/degraderen.