Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201322112 nr. 1556

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1556 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 januari 2013

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 11 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Jeugdwerkgelegenheidspakket (Kamerstuk 22 112, nr. 1553)

Fiche 2: Mededeling en verordening wijziging insolventieverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 1554)

Fiche 3: Mededeling gezonde EU-regelgeving (Kamerstuk 22 112, nr. 1555)

Fiche 4: Mededeling wegwerken grensoverschrijdende fiscale obstakels personenauto’s

Fiche 5: Richtlijn uitrusting zeeschepen en intrekking richtlijn 96/98/EG (Kamerstuk 22 112, nr. 1557)

Fiche 6: Verordening handhaving van internationale handelsregels (Kamerstuk 22 112, nr. 1558)

Fiche 7: Verordening EU programma financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen (Kamerstuk 22 112, nr. 1559)

Fiche 8: Mededeling De Digitale Agenda voor Europa – Digitale Economische Groei (Kamerstuk 22 112, nr. 1560)

Fiche 9: Mededeling content in de digitale interne markt (Kamerstuk 22 112, nr. 1561)

Fiche 10: Herziening EU-Tabaksproductenrichtlijn (Kamerstuk 33 522, nr. 2)

Fiche 11: Mededeling ondersteuning van regionale integratie in de Maghreb (Kamerstuk 22 112, nr. 1562)

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Mededeling Wegwerken grensoverschrijdende fiscale obstakels personenauto’s

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité betreffende de versterking van de eengemaakte markt door het wegwerken van de grensoverschrijdende fiscale obstakels voor personenauto’s

Datum ontvangst Commissiedocument

14 december 2012

Nr. Commissiedocument

COM(2012) 756

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

SWD(2012) 429

Behandelingstraject Raad

ECOFIN Raad

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Financiën

2. Essentie voorstel

De Commissie constateert dat de tot op heden op EU-niveau niet geharmoniseerde registratie- en motorrijtuigenbelastingen op auto’s leiden tot ongewenste dubbele belasting en tot fragmentatie van de EU-automarkt uit fiscale overwegingen. Dit kan volgens de Commissie belemmerend werken voor het vrij verkeer van personen en bemoeilijkt de marktomstandigheden voor autofabrikanten. Voorts concludeert de Commissie dat het ondanks de reeds bestaande EU-wetgeving, de jurisprudentie van het Hof van Justitie en wetgevingsvoorstellen niet mogelijk is geweest marktfragmentatie of dubbele belasting en mogelijke belastingdiscriminatie (volledig) tegen te gaan. Omdat de door de Commissie nagestreefde afschaffing van registratiebelastingen of (volledige) harmonisatie van de registratie- en motorrijtuigenbelastingen op korte termijn niet op de benodigde unanimiteit van de lidstaten kan rekenen die noodzakelijk is voor harmonisatie, adviseert zij de lidstaten vier werkwijzen over te nemen:

  • 1. De lidstaten dienen passende informatie aan belastingplichtigen te verstrekken over de wijze waarop zij in grensoverschrijdende situaties registratie- en motorrijtuigenbelastingen op voertuigen heffen, door instelling van een centraal contactpunt voor belastingplichtigen dat eventueel ook via een link op website van de Commissie bereikbaar is.

  • 2. Als burgers een auto permanent van de ene naar de ander lidstaat verplaatsen, dienen de lidstaten die in eerste instantie een registratiebelasting toepasten op zijn minst een deel van de belasting te restitueren met inachtneming van de afschrijving van de auto, ongeacht of de lidstaat van bestemming een registratiebelasting kent en daarvan vrijstelling verleent.

  • 3. De lidstaten dienen de bij Richtlijn 83/182/EEG 1geboden flexibiliteit ten volle te benutten om ruimere regelingen toe te passen voor het tijdelijk gebruik van voertuigen uit andere lidstaten, zonder registratie- en motorrijtuigenbelasting te heffen. Dit geldt met name voor buitenlandse huurauto´s, maar ook voor tijdelijk of incidenteel gebruik van andere buitenlandse auto’s door eigen ingezetenen.

  • 4. De lidstaten dienen maatregelen te nemen om de fragmentatie op de EU-automarkt als gevolg van onderling verschillende normen te verminderen. De komende richtsnoeren voor financiële stimuleringsmaatregelen voor schone en energiezuinige voertuigen dienen eveneens in acht te worden genomen.

Na het standpunt te hebben vernomen met betrekking tot deze mededeling zal de Commissie een technische werkgroep instellen om bovengenoemde kwesties met de lidstaten te bespreken. Voorts kan een herziening van Richtlijn 83/182/EEG worden overwogen om met de uitgebreide jurisprudentie van het Hof rekening te houden en de transparantie en rechtszekerheid te vergroten.

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededelingen de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

Bevoegdheidsvaststelling

De mededeling richt zich op het versterken van de interne markt, door het wegnemen van onwenselijke fiscale belemmeringen bij tijdelijke of permanente overbrenging van in een lidstaat geregistreerde personenauto’s naar een andere lidstaat. Op grond van artikel 113 VWEU kan de EU de bepalingen vaststellen die betrekking hebben op de harmonisatie van de wetgevingen op het gebied van indirecte belastingen, voor zover deze harmonisatie noodzakelijk is om de instelling en de werking van de interne markt te bewerkstelligen en concurrentieverstoringen te voorkomen. Voor de vaststelling van dergelijke maatregelen is unanimiteit in de Raad vereist. Aangezien de unanimiteit ontbreekt, heeft de Commissie ervoor gekozen door middel van de mededeling een aantal adviezen aan de lidstaten te geven over werkwijzen die in haar ogen dienen te worden toegepast. Adviezen zijn niet bindend voor de lidstaten. De bevoegdheid van de Commissie beperkt zich in dezen dus tot het geven van advies over toe te passen werkwijzen, terwijl de handelwijze van de lidstaten op dit gebied geheel aan de lidstaten is voorbehouden.

Subsidiariteit- en proportionaliteitsoordeel

De Nederlandse grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit van deze Commissiemededeling is overwegend negatief. De geadviseerde werkwijzen 2 t/m 4 hebben een impact op de fiscale soevereiniteit van de lidstaten. Hiermee mengt de Commissie zich in de keuzes van lidstaten welke belastingen zij heffen en hoe zij dat doen. Hoewel de adviezen niet bindend zijn kunnen ze gezien worden als een stap in de richting van EU-optreden op dit terrein. Nederland ziet hiertoe op dit moment geen noodzaak. Lidstaten zijn zelf in staat om de gesignaleerde problemen te ondervangen in hun regelgeving, wat Nederland ook gedaan heeft. Nederland is derhalve van mening dat de lidstaten de doelstellingen van het overwogen optreden (wegnemen fiscale obstakels) voldoende kunnen verwezenlijken.

De mededeling bevat gedetailleerde adviezen over toe te passen werkwijzen om eventuele fiscale belemmeringen aan te pakken bij tijdelijke of permanente overbrenging van in een lidstaat geregistreerde personenauto’s naar een andere lidstaat. Het staat de lidstaten vrij delen van de geadviseerde werkwijze over te nemen, indien zij van oordeel zijn dat daarmee belemmeringen van het vrije verkeer tussen de lidstaten kunnen worden weggenomen of de marktomstandigheden van de automobielindustrie kunnen verbeteren.

Vanwege de negatieve subsidiariteitstoets is de proportionaliteitsvraag ten aanzien van adviezen 2 t/m 4 niet aan de orde.

De subsidiariteit en proportionaliteit worden wel positief beoordeeld voor de gedeelten die betrekking hebben op het verstrekken van passende informatie (aanbeveling 1) en op de vorming van een technische werkgroep om deze onderwerpen met de lidstaten te bespreken.

Financiële gevolgen

De mededeling heeft naar verwachting geen financiële gevolgen voor Nederland. De door de Commissie in de mededeling aanbevolen werkwijze wordt door Nederland vaak al toegepast. Indien er desondanks sprake is van budgettaire gevolgen voor Nederland, dan zullen deze worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

De mededeling heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

Regeldruk/administratieve lasten

De Commissie verwacht een verlaging van administratieve lasten voor bepaalde bedrijven. Omdat de door de Commissie aanbevolen werkwijze door Nederland al vaak wordt toegepast, zullen er voor burgers en bedrijven in Nederland weinig tot geen gevolgen zijn van de mededeling met betrekking tot. de regeldruk of de administratieve lasten.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland staat kritisch tegenover de oplossingen en werkwijzen die de Commissie aanbeveelt met betrekking tot belastingen en de wijze waarop deze moeten worden vormgegeven om dubbele belasting en «overbelasting» te voorkomen. Hiermee begeeft de Commissie zich op het terrein van de fiscaliteit, een terrein waarop de bevoegdheden en het beleid van de lidstaten (fiscale soevereiniteit) zo veel als mogelijk gerespecteerd dienen te worden. Weliswaar komen de door de Commissie gedane aanbevelingen al deels overeen met de praktijk binnen de Nederlandse registratie- en motorrijtuigenbelastingen, maar Nederland vindt het belangrijk dat de lidstaten de ruimte houden om zelf het beleid op dit punt vast te stellen. Dit garandeert dat, binnen de kaders van de Europese en nationale jurisprudentie, mede rekening kan worden gehouden met de specifieke situatie in iedere lidstaat.

Nederland onderschrijft de doelstellingen van het verlagen van administratieve en financiële lasten voor burgers en bedrijven en is met name positief over de aanzet die de mededeling geeft tot uitwisseling van informatie tussen de lidstaten, eventueel in de vorm van een technische werkgroep.

Nederland zal nadere informatie vragen over de wijze waarop Richtlijn 83/182/ EEG door de lidstaten wordt toegepast en of de praktische toepassing van de richtlijn, met name voor wat betreft het begrip «gewone verblijfplaats», door de betrokken lidstaten op moeilijkheden stuit. In dit kader zou Nederland een verdere evaluatie van de richtlijn toejuichen. Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie kan worden bezien of een herziening van de richtlijn inderdaad wenselijk is. Nederland is van oordeel dat het aan iedere lidstaat zelf is om te beoordelen in hoeverre men gebruik wil maken van de in Richtlijn 83/182/ EEG geboden flexibiliteit. Daarbij kan ook beter rekening worden gehouden met de specifieke situatie in de desbetreffende lidstaat, niet alleen budgettair maar ook bijvoorbeeld met betrekking tot het gelijke speelveld en de bestrijding van oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen in de betrokken lidstaten.


X Noot
1

Richtlijn 83/182/EEG van de Raad betreffende de belastingvrijstelling bij de tijdelijke invoer van bepaalde vervoermiddelen binnen de Gemeenschap (PBL 105 van 23.4.1983 blz. 59).