Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 september 2018
Tijdens de regeling van werkzaamheden op 25 september jl. (Handelingen II 2018/19,
nr. 4, Regeling van Werkzaamheden) is door uw Kamer verzocht om een debat, voorafgegaan
door een brief, met de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken over
de uitkomsten van de informele Europese top in Salzburg, met name wat betreft de risico’s
voor Nederland van Brexit, maar ook over migratie. Daarnaast verzocht uw Kamer tijdens de procedurevergadering
van 25 september jl. om een brief met een zo gedetailleerd mogelijk tijdspad voor
de Brexit-onderhandelingen. Om aan deze beide verzoeken te voldoen, bied ik uw Kamer
deze brief aan, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken.
Brexit
Tijdens de informele Europese Raad in Artikel 50 samenstelling op 20 september jl.
in Salzburg, waarvan uw Kamer het verslag reeds heeft ontvangen (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1365), evalueerden de staatshoofden en regeringsleiders à 27 de voortgang in de onderhandelingen
over de terugtrekking van het VK uit de EU met de EU-hoofdonderhandelaar, de heer
Barnier. Aan de vooravond van de informele Europese Raad had Prime Minister May tijdens
het diner à 28 benadrukt dat de EU27 geen andere keuze zou hebben dan het door de
regering van het VK gepubliceerde White Paper te accepteren. De 27 staatshoofden en
regeringsleiders concludeerden de volgende dag in Artikel 50 samenstelling evenwel
dat het White Paper – ondanks de positieve elementen op onder meer de terreinen interne en externe veiligheid
– onvoldoende basis biedt voor een doorbraak in de onderhandelingen over het kader
van de toekomstige betrekkingen, in het bijzonder omdat de uiteengezette voorstellen
voor het economisch partnerschap in hun huidige vorm voor de EU niet werkbaar en onwenselijk
zijn. Gelet op het informele karakter van deze Europese Raad waren geen besluiten
voorzien en zijn geen ER-conclusies aangenomen. Na afloop van de informele Europese
Raad benadrukte de Minister-President dat het belangrijk is dat het VK dicht bij de
EU blijft, maar dat de integriteit van de interne markt in een toekomstige relatie
tussen de EU en het VK moet worden verzekerd, omdat dit het belang dient van de 420
miljoen EU-burgers die in de interne markt achterblijven.
In aanloop naar de Raad Algemene Zaken in Artikel 50 samenstelling van 16 oktober
as. en de Europese Raad in Artikel 50 samenstelling van 17 oktober as. komen de hoofdonderhandelaars
van de EU en het VK wekelijks bijeen (continue onderhandelingen). De focus is op het
tot een goed einde brengen van de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord
en de daarbij gaande politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen,
om zo een ordelijke terugtrekking van het VK uit de EU te bewerkstelligen en een no deal scenario te vermijden. Zoals bekend zijn de belangrijkste openstaande punten in de
onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord de Iers/Noord-Ierse grenskwestie en
de governance van dat akkoord en vormt het economisch partnerschap het grootste twistpunt in de
gesprekken over de politieke verklaring. Alleen bij voldoende voortgang op deze openstaande
punten zal de Europese Raad in Artikel 50 samenstelling van 17 oktober as. besluiten
tot een extra Europese Raad in november 2018 om het terugtrekkingsakkoord en de daarbij
gaande politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen te kunnen
finaliseren. Nederland steunt deze inzet in de onderhandelingen en benadrukt daarbij
continue het belang van behoud van EU27 eenheid en van ambitie in de toekomstige relatie
met het VK binnen de randvoorwaarden van de EU27 zoals die zijn vastgelegd in de ER-richtsnoeren.
Duidelijk is dat het risico dat de EU en het VK geen overeenstemming bereiken in de
onderhandelingen over de terugtrekking van het VK uit de EU reëel blijft en dat dit
noodzakelijk maakt dat de rijksoverheid en het bedrijfsleven zich onverminderd voorbereiden
op een no deal scenario. De contingency planning (voorbereiding op een no deal scenario) en preparedness (voorbereiding op de nieuwe situatie wanneer het VK de EU zal hebben verlaten) hebben
de volle aandacht van het kabinet. De afgelopen maanden heeft het kabinet de inzet
op contingency planning reeds geïntensiveerd en het zal dat verder doen in aanloop naar 30 maart 2019. Ook
de coördinerende rol van de Europese Commissie in de voorbereidingen op een no deal scenario zal worden geïntensiveerd (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1905). Over de laatste stand van zaken is uw Kamer recent geïnformeerd (Kamerstuk 23 987, nr. 261) en zal uw Kamer op 10 oktober as. aanvullend vertrouwelijk worden geïnformeerd.
Migratie
Over wat er tijdens de informele Europese Raad in Salzburg is besproken over migratie
heeft het kabinet uw Kamer zoals te doen gebruikelijk verslag gedaan (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1365). De Minister-President heeft bij deze gelegenheid o.a. zijn Griekse ambtgenoot aangesproken
over de omstandigheden op de eilanden, in opvolging van de motie van de leden Van
Ojik en Voordewind (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1361).
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok