Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-32 nr. 922

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 922 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2016

Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van de Landbouw- en Visserijraad die op 17 mei jl. in Brussel heeft plaatsgevonden.

Nederland zat deze Raad voor.

Marktsituatie

(Update door de Europese Commissie)

De Europese Commissie gaf een toelichting op de voortgang van de implementatie van deze steunmaatregelen, die tijdens de Raad van 14 maart jl. zijn toegezegd (Kamerstuk 21 501-32, nr. 900). Tevens gaf de Europese Commissie een toelichting op de marktsituatie in de zuivel-, varkens-, groenten- en fruitsector. Voorafgaand aan de Raad is een document verspreid met daarin een stand van zaken van de marktsituatie en de implementatie van de steunmaatregelen (ST 8803/16). Bij dit agendapunt werden ook drie diversenpunten besproken, die allen betrekking hadden op de marktsituatie. Kroatië vroeg om aanvullende maatregelen om de marktsituatie in de zuivelsector te verbeteren (ST8789/16). Tsjechië presenteerde de uitkomsten van de Visegradgroepbijeenkomst van landbouwministers op 29 april jl. in Praag, die ook werd bijgewoond door een aantal andere lidstaten. Tijdens deze bijeenkomst is opgeroepen om op EU-niveau aanvullende maatregelen te nemen om de marktsituatie voor landbouwproducten te verbeteren (ST 8676/16). Oostenrijk, Kroatië, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Slovenië vroegen aandacht voor de schade aan landbouwgewassen en fruitteelt door vorst en sneeuwval de afgelopen maanden en vroegen de Europese Commissie om aanvullende maatregelen (ST 8788/16).

De Europese Commissie constateerde dat de marktsituatie voor zuivel moeilijk blijft. De gemiddelde marktprijs lag eind april op 28,1 eurocent. De productie van melk is in de eerste maanden van 2016 met ruim 5% gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Nederland, Duitsland en Ierland kenden de grootste groei. De export van zuivelproducten laat een stijging zien van 13% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De prijzen voor varkensvlees vertoont een licht herstel; de gemiddelde varkensprijs ligt nu op 130 euro per 100 kg. De export van varkensvlees naar derde landen verloopt goed, vooral richting China. De export van varkensvlees is gestegen met 24% ten opzichte van de voorafgaande periode.

De Europese Commissie gaf aan dat de grote voorraden van appels en peren grote druk op de prijzen zetten.

De Europese Commissie kondigde aan te komen met een verlenging van de steunmaatregelen voor groenten en fruit tot 1 juli 2017. De hoeveelheden voor opkoop zullen wel gereduceerd worden, omdat de sector al een redelijke tijd heeft gehad om zich aan te passen aan de markt ten gevolge van de boycot door Rusland. Er is tot april jl. 1,1 miljoen ton groente en fruit uit de markt genomen (kosten 162 miljoen euro).

Verder gaf de Europese Commissie aan dat een aantal lidstaten een verzoek voor staatssteun heeft ingediend waardoor het mogelijk is om per landbouwonderneming 15.000 euro te verkrijgen onder de voorwaarde dat de productie bevroren of beperkt wordt, of om liquiditeitskrapte te overbruggen. De Europese Commissie beoordeelt deze aanvragen momenteel; het eerste stelsel voor staatssteun zal binnenkort worden aangemeld.

De Europese Commissie gaf aan vóór de zomer een eerste bijeenkomst van het Meat Market Observatory te organiseren.

Conform het verzoek van enkele lidstaten in de Raad van 11 april jl. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 915) gaf de Europese Commissie aan dat de aanvraagtermijn voor directe betalingen is verlengd van 15 mei naar 15 juni. De Europese Commissie tekende daar wel bij aan dat deze verlenging tot extra druk op de controles zal leiden, omdat er nu geen ruimte meer is voor de aanvrager om ingevoerde gegevens te corrigeren, zoals mogelijk is gedurende twee weken wanneer de aanvraagtermijn eindigt op 15 mei.

De Europese Commissie heeft kennis genomen van de vorst- en sneeuwschade in een aantal landen en zal bezien wat gedaan kan worden om de getroffen lidstaten tegemoet te komen, onder meer met staatssteun.

De Europese Commissie wees er verder op dat tot eind april jl. pas 46% van het bedrag van de nationale enveloppes uit het pakket van maatregelen van september 2015 door de lidstaten is besteed (192,5 miljoen euro van de 420 miljoen euro).

Veel lidstaten benadrukten in hun reactie de zorgelijke marktsituatie en enkelen verzochten de Europese Commissie om aanvullende gerichte maatregelen te nemen. Enkele lidstaten vroegen de Europese Commissie met voorstellen te komen om het aanbod te beperken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van artikel 222 van de Gemeenschappelijke Marktordening (GMO), die vrijwillige productiebeperking mogelijk maakt. Enkele lidstaten stelden verder voor om het percentage van de voorschotbetalingen op te hogen en de voorschotbetalingen naar voren te halen, zodat producenten over meer liquiditeit in deze periode beschikken.

Enkele lidstaten drongen bij de Europese Commissie aan op het aanspreken van de crisisreserve, als zou blijken dat de middelen die tot nu toe beschikbaar zijn ontoereikend zijn. Enkele lidstaten vinden daarentegen dat er überhaupt geen gebruik moet worden gemaakt van de crisisreserve.

Een enkele lidstaat suggereerde dat het onbenutte budget uit de nationale enveloppes van het maatregelenpakket van september 2015 herverdeeld zou moeten worden onder de lidstaten die daar behoefte aan hebben.

De Europese Commissie gaf als reactie aan dat het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gericht is op marktoriëntatie en versterking van de concurrentiekracht van de Europese landbouwsector. Daar past volgens de Europese Commissie geen aanbodgestuurd beleid bij. De Europese Commissie benadrukte verder dat er geen extra budget beschikbaar is binnen de begroting van het GLB. De Europese Commissie deed opnieuw een beroep op de lidstaten om gebruik te maken van de nationale enveloppes waarvoor nog voldoende budget beschikbaar is. Het budget hiervoor is beschikbaar tot 30 juni 2016. Onbenutte middelen kunnen niet worden herverdeeld, die vloeien terug in de algemene begroting. Wat betreft de crisisreserve gaf de Europese Commissie aan dat het nog te vroeg is om deze aan te spreken; het gebruik van de crisisreserve is wat betreft de Europese Commissie een laatste mogelijkheid van financiering.

De Europese Commissie gaf aan de voorstellen voor voorschotbetalingen van de directe betalingen nader te bezien.

Het Nederlandse voorzitterschap gaf aan dat in de Landbouw- en Visserijraad van 26 en 27 juni a.s. verder gesproken zal worden over de marktsituatie. Daarbij zal de Europese Commissie komen met een evaluatie van de marktmaatregelen.

Dierenwelzijn

(Presentatie door de Europese Commissie en gedachtewisseling)

Het Nederlandse voorzitterschap heeft de Europese Commissie uitgenodigd om een stand van zaken te geven over de oprichting van het EU-platform dierenwelzijn zoals dat in de Landbouw- en Visserijraad van 15 februari jl. is besproken (Kamerstuk 21 501-32, nr. 898). Het Nederlandse voorzitterschap heeft tevens de lidstaten uitgenodigd om met voorstellen te komen die in het EU-dierenwelzijnsplatform besproken kunnen worden (ST 8410/16).

De Europese Commissie heeft een presentatie gegeven over de resultaten van het Eurobarometeronderzoek over dierenwelzijn. Daaruit blijkt dat EU-burgers een beter dierenwelzijn van belang vinden en dat er een sterke maatschappelijke steun is voor verbetering van dierenwelzijn van landbouw- en huisdieren op Europees en nationaal niveau. Dat dierenwelzijn een belangrijk onderwerp is bleek volgens de voorzitter ook uit de petitie om het houden van konijnen inkooien tegen te gaan die de organisatie Compassion in World Farming (CIWF) voor aanvang van de Raad aanbood aan het Nederlandse voorzitterschap.

De Europese Commissie is voorstander van de oprichting van een EU-platform dierenwelzijn waarin stakeholders, ngo’s, Europarlementariërs en lidstaten zitting hebben. Het EU-platform is goed voor het uitwisselen van informatie en goede praktijken en het verbeteren van de uitvoering van de bestaande wetgeving over dierenwelzijn. Het EU-platform heeft niet de intentie om nieuwe wetgeving te initiëren of administratieve lasten te veroorzaken.

De uitkomsten van het Eurobarometeronderzoek werden door de lidstaten onderschreven. De oprichting van het EU-platform wordt door een grote meerderheid van de lidstaten gesteund. Door vele lidstaten werd benadrukt dat ook in vrijhandelsakkoorden met derde landen aandacht moet zijn voor dierenwelzijn. Derde landen die naar de EU exporteren moeten aan dezelfde standaarden voor dierenwelzijn voldoen als de EU-lidstaten.

Nederland heeft aangegeven dat de uitkomsten van het Eurobarometeronderzoek het belang onderstrepen van een EU-strategie voor dierenwelzijn voor de komende jaren (2016–2020). De uitkomsten van dit onderzoek zouden volgens Nederland ook betrokken moeten worden bij het EU-platform voor dierenwelzijn. Nederland heeft – naast de resultaten van de Eurobarometer – de volgende drie voorstellen ingediend om te bespreken in het EU-platform dierenwelzijn:

  • Goede praktijken inzake de uitfasering van lichamelijke ingrepen. Bijvoorbeeld castratie en staartcouperen bij biggen en snavelbehandelen bij pluimvee,

  • tegengaan van illegale handel in huisdieren, met name puppies,

  • verbetering van transport en reductie van lange afstandstransporten.

Deze punten werden ook door andere lidstaten genoemd. Andere onderwerpen die genoemd werden om te bespreken in het EU-platform zijn het vraagstuk hoe te komen tot een geharmoniseerde implementatie en handhaving van bestaande wetgeving, de uitwisseling van goede praktijken, het ontwikkelen van richtsnoeren, het bevorderen van betere bewustwording van dierenwelzijn, het houden van dieren in de buitenlucht, lange afstandstransport, etikettering, ontwikkeling van welzijnsindicatoren en het incorporeren van EU-dierenwelzijnsstandaarden in besluiten over het verstrekken van leningen door internationale financiële instellingen. Ook zou het EU-platform moeten nadenken over betere communicatie over de bestaande EU-regelgeving over dierenwelzijn.

Het Nederlandse voorzitterschap concludeerde dat de verschillende voorstellen zullen worden geïnventariseerd en zullen worden gezonden naar de Europese Commissie om te bespreken in het nog op te richten EU-platform over dierenwelzijn. De Europese Commissie gaf aan een volgende Landbouw- en Visserijraad met een nadere uitwerking te komen van het EU-platform dierenwelzijn.

Landbouw en klimaat

(Presentatie door de Europese Commissie en gedachtewisseling)

In deze Raad vond een eerste gedachtewisseling plaats over de gevolgen voor de landbouw van het Klimaatakkoord dat in december 2015 in Parijs is bereikt. Het Nederlandse voorzitterschap heeft een paper gepresenteerd over het thema klimaat en landbouw (ST 8772/16).

De relatie tussen landbouw en klimaat is complex: enerzijds draagt de landbouw bij aan CO2-uitstoot en anderzijds is landbouw de oplossing, omdat de landbouw kan bijdragen aan de transitie naar een bio-economie. De Europese Commissie gaf aan dat de EU bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen door te streven naar een reductie van 40% van de broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990.

Landbouw, en voor het eerst ook landgebruik, verandering van landgebruik en bosbouw (Land Use, Land Use Change and Forestry (LULUCF)) zullen een onderdeel vormen van deze opgave, zoals ook is aangegeven in het Klimaat- en Energiebeleidskader 2030 (Kamerstuk 33 858, nr. 2).

De Europese Commissie gaf aan voor de zomer met voorstellen te komen voor de Effort Sharing Decision voor de non-Emissiehandelssysteem (ETS). Landbouw maakt een onderdeel uit van het non-ETS. Deze voorstellen, inclusief de nationale toerekening van de emissieruimte die niet onder het ETS vallen en nadere uitwerking van de LULUCF, worden in de Milieuraad besproken. Gezien het belang van de landbouwsector wordt de Landbouw- en Visserijraad hier ook bij betrokken. De Europese Raad heeft conclusies aangenomen in oktober 2014 waarbij gesteld werd dat er coherentie nodig is tussen voedselzekerheids- en klimaatveranderingsdoelen en de duurzaamheidsdoelstellingen (EUCO 169/14).

De circulaire economie is gerelateerd aan deze onderwerpen en kan daar door het tegengaan van voedselverspilling een bijdrage aan leveren. Voor de bio-economie zou gestreefd moeten worden naar meer samenwerking tussen landbouw en onderzoek. Een oplossing voor een beter gebruik van hernieuwbare biologische bronnen, zoals biomassa, kan gevonden worden door een combinatie van innovatie en efficiënte technologieën.

Een discussiepunt in de Raad was de toerekening van de emissieruimte en of, en zo ja de wijze waarop, LULUCF daarbij verrekend kan worden. Het belang van goed bosbeheer en landgebruik werd door de lidstaten benadrukt en zou een oplossing zijn voor de opslag van koolstof. Daarnaast benadrukten veel lidstaten dat de maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan niet ten koste moeten gaan van de concurrentiekracht van de Europese landbouw. Ook een toekomstig GLB zou instrumenten moeten bevatten om de klimaatdoelstellingen te halen.

De Europese Commissie gaf in haar reactie aan dat de huidige plattelandsontwikkelingsprogramma’s al ruimte bieden voor maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. De Europese Commissie gaf verder aan dat de voorstellen een goed evenwicht zullen bevatten tussen maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan en het behoud van een concurrerende Europese landbouwsector die zorgt voor voedselzekerheid. Het Nederlandse voorzitterschap onderschreef dit en nodigde de Europese Commissie uit – met verwijzing naar de Europese Raadsconclusies van 2014 – te onderzoeken wat de beste manieren zijn om duurzame voedselproductie te realiseren en tegelijkertijd de bijdrage van de landbouw aan de broeikasgasreductie onder andere door herbebossing te optimaliseren. Het Nederlandse voorzitterschap benadrukte tenslotte dat de landbouw een deel van de oplossing voor het klimaatprobleem kan zijn.

Vereenvoudiging Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

(Presentatie door de Europese Commissie en gedachtewisseling)

Op verzoek van het Nederlandse voorzitterschap heeft de Europese Commissie een presentatie gegeven over de vereenvoudiging van het GLB. De Europese Commissie heeft een overzicht gegeven van de voorstellen die zijn aangenomen of in voorbereiding zijn (ST 8592/16).

De Europese Commissie gaf aan dat zij een groot aantal gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen geschrapt heeft waardoor er nu zo’n 20 over zijn. Verder gaf de Europese Commissie aan dat er bij de directe betalingen er inmiddels meer flexibiliteit gecreëerd is. Zo mogen lidstaten begunstigden de gelegenheid bieden om binnen 35 dagen na de uiterste indieningsdatum van hun aanvraag (15 mei) nog onjuistheden in de aanvraag aan te passen. Daarmee kunnen fouten in een vroeg stadium worden hersteld.

Wat betreft de directe betalingen heeft de Europese Commissie verder een «gele-kaartprocedure» in voorbereiding. Dit houdt in dat de sanctie voor een te hoge oppervlakteopgave bij een eerste constatering wordt gehalveerd ten opzichte van het huidige sanctieniveau (voor zover de afwijking minder dan 10% bedraagt). Bij herhaling wordt de sanctie alsnog volledig opgelegd.

De lidstaten onderschreven de gedane vereenvoudigingen, maar enkele lidstaten wezen de Europese Commissie er wel op dat de «gele-kaartprocedure» tot een intensivering van de controles leidt. Ook vonden enkele lidstaten dat de basisverordening van het GLB zou moeten worden aangepast. Andere lidstaten waren hier weer terughoudend over omdat zij vreesden dat de aanpassing van de basisverordening niet zal leiden tot een vereenvoudiging. Ook vroegen enkele lidstaten om het aantal audits van de Europese Commissie te verminderen.

In reactie hierop stelde de Europese Commissie te bezien of het aantal audits van haar kant verminderd kan worden. De Europese Commissie is geen voorstander van aanpassing van de basisverordening omdat deze nog niet lang in werking is getreden. Het Nederlandse voorzitterschap heeft aangegeven dat vereenvoudiging van het GLB ook geagendeerd zal worden op de Landbouw- en Visserijraad in juni a.s. De Europese Commissie zal dan de uitkomsten van de publieksconsultatie over de vergroening van het GLB presenteren.

Diversen

Duale kwaliteit van voedsel op de Europese markt

(Informatie van de Tsjechische delegatie)

Tsjechië heeft aandacht gevraagd voor de verschillen in kwaliteit van voedselproducten die door multinationals in verschillende lidstaten op de markt worden gebracht (ST 8754/16). Sommige multinationals brengen producten op de Europese markt met hetzelfde handelsmerk en verpakking maar met verschillen in de kwaliteit, ingrediënten en hoeveelheid. Tsjechië, dat dit punt ook heeft ingebracht in de Visegradgroepbijeenkomst op 29 april jl. in Praag, vindt deze praktijk een misleiding van de consument en vindt dat producten van dezelfde producent overal van dezelfde kwaliteit moeten zijn en dezelfde ingrediënten moeten bevatten. De Europese Commissie stelt dat er geen fragmentatie van de interne markt mag plaatsvinden. Maar conform EU-regelgeving kunnen productformules verschillen. Als de etikettering op een product juist is, kan de Europese Commissie hier geen actie tegen ondernemen conform verordening 1169/2011. De Europese Commissie riep Tsjechië op deze praktijk te melden als het vindt dat deze praktijk niet strookt met richtlijn 2005/29 (Richtlijn Oneerlijke handelspraktijken). Zo nodig kan de Europese Commissie dan tezamen met de nationale instanties maatregelen nemen.

Bijeenkomst G7-landbouwministers

(Informatie van de Europese Commissie)

De Europese Commissie informeerde de Raad over de uitkomsten van de bijeenkomst van de landbouwministers van de G7 (Japan, Canada, Frankrijk, Italië, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten en de EU). De bijeenkomst heeft op 23 en 24 april jl. in Niigata (Japan) plaatsgevonden. De bijeenkomst werd namens de EU bijgewoond door Eurocommissaris Hogan. Ook de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) waren bij deze bijeenkomst vertegenwoordigd. Tijdens de bijeenkomst hebben de landbouwministers een verklaring aangenomen (ST 8625/16). Daarin worden de uitdagingen weergegeven waar de landbouwsector wereldwijd voor staat: 1) de vergrijzing in de landbouwsector en de consequenties die dit heeft voor landbouwgemeenschappen en de voedselproductie, 2) een stijgende vraag naar een veilige en gevarieerde voeding, en 3) extreem weer en klimaatverandering.

Daarom wordt in deze verklaring een aantal acties aangekondigd die aansluiten bij de implementatie van de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling en het Klimaatakkoord dat in 2015 is gesloten in Parijs. Daarbij valt te denken aan plattelandsontwikkeling, het promoten van vrouwen en jongeren in de landbouwsector om te zorgen voor een continuering van de voedselproductie, het bestrijding van antimicrobiële resistentie en plant- en diergezondheidziekten, het professionaliseren van de voedselproductieproces, het realiseren van duurzame landbouw, visserij en bosbouw en versterking van de internationale samenwerking op het gebied van onderzoek naar klimaatverandering.

Het Italiaans voorzitterschap van de G7 in 2017 zal deze acties en initiatieven verder vorm geven. De verklaring zal ook als input dienen voor de G20-bijeenkomst die op 3 juni 2016 plaatsvindt in Xian (China). Het Nederlandse voorzitterschap gaf aan dat de verklaring van de G7-landbouwministers tezamen met de verklaring van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) over een «Beter beleid voor een productief, duurzaam en veerkrachtig voedselsysteem» en de verklaring die tijdens de G20-bijeenkomst op 3 juni in Xian (China) getekend zal worden, de internationale veerkracht van de landbouw en de prioriteiten benadrukt.

Vrijhandelsakkoorden

TTIP-13e onderhandelingsronde en Bescherming van geografische indicaties i.r.t. internationale onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden

(Verzoek van de Oostenrijkse delegatie respectievelijk de Griekse delegatie)

Oostenrijk heeft de Europese Commissie verzocht informatie te geven over de uitkomsten van de 13e onderhandelingsronde over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) die 25-29 april jl. in New York heeft plaatsgevonden tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Ook heeft Oostenrijk verzocht om een stand van zaken over de onderhandelingen over de vrijhandelsakkoorden inzake Mercosur en het Comprehensive Economic Trade Agreement (CETA) tussen de EU en Canada (ST 8629/16). Veel lidstaten benadrukten dat er in de onderhandelingen over de vrijhandelsakkoorden tussen de EU en derde landen niet getornd mag worden aan de Europese standaarden voor milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Zij vroegen de Europese Commissie, mede gelet op de huidige marktsituatie, rekening te houden met de tariefcontingenten voor gevoelige producten zoals rundvlees.

Griekenland vroeg, gesteund door veel andere lidstaten, aandacht voor de bescherming van producten met een beschermde geografische oorsprongsbenaming of aanduiding in relatie tot handelsakkoorden. Griekenland noemde als voorbeeld de fetakaas (ST 8790/16).

De Europese Commissie gaf aan dat de 13e onderhandelingsronde over TTIP op het terrein van landbouw moeizaam is verlopen en er geen vorderingen zijn geboekt; geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen zijn daarbij onder meer een knelpunt. De Europese Commissie streeft naar een kwalitatief goed akkoord. Naar verwachting zullen de onderhandelingen nog een tijd duren. Voor CETA zijn de onderhandelingen in de eindfase beland. Naar verwachting zal het akkoord in 2017 in werking treden. De onderhandelingen met Mercosur lopen nog en de Europese Commissie heeft daarbij aandacht voor de belangen van de Europese landbouw, in casu de tariefcontingenten voor gevoelige producten. De Europese Commissie gaf aan na de zomer met een studie te komen over cumulatieve effecten op landbouw van (gesloten en te sluiten) vrijhandelsakkoorden met derde landen.

Het Nederlandse voorzitterschap gaf aan de stand van zaken van de landbouwaspecten in vrijhandelsakkoorden geregeld in de Landbouw- en Visserijraad te zullen agenderen.

NEC richtlijn

(Informatie van de Poolse delegatie)

Polen vroeg aandacht voor de onderhandelingen rond de NEC-richtlijn (Richtlijn Nationale Emissieplafonds; 2001/81/EG). Polen gaf aan dat de aanscherping van de NEC-richtlijn grote kosten met zich meebrengt vanwege de investeringen om de uitstoot te beperken. Ook vindt Polen het niet duidelijk hoe de emissiereducties die elk land zou moeten halen tot stand zijn gekomen. Polen wil dat er eerst impactberekeningen worden gemaakt voordat er verder wordt gesproken over de NEC-richtlijn waarover op dit moment trilogen met het Europees Parlement plaatsvinden. Polen werd hierin gesteund door enkele andere lidstaten.

De Europese Commissie gaf aan dat de trilogen met het Europees Parlement gaande zijn en dat het voorstel van de NEC-richtlijn in de Milieuraad behandeld is en dat daar een onderhandelingsmandaat is vastgesteld. De Europese Commissie zal streven naar een evenwichtig akkoord waarbij ervoor gezorgd wordt dat niet aan het concurrentievermogen van de landbouwsector getornd wordt.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam