21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 993 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart 2017

Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van de Landbouw- en Visserijraad die 6 maart jl. plaatsvond in Brussel.

Onderwerpen Landbouw- en Visserijraad

Toekomst GLB

(Gedachtewisseling)

De Raad heeft van gedachten gewisseld over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het voorzitterschap had van tevoren een lijst met zes prioriteiten opgesteld om het debat over het toekomstige GLB te helpen sturen (ST 6766/17). De prioriteiten betreffen het vergroten van de veerkracht van de landbouwsector (bijvoorbeeld door risicobeheer en toegang tot financiële instrumenten), beantwoorden van milieuuitdagingen, vergroten van de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland, zorgen voor generatiewissel, en het versterken van de marktoriëntatie en de positie van landbouwers in de voedselketen. Verder wordt vereenvoudiging genoemd als overkoepelende prioriteit. De discussie ging in op de vraag hoe deze prioriteiten doeltreffend kunnen worden aangepakt en of hiertoe herziening van het evenwicht tussen de eerste en tweede pijler van het GLB nodig is.

Ik heb aangegeven dat ik me kan vinden in de prioriteiten, maar dat keuzes nodig zijn omdat een nieuw Meerjarig Financieel Kader zich mogelijk ook op andere beleidsprioriteiten zal focussen dan het landbouwbeleid. Hierbij heb ik erop gewezen dat we goed moeten zien waar sprake is van marktfalen en heb ik het belang van marktoriëntatie onderstreept. Ik heb aangegeven dat de markt erin slaagt om landbouwers te voorzien in een inkomen, aangezien er veel Europese landbouwers zijn die zonder overheidssteun in hun eigen inkomen voorzien.

De markt faalt echter wél in het beprijzen van maatschappelijke doelen zoals milieuvriendelijke productiemethoden, goede zorg voor natuur en biodiversiteit en klimaatneutrale productie. In plaats van directe inkomenssteun zouden we gerichte betalingen moeten geven voor die maatschappelijke doelen. Om boeren hiertoe in staat te stellen zijn heldere mededingingsregels nodig die initiatieven van groepen landbouwers ondersteunen. Zowel op dit vlak als op het vlak van prijsvolatiliteit biedt het rapport van de Agricultural Markets Task Force (AMTF) nuttige aanbevelingen. Ik heb gepleit voor een verbreding van het GLB naar een beleid dat gericht is op de hele voedselketen, niet alleen via regelgeving maar ook door het stimuleren van innovatie. Innovatie in de landbouw kan de positie van boeren versterken en zou een belangrijk doel van het nieuwe GLB moeten zijn. Ik heb aangegeven dat we moeten nadenken over een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheid tussen lidstaten en de EU. Dit zal ons helpen het GLB te vereenvoudigen, bijvoorbeeld op gebied van plattelandsontwikkeling. Ik heb afgesloten door aan te geven dat een verschuiving van het budget van de eerste naar de tweede pijler en naar lidstaten daarom gepast zou zijn.

Lidstaten uitten over het algemeen steun voor de prioriteiten die het voorzitterschap had geïdentificeerd. Evenals Nederland spraken ook meerdere lidstaten zich uit als voorstander van meer subsidiariteit en flexibiliteit. Ook drongen vele lidstaten aan op een verdere vereenvoudiging van het GLB.

Verschillende lidstaten gaven aan dat er instrumenten moeten komen voor crisisbeheer. Een enkele lidstaat was in dit kader voorstander van de oprichting van een derde pijler die via anticyclische betalingen moet zorgen voor een stabiel inkomen ten tijde van prijsvolatiliteit. Andere lidstaten gaven aan dat prijsvolatiliteit kan worden tegengegaan door voor meerdere producten marktordeningsvoorstellen op te stellen. Ook bepleitten enkele lidstaten een versterking van de externe dimensie van het GLB zodat de afzetmarkten vergroot kunnen worden en de druk op de prijzen zou kunnen dalen.

Meerdere lidstaten onderstreepten dat in het toekomstige GLB meer aandacht zou moeten zijn voor de generatiewissel en voor jonge boeren om het platteland leefbaar te houden. Ook drongen enkele lidstaten aan op verdere vergroening van het GLB. Zij stelden dat de landbouw bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering en dat maatregelen hiertoe, zoals de opslag van CO2 in de bodem, gestimuleerd moeten worden. Hiervoor zouden in de tweede pijler van het GLB mogelijkheden moeten worden geschapen.

Enkele lidstaten ondersteunden mijn pleidooi voor gerichte betalingen. Verscheidene andere lidstaten wilden echter vasthouden aan het systeem van directe betalingen. Enkele lidstaten pleitten daarbij voor convergentie in de directe betalingen tussen lidstaten. Veel lidstaten wilden een goed inkomen voor de boer garanderen om de leefbaarheid en vitaliteit op het platteland te behouden. Verscheidene lidstaten riepen in dit kader op tot behoud of uitbreiding van de gekoppelde betalingen. Daarnaast pleitten veel lidstaten voor behoud van een sterk GLB met een groot budget, mede om landbouwers in staat te stellen te voldoen aan de toenemende maatschappelijke eisen. Een aantal lidstaten vond dat het huidige budget voor het GLB behouden moet blijven. Enkele lidstaten vonden het te vroeg om eventuele herbalancering tussen de pijlers te bespreken, zolang de gevolgen van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader nog niet te overzien zijn.

De Europese Commissie onderschreef de zes prioriteiten zoals die door het voorzitterschap zijn aangegeven in het non-paper en stelde dat marktoriëntatie een belangrijk uitgangspunt zou moeten blijven voor het toekomstige GLB. Daarnaast dwingen internationale verplichtingen zoals het Klimaatakkoord van Parijs van 2016 tot een overgang naar steeds meer duurzame landbouw. De Eurocommissaris stelde dat de aanbevelingen van de AMTF zullen worden meegenomen in het toekomstige GLB en dat de Europese Commissie aan een verdere vereenvoudiging hoge prioriteit geeft. Op dit terrein worden al stappen gezet met het Commissievoorstel voor een Omnibuspakket in het kader van de Midterm Review van het Meerjarig Financieel Kader, waarin ook een aantal vereenvoudigingen wordt voorgesteld van de basisverordeningen van het GLB.

Dit pakket wordt thans in raadsverband behandeld. Ook de verklaring van Cork 2.0 van september 2016, die onder meer opriep tot een verbetering van de leefbaarheid op het platteland en versterking van het milieu in plattelandsgebieden, zal worden betrokken bij de toekomstige vormgeving van het GLB.

Eurocommissaris Hogan benadrukte dat het GLB economisch-, sociaal- en milieubeleid is waarbij die sociale kant niet moet worden vergeten. Hij onderschreef het pleidooi van veel andere lidstaten voor het behoud van inkomenssteun. Verder gaf hij aan dat de omvang van het GLB-budget zal afhangen van de vormgeving van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader. De Eurocommissaris wees ten slotte op de consultatie over het GLB die thans plaatsvindt en die tot 2 mei aanstaande loopt. Hij gaf aan dat de Europese Commissie al 12.500 reacties ontvangen heeft op deze consultatie. Ik zal uw Kamer vóór het sluiten van de termijn mijn inbreng op deze consultatie doen toekomen alvorens ik deze naar de Europese Commissie zend.

Meerjarenplan kleine pelagische soorten Adriatische Zee

(Presentatie van de Europese Commissie en gedachtewisseling)

De Europese Commissie heeft een presentatie gegeven over het voorstel voor een verordening over het meerjarenplan voor kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee (ST 6575/17). Het voorstel is 24 februari jl. gepubliceerd en past binnen het ingezette beleid van meerjarenplannen volgend uit de speerpunten van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Nederland heeft geen visserijbelangen in de Adriatische Zee.

De kern van het voorstel bestaat – net als het meerjarenplan Oostzee en het meerjarenplan Noordzee – uit streefbandbreedtes voor de visserijsterfte en daaruit voortvloeiende maximale jaarlijkse vangsthoeveelheden (Total Allowable Catch; TAC’s). Ook richt het voorstel zich op controle en handhaving.

Eurocommissaris Vella gaf aan dat 93% van de bestanden in de Middellandse Zee overbevist is. Er bestaan nu verschillende beheersplannen voor de Adriatische Zee en de Europese Commissie heeft deze verschillende plannen gebundeld in het voorliggende meerjarenplan om de regels te uniformeren. Dit meerjarenplan richt zich op twee soorten die direct worden bevist: ansjovis en sardines. Het plan heeft ook betrekking op de bijvangstsoorten makreel en horsmakreel.

De landen die belang hebben bij de visserij in de Adriatische Zee vroegen de Europese Commissie rekening te houden met de administratieve lasten die voortvloeien uit de controles en handhaving en om rekening te houden met de specifieke regionale omstandigheden en de kleinschaligheid van de vloot. Ook vonden enkele lidstaten het instellen van TAC’s geen goede maatregel om het beheer van de visserijbestanden te regelen. Eurocommissaris Vella gaf aan dat de hoogte van de TAC’s tijdens de onderhandelingen in raadsverband nog kunnen worden aangepast als er nieuw wetenschappelijk advies beschikbaar is. Het meerjarenplan zal verder in raadsverband worden besproken.

Diversen

U-platform dierenwelzijn

(Informatie van de Europese Commissie)

Eurocommissaris Andriukaitis heeft tijdens de Raad de stand van zaken gegeven over de oprichting van het EU-platform dierenwelzijn (ST 6634/17). Het Platform is tot stand gekomen naar aanleiding van het pleidooi dat Nederland, Denemarken, Duitsland en Zweden meerdere keren bij de Europese Commissie in de Raad hebben gehouden voor een dergelijk gremium en na discussies hierover in de Raad (zie Kamerstuk 21 501-32, nr. 898 en Kamerstuk 21 501-32, nr. 922).

Eurocommissaris Andriukaitis gaf aan dat de Europese Commissie op 24 januari jl. besloten heeft tot de oprichting van het EU-platform dierenwelzijn, in de vorm van een expertgroep van de Europese Commissie. De eerste vergadering zal plaats vinden op 6 juni 2017. Het platform zal bestaan uit 75 leden: 28 vertegenwoordigers van de EU-lidstaten (met dierenwelzijnsverantwoordelijkheid), 40 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, van dierenwelzijnsorganisaties, onafhankelijke wetenschappelijke experts en enkele andere vertegenwoordigers van o.a. de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), de Wereldbank en de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA).

Het platform wordt geacht bij te dragen aan betere toepassing van bestaande EU-regelgeving, mondiale promotie van EU-standaarden voor dierenwelzijn, en de ontwikkeling en inzet van vrijwillige verbintenissen door het bedrijfsleven. Dit zal gebeuren via dialoog en uitwisseling van ervaringen, goede praktijken, kennis en ontwikkelingen. Eurocommissaris Andriukaitis gaf aan dat ook het gebruik van antibiotica in relatie tot dierenwelzijn kan worden besproken.

Ik heb, samen met enkele andere lidstaten, de Europese Commissie bedankt voor de oprichting van het platform en aangegeven dat burgers actie verwachten op het gebied van dierenwelzijn. Voor de problematiek rondom het vervoer van levende dieren, de levensomstandigheden van landbouwhuisdieren en de handel in huisdieren zijn oplossingen nodig. Ik heb de hoop uitgesproken dat dit platform leidt tot meer samenwerking tussen de lidstaten en uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden om zo tot een betere implementatie van bestaande EU-dierenwelzijnsregelgeving te komen. Ook heb ik de wens uitgesproken dat dit platform leidt tot initiatieven om het dierenwelzijn in de EU te verbeteren. Enkele andere lidstaten sloten zich hierbij aan en een enkele wees, net als ik, erop dat het platform weliswaar niet gelijk hoeft te leiden tot nieuwe wetgeving, maar dat dat in de toekomst niet is uit te sluiten. Eurocommissaris Andriukaitis benadrukte dat er voorlopig geen nieuwe wetgeving komt omdat daarvoor de middelen te beperkt zijn en gaf aan uit te zien naar de besprekingen en de uitkomsten van het EU-dierenwelzijnsplatform.

Lumpy skin disease (nodulaire dermatose)

(Informatie van de Kroatische delegatie)

Kroatië heeft aandacht gevraagd voor maatregelen inzake Lumpy Skin Disease (LSD, Nederlands: nodulaire dermatose), een dierziekte die nieuw is in Europa (ST 6797/17). Het is een EU-bestrijdingsplichtige dierziekte. Kroatië heeft het afgelopen jaar rundvee preventief gevaccineerd om de kans op introductie in het land en daarmee verdere verspreiding in Europa te verkleinen. Kroatië gaf aan dat de preventieve vaccinatie geleid heeft tot financiële schade ter waarde van 5 miljoen euro door onder meer een daling van de melkproductie en meer doodgeboren kalveren. Veel veehouders overwegen vanwege de kosten om in 2018 niet meer mee te doen aan de vaccinatiecampagne. Kroatië vroeg de Europese Commissie daarom om een financiële compensatie voor geleden schade en betaling door de EU van de volledige kosten van de vaccinatie. Tevens wilde Kroatië een verdere discussie over de consequenties van de vaccinatiestrategie zoals vastgelegd in de EU-beschikking (2016/2008) waardoor ongevaccineerde dieren niet meer vervoerd kunnen worden.

Kroatië kreeg veel steun voor zijn preventieve inspanningen om de verdere verspreiding van LSD in Europa te voorkomen. Het verzoek van Kroatië werd ook door veel lidstaten gesteund. Eurocommissaris Andriukaitis gaf aan de preventieve vaccinatiestrategie van Kroatië te steunen en gaf aan bereid te zijn de vaccinatiestrategie zoals vastgelegd in EU-beschikking 2016/2008 nader te bezien. Tevens wees de Eurocommissaris erop dat de diergezondheidsverordening (652/2014) mogelijkheden biedt om bestrijdingskosten volledig te vergoeden. Ook biedt de Europese Commissie mogelijkheden om, onder voorwaarden van cofinanciering, in aanmerking te komen voor ondersteuning van productieverlies.

Voedselkwaliteit in relatie tot de interne markt

(Informatie van de Slowaakse en Hongaarse delegaties)

Slowakije en Hongarije hebben aandacht gevraagd voor de verschillen in kwaliteit van voedselproducten die door producenten in verschillende lidstaten op de markt worden gebracht (ST 6717/16). Slowakije en Hongarije hebben resultaten van onderzoeken toegelicht waaruit blijkt dat sommige producenten producten op de Europese markt brengen met hetzelfde handelsmerk en dezelfde verpakking maar met verschillen in kwaliteit en ingrediënten. Slowakije en Hongarije vinden deze praktijk een misleiding van de consument en vinden dat producten van dezelfde producent overal van dezelfde kwaliteit moeten zijn en dezelfde ingrediënten moeten bevatten. Beide lidstaten, gesteund door enkele andere Oost-Europese lidstaten die het punt van Slowakije en Hongarije steunden, riepen de Europese Commissie dan ook op over te gaan tot maatregelen, inclusief EU-wetgevende maatregelen.

Eurocommissaris Jouravá gaf aan dat de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (2005/29) voldoende mogelijkheden biedt om burgers te beschermen tegen misleidende handelspraktijken. Verder spoorde de Eurocommissaris de nationale lidstaten aan om hun eigen autoriteiten aan te spreken om zo dergelijke misleidende praktijken tegen te gaan. De Eurocommissaris zegde verder toe deze problematiek aan de orde te stellen in de EU-consumentenbeschermingsbijeenkomst op 16 maart a.s. Vervolgens zou het onderwerp geagendeerd kunnen worden in de bijeenkomst van «high level forum voor een beter functioneren van de voedselketen» in juni a.s. De Eurocommissaris gaf, net als een enkele lidstaat, aan dat nieuwe EU-wetgeving in eerste instantie niet de oplossing is om de problematiek van duale voedselkwaliteit op te lossen.

Een beter functioneren van de voedselketen

(Informatie van de Bulgaarse, Tsjechische, Hongaarse, Letse, Litouwse, Slowaakse en Sloveense delegaties)

De Bulgaarse, Tsjechische, Hongaarse, Letse, Litouwse, Slowaakse en Sloveense delegaties lichtten een diversenpunt toe over het beter functioneren van de voedselketen en specifiek over het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken en het verbeteren van de positie van de landbouwer. De delegaties hadden daartoe een non-paper ingediend. Daarin pleiten ze voor het ontwikkelen van een EU-wetgevingskader om oneerlijke handelspraktijken te reguleren en voor extra hulpmiddelen gericht op het versterken van de positie van landbouwers in de keten (ST6808/17). Het non-paper werd ook door andere lidstaten onderschreven, waarbij een enkele lidstaat opperde dat oneerlijke handelspraktijken ook door nationale wetgeving of convenanten kunnen worden opgelost. Om oneerlijke handelspraktijken te adresseren wordt in het non-paper een lijst voorgesteld met oneerlijke handelspraktijken die verboden zouden worden en EU-afspraken over een maximale betalingsperiode. De extra hulpmiddelen die worden voorgesteld betreffen een monitoringssysteem voor prijzen en hoeveelheden in de voedselketen, uitzonderingen van de mededingingswetgeving en een autoriteit die oneerlijke handelspraktijken kan bestraffen.

De Europese Commissie gaf aan dat deze problematiek aansluit bij de aanbevelingen van het rapport AMTF. De Europese Commissie beziet momenteel de mogelijkheden die artikel 222 van de Gemeenschappelijke Marktordeningsverordening (GMO) biedt voor producenten voor het maken van productieafspraken. Ook beziet de Europese Commissie of er binnen de EU-mededingingswetgeving verdergaande uitzonderingen voor de landbouw gemaakt kunnen worden.

G20-conferentie van landbouwministers (Berlijn, 22 januari 2017)

(Informatie van de Duitse delegatie)

Duitsland heeft verslag gedaan van de G20-bijeenkomst die op 22 januari jl. heeft plaatsgevonden in Berlijn (ST 6385/17). Deze bijeenkomst heeft geresulteerd in een gezamenlijke verklaring en actieprogramma. Deze zijn op de website van het Duits G20-voorzitterschap gepubliceerd (zie ook Kamerstuk 21 501-32, nr. 970).

Duitsland heeft gemeld dat de landbouwministers overeenstemming hebben bereikt over een actieplan voor duurzaam watergebruik in de landbouw en om stappen te zetten voor aanpassing van de sector aan klimaatverandering. Specifiek zijn daarbij afspraken opgenomen over internationale samenwerking bij het ontwikkelen en delen van kennis.

Daarnaast zijn de grote kansen geïdentificeerd tot verbetering van de wereldwijde voedselzekerheid en efficiënt watergebruik door digitalisering in de landbouw.

Tot slot is een stappenplan aangenomen om het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar in de veehouderij terug te dringen.

Nederland heeft, net als veel andere lidstaten, de uitkomsten van deze G20 bijeenkomst over water, ICT en antibioticaresistentie verwelkomd. Nederland heeft aangegeven met name tevreden te zijn over de uitkomsten op het gebied van waterkwaliteit en de maatregelen om verzilting tegen te gaan. Daarnaast heeft Nederland ook het stappenplan verwelkomd om het gebruik van antibiotica te verminderen. Daarbij heeft Nederland erop gewezen dat het van belang is dat ook in de Verordening Diergeneesmiddelen, die op dit moment in raadswerkgroepen behandeld wordt, maatregelen om reductie van antibioticaresistentie te bewerkstelligen opgenomen worden. Volgens Nederland zijn specifieke maatregelen en concrete acties in Europa nodig om het gebruik van antibiotica en het risico op resistentievorming terug te dringen.

Eurocommissaris Hogan onderschreef de uitkomsten van de G20-bijeenkomst, inclusief het terugdringen van het gebruik van antibiotica. Tevens meldde de Eurocommissaris dat hij samen met zijn collega, Eurocommissaris Vella, een taskforce Water heeft opgericht die zich ook zal richten op een duurzaam watergebruik in de landbouw. De Europese Commissie was verder verheugd dat de informele Landbouwraad in mei a.s. in het teken staat van landbouw en water.

Europees Solidariteitskorps

(Informatie van de Europese Commissie)

Eurocommissaris Hogan heeft informatie gegeven over het Europese Solidariteitskorps (ST 6854/17). Dit initiatief is op 7 december jl. gepubliceerd door de Europese Commissie. De ambitie van de Europese Commissie is dat in 2020 de eerste 100.000 jonge Europeanen tussen de 18 en 30 jaar zich hebben aangesloten bij het Solidariteitskorps. Het Solidariteitskorps biedt jongeren in de EU de mogelijkheid om voltijds of in deeltijd vrijwilligerswerk te doen of beroepsgerelateerd bezig te zijn met werk, stage of een leerwerkplek ergens in de Europese Unie voor een periode van minimaal 2 en maximaal 12 maanden. Het gaat hierbij om (maatschappelijke) activiteiten op het gebied van onder andere onderwijs, gezondheidszorg, sociale- en arbeidsmarktintegratie, de bouw, de ontvangst en integratie van vluchtelingen, milieubescherming, landbouw en plattelandsontwikkeling. Binnen bovenstaande projecten en programma’s wordt financiële ruimte gereserveerd voor het Solidariteitskorps. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande programma’s en projecten, zowel in EU-verband als bij individuele lidstaten.

Ook het Landbouw- en Plattelandsontwikkelingsfonds levert een bijdrage aan projecten op dit vlak. Deze steun zal een aanvulling vormen op het onderdeel vrijwilligerswerk van het solidariteitskorps dat verband houdt met activiteiten op het gebied van natuurbehoud. De Eurocommissaris riep lidstaten op tot het omarmen van het Solidariteitskorps en het aanmoedigen van nationale organisaties en instellingen tot het identificeren van mogelijkheden voor deelnemers en projecten. De lidstaten hebben de presentatie aangehoord.

Situatie op de fruitmarkt

(Informatie van de Poolse delegatie)

De Poolse delegatie lichtte een diversenpunt toe over de zorgelijke situatie op de fruitmarkt als gevolg van de Ruslandboycot die sinds 2014 van kracht is (ST6790/17). Voorafgaand aan de boycot exporteerde Polen 800.000 ton appels per jaar (60% van de jaarlijkse Poolse appelproductie) naar de Russische Federatie. Polen heeft nog altijd moeite met het vinden van alternatieve afzetmarkten omdat de productie is afgestemd op de specifieke voorkeuren van Russische consumenten. Polen wees erop dat het veel tijd en geld kost om het aanbod te herstructureren. Ook gaf Polen aan dat de appelprijzen in het huidige seizoen buitengewoon laag zijn, doordat er minder productie met EU-steun uit de markt wordt genomen. Polen vroeg daarom om meer EU-steun om appels uit de markt te kunnen nemen. Polen werd hierin gesteund door een aantal lidstaten, die aangaven dat de markt nog steeds fragiel is.

Eurocommissaris Hogan gaf aan dat de Europese Commissie eerder al een budget van 430 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor marktsteun voor groente- en fruitsectoren voor maatregelen in reactie op de Rusland-boycot. Hij gaf aan dat hij op 5 maart jl. een gedelegeerde handeling in werking heeft gesteld die het mogelijk maakt om de ongebruikte reserve van 18.000 ton appels uit de markt te halen (2017/376). Polen kan van deze regeling gebruik maken. Tevens wees Eurocommissaris Hogan erop dat de Europese Commissie bezig is sanitaire en fytosanitaire (SPS)-overeenkomsten te sluiten met derde landen zoals Vietnam, Canada, de Verenigde Staten, China en India, om de afzetmarkt van Europees fruit te vergroten.

Vrijwillige gekoppelde steun

(Informatie van de Bulgaarse, Kroatische, Cypriotische, Tsjechische, Finse, Griekse, Italiaanse, Poolse, Roemeense, Slowaakse en Sloveense delegaties)

Twaalf lidstaten (Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechische Republiek, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Letland, Polen, Roemenië en Slovenië) hebben hun bezorgdheid geuit over de aanvullende informatie en onderbouwing die de Europese Commissie vraagt van lidstaten over de maatregelen voor vrijwillig gekoppelde steun (ST 6861/17).

De twaalf lidstaten stelden dat een meer flexibel stelsel van vrijwillig gekoppelde steun, dat lidstaten toestaat zich te richten op behoeftige sectoren volgens hun nationale strategie, beter zou zijn voor het bereiken van de doelstellingen van de vrijwillig gekoppelde steun en het GLB. De lidstaten gaven aan moeite te hebben met de strikte interpretatie van de voorwaarden door de Europese Commissie.

Enkele andere lidstaten sloten zich bij dit standpunt aan. Enkele andere delegaties gaven aan dat de vrijwillige gekoppelde steun niet mag leiden tot concurrentieverstoring.

Eurocommissaris Hogan benadrukte dat de vrijwillige gekoppelde betaling optioneel is voor lidstaten en ten doel heeft specifieke sectoren te steunen die zich in een moeilijke situatie bevinden. De vrijwillige gekoppelde betaling mag echter niet met de interne markt in strijd zijn en moet voldoen aan de WTO-regelgeving hierover.

Eerste bijeenkomst over de Europese rijstsector (Milaan, 20 februari 2017)

(Informatie van de Italiaanse delegatie)

Italië heeft verslag gedaan van de eerste bijeenkomst over de Europese rijstsector in Milaan op 20 februari jl. (ST 6867/17). Deelnemers uit zeven rijstproducerende EU-lidstaten (Italië, Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Portugal en Spanje) waren bij deze bijeenkomst aanwezig. Tijdens deze bijeenkomst is de prijsontwikkeling op de rijstmarkt besproken en zijn er zorgen geuit over de import van rijst uit Minst Ontwikkelde Landen in het kader van de «Everything but arms (EBA)»-overeenkomst en de liberalisering van de rijstimport in de handelsakkoorden tussen de EU en andere landen. De deelnemers aan de bijeenkomst vroegen daarom de EU-instituties om de rijstsector als een gevoelige sector aan te merken bij het sluiten van handelsakkoorden met derde landen, effectieve vrijwaringsmaatregelen in te stellen inzake de import van rijst uit Minst Ontwikkelde Landen en een gelijk speelveld tussen de EU en derde landen voor fytosanitaire en commerciële zaken te creëren. Ook binnen het GLB is het van belang dat de rijstsector als een bijzondere sector wordt beschouwd vanwege de bijdrage die geleverd wordt voor het milieu, de biodiversiteit en het waterbeheer. Tot slot willen de landen EU-promotiegelden inzetten om de consumptie van EU-rijst te promoten. Italië kreeg steun van enkele andere lidstaten.

Eurocommissaris Hogan gaf aan dat de rijstsector bij het sluiten van handelsakkoorden de volle aandacht heeft van de Europese Commissie. Tevens wees hij erop dat er voor de rijstsector vrijwillig gekoppelde steunmaatregelen, promotieregelingen en steunmaatregelen in het kader van plattelandsontwikkeling beschikbaar zijn. Hij gaf ook aan dat de marktontwikkelingen door de Europese Commissie op de voet worden gevolgd en dat er langzaamaan een stabiele EBA-export naar de EU lijkt te ontstaan.

Oceanenconferentie in Malta (5–6 oktober 2017)

(Informatie van de Europese Commissie)

De Europese Commissie heeft de Raad geïnformeerd over de vierde oceanenconferentie «Our Ocean Conference, an Ocean for Life» die plaats zal vinden in Malta op 5 en 6 oktober a.s. (ST 6561/17). De conferentie zal voortbouwen op vier thema’s die tijdens eerdere Oceanenconferenties aan bod zijn gekomen: beschermde marine gebieden, klimaatverandering, mariene vervuiling en duurzame visserij. Tevens zal het bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de bijdrage van oceanen aan duurzame groei in de marine en maritieme sectoren. Ook het thema maritieme veiligheid zal aan bod komen. Enkele lidstaten verwelkomden deze bijeenkomst. De Europese Commissie riep de lidstaten op aanwezig te zijn bij de conferentie en sprak haar hoop uit op concrete, meetbare afspraken om oceanen schoon, gezond en veilig te houden.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Naar boven