21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1732 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 december 2020

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over:

  • de brief van 4 december 2020 inzake de geannoteerde agenda van de Eurogroep op 16 december 2020 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1730),

  • de brief van 7 december 2020 inzake het verslag van de videoconferenties van de Eurogroep en Ecofinraad van 30 november en 1 december 2020

De vragen en opmerkingen zijn op 11 december 2020 aan de Minister van Financiën voorgelegd. Bij brief van 15 december 2020 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Tielen

De adjunct-griffier van de commissie, Buisman

II – Reactie van de Minister van Financiën

Ik heb met belangstelling kennis genomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD, PVV, CDA, GroenLinks en SP inzake de geannoteerde agenda van de Eurogroep van 16 december 2020 en het verslag van de videoconferenties van de Eurogroep en Ecofinraad van 30 november en 1 december 2020. Bij de volgorde van de beantwoording is de volgorde van de inbreng van het schriftelijk overleg aangehouden.

De leden van de VVD-fractie vragen zich af waarom deze extra Eurogroepvergadering is ingepland dan wel nodig is.

Zoals vermeld in de aanbiedingsbrief van de geannoteerde agenda, heeft de voorzitter van de Eurogroep met name besloten om deze Eurogroep te laten plaatsvinden zodat lidstaten al in een vroeg stadium de uitkomst van de bespreking over de eurozone-aanbevelingen mee kunnen nemen in hun nationale hervormings- en investeringsplannen voor het Europese herstelfonds (Recovery and Resilience Facility).

De leden van de VVD-fractie lezen dat het de bedoeling is dat er een Eurogroepverklaring wordt vastgesteld, wat is de exacte inhoud van die verklaring? Kan een overzicht worden afgegeven van alle eurolanden van de verwachte begrotingstekorten voor 2021 en de schuldquota?

De Eurogroepverklaring gaat in op de economische gevolgen van de COVID-19-crisis en de opgelopen schulden door de maatregelen die lidstaten hebben genomen. De Eurogroep roept lidstaten op om in 2021 expansief begrotingsbeleid te voeren, om zo de economie te ondersteunen in het herstel na de crisis. De Eurogroep wijst er verder op dat permanente stimulerende maatregelen, die niet op termijn structureel worden gecompenseerd door uitgavenverlagingen of inkomstenstijgingen, ten koste kunnen gaan van de schuldhoudbaarheid. Daarnaast wordt de noodzaak voor alle lidstaten om schuldhoudbaarheid op de middellange termijn te waarborgen, benadrukt.

Zie hieronder een overzicht van de staatsschuld en tekort van eurolanden (bron: herfstraming Europese Commissie).

 

Publieke schuld in % bbp

Tekort in % bbp

 

2021

2021

Euro area

102,3

– 6,4

Belgium

117,8

– 7,1

Germany

70,1

– 4,0

Estonia

22,5

– 5,9

Ireland

66,0

– 5,8

Greece

200,7

– 6,3

Spain

122,0

– 9,6

France

117,8

– 8,3

Italy

159,5

– 7,8

Cyprus

108,2

– 2,3

Latvia

45,9

– 3,5

Lithuania

50,7

– 6,0

Luxembourg

27,3

– 1,3

Malta

60,0

– 6,3

Netherlands

63,5

– 5,7

Austria

85,2

– 6,4

Portugal

130,3

– 4,5

Slovenia

80,2

– 6,4

Slovakia

65,7

– 7,9

Finland

71,8

– 4,8

De Europese Commissie (EC) constateert dat sommige stimulerende maatregelen in Frankrijk, Italië, Litouwen en Slowakije niet tijdelijk zijn of niet structureel worden gedekt door compenserende maatregelen. Om welke maatregelen gaat het dan? En wat gaat en/of kan de EC daartegen doen?

In Frankrijk gaat dit onder andere om een permanente verlaging van belastingen op productie (0,4% bbp) en een verhoging van salarissen in de publieke sector, voornamelijk in de zorg (0,3% bbp). In Italië is dit o.a. de verlaging van socialezekerheidsbijdragen in arme regio’s, de verlenging van een heffingskorting van belasting op inkomen uit arbeid, de introductie van een familiebonus en de allocatie van meer middelen naar ministeries en andere publieke diensten. In Litouwen gaat dit voornamelijk om een verhoging van belastingvrije toelages (0,1% bbp), van salarissen in de publieke sector en verscheidende sociale voorzieningen. In Slowakije zijn de permanente maatregelen die niet structureel worden gedekt door compenserende maatregelen een verlaging van de pensioenleeftijd voor bepaalde groepen (ouders), een verhoging van het minimumpensioen en uitgaven in regionaal onderwijs en onderzoek.

De Europese Commissie waarschuwt deze lidstaten dat het nemen van dergelijke permanente stimulerende maatregelen, die niet op termijn structureel worden gecompenseerd door uitgavenverlagingen of inkomstenstijgingen, ten koste kunnen gaan van de schuldhoudbaarheid. Dit is ook opgenomen in de Eurogroepverklaring.

De EC constateert verder dat er zorgen zijn over de schuldhoudbaarheid op de middellange termijn voor België, Frankrijk, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje. Nederland onderschrijft dat de schuldhoudbaarheid op de middellange termijn in acht moet worden genomen. Wat gaat de inbreng van het kabinet zijn tijdens de Eurogroep? Gaat het kabinet deze landen daarop aanspreken? Welke mogelijkheden zijn er om daarop te sturen en/of wat aan te doen?

Het kabinet deelt de zorgen van de Europese Commissie ten aanzien van de hoge publieke schulden in verschillende lidstaten. Tijdens de Eurogroep zullen deze zorgen worden geuit. Daarnaast zal het kabinet het belang van een tijdige gebruikelijke toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact in de Eurogroep benadrukken, zodat schulden na de crisis worden afgebouwd. Om deze reden is het positief dat de algemene ontsnappingsclausule dit voorjaar geëvalueerd zal worden. Er zal dan beoordeeld worden of het gebruik van deze clausule dan nog steeds gerechtvaardigd is.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Kamer voorafgaand aan de Eurogroep nog een brief zal ontvangen met een kabinetsappreciatie van het volledige herfstpakket, inclusief de eurozone-aanbevelingen. Waarom is deze nu nog niet beschikbaar? Wat zijn de aanbevelingen voor Nederland? Hoe gaat dit een rol spelen bij het nationale hervormings- en investeringsplan voor het Europees herstelfonds (Recovery and Resilience Facility, hierna: RRF)? Hoe wordt ervoor gezorgd dat een expansief begrotingsbeleid in 2021 daadwerkelijk het economisch herstel accommodeert en het geld dus doelmatig en effectief wordt ingezet, en ook tijdelijk en gericht is?

De Kamerbrief met de appreciatie van het herfstpakket van het Europees Semester, inclusief de eurozone-aanbevelingen, is op maandag 14 december naar de Kamer verstuurd.1 In deze brief wordt een uitgebreide kabinetsappreciatie van de door de Europese Commissie voorgestelde eurozone-aanbevelingen gegeven. Ook wordt in deze Kamerbrief ingegaan op de integratie van het proces omtrent de Recovery and Resilience Facility (RRF) in het Semester. Deze aanbevelingen zijn voor alle eurolanden, inclusief Nederland.

Als reactie op de COVID-19-crisis is de algemene ontsnappingsclausule binnen het SGP geactiveerd, waardoor landen tijdelijk meer flexibiliteit hebben om hun economie te ondersteunen en zodoende een expansief begrotingsbeleid kunnen voeren. Alle lidstaten zullen in 2021 landspecifieke aanbevelingen ontvangen t.a.v. begrotingsbeleid, waarin dit zal worden meegenomen.

Lidstaten zijn daarnaast momenteel bezig met het opstellen van hun herstelplannen in het kader van de Recovery and Resilience Facility (RRF). Hierin zullen investeringen en hervormingen om duurzaam economisch herstel na de crisis te bevorderen, worden opgenomen. Met de beoordeling van de herstelplannen door de Commissie en de Raad, worden de maatregelen getoetst en beoordeeld of deze daadwerkelijk zullen bijdragen aan economisch herstel.

De leden van de VVD-fractie willen tot slot weten wanneer er besluitvorming gaat plaats vinden over het gebruik van de «algemene ontsnappingsclausule», die in 2020 en 2021 in werking is gesteld vanwege de COVID-crisis, in 2022. Dit omdat er staat dat er in het voorjaar 2021 een evaluatie zal plaats vinden.

In het voorjaar van 2021 zal er een evaluatie plaatsvinden t.a.v. de geopende algemene ontsnappingsclausule van het Stabiliteits- en Groeipact. Op basis van macro-economische projecties zal er worden beoordeeld of er nog steeds sprake is van een ernstige economische neergang in de gehele eurozone en of het gebruik van deze clausule nog steeds gerechtvaardigd is. Wanneer besluitvorming hierover precies zal plaatsvinden, is nog niet bekend.

Het kabinet heeft eerder aangegeven alleen bereid te zijn om te in stemmen met vervroegde invoering van Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) als backstop het Single Resolution Fund (SRF) (in 2022 in plaats van 2024) als er voldoende comfort is dat er corrigerende maatregelen worden genomen die aanvullende risicoreductie bewerkstelligen. De leden van de VVD-fractie willen weten waarom de gemaakte afspraken het kabinet voldoende comfort geven? En welke afdwingbare maatregelen er nu daadwerkelijk zijn afgesproken? Welke sancties zijn er mogelijk als landen zich niet aan de afspraken houden dan wel onvoldoende doen op het gebied van risicoreductie? Welke afspraken zijn er specifiek met en over Griekenland en Cyprus gemaakt?

In de Eurogroep van 30 november jl. zijn tastbare afspraken gemaakt op het gebied van risicoreductie, conform de Nederlandse inzet die met uw Kamer is gedeeld voorafgaand aan de Eurogroep.2 Over de uitkomst van de Eurogroep van 30 november jl. bent u via het verslag geïnformeerd en zoals daarin staat weergegeven is Nederland tevreden over deze uitkomst.3 Zo worden er op verschillende niveaus maatregelen genomen om aanvullende risicoreductie te bewerkstelligen.

Griekenland en Cyprus zullen landenspecifieke maatregelen nemen, om de insolventieraamwerken in beide landen effectiever en efficiënter te maken. Griekenland heeft zich gecommitteerd aan het zo snel mogelijk aannemen van aanpalende regelgeving en het op snelheid brengen van de noodzakelijke IT-systemen voor de uitwinning van onderpand in relatie tot het onlangs aangenomen nieuwe insolventieraamwerk. Cyprus heeft onder meer aangegeven de bedrijfswet te gaan herzien zodat het bestaande insolventieraamwerk beter kan worden benut. Deze maatregelen worden gekoppeld aan het verscherpt toezicht respectievelijk post-programma toezicht. Waar passend zullen dergelijke maatregelen in het kader van de herstelplannen worden ingediend. Herstelplannen moeten worden goedgekeurd door de Raad en het niet adequaat implementeren van maatregelen in een herstelplan kan uiteindelijk gevolgen hebben voor uitkeringen uit het herstelfonds.

Naast landenspecifieke maatregelen worden er ook bankspecifieke en generieke maatregelen genomen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft benadrukt dat zij verscherpt toezicht zal blijven houden op die banken die nog altijd niet aan de drempel van 5% t.a.v. niet-presterende leningen (bruto NPLs), zoals overeengekomen, voldoen. De Eurogroep heeft daarbij het belang benadrukt van balansdoorlichtingen (asset quality reviews). In die context verwachten de instellingen in hun risicoreductierapport dat banken in de hele eurozone in de komende 12 maanden nog eens voor ongeveer 60 miljard euro aan NPLs zullen verkopen, meer dan 50 miljard euro daarvan komt in Griekenland, Cyprus, Italië en Portugal. De komende tijd komt de Europese Commissie met een nieuw actieplan voor NPLs, dat biedt aanvullende mogelijkheden om NPLs aan te pakken. In het kader van de buffers voor bail-in (MREL) zal de Europese Resolutieautoriteit (Single Resolution Board, SRB) komend jaar definitieve doelstellingen gaan zetten. Door Nederlandse inzet zal de SRB over de ontwikkeling van bail-inbare buffers (MREL) bij banken publiek rapporteren. Dat biedt ruimte voor de Raad om de voortgang daarop de komende jaren te blijven monitoren.

Op twee andere terreinen heeft de Eurogroep ook belangrijke afspraken gemaakt. Het akkoord over de achtervang gaf Nederland ruimte om op twee andere dossiers waar Nederland graag stappen op ziet voortgang te maken. Ten eerste was een belangrijk onderdeel voor Nederland dat voortgang werd gemaakt ten aanzien van de staatssteunregels. De Eurogroep heeft de Commissie verzocht om, als onderdeel van de bredere herziening van het crisisraamwerk, ook de staatssteunregels te herzien. Dat vind ik van belang om de staatssteunregels en het crisisraamwerk voor banken consistenter te maken. De Commissie zal hiertoe in 2021 een voorstel doen, en het crisisraamwerk en de staatssteunregels uiterlijk in 2023 herzien. Nederland heeft er op aangedrongen dat de Commissie gelijktijdig met het voorstel voor de herziening van het crisisraamwerk ook dient te rapporteren over de voorgenomen stappen ten aanzien van staatssteunregels. Op die wijze kunnen beide analyses in samenhang worden beoordeeld. In het verleden was tijdens onderhandelingen over het crisisraamwerk onduidelijkheid over hoe de Commissie het staatssteunraamwerk zou benaderen. Die onduidelijkheid wordt hierdoor weggenomen, en Nederland en gelijkgestemden hebben daardoor meer ruimte om het staatssteunraamwerk (waar de Commissie uiteindelijk over gaat) te beïnvloeden. De Commissie zal in oktober over voortgang ten aanzien van het staatssteunraamwerk aan de Raad rapporteren. Ik zal dat moment aangrijpen om te bezien hoe de Commissie opvolging geeft aan deze stappen.

Ook heeft Nederland erop ingezet om de transparantie omtrent stresstesten te versterken. Stresstesten helpen toezichthouders om kwetsbaarheden bij banken te identificeren. Transparantie over de uitkomsten van stresstesten, en eventuele acties die daarop volgen, dragen bij aan het vertrouwen in de bankensector. Sinds het rapport van de Rekenkamer over de Europese stresstesten werkt de Europese bankenautoriteit (EBA) aan het verscherpen van stresstesten. Al langere tijd probeert Nederland samen met gelijkgestemde landen de wijze van stresstesten aan te scherpen en het aantal banken dat onder de stresstest valt te vergroten. De Eurogroep spreekt zich richting de EBA uit om met name meer banken mee te nemen in de stresstesten (banken die onder de SRB vallen). De EBA heeft reeds aangegeven transparantie over stresstesten te vergroten. EBA zal over voorgenomen stappen halverwege 2021 aan de Raad rapporteren. Ik zal dat moment aangrijpen om te bezien hoe EBA opvolging geeft aan deze stappen.

De gemeenschappelijke achtervang zal operationeel worden na een unaniem besluit door de Raad van gouverneurs van het ESM, na ratificatie van de wijzigingen in het ESM-verdrag. Ik zal uw Kamer bijtijds informeren wanneer het besluit voorligt in de Raad van gouverneurs van het ESM.

Daarnaast hebben de leden van de VVD-fractie nog enkele vragen over de besluiten tijdens de Europese Raad van deze week in relatie tot het rechtsstaatmechanisme en het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en Herstelfonds. Kan het kabinet bevestigen dat dit akkoord geen afbreuk doet aan de reikwijdte van het mechanisme? En wat zijn de gevolgen van eventuele vertraging bij de inwerkingtreding van het mechanisme voor de controle op het MFK en Herstelfonds? Kan het kabinet bevestigen dat het mechanisme terugwerkende kracht heeft en zo, nadat het Hof van Justitie goedkeuring aan het mechanisme heeft verleend, het hele MFK en Herstelfonds eronder vallen?

Tijdens de Europese Raad van 10-11 december jl. bereikten de regeringsleiders een akkoord over de MFK-rechtsstaatverordening waarmee de impasse over het MFK 2021–2027 en het Eigenmiddelenbesluit is doorbroken. Met de MFK-rechtsstaatverordening wordt een directe koppeling gelegd tussen de ontvangst van EU-middelen uit het MFK 2021–2027 en het Herstelinstrument (Next Generation EU) en de eerbiediging van de rechtsstaat. Deze koppeling bestaat niet in het huidige MFK.

Het kabinet bevestigt dat de conclusies over de MFK-rechtsstaatverordening die de Europese Raad op 11 december 2020 aannam (EUCO 22/20) niets afdoen aan de inhoud van de MFK-rechtsstaatverordening zoals overeengekomen met het Europees Parlement. De Juridische Dienst van de Raad heeft dit bevestigd (doc. 13961/20). Het kabinet verwijst voor meer informatie naar het Verslag van de Europese Raad van 10-11 december jl. dat uw Kamer spoedig zal ontvangen.

Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat de Europese Commissie waarschuwt dat sommige stimulerende maatregelen in Frankrijk, Italië, Litouwen en Slowakije niet tijdelijk zijn of niet structureel worden gedekt door compenserende maatregelen. De leden van de PVV-fractie vragen per lidstaat aan te geven welke stimulerende maatregelen niet tijdelijk zijn of niet structureel worden gedekt door compenserende maatregelen.

In Frankrijk gaat dit onder andere om een permanente verlaging van belastingen op productie (0,4% bbp) en een verhoging van salarissen in de publieke sector, voornamelijk in de zorg (0,3% bbp). In Italië is dit o.a. de verlaging van socialezekerheidsbijdragen in arme regio’s, de verlenging van een heffingskorting van belasting op inkomen uit arbeid, de introductie van een familiebonus en de allocatie van meer middelen naar ministeries en andere publieke diensten. In Litouwen gaat dit voornamelijk om een verhoging van belastingvrije toelages (0,1% bbp), van salarissen in de publieke sector en verscheidende sociale voorzieningen. In Slowakije zijn de permanente maatregelen die niet structureel worden gedekt door compenserende maatregelen de verlaging van de pensioenleeftijd voor bepaalde groepen (ouders), een verhoging van het minimumpensioen en uitgaven in regionaal onderwijs en onderzoek.

Tevens vragen de leden van de PVV-fractie aan te geven hoe hoog de schuldquota van België, Frankrijk, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje zijn.

Zie hieronder een overzicht van de staatsschuld van de desbetreffende lidstaten (bron: herfstraming Europese Commissie).

Publieke schuld % bbp

2020

Belgium

117,7

Greece

207,1

Spain

120,3

France

115,9

Italy

159,6

Portugal

135,1

Ten aanzien van Griekenland willen de leden van de PVV-fractie weten welke beleidsterreinen precies vertraging hebben opgelopen (Hierbij verzoeken de leden van de PVV-fractie het kabinet om deze graag allemaal op te noemen)? Tevens willen de leden van de PVV-fractie weten hoeveel schuldverlichting Griekenland tot nu toe heeft gekregen en nog zal krijgen. Kan het kabinet dit middels een tijdschema weergeven?

De lijst met hervormingen voor Griekenland, welke is vastgesteld in juni 2018, is onderverdeeld in zes beleidsterreinen.4 Dit zijn i) overheidsfinanciën, ii) sociale zekerheid, iii) financiële stabiliteit, iv) productmarkt en arbeidsmarkt, v) privatiseringen en vi) publieke administratie. Hoewel er, zoals aangegeven in de geannoteerde agenda voor de Eurogroep van 30 november5 ondanks de COVID-19-crisis voortgang is op belangrijke hervormingen, zijn er op elk van de genoemde terreinen ook hervormingen welke vertraging hebben opgelopen. Een compleet overzicht van de stand van zaken van de hervormingen is te vinden in de bijlage van het achtste rapport onder verscherpt toezicht.6

Sinds september 2018 zijn er twee conditionele schuldmaatregelen van toepassing gedurende de periode van verscherpt toezicht. Dit betreft de teruggave van SMP/ANFA inkomsten aan Griekenland en het schrappen van de renteopslag op een deel van de EFSF-lening. Hier kan halfjaarlijks toe worden besloten, op basis van de rapporten onder verscherpt toezicht. Tot dit moment heeft de Eurogroep viermaal hiermee ingestemd.7 De schuldverlichting als een gevolg hiervan betreft tot nu toe € 2,58 miljard door de teruggave van SMP/ANFA inkomsten en € 678 miljoen door de afschaffing van de renteopslag op een deel van de EFSF-lening.

Voor de toekomst zijn er nog vier besluiten voorzien.8 De teruggave van SMP/ANFA inkomsten heeft een vaste omvang van € 644,42 miljoen per besluit. De afschaffing van de renteopslag op een deel van de EFSF-lening betreft op jaarbasis circa € 226 miljoen. In totaal betreft de mogelijke schuldverlichting dus nog € 2,58 miljard aan SMP/ANFA inkomsten en € 452 miljoen door de afschaffing van de eerder genoemde renteopslag.

Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten of het klopt dat het kabinet alvast het bedrag van 659 miljoen euro betreffende de niet-betaalde importheffingen op geïmporteerde zonnepanelen naar de Europese Commissie heeft overgemaakt of voornemens is over te maken. Zo ja, waarom maakt het kabinet dit bedrag alvast over, terwijl hij het hier niet mee eens is? Doet hij dit om een formele inbreukprocedure te voorkomen? Op basis van welk mandaat maakt het kabinet dit bedrag over en hoe zit het met het budgetrecht van de Kamer? Sinds wanneer speelt deze discussie met de Commissie en waarom heeft het kabinet dit tot nu toe geheim gehouden? Welke opties staan er nog open om dit bedrag terug te krijgen en welke maatregelen is het kabinet hiertoe bereid te treffen?

Zoals is toegelicht in de antwoorden op de vragen die gesteld zijn naar aanleiding van de Najaarsnota, is de voornaamste reden om het bedrag aan traditionele eigen middelen onder voorbehoud af te dragen het voorkomen van het verder oplopen van de vertragingsrente. Het kan vele jaren duren totdat er uitspraak in een rechtszaak komt, waardoor de potentiële renterekening hoog op zou lopen.

Door nu te betalen voorkomt het kabinet een situatie waarbij, indien uiteindelijk in een juridische procedure vast zou komen te staan dat Nederland naar mening van het Hof van Justitie van de Europese Unie toch onjuist heeft gehandeld, de vertragingsrente die verschuldigd is nog hoger wordt. Indien Nederland uiteindelijk in het gelijk wordt gesteld, zal Nederland het betaalde bedrag terugontvangen.

Het overmaken van het bedrag naar de Europese Commissie zal daags na de behandeling van de Najaarsnota in de Tweede Kamer (17 december 2020) plaatsvinden, wat de Kamer de gelegenheid geeft om zich hierover uit te spreken.

Zoals ook vermeld in de eerste vertrouwelijke brief die uw Kamer hierover heeft ontvangen en die op 30 november jl. openbaar is gemaakt, is deze casus begonnen in april 2019 met de bevinding van de Europese Commissie dat Nederland naar inzicht van de Commissie een juridische interpretatiefout had gemaakt met betrekking tot het bepalen van douaneheffingen bij de import van zonnepanelen. De reden om dit tot recent vertrouwelijk te behandelen was omdat het naar mening van het kabinet niet bevorderlijk zou zijn voor de kans van slagen van de besprekingen met de Commissie om de openbaarheid te kiezen zolang er nog een naar inschatting van het kabinet redelijke kans was dat de Commissie kon worden overtuigd van het Nederlandse standpunt. Daarbij speelde ook het ontbreken van rechtsbescherming een rol, in het geval een EU-lidstaat het niet eens is met de Commissie over de betaling van traditionele eigen middelen. Een bevinding van de Commissie is geen rechtshandeling waartegen een juridische procedure mogelijk is. De Commissie heeft na het betalen van een EU-lidstaat geen directe reden het geschil alsnog voor de EU-rechter te brengen. Nederland zat daarmee klem tussen twee onaantrekkelijke opties: de hoofdsom afdragen met het risico dat het nooit tot een uitspraak over het geschil zou komen waarmee de betreffende betaling nooit aan Nederland terugbetaald zou worden; of niet afdragen en de rente verder laten oplopen.

Omdat het kabinet van mening is een goed pleitbaar standpunt te hebben, is toentertijd besloten ter behoud van rechten niet over te gaan tot betaling aan de Commissie, maar oplossingen voor het verschil van inzicht te verkennen door in gesprek te gaan met de Commissie en tegelijk de uitkomst van de zaak C-575/18 P (Tsjechië/Commissie) af te wachten, zoals ook toegelicht in de eerdere brieven over deze zaak9. Zoals ook toegelicht is, maakt de uitspraak in deze zaak het nu mogelijk om te betalen onder voorbehoud.

Na het betalen van de hoofdsom onder voorbehoud zoals het kabinet voornemens is te doen na behandeling van de Najaarsnota, is de Commissie gehouden tot het aangaan van een constructieve dialoog met Nederland, waarbij de inzet van het kabinet is om de Commissie te overtuigen van de Nederlandse positie. Mocht deze dialoog niet leiden tot een bevredigende oplossing, dan kan Nederland op eigen initiatief een procedure starten bij het Hof van Justitie van de Europese Unie wegens ongerechtvaardigde verrijking.

De leden van de CDA-fractie stellen vast dat de te bespreken Eurogroep/Ecofin geen lange agenda heeft, maar wel een essentiële agenda. De ontwerpbegrotingen en de budgettaire situatie van de eurozone staan op de agenda. En was het geen jaar van een pandemie geweest dan was dit een vergadering over hoe de Economische en Monetaire Unie (EMU) verder te verstevigen en hervormingen in landen door te zetten. De leden van de CDA-fractie zijn toch van mening dat dit ook voor deze vergadering het uitgangspunt moet zijn en vragen het kabinet in te gaan op hoe de uitgangspunten van het Stabiliteits-en Groeipact (SGP) in stand gehouden kunnen worden.

De huidige crisis en de opgelopen publieke schulden in Europa hebben het belang van het verstevigen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en het doorvoeren van structurele hervormingen verder onderstreept. Het is cruciaal dat lidstaten structurele hervormingen implementeren die bijdragen aan economische groei en de veerkracht van de economie. Dit punt blijft daarom zeer relevant tijdens discussies omtrent de crisis en de herstelmaateregelen die zijn genomen door lidstaten. Om deze reden is het dan ook van belang dat de herstelplannen in het kader van de Recovery and Resilience Facility (RRF) de belangrijkste structurele uitdagingen van lidstaten voldoende adresseren. Daarnaast is begrotingsdiscipline na de crisis noodzakelijk om schulden terug te brengen. Daarom zal het kabinet het belang van een tijdige gebruikelijke toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact in de Eurogroep benadrukken.

Deze leden vragen het kabinet in te gaan op het herzien en vereenvoudigen van SGP regels alvorens ze weer volledig van kracht te laten zijn na de huidige crisis, welk standpunt het kabinet hierover hanteert en of het kabinet hervorming en vereenvoudiging überhaupt nodig acht. De leden van de CDA-fractie vragen het kabinet in het verlengde hiervan welke middelen er binnen het SGP zijn om lidstaten te corrigeren en de Eurogroep te vragen te onderzoeken of deze middelen toereikend zijn wanneer de ontheffing door de Europese Commissie wordt opgeheven. De Europese Commissie waarschuwt immers dat sommige stimulerende maatregelen in Frankrijk, Italië, Litouwen en Slowakije niet tijdelijk zijn of niet structureel worden gedekt door compenserende maatregelen. De leden van de CDA-fractie vragen het kabinet dit punten te adresseren in het debat over de budgettaire situatie van de eurozone.

Het kabinet heeft zich eerder uitgesproken om in te zetten op het inperken van de flexibiliteit en beoordelingsruimte van de Europese Commissie en de Raad, het versimpelen van de regels, striktere handhaving van de regels en het vergroten van de voorspelbaarheid bij de uitvoering van de regels, om de handhaving van het SGP te verbeteren10. In een brede bespiegeling inzake het Stabiliteits- en Groeipact, welke u op 14 december jl. heeft ontvangen11, ga ik verder in op de voor- en nadelen van verscheidende hervormingsopties van het SGP. De Nederlandse inzet ten aanzien van dergelijke hervormingsopties, is omwille van de timing van de SGP-evaluatie en mogelijke herziening, aan een nieuw kabinet.

Het SGP biedt verschillende opties om lidstaten te corrigeren wanneer zij niet aan de normen van het SGP voldoen. Zo kan er een buitensporigtekortprocedure (Excessive Deficit Procedure; EDP) worden geopend wanneer een lidstaat niet voldoet aan de vereisten van de correctieve arm. De Commissie is volgens het kabinet over het algemeen te terughoudend geweest met het volledig gebruiken van de mogelijkheden die het SGP biedt ten aanzien van handhaving. Ondanks het feit dat een substantieel aantal lidstaten een schuld boven de grenswaarde van 60% van het bbp heeft, die bovendien niet of zeer beperkt afneemt, heeft de Commissie nog nooit een voorstel gedaan om een lidstaat op basis van overschrijding van het afgesproken schuldcriterium in een buitensporigtekortprocedure te plaatsen. De Commissie wordt hierin overigens gesteund door een meerderheid van de Raad. Met de mogelijke herziening van het SGP moet de handhaving van de regels worden verbeterd, zodat de regels toereikend genoeg zijn om schulden na de crisis af te bouwen. Het kabinet zal deze punten adresseren tijdens de komende Eurogroep wanneer de discussie hiertoe de mogelijkheid biedt.

De leden van de CDA-fractie maken zich grote zorgen om de toenemende schuldenpositie van de lidstaten en eurozone-leden. Deze leden vragen het kabinet of het kabinet deze zorg deelt, of het kabinet na de crisis verwacht dat het economische herstel dusdanig zal zijn dat schulden snel afgebouwd kunnen worden. De leden van de CDA-fractie vragen het kabinet hoe het kabinet denkt over het idee om een schuldenconferentie, of aparte Eurogroepvergadering, te organiseren waarin wordt besproken door de eurozoneleden hoe om te gaan met de toenemende publieke- en private schulden en op welke manier daarvoor en exitstrategie ontwikkeld kan worden wanneer alle landen weer terug zijn binnen de SGP-regels. Deze leden vragen het kabinet of een goed moment is om een dergelijke conferentie te organiseren nadat de Europese Commissie in het voorjaar van 2021 de situatie opnieuw zal beoordelen en de toepassing van de algemene ontsnappingsclausule te zullen evalueren.

Het is van belang dat lidstaten op dit moment hun economieën voldoende ondersteunen om de gevolgen van de crisis te mitigeren en economische groei en werkgelegenheid te ondersteunen. Om schulden terug te brengen is begrotingsdiscipline na de crisis noodzakelijk. De Europese begrotingsregels, zoals vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), zijn overeengekomen om houdbare overheidsfinanciën te realiseren, ten behoeve van het realiseren van duurzame economische groei en prijsstabiliteit.

In de Eurogroep en Ecofinraad is sinds het uitbreken van de COVID-19-crisis meermaals gesproken over de economische gevolgen van de COVID-19-crisis en de impact hiervan op lidstaten; en discussies hierover zullen blijven plaatsvinden in de Eurogroep en Ecofinraad.12 In reactie op de COVID-19-crisis zijn op Europees niveau maatregelen genomen om eraan bij te dragen dat alle lidstaten, ook die met hoge publieke schulden, in staat zijn om hun gezondheidszorg en economie te ondersteunen en het herstel na de crisis bespoedigen. Zo is onder andere besloten tot het instellen van: pandemic crisis support van het ESM13, het SURE-instrument van de EU (European instrument for temporary support to mitigate unemployment risks in an emergency)14, een pan-Europees garantiefonds bij de Europese Investeringsbank (EIB)15 en een tijdelijk herstelinstrument NextGenerationEU (NGEU), inclusief de Recovery and Resilience Facility (RRF)16.

De discussie over een mogelijke herziening van het SGP op basis van een evaluatie van de Commissie is uitgesteld als gevolg van de COVID-19-crisis, maar zal naar verwachting in 2021 worden hervat. Naast begrotingsregels kan prudent begrotingsbeleid ten behoeve van houdbare overheidsfinanciën ook worden bevorderd door marktdiscipline. Om de prikkels vanuit de markt te versterken heeft Nederland zich bij de wijziging van het ESM-verdrag ingezet voor de versterking van het raamwerk voor het waarborgen van een houdbare overheidsschuld, onder meer via de introductie per 1 januari 2022 van single limb Collective Action Clauses in staatsobligaties.17 Daarnaast zal in het aangepaste ESM-verdrag worden opgenomen dat lidstaten alleen aanspraak kunnen maken op financiering uit het ESM wanneer de publieke schuld houdbaar wordt bevonden. De schuldhoudbaarheidsanalyse zal daarbij op een transparante en voorspelbare manier moeten plaatsvinden, waarbij het ESM, onafhankelijk van de Europese Commissie, een eigen oordeel kan vormen over de terugbetaalcapaciteit van landen.

Bovenal is het cruciaal dat lidstaten structurele hervormingen implementeren die bijdragen aan economische groei en de veerkracht van de economie. De landspecifieke aanbevelingen kunnen lidstaten helpen structurele uitdagingen te identificeren en deze op te volgen. Om deze reden is het dan ook van belang dat de herstelplannen van lidstaten in het kader van de Recovery and Resilience Facility (RRF) de landspecifieke aanbevelingen voldoende adresseren. Lidstaten dragen zelf de verantwoordelijkheid om bovenstaande stappen te nemen om de houdbaarheid van hun schulden te waarborgen.

In de geannoteerde agenda valt te lezen dat de Europese Commissie dit jaar een voorstel doet voor aanbevelingen van de Raad voor het economisch beleid van de eurozone op het gebied van (1) expansief begrotingsbeleid in 2021 om het herstel na de crisis te accommoderen, 2) het verder verbeteren van convergentie, weerbaarheid en duurzame en inclusieve groei, 3) het versterken van nationale institutionele raamwerken, 4) het verzekeren van macro-financiële stabiliteit en 5) het vervolmaken van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de internationale rol van de euro. De leden van de CDA-fractie vinden dat het kabinet in de geannoteerde agenda maar beperkt ingaat op de positie van Nederland ten opzichte van deze aanbevelingen van de Commissie en vragen het kabinet wat uitvoeriger weer te geven welke reactie het kabinet zal geven op deze aanbevelingen van de commissie tijdens deze vergadering. Tevens vragen de leden van de CDA-fractie onder welke van deze aanbevelingen de schuldenhoudbaarheid van de lidstaten valt en welke strategie de Commissie daarvoor hanteert.

Een Kamerbrief met de appreciatie van het herfstpakket van het Europees Semester, inclusief van de eurozone-aanbevelingen, is op maandag 14 december naar de Kamer verstuurd.18 In deze Kamerbrief wordt een uitgebreide kabinetsappreciatie van de door de Europese Commissie voorgestelde eurozone aanbevelingen gegeven. In de eerste aanbeveling worden eurolanden opgeroepen om schuldhoudbaarheid te waarborgen en prudente begrotingsposities op middellange termijn te bewerkstelligen, terwijl investeringen moeten worden verbeterd. In het voorjaar van 2021 zal de algemene ontsnappingsclausule worden geëvalueerd en beoordeeld worden of het gebruik van de clausule nog steeds gerechtvaardigd is.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het kabinet voornemens is deel te nemen aan de publieke consultatie over de gedelegeerde handelingen met betrekking tot de groene taxonomie, (welke zal sluiten op 18 december aanstaande).

De leden van de GroenLinks-fractie vragen het kabinet of zij zich in EU-verband tot het uiterste zal inzetten om te borgen dat er in de groene taxonomie technische screeningcriteria komen in lijn met de aanbevelingen van de Technische Expertgroep (TEG). Specifiek vragen zij het kabinet zich maximaal in te spannen voor (i) een uitkomst waarin in eerste instantie alleen energie-investeringen onder de groene taxonomie zullen vallen die een maximale intensiteit hebben van honderd gram CO2-emissie per kilowattuur, en (ii) in de groene taxonomie een pad wordt opgenomen waarin het zojuist genoemde energie-intensiteitsplafond in termijnen van vijf jaar daalt tot uiteindelijk nul gram CO2-uitstoot per kilowattuur in 2050. Zij vragen het kabinet daarnaast zich ervoor in te zetten dat de criteria met betrekking tot waterkracht aangescherpt worden tot 24 gram CO2 per kilowattuur en ook hier binnen de taxonomie naar een nulpunt in 2050 wordt toegewerkt. Ook vragen deze leden het kabinet zich er maximaal voor in te spannen dat de do-no-significant-harm-grenswaarde in de gedelegeerde handeling met betrekking tot klimaatmitigatie en -adaptatie later is dan 270g/CO2-E/kilowattuur en aansluit bij het referentiekader dat de Europese Investeringsbank (250 gram) hiervoor gebruikt.

De leden van de GroenLinks-fractie verzoeken het kabinet zich er daarnaast maximaal voor in te zetten dat in de technische screeningcriteria van de groene taxonomieparameters worden opgenomen die garanderen dat:

  • (i) investeringen in bosmanagementactiviteiten die tot een reductie van de CO2-opslagcapaciteit van bebossing leiden, niet onder de groene taxonomie mogen vallen, alsmede dat investeringen in de verbranding van gehele bomen en gewassen voor biomassa-doeleinden niet onder de groene taxonomie vallen, en dat met betrekking tot investeringen in biomassa in de groene taxonomie een reductiepad wordt opgenomen tot aan nul gram CO2-uitstoot in 2050;

  • (ii) investeringen in de veeteeltsector alleen onder de groene taxonomie vallen als wetenschappelijk is onderbouwd hoe dergelijke investeringen de schade aan ecosystemen, het klimaat en de biodiversiteit kunnen beperken, en paal en perk is gesteld aan de mate waarin dieren dicht op elkaar leven;

  • (iii) akkerbouwinvesteringen enkel onder de groene taxonomie vallen als gedegen onderbouwd kan worden dat door het gebruik van chemische gewasbescherming geen substantiële schade berokkend wordt aan biodiversiteit en ecosystemen, dat de doelstellingen met betrekking tot pesticiden uit de Farm to Fork-strategie in de groene taxonomie geïntegreerd worden en er criteria ten aanzien van duurzame gewasrotatie opgenomen worden;

  • (iv) investeringen in de bebouwde omgeving onder de groene taxonomie te laten vallen, overeenkomen met de meest ambitieuze criteria die EU-lidstaten zelf op dit gebied met betrekking tot de toegestane U-waarden reeds hanteren;

  • (v) de categorie refererend aan de productie van andere lage-emissie technologieën uit de taxonomie verdwijnt omdat deze te algemeen geformuleerd is en daarom een scala aan niet-duurzame activiteiten via de achterdeur naar binnen kan brengen;

  • (vi) de adviezen van de TEG overgenomen worden daar waar het om biogas gaat en de vereisten met betrekking tot biobrandstof ambitieuzer zijn dan de bestaande criteria in Red II, en dat investeringen in het gebruik van biobrandstof en biogas in transport enkel onder de groene taxonomie vallen als geen schoner alternatief bestaat;

  • (vii) investeringen in «laag emitterend gas» en «blending» gekoppeld worden aan een pad naar CO2-neutraliteit in 2050, het repareren van metaanlekken in pijpleidingen niet onder de groene taxonomie valt (omdat dit reeds een juridische verplichting is) en alleen investeringen in het verbeteren van bestaande pijplijnen en niet de aanleg van nieuwe pijplijnen voor «laag emitterend gas» en waterstof onder de taxonomie vallen;

  • (viii) het advies van de TEG gevolgd wordt als het gaat om het aardopwarmingsvermogen inzake de installatie van elektrische warmtepompen;

  • (ix) investeringen in de activiteiten onder 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, en 5.5, welke betrekking hebben op waterbeheer, enkel onder de groene taxonomie vallen als zij aansluiten bij Richtlijn 2000/60/EC, die specifieke vereisten stelt aan duurzaam waterbeheer, bijvoorbeeld waar het gaat om de wijze waarop aan emissiepreventie gedaan wordt;

  • (x) investeringen in activiteiten die geassocieerd kunnen worden met de uitbreiding van capaciteit van luchthavens niet onder de groene taxonomie vallen;

  • (xi) er een helder commitment is richting klimaatneutraliteit daar waar het de gebouwde omgeving betreft, waarbij financiële instellingen altijd transparant moeten zijn over het aardopwarmingsvermogen, het plafond van 5.000 m2 wordt verlaagd naar 2.000 m2; dat investeringen in gebouwen enkel onder de groene taxonomie vallen als tenminste 20% van het buitenoppervlak beschikbaar is voor duurzame energie-installaties en (in steden, de OESO-definitie volgend) gebouwen 20% van hun buitenoppervlak beschikbaar houden voor groen; en dat de do-no-significant-harm-criteria met betrekking tot circulariteit van nieuwe gebouwen verhoogd wordt naar 80%;

  • (xii) investeringen in renovatie niet aansluiten bij de standaarden uit Richtlijn 2010/31/EU maar bij de recentere EU renovatie-strategie, waarbij het doel op dit punt klimaatneutraliteit in 2050 te bereiken, geëxpliciteerd wordt;

  • (xiii) investeringen in de productie van plastic enkel onder de do-no-significant-harm vereisten van de groene taxonomie vallen als het niet-schadelijk gerecycled plastic (geen loodwaarde >0,3%) betreft, en chemische recycling van plastic afval onder de categorie afvalmanagement valt en niet onder productie.

  • (xiv) de adviezen van de TEG met betrekking tot de duurzaamheid van schepen wordt overgenomen en hierin wordt afgestapt van de zeer lage energie-efficiëntie-standaard met betrekking tot schepen die de Europese Commissie op dit moment hanteert.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen het kabinet ten slotte of het kabinet zich er maximaal voor in wil spannen dat de groene taxonomie benadrukt dat investeringen die zich richten op klimaatadaptatie (in plaats van. mitigatie) geringfenced worden in financiële verslagen en dat de flexibiliteit die de Europese Commissie op dit punt terecht in de taxonomie wil hanteren voor meer kwalitatieve beschrijvingen, geen ruimte laat om op dit punt te groenwassen. Daarnaast vragen deze leden het kabinet zich ervoor in te zetten dat de toepassing van do-no-significant-harm-criteria als het gaat om klimaatadaptatie om binnen de groene taxonomie te vallen, niet ten koste gaan van betrokken mkb’ers en huiseigenaren.

Met interesse heb ik de vragen van de GroenLinks-fractie over de Europese taxonomie gelezen. Met de groene taxonomie wordt er in de Europese Unie een gemeenschappelijke taal voor duurzame economische activiteiten ontwikkeld. Het kabinet is voornemens om deel te nemen aan de publieke consultatie over de groene taxonomie. In deze publieke consultatie staat het voorstel voor de gedelegeerde handelingen voor de eerste twee onderdelen van deze taxonomie, klimaatadaptatie en -mitigatie, centraal.

Op dit moment is het kabinet haar inzet voor de publieke consultatie aan het bepalen. Zij zal bij deze standpuntbepaling o.a. de overwegingen van de GroenLinks-fractie meenemen. Het kabinet zal na 18 december een afschrift van zijn consultatiereactie met uw Kamer delen. Hierbij zal ook worden ingegaan op welke keuzes uiteindelijk in de reactie zijn gemaakt.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet waarom er een definitief akkoord moet komen op de Eurogroep-aanbevelingen. De leden vragen het kabinet hoe dit soort besluitvorming democratisch tot stand komt.

In het Herfstpakket van de Europese Commissie wordt een voorstel gedaan voor aanbevelingen voor de Eurozone. Nadat de aanbevelingen zijn besproken in de Eurogroep zullen deze in een Ecofinraad worden goedgekeurd, waarna ze worden bekrachtigd door de Europese Raad. Tot slot worden de aanbevelingen formeel aangenomen in een daaropvolgende Ecofinraad. Hier wordt door de Ministers van de eurolanden met gekwalificeerde meerderheid gestemd. In de aanloop naar een Eurogroep en Ecofinraad ontvangt de Kamer een geannoteerde agenda en vindt er een Algemeen of Schriftelijk overleg plaats met de Minister (en Staatssecretaris) van Financiën over de onderwerpen die op de agenda staan en de Nederlandse inzet.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet of het kabinet ziet dat veel van de incidentele crisisuitgaven een structureel karakter hebben. De leden vragen het kabinet wat het kabinet daarvan vindt. De leden willen dat het kabinet hier iets over gaat zeggen in de Eurogroep. De leden vragen het kabinet hoe het kabinet dit gaat uitwerken in de volgende Semestercyclus.

Alle lidstaten hebben maatregelen genomen om de gevolgen van de COVID-19-crisis te mitigeren en de economie te ondersteunen. Wanneer dergelijke stimulerende maatregelen niet op termijn worden gecompenseerd door uitgavenverlagingen of inkomstenstijgingen, kunnen deze ten koste gaan van de schuldhoudbaarheid.

Het is volgens Nederland van belang dat lidstaten op dit moment hun economieën voldoende ondersteunen om de schokken van de crisis op te vangen en economische groei en werkgelegenheid te ondersteunen. Om schulden terug te brengen is begrotingsdiscipline na de crisis noodzakelijk. Hiervoor is een tijdige gebruikelijke toepassing van de Europese begrotingsregels, zoals vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), noodzakelijk. In het voorjaar van 2021 zal worden geëvalueerd of de geopende algemene ontsnappingsclausule van het SGP nog steeds gerechtvaardigd is.

Daarbij blijft het volgens Nederland van belang dat lidstaten aandacht besteden aan het versterken van hun economie om duurzame economische groei en weerbaarheid te vergroten en daarbij oog houden voor het waarborgen van houdbare overheidsfinanciën. Bovenal is het cruciaal dat lidstaten structurele hervormingen implementeren die bijdragen aan economische groei en de veerkracht van de economie.

In het kader van het Europees Semester ontvangen alle lidstaten, waaronder Nederland, in 2021 landspecifieke aanbevelingen ten aanzien van hun begrotingsbeleid. Deze aanbevelingen zullen worden meegenomen in besluitvorming ten aanzien van het opstellen van de begroting van lidstaten en de naleving van het SGP.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet hoe de aanbevelingen doorwerken naar de agenda van komend jaar. De leden vragen het kabinet waarom de internationale rol van de euro een prioriteit is. Hoe gaan deze prioriteiten doorwerken in de RRF-plannen?

De aanbevelingen voor de eurozone worden jaarlijks opgesteld om prioriteiten voor de gehele eurozone te identificeren. Deze aanbevelingen dienen te worden meegenomen door lidstaten bij het opstellen van de RRF-plannen. De internationale rol van de euro dient volgens de Raad te worden verbeterd om een sterke en weerbare Economische en Monetaire Unie (EMU) te bewerkstelligen en de Europese economische belangen wereldwijd te kunnen behartigen.

De leden vragen het kabinet hoe de lidstaten deze aanbevelingen kunnen gebruiken bij het indienen van hun plannen. De leden vragen het kabinet waarom het kabinet geen voorrang geeft aan de videobijeenkomst. De leden vragen het kabinet of het kabinet het al als een uitgemaakte zaak ziet.

De eurozone-aanbevelingen dienen te worden meegenomen door lidstaten bij het opstellen van de RRF-plannen. De aanbevelingen moeten nog door de Eurogroep worden besproken. Na behandeling in de Eurogroep van 16 december zullen de aanbevelingen door de Ecofinraad worden goedgekeurd, waarna ze worden bekrachtigd door de Europese Raad en daarna formeel worden aangenomen door de Ecofinraad. Ik kan zelf niet bij deze vergadering aanwezig zijn omdat ik op dat moment in de Tweede Kamer zal zijn voor de plenaire behandeling van de Najaarsnota. De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst is voornemens deel te nemen aan de vergadering.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet of een kwalitatieve beoordeling van de landspecifieke aanbevelingen niet een gevaar met zich meebrengt. De leden vragen het kabinet of een numerieke beoordeling niet op zijn plaats is. De leden vragen het kabinet of een activatie van een ontsnappingsclausule geen risico inhoudt.

Er is dit jaar alleen een kwalitatieve beoordeling van de landspecifieke aanbevelingen mogelijk, aangezien de aanbevelingen voor 2020 t.a.v. het begrotingsbeleid van lidstaten kwalitatief waren. Dit was dit jaar passend in het licht van de onvoorziene en uitzonderlijke COVID-19-uitbraak, de economische crisis, de maatregelen door lidstaten die daarop volgden en de geopende algemene ontsnappingsclausule waardoor lidstaten kunnen afwijken van hun vereiste begrotingsinspanning. Het kabinet is van mening dat de crisismaatregelen, op nationaal en Europees niveau, noodzakelijk waren om de schokken van de crisis op te vangen. Hierbij moet echter ook de schuldhoudbaarheid op de middellange termijn in acht worden gehouden. Om deze reden is het kabinet voorstander voor een tijdige gebruikelijke toepassing van het SGP en de evaluatie van de algemene ontsnappingsclausule in het voorjaar van 2021.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet of het kabinet een onderbouwing kan geven voor de discretionaire begrotingsmogelijkheden. De leden vragen het kabinet of het kabinet hiermee niet impliciet meewerkt aan een soevereiniteitsoverdracht naar de Europese Unie. De leden vragen het kabinet waar het kabinet nog kansen ziet om deze begrotingssoevereiniteit te behouden. De leden vragen het kabinet hier actief aan mee te werken.

Het nemen van discretionaire maatregelen is een nationale aangelegenheid.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet hoe het kabinet de RRF-plannen van andere lidstaten gaat beoordelen. De leden menen dat het Economisch- en Financieel Comité opinies moet geven over de RRF-plannen van lidstaten ook bij de uitbetaling binnen de RRF. De leden vragen het kabinet of deze opinies openbaar worden. Zo niet, hoe wordt de Kamer bij dit proces betrokken?

Het kabinet zal de RRF-plannen van lidstaten beoordelen op basis van de voorstellen die de Europese Commissie zal doen voor een uitvoeringsbesluit van de Raad ter goedkeuring van de RRF-plannen. Uw Kamer zal tijdig worden geïnformeerd over de inhoud van deze voorstellen en de Nederlandse beoordeling daarvan.

Wanneer een lidstaat, na het behalen van de mijlpalen en doelen die in het plan zijn opgenomen, een verzoek doet tot uitbetaling van middelen zal het Economisch- en Financieel Comité (EFC) hierover een opinie geven. Het EFC geeft deze opinie op basis van een voorlopige beoordeling van de Europese Commissie. Uw Kamer zal tijdig worden geïnformeerd over de voorlopige beoordeling van de Commissie en de opstelling van Nederland in het EFC. Er wordt momenteel nog gesproken over de exacte invulling van dit proces en de mogelijke openbaarheid van stukken. Wanneer hierover meer bekend is, zal ik uw Kamer hierover informeren.


X Noot
1

Brief van 14 december 2020 met reactie op herfstpakket Europees semester 2021.

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1729.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1730.

X Noot
5

Kamerstuk 21 501–07, nr. 1729.

X Noot
7

Eerste besluit, Eurogroep van april 2019. Tweede besluit, Eurogroep van december 2019. Derde besluit, Eurogroep van juni 2020. Vierde besluit, Eurogroep van december 2020.

X Noot
8

Juni 2021, december 2021, juni 2022, december 2022.

X Noot
9

Brief van 30 november 2020; Kamerstuk 31 934, nr. 38.

X Noot
10

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1474.

X Noot
11

Brief van 14 december 2020 inzake brede bespiegeling stabiliteits en groeipact.

X Noot
12

Zie onder andere Kamerstuk 21 501-07, nrs. 1666, 1686, 1704 en 1718; Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 2425.

X Noot
14

Kamerstuk 35 466, nr. 3.

X Noot
15

Bijlage bij Kamerstuk 35 432.

X Noot
17

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1722.

X Noot
18

Brief van 14 december 2020 met reactie op herfstpakket Europees semester 2021.

Naar boven