Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201822112 nr. 2580

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2580 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2018

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij vijf fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling en richtlijn een «new deal» voor consumenten

Fiche: Richtlijn representatieve acties voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten en intrekking van Richtlijn 2009/22/EC (Kamerstuk 22 112, nr. 2582)

Fiche: Aanpassing verordeningen invoering en werking.eu-topniveaudomein Internet (Kamerstuk 22 112, nr. 2583)

Fiche: Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen (Kamerstuk 22 112, nr. 2584)

Fiche: Verordening Biometrie op identiteitskaarten (Kamerstuk 22 112, nr. 2585)

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Fiche: Mededeling en richtlijn een «new deal» voor consumenten

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    • Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité – Een «new deal» voor consumenten.

    • Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU.

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    april 2018

  • c) Nr. Commissiedocument

    • COM(2018) 183

    • COM(2018) 185

  • d) EUR-Lex

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing

    • SWD(2018) 96

    • SWD(2018) 98

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad voor Concurrentievermogen

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Het Ministerie van Economische Zaken en in nauwe samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

  • h) Rechtsbasis

    Artikel 114

  • i) Besluitvormingsprocedure Raad

    Gekwalificeerde meerderheid

  • j) Rol Europees Parlement

    Medebeslissing

2. Essentie voorstel

a) Inhoud voorstel

Volgens de Europese Commissie (hierna: de Commissie) is een gezond consumentenklimaat een doorslaggevende factor voor economische groei. De Europese Unie (hierna: EU) heeft uitgebreide regelgeving op het gebied van consumentenbescherming die bijdraagt aan een eerlijke en transparante markt voor zowel consumenten als bedrijven. Zo is er het recht op veilige producten, een bedenktermijn van veertien dagen bij aankopen op afstand en het recht om een gebrekkig product te laten repareren of vervangen.

Het Europese consumentenbeleid heeft volgens de Commissie de afgelopen jaren grote voordelen opgeleverd, waardoor Europese burgers en bedrijven een hoog niveau van bescherming en zekerheid genieten, maar de markt verandert snel. Het vertrouwen van de consument is ondermijnd als gevolg van recente grootschalige onrechtmatige praktijken (zoals «dieselgate»). Dit heeft geleid tot een debat over de vraag of de mechanismen van de EU sterk genoeg zijn om de regels voor consumentenbescherming doeltreffend te handhaven en de gedupeerde consumenten schadeloos te stellen.

De conclusie van de in 2017 door de Commissie uitgevoerde «fitness check» van de Europese consumenten- en marketingregels en de evaluatie van de Richtlijn Consumentenrechten luidde dat de EU-regels voor consumentenbescherming hebben bijgedragen aan de werking van de interne markt en aan een hoog niveau van consumentenbescherming. De regels zijn geschikt voor het beoogde doel, maar moeten beter worden toegepast en gehandhaafd. Bij de evaluatie zijn ook gebieden aangewezen waar het consumentenrecht van de EU kan worden geactualiseerd en verbeterd.

Om de nieuwe uitdagingen op het gebied van consumentenbeleid te adresseren, heeft de Commissie een pakket maatregelen gepresenteerd onder de titel «Een «new deal» voor consumenten». Het pakket maatregelen bestaat uit een mededeling (COM (2018) 183) en twee wetgevende voorstellen: een voorstel voor een richtlijn betreffende betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM (2018) 185) en een voorstel voor een richtlijn betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten (COM (2018) 184). Dit BNC-fiche heeft betrekking op de mededeling en het voorstel voor betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming. Over het voorstel betreffende representatieve vorderingen wordt een separaat fiche opgesteld.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité – Een «new deal» voor consumenten (COM (2018) 183)

De Commissie definieert zes prioritaire gebieden, waar volgens haar duidelijke en concrete acties zullen leiden tot toekomstbestendig consumentenbeleid. De Commissie is voornemens:

  • de bestaande regels te moderniseren en lacunes in de consumentenregelgeving op te vullen;

  • consumenten betere verhaalmogelijkheden te bieden, doeltreffende handhaving te ondersteunen en de samenwerking tussen overheden in een eerlijke en veilige interne markt te intensiveren;

  • de samenwerking met partnerlanden buiten de EU te stimuleren;

  • te zorgen voor gelijke behandeling van consumenten op de interne markt en te garanderen dat de nationale bevoegde autoriteiten de bevoegdheid krijgen om eventuele problemen met consumentenproducten van «tweevoudige kwaliteit»1 aan te pakken;

  • te zorgen voor betere communicatie om consumenten meer bewust te maken van hun rechten, en handelaren, vooral kleine en middelgrote bedrijven, te helpen aan hun verplichtingen te voldoen;

  • te kijken naar toekomstige uitdagingen voor het consumentenbeleid in een snel veranderende economische en technologische omgeving.

Volgens de Commissie geeft de «new deal voor consumenten» Europese consumenten en bedrijven de zekerheid en de bescherming die zij nodig hebben. De «new deal» bouwt voort op het bestaande consumentenbeleidskader, maar gaat een stap verder met moderne regels die beter passen bij de hedendaagse veranderende markten en handelspraktijken, krachtigere publieke en private handhavingsinstrumenten en betere mogelijkheden voorverhaal. Een deel van bovenstaande voorstellen worden uitgewerkt middels het aangekondigde richtlijnvoorstel (COM (2018)185).

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM (2018) 185)

In mei 2017 publiceerde de Commissie de uitkomsten van de «fitness check» van de Europese consumenten- en marketingregels en de evaluatie van de richtlijn consumentenrechten. De conclusie was dat de Europese consumentenregels op een aantal punten verbetering behoeven, in het bijzonder de toepassing en handhaving van de regels, modernisering van de regels in het licht van de digitale economie en het belang om drempels voor bedrijven op bepaalde onderdelen te verminderen.

Het voorstel van de Commissie wijzigt vier EU-richtlijnen die de belangen van consumenten beschermen. De meeste wijzigingen betreffen de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en de richtlijn consumentenrechten (beide kennen een regime van maximumharmonisatie). De andere twee, de richtlijn prijsaanduiding producten en de richtlijn oneerlijke bedingen, worden alleen gewijzigd ten aanzien van de sancties op niet-naleving van de richtlijn (beide kennen een regime van minimumharmonisatie). Het voorstel wijzigt de oorspronkelijke regimes van deze richtlijnen niet.

De Commissie stelt de volgende maatregelen voor:

  • Meer doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor grootschalige grensoverschrijdende overtredingen van de consumentenregels. Het voorstel houdt in dat de nationale autoriteiten de bevoegdheid krijgen om bij wijdverbreide inbreuken een geldboete op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 4% van de omzet van een handelaar bedraagt. Het voorstel bevat tevens niet-limitatieve criteria waarmee rekening dient te worden gehouden bij de toepassing van specifieke sancties.

  • Recht op individuele verhaalsmogelijkheden voor consumenten indien zij nadeel ondervinden van een oneerlijke handelspraktijk. Lidstaten dienen zowel contractuele (ten minste het recht om het contract te beëindigen) als niet-contractuele (ten minste het recht op schadevergoeding) mogelijkheden te bieden.

  • Meer transparantie voor de consument op online marktplaatsen door aanvullende informatieverplichtingen voor marktplaatsen om duidelijk te maken a) welke parameters het belangrijkste zijn voor de rangschikking van de verschillende aanbiedingen, b) of de overeenkomst wordt gesloten met een handelaar of met een particulier, c) of de wetgeving inzake consumentenbescherming geldt en d) welke handelaar (derde leverancier of onlinemarktplaats) verantwoordelijk is voor het waarborgen van de consumentenrechten met betrekking tot de overeenkomst (zoals het herroepingsrecht of de garantie).

  • Meer transparantie voor de consument op online marktplaatsen door nader toe te lichten dat de marktplaatsen erop moeten wijzen wanneer zoekresultaten resultaten bevatten waarvan de hoge plaats in de rangschikking het gevolg is van betaling door derden («paid placements») of wanneer derden betalen om te worden opgenomen in de lijst van zoekresultaten («paid inclusion»).

  • Uitbreiding van de bescherming van consumenten met betrekking tot digitale diensten zoals opslag in de cloud, sociale media en e-mailaccounts waarvoor consumenten niet met geld betalen maar die consumenten geleverd krijgen in ruil voor persoonsgegevens.

  • Lasten voor bedrijven wegnemen door hen meer flexibiliteit te geven om het meest geschikte communicatiemiddel met de consument te kiezen. Ook worden twee verplichtingen voor handelaren ten aanzien van de bedenktijd van 14 dagen weggenomen, namelijk 1) de verplichting om een beroep op de bedenktermijn te accepteren als de consument het product gebruikt heeft in plaats van enkel geprobeerd heeft en 2) de verplichting dat de handelaar de consument al moet terugbetalen voordat de handelaar de teruggestuurde goederen weer van de consument heeft ontvangen.

  • Duidelijkheid scheppen over de vrijheid van de lidstaten om regels vast te stellen inzake bepaalde vormen en aspecten van verkoop buiten verkoopruimten.

  • De regels inzake misleidende marketing in verband met producten van uiteenlopende kwaliteit verduidelijken zodat duidelijk is dat het een misleidende handelspraktijk is dat een product wordt verhandeld als zijnde identiek aan hetzelfde product dat in meerdere andere lidstaten in de handel wordt gebracht, terwijl het om een product gaat waarvan de samenstelling of kenmerken significant anders zijn.

b) Impact assessment Commissie

Om het probleem van de gebrekkige naleving aan te pakken, wordt gekozen voor de beleidsoptie van strengere regels over boetes en verbeterde mechanismes voor het doen staken van inbreuken in het kader van consumentenbelangen in combinatie met een EU-breed verhaalsrecht in het kader van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en een verbeterd mechanisme voor collectieve actie.

Deze beleidsoptie draagt volgens het Impact Assessment het meeste bij aan de verwezenlijking van de beleidsdoelen.

Om het probleem van de ineffectieve regels en onnodige kosten voor handelaren aan te pakken, wordt gekozen voor de beleidsoptie om nieuwe regels te maken voor transparante marktplaatsen, consumentenrechten bij gratis digitale diensten en modernisering van de informatieverplichtingen en minder regels voor het herroepingsrecht. Deze optie draagt volgens het Impact Assessment het meeste bij aan verwezenlijking van de beleidsdoelen.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Nederland beschikt over een stevig wettelijk verankerd consumentenbeleid én -toezicht dat waarborgen biedt aan consumenten. Dit wettelijk kader is grotendeels tot stand is gekomen onder invloed van de EU. Consumenten moeten erop kunnen vertrouwen dat ze krijgen wat ze hebben gevraagd en niet misleid worden. Evenwichtige verhoudingen in het handelsverkeer zorgen voor betere uitkomsten van het marktproces.

Van de vier richtlijnen die door het voorstel gewijzigd worden, zijn er drie geïmplementeerd in het Burgerlijk Wetboek (BW). De richtlijn prijsaanduiding producten is geïmplementeerd via het Besluit prijsaanduiding producten.

In Nederland houdt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) toezicht op de naleving van een belangrijk deel van de consumentenbeschermingsregels. Dit doet de ACM op basis van de Wet handhaving consumentenbescherming. Daarnaast bestaan ook gespecialiseerde toezichthouders zoals bijvoorbeeld de Autoriteit Financiële Markten en de Autoriteit Persoonsgegevens. De ACM kan alleen handhaven als de collectieve belangen van consumenten worden geschaad. Dit wil zeggen dat de belangen van meerdere consumenten door een inbreuk zijn of kunnen worden geschaad. Dat betekent dat de ACM geen individuele zaken van overtreding van regels kan oplossen, maar erop toeziet dat ondernemers de regels naleven.

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is voor het besluitvormingsproces inzake deze richtlijnen eerstverantwoordelijk in nauwe samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Vanaf het moment dat (de keuzes inzake) de implementatie in de Nederlandse wetgeving in zicht komt, komt deze eerst verantwoordelijkheid bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid te liggen, in nauwe samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Mededeling – Een «new deal» voor consumenten (COM (2018) 183)

Nederland is tevreden over het pakket maatregelen dat de Commissie voorstelt. De mededeling sluit aan bij de Nederlandse inzet op het gebied van consumentenbeleid. In het bijzonder onderschrijft Nederland het belang van internationale samenwerking omdat handelsprakijken en marketingstrategieën niet stoppen bij de grenzen van een lidstaat of de grenzen van de EU.

Ook steunt Nederland de inzet van de Commissie om te zorgen voor betere communicatie en capaciteitsopbouw. Nederland zet al uitgebreid in op communicatie aan consumenten over hun rechten via het informatieloket ConsuWijzer van de ACM. Voor wat betreft het kijken naar toekomstige uitdagingen voor het consumentenbeleid onderschrijft Nederland het belang van het volgen van de economische en technologische ontwikkelingen op consumentenmarkten om nieuwe problemen te identificeren en gedragswetenschappelijke inzichten te ontwikkelen ter ondersteuning van de beleidsvorming.

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM (2018) 185)

Het kabinet steunt de Commissie in haar doel om de regels te moderniseren en doeltreffende handhaving en verhaalsmogelijkheden voor consumenten te versterken. Ook Nederlandse consumenten hebben en krijgen in toenemende mate te maken met markten die fundamenteel veranderen als gevolg van de digitalisering. Het kabinet vindt het belangrijk dat consumenten ook online een hoog niveau van consumentenbescherming genieten. Het kabinet steunt op hoofdlijnen dan ook het voorstel van de Commissie om te zorgen voor meer transparantie voor consumenten op online marktplaatsen en de uitbreiding van de consumentenbescherming bij digitale diensten. Het kabinet steunt het voorstel van de Commissie om onnodige drempels voor bedrijven weg te nemen, voor zover dit geen afbreuk doet aan de bescherming van consumenten. Daarbij dient wel oog te zijn voor de eventuele risico’s op misbruik door bedrijven die het voorstel met zich kan meebrengen. Nederland wil t.a.v. dit onderdeel van het voorstel eerst de consequenties beter in beeld krijgen door met belanghebbende organisaties in gesprek te treden.

Voor wat betreft de verduidelijking van de regels voor misleidende marketing van producten van tweevoudige kwaliteit, begrijpt het kabinet dat lidstaten pleiten voor een goede kwaliteit van producten op de interne markt en op de markt van de individuele lidstaat. Het kabinet heeft eerder al bij andere lidstaten aangegeven dat inzichtelijker gemaakt moet worden hoe groot de problematiek is en dat de bevindingen met de door de EU ontwikkelde geharmoniseerde testmethode moeten worden afgewacht voordat concrete maatregelen overwogen worden. Daarbij vraagt Nederland aandacht voor de handhaafbaarheid van voor te stellen maatregelen.

Het kabinet begrijpt dat de Commissie voorstelt om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor grensoverschrijdende overtredingen te creëren. Het kabinet steunt de doelstelling dat alle lidstaten boetes moeten kunnen opleggen en afschrikkende sanctiemaatregelen moeten kunnen treffen. In Nederland kan de ACM onder andere boetes opleggen aan ondernemers bij inbreuken op de consumentenregels. Uit de evaluatie van de ACM (2015) is gebleken dat zij doeltreffend is en bijdraagt aan goed functionerende markten en aan het beschermen van de consument. Voor Nederland is van belang dat beide systemen elkaar niet gaan doorkruisen. De Nederlandse inbreng is er dan ook op gericht dat het Europese systeem voldoende ruimte geeft voor nationale invulling zodat het huidige Nederlandse systeem zo veel mogelijk in stand kan worden gelaten.

Daarnaast geldt in Nederland dat de mogelijkheden voor individuele consumenten om in geval van oneerlijke handelspraktijken hun recht te halen, in ons rechtssysteem zijn verankerd en dat dit reeds voorziet in verhaalsmogelijkheden. Borging van verhaalsmogelijkheden in alle lidstaten brengt evenwel een gelijk speelveld voor ondernemers in de EU dichterbij. Ook hierbij is de Nederlandse inbreng erop gericht dat in de EU een systeem wordt gekozen dat het huidige Nederlandse systeem in stand laat en daarbij aansluit.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De verwachting is dat veel lidstaten de modernisering van de consumentenregels in het licht van de digitalisering steunen. De verwachting is dat in het kader van het wegnemen van de verplichting om een beroep op de bedenktermijn te accepteren als de consument het product gebruikt heeft in plaats van enkel geprobeerd en de verplichting om de consument terug te betalen zelfs als hij de goederen nog niet retour heeft ontvangen discussie zal ontstaan. Sommige lidstaten zien dit als vermindering van het niveau van consumentenbescherming en zien het risico van misbruik. Ook voor wat betreft de verduidelijking van de regels voor misleidende marketing van producten van tweevoudige kwaliteit mag worden verwacht dat de discussie die vanuit met name Midden- en Oost-Europese lidstaten hierover is gestart voorlopig gevoerd blijft worden.

De meeste lidstaten lijken het recht op individuele verhaalsmogelijkheden in geval van oneerlijke handelspraktijken te steunen. Zij hebben vooral veel vragen over hoe dit vorm dient te worden gegeven in het nationale rechtssysteem. Ten aanzien van het voorstel om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor grensoverschrijdende overtredingen te creëren zijn de lidstaten scherp op de afbakening van hun nationale competenties, waaronder de strafmaat.

4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert de bevoegdheid van het voorstel op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Op grond van dit artikel heeft de EU de bevoegdheid tot het nemen van maatregelen inzake de onderlinge aanpassing van bepalingen die de instelling en de werking van de interne markt betreffen. Uit artikel 169, lid 1, en artikel 169, lid 2, onder a), van het Verdrag (VWEU) volgt voorts dat de Unie moet bijdragen tot de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming door middel van maatregelen die op grond van artikel 114 VWEU worden genomen. Nederland kan zich vinden in de rechtsgrondslag van artikel 114 VWEU.

Ten aanzien van de mededeling heeft Nederland een positieve grondhouding ten aanzien van de bevoegdheid. Waar het gaat om de interne markt heeft de EU een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (zie artikel 4, lid 2, onder a, van het VWEU).

b) Subsidiariteit

Nederland heeft een positieve grondhouding ten opzichte van de subsidiariteit van de mededeling en beoordeelt de subsidiariteit van de richtlijn positief. Met een steeds verder verdiepende interne markt en toename van het aantal consumententransacties tussen de lidstaten is harmonisatie van de regels voor consumentenberscherming binnen de EU cruciaal. Op de interne markt kunnen zich problemen voordoen die nationale wetgevers en toezichthouders moeilijk kunnen aanpakken als zij afzonderlijk van elkaar optreden. De EU-brede aard van deze problemen, die noopt tot passend handhavend optreden op EU-niveau, is bijzonder duidelijk in het geval van illegale praktijken waardoor consumenten in meerdere EU-lidstaten tegelijk schade ondervinden. Ook voor online handel is het niet mogelijk om de problemen die consumenten ondervinden, toereikend aan te pakken op nationaal niveau. Veel online marktplaatsen en verleners van digitale diensten doen grensoverschrijdend zaken en richten zich op meerdere lidstaten. Uit de fitness check en de evaluatie van de richtlijn consumentenrechten van de Commissie blijkt dat bestaand beleid op het gebied van consumenten- en marketingwetgeving mede heeft bijgedragen aan een hoog niveau van consumentenbescherming, een verbeterde werking van de interne markt en verminderde lasten voor bedrijven die grensoverschrijdend handelen. Uniforme spelregels op EU-niveau zijn dus cruciaal voor een goede marktwerking, een gelijk speelveld en bescherming van de consument.

c) Proportionaliteit

Met betrekking tot de proportionaliteit heeft Nederland een positief oordeel ten aanzien van het voorstel en een positieve grondhouding ten aanzien van de mededeling. De «new deal voor consumenten» draagt als geheel bij aan een eerlijke interne markt, waar in algemene zin zowel consumenten als bedrijven van profiteren. Specifiek zijn de doelstellingen van dit pakket gericht op zowel consumenten als bedrijven. Samenwerking met partnerlanden buiten de EU kan zorgen voor een verder vergroot speelveld voor Europese bedrijven, en er wordt capaciteitsopbouw voorgesteld om kleine en middelgrote bedrijven te helpen aan hun verplichtingen te voldoen. Ook worden er voorstellen gedaan die specifiek gericht zijn op lastenvermindering voor bedrijven. Dit is in balans met de instrumenten die consumenten met dit voorstel worden aangereikt, om bijvoorbeeld individuele consumenten meer mogelijkheden te bieden om schade te verhalen. Het kabinet acht de voorstellen geschikt en niet verdergaand dan noodzakelijk om het gestelde doel van een eerlijkere interne markt te bereiken.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

Uit het onderzoek naar implicaties door de Commissie blijkt dat nationale autoriteiten en rechtbanken aanvankelijk enige kosten moeten maken om vertrouwd te raken met het nieuwe recht op individueel verhaal. Waarschijnlijk zullen deze kosten worden gecompenseerd door de verwachte algehele afname van het aantal schendingen van EU-consumentenregels, dankzij de sterkere afschrikkende werking van krachtigere sancties en verhaalsmogelijkheden. Dit zijn inschattingen van de Commissie.

Wat dit budgettair voor Nederland betekent is op voorhand niet te voorzien en zal in een latere fase duidelijk moeten worden. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e)) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Zie onder d).

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

De rechten die consumenten in de EU hebben, zorgen voor vertrouwen voor burgers. Verbetering van deze rechten door dit voorstel komt ten goede aan vertrouwen van alle burgers van de EU.

Uit de evaluatie van de Commissie is gebleken dat de algemene EU-consumentenregels noch in absolute cijfers, noch ten opzichte van andere terreinen van EU-wetgeving bijzonder belastend zijn, en dat er daarom ook beperkt ruimte is om lasten te verminderen. Het verminderen van lasten voor ondernemers is desondanks een van de beoogde doelen van dit voorstel. Zo wordt het bedrijven met dit voorstel toegestaan om gebruik te maken van nieuwe online communicatiemiddelen, zoals webformulieren of chats, als alternatieven voor e-mail, mits de consument de communicatie met de handelaar kan registreren.

Het voorstel om twee verplichtingen voor ondernemers in relatie tot de herroepingstermijn van veertien dagen weg te nemen, is gericht op het wegnemen van onevenredige lasten voor handelaren. Verwacht wordt dat met name kleine en middelgrote ondernemingen van deze lastenverplichting zullen profiteren. Wanneer handelaren niet langer verplicht zijn om teruggezonden goederen te aanvaarden waar de consument meer gebruik van heeft gemaakt dan toegestaan, scheelt dit voor kleine en middelgrote bedrijven jaarlijks gemiddeld 2.223 euro (mediaan 100 euro). Wanneer handelaren niet langer verplicht zijn om de consument terug te betalen alvorens de mogelijkheid te hebben gehad om de teruggezonden goederen te inspecteren, scheelt dit kleine en middelgrote bedrijven gemiddeld 1.212 euro (mediaan 0 euro) per jaar. Deze schattingen zijn gegeven door het Europese MKB-panel van de Commissie.

De meeste respondenten van het EU MKB-panel hebben echter aangegeven dat het aanscherpen van de sancties geen invloed zou hebben op hun kosten. Handelaren moeten mogelijk enige kosten maken om zich vertrouwd te maken met de nieuwe bepalingen (gemiddeld 638 euro) en vervolgens jaarlijkse kosten voor juridisch advies (gemiddeld 655 euro).

Het schrappen van de verplichting om de consument te informeren over het beleid van de handelaar inzake klachtenbehandeling in de reclamefase, zal ondernemingen enige tot aanzienlijke besparingen opleveren.

e) Gevolgen voor concurrentiekracht

Consumentenwetgeving van de EU beoogt te zorgen voor billijke en transparante verhoudingen tussen ondernemingen en consumenten. Dit voorstel raakt daarmee direct aan de interne Europese markt en het versterken van het gelijke speelveld. Zo is er bij de regels tegen oneerlijke handelspraktijken sprake van volledige harmonisatie binnen de EU. Dit versterkt het gelijke speelveld nog verder. Hierdoor kunnen Nederlandse bedrijven onder gelijke kwaliteitsvoorwaarden concurreren met bedrijven uit de EU en van buiten de EU, en heeft dit voorstel een positieve impact op de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

Het voorstel wijzigt onder meer drie richtlijnen die zijn geïmplementeerd in het BW en kan voor wat betreft de aanpassing van die richtlijnen binnen de kaders van het BW worden geïmplementeerd.

b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

N.v.t.

c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

De implementatietermijn is achttien maanden. Deze termijn is te kort voor richtlijnen en is niet haalbaar omdat implementatie van de richtlijn wetswijziging vergt. Nederland zal inzetten op aanpassing van de implementatietermijn en acht een termijn van ten minste twee jaar wenselijk.

d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

Er is geen noodzaak voor een horizonbepaling. Evaluatie van de richtlijn door de Commissie na vijf jaar, zoals opgenomen in het voorstel, is wenselijk.

7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

Het voorstel wijzigt vier bestaande richtlijnen waarbij elementen worden toegevoegd aan het bestaande kader. Een eerste inschatting is dan ook de regels in beginsel uitvoerbaar zijn. De implicaties voor uitvoering en handhaving van de nieuwe toevoegingen op grond van het voorstel zijn nog niet duidelijk en zullen nader worden onderzocht. Voor een doeltreffend handhavingsmechanisme is een eenduidig regelgevend kader nodig, hetgeen de Commissie nastreeft door bestaande richtlijnen aan te vullen.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

De Commissie heeft zich voorgenomen om in te zetten op verbeterde samenwerking met partnerlanden buiten de EU op het gebied van handhaving van consumentenbescherming. Dit vindt bijvoorbeeld concreet plaats in WTO- en UNCTAD-verband in de discussies over e-commerce. Indien tot afspraken wordt gekomen betreft dit ook ontwikkelingslanden. Nederland steunt deze inzet op een gecoördineerde aanpak van grensoverschrijdende kwesties en verbeterde afspraken met partners buiten de EU, en volgt deze initiatieven met belangstelling en moedigt de Commissie daar waar mogelijk tot meer ambitie aan.


X Noot
1

Een handelspraktijk waarbij een product wordt verhandeld als zijnde identiek aan hetzelfde product dat in meerdere andere lidstaten in de handel wordt gebracht terwijl het om een product gaat waarvan de samenstelling of kenmerken significant anders zijn.