Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201322112 nr. 1486

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1486 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 oktober 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij zeven fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Verordening historische archieven Europese instellingen

(Kamerstuk 22 112, nr. 1484)

Fiche 2: Mededeling EU actieplan contra terrorisme in de Hoorn van Afrika

en Jemen (Kamerstuk 22 112, nr. 1485)

Fiche 3: Verordening vangstmogelijkheden visbestanden Oostzee 2013

Fiche 4: Verordening technische en controlemaatregelen visserij

Skagerrak (Kamerstuk 22 112, nr. 1487)

Fiche 5: Mededeling tenuitvoerlegging van de Europese elektronische

tolheffingsdienst (EETS) (Kamerstuk 22 112, nr. 1488)

Fiche 6: Mededeling bevorderen gedeeld gebruik van radiospectrum op de

interne markt (Kamerstuk 22 112, nr. 1489)

Fiche 7: Mededeling strategie voor het duurzame concurrentievermogen

van de bouwsector en de ondernemingen in die sector

(Kamerstuk 22 112, nr. 1490)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche: Verordening vangstmogelijkheden visbestanden Oostzee

1. Algemene gegevens

Titel Voorstel

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn.

Datum Commissiedocument

17 augustus 2012

Nr. Commissiedocument

COM(2012) 458

Pre-lex:

http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=201885

Nr. Impact-assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

niet opgesteld

Behandelingstraject Raad

Landbouw-en Visserijraad

Eerstverantwoordelijk ministerie

Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

  • a) Rechtsbasis : Artikel 43, lid 3, van Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

  • b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement: gekwalificeerde meerderheid van de Raad, het Europees Parlement is niet betrokken.

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: n.v.t.

2. Samenvatting BNC-fiche:

– Korte inhoud voorstel

Het voorstel behelst de vangstmogelijkheden (Total Allowable Catches, TACs) en zeedagen voor visserij op bestanden in de Oostzee. Door de bank genomen gaat het goed met de bestanden in de Oostzee. De meeste worden reeds op het niveau van Maximale Duurzame Opbrengst (Maximum Sustainable Yield) geëxploiteerd, of zitten daar niet ver vanaf. De TACs voor de beide kabeljauwbestanden moeten in overeenstemming met het meerjarenplan met 6 procent naar beneden. De sterke reducties van de afgelopen jaren voor de haring in de Westelijke Oostzee hebben hun vruchten afgeworpen, deze TAC kan nu iets verhoogd worden. Voor de TAC van de schol in de Oostzee zit de Commissie boven de nieuwe richtsnoeren van de internationale biologen van ICES (International Council for the Exploration of the Sea) over de handelswijze betreffende gegevensarme soorten (data poor stocks). De zeedagen blijven ongewijzigd.

– Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Bevoegdheid: artikel 3, lid 1, onder d) van de VWEU, exclusieve bevoegdheid

Subsidiariteit: n.v.t.

Proportionaliteit: positief

Implicaties/risico’s/kansen: geen

Nederlandse positie en eventuele acties: Nederland is positief over de voorstellen van de Commissie, welke bijdragen aan lange termijn duurzaamheid en een perspectief bieden voor de visserij. Nederland heeft geen visserijbelangen in de Oostzee. Desondanks is een aantal horizontale aspecten interessant voor de Noordzee situatie. Zoals de omgang met gegevensarme bestanden en het zeedagenbeleid.

3. Samenvatting voorstel:

a. Inhoud voorstel:

Het voorstel behelst de vangstmogelijkheden (Total Allowable Catches, TACs) en zeedagen voor visserij op bestanden in de Oostzee. Door de bank genomen gaat het goed met de bestanden in de Oostzee. De meeste worden reeds op het niveau van Maximale Duurzame Opbrengst (Maximum Sustainable Yield) geëxploiteerd, of zitten daar niet ver vanaf. De TACs voor de beide kabeljauwbestanden moeten in overeenstemming met het meerjarenplan met 6 procent naar beneden. Voor 3 van de 5 haring en sprot bestanden in de Oostzee kunnen de TACs verhoogd worden. De sterke reducties van de afgelopen jaren voor de haring in de Westelijke Oostzee hebben hun vruchten afgeworpen, deze TAC gaat met 23% omhoog. De zalm TAC gaat wederom omlaag, met 11%. De zeedagen blijven ongewijzigd. Dit is conform het advies van het Wetenschappelijk, Technisch en Economische Advies Raad voor de Visserij (STECF) van de Commissie. Voor de TAC van de schol in de Oostzee wijkt de Commissie af van de nieuwe richtsnoeren van de internationale biologen van ICES over de handelswijze betreffende gegevensarme soorten (data poor stocks). De Commissie zit boven het advies, omdat het in de praktijk beter gaat met de schol dan uit het advies van ICES blijkt. Gebleken is dat deze nieuwe richtsnoeren van ICES nog verdere aanpassing behoeven.

b) Impact-assessment Commissie:

geen

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • a) Bevoegdheid:

    Rechtsgrondslag is artikel 43 lid 3 VWEU. Het kabinet kan instemmen met deze rechtsbasis. Het Gemeenschappelijke Visserijbeleid is een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie.

  • b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel:

    Subsidiariteit: Niet van toepassing. Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag.

    Proportionaliteit: positief, omdat deze maatregelen bijdragen aan het doel van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid om te zorgen voor een vanuit economisch, ecologisch en sociaal oogpunt duurzame exploitatie van de visbestanden.

  • c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: Positief

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

  • a) Consequenties EU-begroting: geen

  • b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden: geen

  • c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger: positief, worden alle bestanden gezamenlijk beschouwd, dan gaan de vangstmogelijkheden met 2% vooruit.

  • d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger: geen

6. Implicaties juridisch

  • a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo): geen

  • b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid:

    1 januari 2013

  • c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling: neen

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

  • a) Uitvoerbaarheid: dit voorstel leidt niet tot additionele lasten

  • b) Handhaafbaarheid: idem

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Er zijn geen consequenties voor ontwikkelingslanden.

9. Nederlandse positie

Nederland heeft geen visserijbelangen in de Oostzee maar het kabinet hecht er wel aan dat duurzaamheid in het beheer van visserijbestanden in alle Europese wateren op gelijke wijze wordt gerealiseerd. Het Kabinet staat dan ook positief tegenover dit voorstel, aangezien het op de middellange termijn moet leiden tot duurzame visbestanden. In het voorstel van de Commissie is rekening gehouden met de wetenschappelijke adviezen en met de stakeholders. Het Kabinet is verheugd dat het in 2007 aangenomen beheerplan voor kabeljauw zijn vruchten heeft afgeworpen. Ook het stevige ingrijpen in de Westelijke Oostzeeharing heeft positieve gevolgen gehad. Het kabinet kan instemmen met de van geval tot geval benadering van de Commissie voor gegevensarme bestanden. Naast het verzamelen van extra gegevens is verder werken aan de richtsnoeren voor gegevensarme bestanden door de wetenschappers nodig.