Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201622112 nr. 2016

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2016 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 november 2015

Hierbij informeer ik u over de laatste ontwikkelingen wat betreft het Europese pakket voor betere regelgeving, zoals op 19 mei jl. is gepresenteerd door de Europese Commissie. In dit pakket staan twee onderdelen centraal:

  • Een voorstel een interinstitutioneel akkoord (IIA) betere regelgeving.

  • Een mededeling voor «Betere regelgeving voor betere resultaten – een EU agenda».

Op 26 juni 2015 heeft uw Kamer voor beide onderdelen het Kabinetsstandpunt ontvangen (zie Kamerstuk 22 112, nrs. 1983 en 1984). Deze standpunten vormen het uitgangspunt voor de onderhandelingen op Europees niveau. Op dit ogenblik wordt onderhandeld over het afsprakenkader dat moet leiden tot betere regelgeving. Indien dit afsprakenkader spoedig wordt afgerond, zal na verloop van tijd de effecten hiervan merkbaar worden.

Interinstitutioneel akkoord betere wetgeving

Na de presentatie van het voorstel voor een interinstitutioneel akkoord betere regelgeving op 19 mei, is het voorstel aan de orde gekomen in de Raad Algemene Zaken (RAZ) op 23 juni (zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 1512). Kort daarop zijn de onderhandelingen over het interinstitutionele akkoord betere regelgeving van start gegaan met een eerste verkennende bespreking tussen vertegenwoordigers van de Commissie, het Europees parlement en de Raad. Deze instellingen worden respectievelijk vertegenwoordigd door Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Commissie, Guy Verhofstadt, lid van de conferentie van voorzitters van het Europees parlement en Nicolas Schmit, namens het Luxemburgs voorzitterschap belast met betrekkingen met het Europees parlement. Deze onderhandelingen op politiek niveau, werden tot nu toe en marge van plenaire zittingen van het Europees parlement gehouden. Tijdens de informele RAZ op 23 en 24 juli is specifiek ingegaan op het onderdeel programmering (zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 1519). Tijdens de RAZ op 13 oktober heeft het Luxemburgs voorzitterschap terugkoppeling gegeven over de besprekingen over het onderdeel programmering (zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 1534).

Zoals in dit verslag is weergegeven verschillen de instellingen onderling van mening op een aantal punten. Ten aanzien van het onafhankelijke panel van de drie instellingen, geldt dat het Europees parlement deze blijft afwijzen. Een mogelijk compromis zou eruit kunnen bestaan dat de Europese Commissie gedurende het wetgevingsproces aanvullende impact assessments maakt die door de beide medewetgevers steeds in de besluitvorming kunnen worden meegewogen. Ook ten aanzien van gedelegeerde handelingen liggen de posities van de instellingen nog uit elkaar. De Raad zet in op consultatie van nationale experts, discussie blijft bestaan over de omgang met de Common Understanding die als bijlage bij het IIA is opgenomen. Over de toelichting van de wetgevingsinstrumenten (Hoofdstuk IV van het IIA) zijn de instellingen dicht bij een akkoord. Ten aanzien van de betrokkenheid van het Europees parlement bij internationale overeenkomsten en aanwezigheid van vertegenwoordigers van het Europees parlement in de Raad, geldt dat deze wensen van het Europees parlement niet geaccommodeerd zijn.

De onderhandelingen tussen de drie instellingen zullen in de komende maanden worden voortgezet. Het Luxemburgs voorzitterschap koppelt onder andere in de RAZ op regelmatige basis terug over de onderhandelingen. Tot nu toe verlopen deze in lijn met de inzet van de Raad. Naar verwachting zullen de onderhandelingen voor het einde van dit jaar afgerond zijn.

Als de instellingen het eens worden over het IIA zal tijdens het Nederlands voorzitterschap vooral de uitwerking van het IIA binnen de Raad centraal staan. De Raad zal dit in samenwerking met de Commissie en het Europees parlement moeten oppakken, bijvoorbeeld over programmering en coördinatie van het wetgevingsproces.

De mededeling: betere regelgeving voor betere resultaten – een EU agenda

Besprekingen over de mededeling voor betere regelgeving vinden plaats in de Raad voor Concurrentievermogen (RvC). In algemene zin zijn de lidstaten positief over de mededeling van de Commissie en roepen op tot een ambitieuze voorzetting en implementatie.

Ook het kabinet verwelkomt de mededeling en zou op enkele punten nog graag aanvullende accenten leggen. Voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de nadruk op toekomstbestendige regelgeving gericht op de maatschappelijke en technische ontwikkelingen van onze samenleving. Het zorgen dat Europese regelgeving innovatievriendelijk en digital proof is voor ontwikkelingen zoals big data en privacy, zogenaamde «smart devices» als drones, zelfrijdende auto's of e-commerce. Hierover zal het kabinet samen met de andere lidstaten het gesprek blijven voeren en de gezamenlijke gedachten hierover delen met de Commissie.

Tot slot is het huidige voorzitterschap voornemens om naar aanleiding van de mededeling met de Raad (de RvC van 30 november) van gedachten te wisselen over deze Europese agenda in het kader van de interne markt. Het kabinet verwelkomt deze gedachtewisseling. De interne markt is een belangrijk onderdeel binnen de agenda voor betere regelgeving (zie Kamerstuk 21 501-30).

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders