Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 november 2015
Hierbij informeer ik u over de laatste ontwikkelingen wat betreft het Europese pakket
voor betere regelgeving, zoals op 19 mei jl. is gepresenteerd door de Europese Commissie.
In dit pakket staan twee onderdelen centraal:
Op 26 juni 2015 heeft uw Kamer voor beide onderdelen het Kabinetsstandpunt ontvangen
(zie Kamerstuk 22 112, nrs. 1983 en 1984). Deze standpunten vormen het uitgangspunt voor de onderhandelingen op Europees niveau.
Op dit ogenblik wordt onderhandeld over het afsprakenkader dat moet leiden tot betere
regelgeving. Indien dit afsprakenkader spoedig wordt afgerond, zal na verloop van
tijd de effecten hiervan merkbaar worden.
Interinstitutioneel akkoord betere wetgeving
Na de presentatie van het voorstel voor een interinstitutioneel akkoord betere regelgeving
op 19 mei, is het voorstel aan de orde gekomen in de Raad Algemene Zaken (RAZ) op
23 juni (zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 1512). Kort daarop zijn de onderhandelingen over het interinstitutionele akkoord betere
regelgeving van start gegaan met een eerste verkennende bespreking tussen vertegenwoordigers
van de Commissie, het Europees parlement en de Raad. Deze instellingen worden respectievelijk
vertegenwoordigd door Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Commissie, Guy
Verhofstadt, lid van de conferentie van voorzitters van het Europees parlement en
Nicolas Schmit, namens het Luxemburgs voorzitterschap belast met betrekkingen met
het Europees parlement. Deze onderhandelingen op politiek niveau, werden tot nu toe
en marge van plenaire zittingen van het Europees parlement gehouden. Tijdens de informele
RAZ op 23 en 24 juli is specifiek ingegaan op het onderdeel programmering (zie Kamerstuk
21 501-02, nr. 1519). Tijdens de RAZ op 13 oktober heeft het Luxemburgs voorzitterschap terugkoppeling
gegeven over de besprekingen over het onderdeel programmering (zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 1534).
Zoals in dit verslag is weergegeven verschillen de instellingen onderling van mening
op een aantal punten. Ten aanzien van het onafhankelijke panel van de drie instellingen,
geldt dat het Europees parlement deze blijft afwijzen. Een mogelijk compromis zou
eruit kunnen bestaan dat de Europese Commissie gedurende het wetgevingsproces aanvullende
impact assessments maakt die door de beide medewetgevers steeds in de besluitvorming
kunnen worden meegewogen. Ook ten aanzien van gedelegeerde handelingen liggen de posities
van de instellingen nog uit elkaar. De Raad zet in op consultatie van nationale experts,
discussie blijft bestaan over de omgang met de Common Understanding die als bijlage
bij het IIA is opgenomen. Over de toelichting van de wetgevingsinstrumenten (Hoofdstuk IV
van het IIA) zijn de instellingen dicht bij een akkoord. Ten aanzien van de betrokkenheid
van het Europees parlement bij internationale overeenkomsten en aanwezigheid van vertegenwoordigers
van het Europees parlement in de Raad, geldt dat deze wensen van het Europees parlement
niet geaccommodeerd zijn.
De onderhandelingen tussen de drie instellingen zullen in de komende maanden worden
voortgezet. Het Luxemburgs voorzitterschap koppelt onder andere in de RAZ op regelmatige
basis terug over de onderhandelingen. Tot nu toe verlopen deze in lijn met de inzet
van de Raad. Naar verwachting zullen de onderhandelingen voor het einde van dit jaar
afgerond zijn.
Als de instellingen het eens worden over het IIA zal tijdens het Nederlands voorzitterschap
vooral de uitwerking van het IIA binnen de Raad centraal staan. De Raad zal dit in
samenwerking met de Commissie en het Europees parlement moeten oppakken, bijvoorbeeld
over programmering en coördinatie van het wetgevingsproces.
De mededeling: betere regelgeving voor betere resultaten – een EU agenda
Besprekingen over de mededeling voor betere regelgeving vinden plaats in de Raad voor
Concurrentievermogen (RvC). In algemene zin zijn de lidstaten positief over de mededeling
van de Commissie en roepen op tot een ambitieuze voorzetting en implementatie.
Ook het kabinet verwelkomt de mededeling en zou op enkele punten nog graag aanvullende
accenten leggen. Voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de nadruk op toekomstbestendige
regelgeving gericht op de maatschappelijke en technische ontwikkelingen van onze samenleving.
Het zorgen dat Europese regelgeving innovatievriendelijk en digital proof is voor
ontwikkelingen zoals big data en privacy, zogenaamde «smart devices» als drones, zelfrijdende
auto's of e-commerce. Hierover zal het kabinet samen met de andere lidstaten het gesprek
blijven voeren en de gezamenlijke gedachten hierover delen met de Commissie.
Tot slot is het huidige voorzitterschap voornemens om naar aanleiding van de mededeling
met de Raad (de RvC van 30 november) van gedachten te wisselen over deze Europese
agenda in het kader van de interne markt. Het kabinet verwelkomt deze gedachtewisseling.
De interne markt is een belangrijk onderdeel binnen de agenda voor betere regelgeving
(zie Kamerstuk 21 501-30).
De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders