Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201622112 nr. 2041

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2041 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2015

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Doorgifte van persoonsgegevens uit de EU naar de VS na uitspraak HvJEU (Safe Harbour) (Kamerstuk 22 112, nr. 2040)

Fiche 2: Verordening overdracht zaken en bevoegdheden Gerecht voor Ambtenarenzaken naar EU-Gerecht

Fiche 3: Verordening betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit (Kamerstuk 22 112, nr. 2042)

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: verordening overdracht zaken en bevoegdheden Gerecht voor Ambtenarenzaken naar EU-Gerecht

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overdracht aan het Gerecht van de Europese Unie van de bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen de Unie en haar personeelsleden

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    Het betreft een voorstel van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: EU-Hof), Het voorstel is ontvangen op 24 november 2015.

  • c) Nr. Commissiedocument

    Raadsdocument 14306/15

  • d) EUR-Lex

    http://eur-lex.Europa.eu/procedure/NL/2015_906?qid=1448547181663&rid=1

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

    Niet van toepassing

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad Algemene Zaken

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Buitenlandse Zaken

  • h) Rechtsbasis

    • artikel 19, lid 2, tweede alinea EU-verdrag

    • artikelen 256, lid 1, 257, eerste en tweede alinea’s en artikel 281, tweede alinea EU-werkingsverdrag

    • artikel 106 bis, lid 1, Euratom-verdrag

  • i) besluitvormingsprocedure Raad

    Gekwalificeerde meerderheid van stemmen

  • j) rol Europees Parlement

    Medebeslissing

2. Essentie voorstel

• Inhoud voorstel

Het EU-Hof stelt voor om het Ambtenarengerecht1 op te heffen (intrekking oprichtingsbesluit), en de rechtsprekende bevoegdheid in ambtenarenzaken over te hevelen naar het Gerecht van de Europese Unie2 (wijziging Statuut Hof), in het kader van de uitbreiding van het aantal rechters van het Gerecht. Het voorstel treft daarnaast voorzieningen voor de zaken die per 1 september 2016 over moeten gaan van het Ambtenarengerecht naar het Gerecht. Ook bevat het voorstel een overgangsregeling voor lopende hoger beroep zaken van het Ambtenarengerecht bij het Gerecht. Het Gerecht kan deze, na opheffing van het Ambtenarengerecht, niet meer terugverwijzen naar het Ambtenarengerecht. Een andere kamer van het Gerecht zal de zaak afdoen.

Het voorstel van het EU-Hof is een nadere uitwerking van het besluit om het aantal rechters van het Gerecht te verdubbelen (van 28 naar 56 rechters, twee per lidstaat). Aanleiding daarvoor is de hoge werklast van het Gerecht. Het akkoord tussen de Raad en EP is vastgelegd in een wijziging van het Statuut van het Hof. Deze wijziging van het Statuut is op 3 december vastgesteld3.

Het bredere plan omvat drie fases waarin de verdubbeling tot stand moet komen:

  • fase 1: 12 nieuwe rechters in de eerste helft van 2016.

  • fase 2: integratie Ambtenarengerecht en Gerecht (7 nieuwe rechters) per 1 september 2016.

  • fase 3: 9 nieuwe rechters per 1 september 2019.

Het voorliggende voorstel ziet op de tweede fase van het plan, namelijk de integratie van het Ambtenarengerecht in het Gerecht.

In de regeling is opgenomen dat deze, mede als gevolg van vastlegging in het besluit van 3 december, vanaf 1 september 2016 zal worden toegepast.

De benoeming van de rechters in het Gerecht is een intergouvernementele aangelegenheid4 en maakt daarom geen onderdeel uit van dit voorstel. De president van het EU-Hof heeft in de begeleidende brief de lidstaten opgeroepen de nieuwe rechters bij het Gerecht zo snel mogelijk te benoemen en heeft ervoor gepleit om voor continuïteit in de behandeling van de ambtenarenzaken te zorgen.

• Impact assessment Commissie

Niet uitgevoerd

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

  • a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

    Goed functionerende rechterlijke instanties op EU-niveau zijn van groot belang voor burgers, bedrijven, en de overheden van de lidstaten, alsook voor de instellingen van de EU. Nederland alsmede Nederlandse burgers en bedrijven hebben belang bij een tijdige afhandeling van gerechtelijke procedures. Nederland is dan ook een groot voorstander van een efficiënte werkwijze bij het Hof en het Gerecht. Het is niet acceptabel indien door de lange doorlooptijden de redelijke termijn voor de afhandeling van zaken wordt overschreden. De kosten voor burgers en bedrijven zijn door de lange doorlooptijden erg hoog en zij worden te lang in onzekerheid gehouden. Daarnaast hecht Nederland veel waarde aan de kwaliteit van de rechtspraak. De rechtspraak van het Gerecht dient te voldoen aan de hoogste standaard.

  • a) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

    Nederland steunt het voorstel van het EU-Hof. Nederland heeft zich altijd kritisch opgesteld ten aanzien van de noodzaak van uitbreiding met meer rechters en heeft gepleit voor interne efficiëntie verbeteringen voordat tot uitbreiding zou worden overgegaan. Nederland heeft zich om die reden ook onthouden van stemming bij de wijziging van het Statuut, die door voldoende lidstaten en het Europees Parlement werd gesteund. Nu het besluit tot uitbreiding is genomen zal Nederland meewerken aan de totstandkoming van deze verordening. Verder oponthoud van de uitbreiding van het Gerecht is ongewenst in het licht van een goede en snelle rechtspleging in het belang van bedrijven en burgers.

  • b) Eerste inschatting van krachtenveld

    Het voorstel wordt gesteund door alle lidstaten. Het EP moet zijn visie nog geven. Het principebesluit om het aantal rechters van het Gerecht te verdubbelen is al genomen en in het Statuut van het Hof vastgelegd. Dit voorstel is een nadere uitwerking van dat besluit.

4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

  • a) Bevoegdheid

    De EU is bevoegd op grond van artikel 257 VWEU een gespecialiseerde rechtbank op te richten en derhalve ook om deze weer op te heffen.

    Het voorstel is gebaseerd op artikel 19, lid 2, tweede alinea EU-verdrag, artikelen 256, lid 1, 257, eerste en tweede alinea’s en artikel 281, tweede alinea EU-werkingsverdrag en artikel 106 bis, lid 1, Euratom-verdrag.

    Strikt genomen volstaan artikel 257, eerste alinea, artikel 281, tweede alinea EU-werkingsverdrag en artikel 106 bis, lid 1, Euratom-verdrag als rechtsbasis. Dit zijn volgens het kabinet de juiste rechtsgrondslagen, gelet op de handelingen die worden ingetrokken en gewijzigd. Het kabinet heeft geen bezwaar tegen het ook noemen van artikel 19, lid 2, tweede alinea EU-verdrag, artikel 256, lid 1 en artikel 257, tweede alinea EU-werkingsverdrag.

  • b) subsidiariteit

    Positief. De opheffing van het Ambtenarengerecht en de overheveling van de rechtsprekende bevoegdheid naar het Gerecht kan niet door de lidstaten afzonderlijk worden verwezenlijkt en dient op het niveau van de EU te worden bereikt.

  • c) proportionaliteit

    Positief. De voorgestelde maatregelen staan volgens het kabinet in de juiste verhouding tot het doel. Het voorstel regelt de noodzakelijke voorzieningen om ervoor te zorgen dat de zaken en bevoegdheid van het Ambtenarengerecht per 1 september 2016 overgaan naar het Gerecht en gaat niet verder dan nodig is.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

  • a) Consequenties EU-begroting

    Ten tijde van het eerste voorstel voor de verdubbeling van het aantal rechters heeft het EU-Hof een kostenraming gemaakt. Voor Fase 2 (integratie Ambtenarengerecht in Gerecht) werden de kosten voor de EU-begroting geraamd op 1,3 miljoen euro per jaar + 2,4 miljoen euro eenmalige kosten. Deze kosten zullen worden opgevangen binnen categorie 5 (administratieve uitgaven) van de EU-begroting en passen binnen het Meerjarig Financieel Kader 2014–2020.

  • b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

    Geen

  • c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

    Geen

  • d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

    Geen

  • e) Gevolgen voor concurrentiekracht

    Geen

6. Implicaties juridisch

  • a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

    Geen

  • b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

    Geen

  • c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

    De verordening dient te worden toegepast vanaf 1 september 2016. Het kabinet acht dit ten aanzien van de opheffing van het Ambtenarengerecht en de overheveling van de rechtsprekende bevoegdheid daarvan naar het Gerecht haalbaar.

  • d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

    Geen

7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

Geen

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen


X Noot
1

Het Ambtenarengerecht is een speciaal rechtscollege binnen het Hof met 7 rechters. Het Ambtenarengerecht behandelt arbeidsrechtelijke zaken van EU-ambtenaren.

X Noot
2

Het Gerecht van de EU is een apart rechtscollege binnen het Hof en behandelt voornamelijk in eerste aanleg beroepen tegen besluiten van de instellingen. Zowel het Hof als het Gerecht bestaan uit één rechter per lidstaat.

X Noot
3

De Kamer is voor het laatst geïnformeerd bij de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 23 juni 2015, Tweede Kamer, Kamerstuk 21 501–02, nr. 1509.

X Noot
4

Artikel 254 EU-werkingsverdrag. Benoeming van rechters is een besluit van de vertegenwoordigers van de

regering van de lidstaten, niet van de Raad.