Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201822112 nr. 2583

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2583 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2018

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij vijf fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling en richtlijn een «new deal» voor consumenten (Kamerstuk 22 112, nr. 2580)

Fiche: Richtlijn representatieve acties voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten en intrekking van Richtlijn 2009/22/EC (Kamerstuk 22 112, nr. 2582)

Fiche: Aanpassing verordeningen invoering en werking .eu-topniveaudomein Internet

Fiche: Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen (Kamerstuk 22 112, nr. 2584)

Fiche: Verordening Biometrie op identiteitskaarten (Kamerstuk 22 112, nr. 2585)

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Fiche: Aanpassing verordeningen invoering en werking .eu-topniveaudomein internet

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing en werking van de .eu-topniveaudomeinnaam en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 733/2002 en Verordening (EG) nr. 874/2004 van de Commissie

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    27-4-2018

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM(2018)231

  • d) EUR-Lex

    https://eur-lex.europa.eu/procedure/NL/2018_110

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing

    SWD(2018)120

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie 2001.

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

  • h) Rechtsbasis

    Het voorstel voor de verordening is gebaseerd op artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

  • i) Besluitvormingsprocedure Raad

    Gekwalificeerde meerderheid

  • j) Rol Europees Parlement

    Medebeslissing

2. Essentie voorstel

a) Inhoud voorstel

Het voorstel beoogt het vervangen en moderniseren van twee verouderde verordeningen die het beheer en de uitgifte van Europese internetdomeinnamen die eindigen op .eu reguleren. Voorgesteld wordt om een aantal regels te schrappen c.q. aan te passen om het .eu-domein toekomstbestendiger, flexibeler en competitiever te maken.

Het .eu-topniveaudomein (toplevel domain) is het internetdomein van de Europese Unie en haar burgers, zoals het.nl-domein dat is voor Nederland of het .fr-domein voor Frankrijk. Daaronder vallen alle domeinnamen die eindigen op .eu zoals www.Europa.eu. Het domein werd opgericht bij verordening (EG) nr. 733/2002. Verordening (EG) nr. 874/2004 stelt de regels vast voor het functioneren van de beheerder van het domein die belast is met de organisatie, het bestuur en het beheer van het .eu-domein. Ook zijn in de verordening de uitgangspunten vastgelegd voor registratie van namen in het .eu-domein.

Mede naar aanleiding van een REFIT-beoordeling (Regulatory Fitness and Performance Programme) is geconstateerd dat de meer dan 13 jaar oude .eu-verordeningen toe zijn aan vervanging.

Het onderliggende voorstel beoogt daarom het volgende:

  • 1. Schrappen van verouderde wettelijke en administratieve vereisten en tegelijkertijd het toekomstbestendig maken van het regelgevend kader. Hiermee kan het domein zich beter aanpassen aan snelle veranderingen van de topniveaudomeinenmarkt en het dynamische digitale landschap en daarmee beter concurreren met andere domeinen;

  • 2. Voortgaan met het integreren en bevorderen van EU-prioriteiten op het gebied van de «online»-wereld en de regelgeving meer in overeenstemming brengen met de door de Commissie gehanteerde benadering van «internet governance» voor wat betreft toezicht en het afleggen van verantwoording. Het leidt tot een bestuursstructuur die de meest actuele technische en bestuurlijke «good practices» toepast ten dienste van het publieke belang van de EU. Daartoe wordt mede een multistakeholderraad ingesteld voor advisering op het gebied van het beheer en het registratiebeleid van het .eu-domein. De .eu-multistakeholderraad is samengesteld uit vertegenwoordigers van de private sector, de technische gemeenschap, de lidstaten en internationale organisaties, het maatschappelijk middenveld en de academische wereld en wordt door de Commissie benoemd op basis van een open en transparante procedure.

  • 3. Versoepelen van de huidige geschiktheidscriteria voor de registratie van .eu-domeinnamen; zodat burgers van de Unie ook een .eu-domeinnaam kunnen laten registreren als zij een woonplaats hebben buiten de Unie.

  • 4. Opheffen van de strikte verbodsbepalingen inzake verticale scheiding maar tegelijkertijd duidelijke bepalingen vaststellen die de toepassing van de regels van eerlijke mededinging waarborgen in overeenstemming met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Met verticale scheiding wordt de scheiding bedoeld tussen de strikte registratiefunctie van de beheerder (registry) versus de commerciële activiteiten op het gebied van domeinnaamverkoop en diensten daaromheen door andere dienstverleners (registrars).

b) Impact assessment Commissie

Het nieuwe voorstel is in lijn met de bevindingen van een impact assesment die de Europese Commissie heeft uitgevoerd op de REFIT-beoordeling.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Nederland was vanaf het begin voorstander van de instelling van het .eu-domein. Nederland zag voordelen voor Nederlandse bedrijven en burgers om zich Europees te kunnen profileren via dit domein vanwege het open, geglobaliseerde, gedigitaliseerde en extern gerichte karakter van de Nederlandse economie. Dit heeft zich vertaald in een hoge positie van Nederland als afnemer van .eu-domeinnamen: 13% van alle registraties zijn in Nederlandse handen, waarmee het in absolute zin met een half miljoen .eu domeinnamen op de 2e plaats staat na Duitsland met één miljoen .eu domeinnamen1. Daarnaast is Nederland voorstander van zelfregulering op het internet waar het kan en regulering waar het moet. Daarom staat Nederland in principe positief tegenover het versoepelen van regels omtrent het eu-domein.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Nederland staat welwillend tegenover dit voorstel. Het schrappen van verouderde regels (eerste punt van het voorstel) en het versoepelen van de regels (derde punt van het voorstel) rond het .eu-domein maakt registratie laagdrempeliger en meer marktconform en daardoor aantrekkelijker. Meer registraties en gebruikers van .eu-domeinnamen zijn bevorderlijk voor de Europese aanwezigheid op het internet en voor grensoverschrijdende online-activiteiten in Europa, en strookt daarmee met de doelstellingen van de strategie voor een sterke digitale interne markt.

Nederland is positief over het voorstel voor het introduceren van «internet governance»-principes en de invoering van een multistakeholderraad voor advisering op het gebied van het beheer van het .eu-domein en het registratiebeleid (tweede punt van het voorstel). Daarmee komt het initiatief voor aanpassing en modernisering meer vanuit de markt en van directe belanghebbenden. Ervaringen in Nederland met een vergelijkbaar multistakeholderaanpak in zelfregulering ter consultatie van belangrijke wijzigingen van het registratiebeleid binnen het .nl-domein zijn positief; het kan in principe tot meer vertrouwen in – en veiligheid van – het .eu-domein leiden.

Nederland kan zich ook vinden in het versoepelen van de huidige geschiktheidscriteria voor wat betreft het loslaten van het criterium dat een aanvragende burger een woonplaats binnen de Unie moet hebben. Dit is meer in lijn met het staande beleid van andere landendomeinen en vergroot de mogelijkheden voor het aanvragen van .eu-domeinnamen. Het criterium dat alleen burgers van de Unie een aanvraag kunnen doen blijft behouden en garandeert het Europese karakter van het domein.

Nederland heeft zorgen bij het loslaten van de verticale scheiding (vierde punt van het voorstel). Nederland hecht aan het principe dat de beheerder (registry) van het domein zich niet inlaat met commerciële activiteiten van aanbieders (registrars) die domeinnamen aanbieden, gekoppeld aan andere diensten zoals hosting. Nederland hecht eraan dat dit vastgelegd blijft; alleen op die manier wordt gegarandeerd dat de Europese domeinnamenmarkt een «level playing field» blijft, een markt waar het aandeel van Nederlandse bedrijven relatief groot is. Een dergelijke scheiding is ook vastgelegd bij SIDN, de stichting die in zelfregulering het Nederlandse .nl-domein beheert.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

Een eerste presentatie door de Europese Commissie van het voorstel heeft plaatsgevonden in de Raad op 4 mei jl. waar lidstaten nog geen posities kenbaar maakten. Naar verwachting zal het inkomend Oostenrijks voorzitterschap in juli (of tweede helft 2018) starten met de eerste inhoudelijke besprekingen.

4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

a) Bevoegdheid

De bevoegdheid voor de nieuwe verordening wordt gebaseerd op artikel 172 WVEU dat de bevoegdheid bevat om maatregelen vast te stellen die de totstandkoming en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van transport, telecommunicatie en energie-infrastructuren ondersteunen. Domeinnamen zijn essentieel om de toegang tot en de interoperabiliteit tussen internetinfrastructuur en -diensten te bevorderen. In overeenstemming met de artikelen 170 en 171 VWEU moet het .eu topleveldomein doorgaan met het verbeteren van de interoperabiliteit van trans-Europese netwerken door te voorzien in een apart registratiedomein in aanvulling op de bestaande topleveldomeinen met landcodes (ccTLDs) in EU Lidstaten (zoals .es, .fr, .de) en op de mondiale registratie voor generieke topleveldomeinen (gTLDs).

Op grond van artikel 4, lid 2, h, VWEU is er op het terrein van trans-Europese netwerken een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de LS.

Nederland acht artikel 172 VWEU de juiste rechtsgrondslag.

b) Subsidiariteit

Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit als positief. Gezien het grensoverschrijdende karakter van het .eu-domein is het nodig dat regelgevende maatregelen op EU-niveau worden vastgesteld. Deze bevoegdheid kan de EU niet aan lidstaten delegeren vanwege de noodzaak voor een centraal beheer en uniform uitgiftebeleid van het .eu-domein over de gehele Unie. Het .eu-domein levert een meerwaarde door gebruikers een ruimere keuze te bieden als aanvulling op de landendomeinen van de individuele lidstaten.

c) Proportionaliteit

Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit van de instelling positief. Het kabinet acht de instelling van een multistakeholderraad geschikt en noodzakelijk voor het bereiken van het beoogde doel. De raad wordt minimaal en adequaat ondersteund voor een vastomlijnde taak (advisering op het gebied van beheer en registratiebeleid) die anders door de Commissie zelf zou zijn uitgevoerd.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

Er wordt een nieuw orgaan (.EU Multistakeholder Council) opgericht dat financieel wordt ondersteund door de Commissie. Deze multistakeholderraad moet worden gefaciliteerd en van middelen voorzien om te kunnen functioneren. De Commissie schat een bedrag in van ongeveer € 50.000 per jaar.

Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2014–2020 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Nederland wil niet vooruitlopen op de onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

Niet voorzien. Mocht het voorstel toch budgettaire gevolgen blijken te hebben, dan worden deze ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e)) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Geen.

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

Geen.

e) Gevolgen voor concurrentiekracht

Geen.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

Geen.

b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

Geen.

c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

De verordening zal in werking treden op de twintigste dag volgend op de datum van publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie en dient niet later dan drie jaar na inwerkingtreding toegepast te worden. Nederland kan hiermee akkoord gaan.

d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

Niet later dan vijf jaar na de datum van toepassing van deze verordening en elke drie jaar daarna zal de Commissie de implementatie, de doeltreffendheid en het functioneren van de .eu topleveldomeinnaam evalueren. De Commissie zal een evaluatierapport hierover toesturen aan het Europees Parlement en de Raad. Nederland acht het belangrijk dat dit beleid geëvalueerd wordt en kan deze benadering daarom steunen.

7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

Geen

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen


X Noot
1

Bron: Q1 2018 Progress Report – EURid’s Quarterly Update.